zon
De zon viert hoogtij
strooit haar mand met stralen uit
tot ze zinkt in zee.
Ingrid Lenaerts
zonDe zon viert hoogtij
strooit haar mand met stralen uit
tot ze zinkt in zee.
Ingrid Lenaerts
stroefstroef en stuurs is hij
oorzaak en gevolg went nooit
aan zijn verklaring
Ingrid Lenaerts
kort...Kortgerokt de droom
op hoge hakken loopt hij
voorbij voor altijd
Ingrid Lenaerts
geld
wit bierEen schuimige kraag
Mist die wolkt in een bierglas
drink je heerlijk koel
Ingrid Lenaerts
goud
morgen in de bergen Jong pastel op de grijze bergwand
licht schittert in zijn kristallen
de raakvlakken zijn vervuld van elkaar
de zon wint aan hoogte
flist door de waterval die verstuift
in regenboogkleuren
dit moment is zo broos en vergankelijk
nauwelijks te aanschouwen
vluchtig als de wind
tracht ik het te boekstaven
in het geheugen van de tijd.
Ingrid Lenaerts
in het gebergteTegen de steile bergwand antwoordt echo
waar het dal de bomen achter zich laat
waar het gras uiterst dun staat
tussen de doornachtige struiken
waar de koeien met bellen grazen
zonder opkijken de tijd wegslingeren
met hun gehalm aanwezigheid bevestigen
daar wippen ook marmotten hol in en uit
ze lijken verstoppertje te spelen
als een bende uitgeslaten snaken
in de weidse alpenwei.
Groots is afstand en ruimte
in de schittering van de zon .
Hier voel ik mij nietig passant
indringer in een mij niet toegekende plaats.
Ingrid Lenaerts
al heel erg.Ik mis je nu al heel erg
zoals de regen die sporen laat
van verval in een rozentuin.
ik weet je het hart in mijn hoofd
dat sneller slaat
bij woorden als parels in mijn hand
kostbaar kleingoed
dat niemand me rooft
Verlangen is een lange slee
die de helling afglijdt bij thuiskomst
Ik verwacht je met grote spoed.
Ingrid Lenaerts
blauw geheim
MolEen mol woelt in grond
maakt driest een heuvellandschap
laat zich niet vangen
Ingrid Lenaerts
verandering Grillig weer klopt aan
de wind draait de blaren om
weldra weer regen
Ingrid Lenaerts
witgrijze morgenWitgrijze morgen
de dauw verdampt bij het ven
de zon omfloerst ons
Ingrid Lenaerts
poes
een duif vliegt over
draait met weidse vleugelslag
rust nu op het dak
Ingrid Lenaerts
een schrijver
amandelboomDe oude amandelboom
fluistert tussen zijn bittere bloesems
je hoort de stilte ze is innig roze
Zijn kale knoestige stam verbijt
de resten van vorige seizoenen
Zijn krachten zijn herboren
zoals een bron die opborrelt
uit de barre grond.
De andere bomen sterven
een toeristendood
op de bouwwerf spaanse villa's
de wind blaastzand weg
de touwen van de tijd
verloederen.
Ingrid Lenaerts
een nieuwe startMet de moed der wanhoop
een nieuwe poging
om binnen de perken
de troost te vinden
die zo schaars gezaaid
bijna geen wortel schoot
in haar donkere denken .
Ze ging op weg
over hobbelige paden
en gevaarlijke diepten
tot de horizon waar het licht streepte
quasi onmogelijke opdracht
maar de nieuwe start werd geboren
brak uit het ei
als een nieuwe morgen.
Ingrid Lenaerts
de eerste ....De eerste klaproos
op de staatberm knipoogt er
onopvallend stil.
Ingrid Lenaerts