afwezig de zon
regen klettert wild
Ingrid Lenaerts
afwezig de zon
gaai en eksterEen Vlaamse gaai vecht
om een korst brood op de weg
een ekster rooft ze
Ingrid Lenaerts
balonnenOp de trappen zit
een meisje met balonnen
plots verknalt haar droom.
Ingrid Lenaerts
even weg
de zomer wasDe zomer was zonder einde
het huis op de spookberg gloeide
in het avondrood
we hoorden de nachtvogels fadderen
onze ramen stonden open
de geur van hars bereikte de kamers
de takken kraakten in hun skelet
de maan stond als een oranje bloem
in de nacht brak de stilte in de vijvers
kikkers kwaakten hun rockconcert
terwijl de heksen hun sabbat vierden
en wij hadden een wereld lief
tussen de lakens
zonder voorwaarden
Ingrid Lenaerts
feestHet zwembad feest zijn sociëteit
van nieuwbakken snobs in burgerpak
even nippen aan champagneglas
bijhorende hapjes, pasjes en praatjes.
Dan het sorbet en barbecue
een nieuwe toast en dan de zwempartij.
met en zonder slip of BH
het scoort exentriek en tropical
dit glamourwaterbal
het is cool en flashy
Zo hoor je erbij bij de sociëteit
van poenscheppers en grootdoenerij
de outsider schudt meewarig het hoofd.
ze hebben het al weer bekokstoofd
andermans geld geroofd
Ingrid Lenaerts
weer regenRegen roffelt luid
op het platte dak dat druipt
bij wat zonneschijn
Ingrid Lenaerts
wanneerWanneer Carmela alle lichamelijkheid ontkent
Geput uit een preutse erfenis die ze koestert
Want zij was van haar vader de ongewenste worp
Met horens en scherpe duivelsklauven
Door zijn lief bevestigd in de wilde vereniging
van man en vrouw die ze aanhoorde
Tussen de dunne muren van hun nachten
Kosmische orkanen van hete lijven die weerklonken
Wanneer zij nu tussen de lakens woelt
En zelfs haar verlangens niet in de rij kan houden
Ontsnappen wilde hengsten uit hun stallen
Op zoek naar de voldoening van vervlogen tijden
Wanneer Carmela de morgen ziet verschijnen
Bezweet en verward in haar zotte angsten
Wil ze dat de weids aarde openscheurt
En haar met deernis in haar diepten verbergt .
Ingrid Lenaerts
noodweerDonkere wolken drijven jachtig aan
de hemel schijnt op aarde te hangen
het rommelt en roffelt in de oranje mist
net een stel heksen opweg met bezems
naar de zwarte sabbat die dreigt te klauwen
bliksemschichten doorkruisen de lucht
net de gifpijlen van een driftige God
Het begint te regenen bij bakken
de wind jaagt het water overal tussen
zelfs onder de ramen door binnenshuis
de aarde lijkt te vergaan
in deze waterlellende
hulp we verzuipen
Keer dit weer naar af
Ingrid Lenaerts
bankBank onder het raam
geniet volop van warmte
de schaduw nadert
Ingrid Lenaerts
de avond staartDe avond staart in het vijververdriet,
de hitte van de dag nam het leven
vissen in hun strijd tegen de dood
hapten onverzadigbaar de arme lucht
drijven nu omgekeerd dood op water.
de wind blijft in zijn hemelpaleizen
zelfs zijn kleinste gezant een briesje
blijft uit laat de lege stilte achter
die loodzwaar de waarheid draagt.
De avond staart in het vijververdriet
Ingrid Lenaerts
verstriktVerstrikt in angst
die loert als een rat
schichtig en hongerig
verliep de nacht
verdween elk lichtpunt
in een zwarte poel
de morgen bracht beslissing
die overgave dwong
ooit nog te ontwaken.
Ingrid Lenaerts
blauw
konijn in de maneschijnEen verdwaald jong konijn
vol wanhoop zoekt en zoekt
maar vindt zijn weg niet meer
het huilt dikke hete tranen
het zit vol hels verdriet
want het vindt zijn mama niet
de maan met haar gouden stralen
hoort het bange konijn klagen
toont al haar erbarmen
schijnt uit volle kracht
het licht in de nacht
op de weg naar de konijnenpijp
Het verdwaald konijn wuift
doet een vreugdesprong
en dankt de gouden maan
Zij die waakt over de nacht
sluit het konijn in haar grote hart
dat zijn thuis vond gezond en wel.
Ingrid Lenaerts
broodjes

noch woorden
zon en lichtZon en licht spelend
kruipt krols tussen de takken
spel van kat en muis
Ingrid Lenaerts
buitengrenzenliefste,
De tuin bloeit naar weelde
de gemeenschap bot meer en meer
de droom ziet de realiteit naderen
een gestroomlijnde gondel
tussen de kanalen van onze raakpunten
de buitenboord blijft mistig
de grenzen vaag
daar verliezen wij elkaar
in bange geheimen.
Ingrid Lenaerts