een duif vliegt over
draait met weidse vleugelslag
rust nu op het dak
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
een schrijver
Hij weet die schrijver
Hij buigt het hoofd
Ingrid Lenaerts
amandelboom
De oude amandelboom
fluistert tussen zijn bittere bloesems
je hoort de stilte ze is innig roze
Zijn kale knoestige stam verbijt
de resten van vorige seizoenen
Zijn krachten zijn herboren
zoals een bron die opborrelt
uit de barre grond.
De andere bomen sterven
een toeristendood
op de bouwwerf spaanse villa's
de wind blaastzand weg
de touwen van de tijd
verloederen.
Ingrid Lenaerts
een nieuwe start
Met de moed der wanhoop
een nieuwe poging
om binnen de perken
de troost te vinden
die zo schaars gezaaid
bijna geen wortel schoot
in haar donkere denken .
Ze ging op weg
over hobbelige paden
en gevaarlijke diepten
tot de horizon waar het licht streepte
quasi onmogelijke opdracht
maar de nieuwe start werd geboren
brak uit het ei
als een nieuwe morgen.
Ingrid Lenaerts
de eerste ....
De eerste klaproos
op de staatberm knipoogt er
onopvallend stil.
Ingrid Lenaerts
mijn straat is geen straat meer
mijn straat is kapot gemaald
Ingrid Lenaerts
wonderbaar
Wonderbare golf
de glijbaan krult in water
tussen open lucht
Ingrid Lenaerts
verschil
Vraag het aan de nacht
die kent duisternis als geen ander
hij zal je alles vertellen
maar ik niet weet ik zeker
ik ben de dag in het zonnelicht
wit en helder hoop en leven
vraag het aan de tijd
hij kent het verschil.
Ingrid Lenaerts
licht en schaduw
Het licht flitste binnen
het ogenblik baarde een schokeffect
verblinding op de trappen
een openbaring
dan een spook met staart
in witte lakens
ik dacht niet meer
dat ik nog denken zou
ik snakte naar adem
alleen de stilte bleef hangen
de schaduw wisselde gedaanten.
ik stond er nog
beteuterd alsof ik hier ooit al was
en toch kende ik de traphal niet
vervreemding op sokken
een raar gevoel.
Ingrid Lenaerts
een stralende lach
Ingrid Lenaerts
doezelen
Een bruin doorbakken muur
daarop de helle zon
ik tel elke steen in de muur
ik verlies me in dagdromen
middenin het groen in bossen
een merel vliegt voorbij
ik zie een staalblauwe lucht
ik zie de westerschaduw
de kerktoren slaapt
in zijn stille loomheid
Ik volg zijn grote voorbeeld
het is veel te warm
om behoorlijk te denken
ik doezel maar ,zomaar.
Ingrid Lenaerts
afwezig de zon
regen klettert wild
Ingrid Lenaerts
gaai en ekster
Een Vlaamse gaai vecht
om een korst brood op de weg
een ekster rooft ze
Ingrid Lenaerts
balonnen
Op de trappen zit
een meisje met balonnen
plots verknalt haar droom.
Ingrid Lenaerts
even weg
Ingrid Lenaerts
de zomer was
De zomer was zonder einde
het huis op de spookberg gloeide
in het avondrood
we hoorden de nachtvogels fadderen
onze ramen stonden open
de geur van hars bereikte de kamers
de takken kraakten in hun skelet
de maan stond als een oranje bloem
in de nacht brak de stilte in de vijvers
kikkers kwaakten hun rockconcert
terwijl de heksen hun sabbat vierden
en wij hadden een wereld lief
tussen de lakens
zonder voorwaarden
Ingrid Lenaerts
feest
Het zwembad feest zijn sociëteit
van nieuwbakken snobs in burgerpak
even nippen aan champagneglas
bijhorende hapjes, pasjes en praatjes.
Dan het sorbet en barbecue
een nieuwe toast en dan de zwempartij.
met en zonder slip of BH
het scoort exentriek en tropical
dit glamourwaterbal
het is cool en flashy
Zo hoor je erbij bij de sociëteit
van poenscheppers en grootdoenerij
de outsider schudt meewarig het hoofd.
ze hebben het al weer bekokstoofd
andermans geld geroofd
Ingrid Lenaerts
weer regen
Regen roffelt luid
op het platte dak dat druipt
bij wat zonneschijn
Ingrid Lenaerts
wanneer
Wanneer Carmela alle lichamelijkheid ontkent
Geput uit een preutse erfenis die ze koestert
Want zij was van haar vader de ongewenste worp
Met horens en scherpe duivelsklauven
Door zijn lief bevestigd in de wilde vereniging
van man en vrouw die ze aanhoorde
Tussen de dunne muren van hun nachten
Kosmische orkanen van hete lijven die weerklonken
Wanneer zij nu tussen de lakens woelt
En zelfs haar verlangens niet in de rij kan houden
Ontsnappen wilde hengsten uit hun stallen
Op zoek naar de voldoening van vervlogen tijden
Wanneer Carmela de morgen ziet verschijnen
Bezweet en verward in haar zotte angsten
Wil ze dat de weids aarde openscheurt
En haar met deernis in haar diepten verbergt .
Ingrid Lenaerts
noodweer
Donkere wolken drijven jachtig aan
de hemel schijnt op aarde te hangen
het rommelt en roffelt in de oranje mist
net een stel heksen opweg met bezems
naar de zwarte sabbat die dreigt te klauwen
bliksemschichten doorkruisen de lucht
net de gifpijlen van een driftige God
Het begint te regenen bij bakken
de wind jaagt het water overal tussen
zelfs onder de ramen door binnenshuis
de aarde lijkt te vergaan
in deze waterlellende
hulp we verzuipen
Keer dit weer naar af
Ingrid Lenaerts

