tanend
Verassend onwennig het weerzien nabij het venster
opent de dag de deur op ware realiteit
Waar moeten we heen nu de koers verloren
een nieuwe richting is alleen jong van hart
Op groene pleinen bij de eerste voorjaarszon
we rillen echter na de hoogzomer
Die nooit van harte uitgesproken werd
maar op de zijwegen verdween
Achter de takkenbossen van de valse schaamte
we hebben al wijnrode herfstgedachten
In onze tanende gemeenschap die wegdrijft
Laat de winterput daar nog even uitblijven
Ingrid Lenaerts

