kinderen van verdriet
Ze herschreven de angst elke nacht
dat ze wenend tegen het bed bonkten
de zoveelste demoon die ze bekampten
de ommacht om elke kaakslag
het schelden en de schuttingtaal
Ze huilden hun dromen bij elkaar
Ze stikten in de valstrikken van de nacht
hun verdriet voor de volgende morgen
groter dan de diepe vijver in het park
waar ze zich spiegelden in de zon
en hoopten op een ander land
van alle lieve mama's en papa's
als sterke knuffels die zo nodig hadden
Ingrid Lenaerts

