weer regen
Regen roffelt luid
op het platte dak dat druipt
bij wat zonneschijn
Ingrid Lenaerts
weer regenRegen roffelt luid
op het platte dak dat druipt
bij wat zonneschijn
Ingrid Lenaerts
wanneerWanneer Carmela alle lichamelijkheid ontkent
Geput uit een preutse erfenis die ze koestert
Want zij was van haar vader de ongewenste worp
Met horens en scherpe duivelsklauven
Door zijn lief bevestigd in de wilde vereniging
van man en vrouw die ze aanhoorde
Tussen de dunne muren van hun nachten
Kosmische orkanen van hete lijven die weerklonken
Wanneer zij nu tussen de lakens woelt
En zelfs haar verlangens niet in de rij kan houden
Ontsnappen wilde hengsten uit hun stallen
Op zoek naar de voldoening van vervlogen tijden
Wanneer Carmela de morgen ziet verschijnen
Bezweet en verward in haar zotte angsten
Wil ze dat de weids aarde openscheurt
En haar met deernis in haar diepten verbergt .
Ingrid Lenaerts
noodweerDonkere wolken drijven jachtig aan
de hemel schijnt op aarde te hangen
het rommelt en roffelt in de oranje mist
net een stel heksen opweg met bezems
naar de zwarte sabbat die dreigt te klauwen
bliksemschichten doorkruisen de lucht
net de gifpijlen van een driftige God
Het begint te regenen bij bakken
de wind jaagt het water overal tussen
zelfs onder de ramen door binnenshuis
de aarde lijkt te vergaan
in deze waterlellende
hulp we verzuipen
Keer dit weer naar af
Ingrid Lenaerts
bankBank onder het raam
geniet volop van warmte
de schaduw nadert
Ingrid Lenaerts
de avond staartDe avond staart in het vijververdriet,
de hitte van de dag nam het leven
vissen in hun strijd tegen de dood
hapten onverzadigbaar de arme lucht
drijven nu omgekeerd dood op water.
de wind blijft in zijn hemelpaleizen
zelfs zijn kleinste gezant een briesje
blijft uit laat de lege stilte achter
die loodzwaar de waarheid draagt.
De avond staart in het vijververdriet
Ingrid Lenaerts
verstriktVerstrikt in angst
die loert als een rat
schichtig en hongerig
verliep de nacht
verdween elk lichtpunt
in een zwarte poel
de morgen bracht beslissing
die overgave dwong
ooit nog te ontwaken.
Ingrid Lenaerts
blauw
konijn in de maneschijnEen verdwaald jong konijn
vol wanhoop zoekt en zoekt
maar vindt zijn weg niet meer
het huilt dikke hete tranen
het zit vol hels verdriet
want het vindt zijn mama niet
de maan met haar gouden stralen
hoort het bange konijn klagen
toont al haar erbarmen
schijnt uit volle kracht
het licht in de nacht
op de weg naar de konijnenpijp
Het verdwaald konijn wuift
doet een vreugdesprong
en dankt de gouden maan
Zij die waakt over de nacht
sluit het konijn in haar grote hart
dat zijn thuis vond gezond en wel.
Ingrid Lenaerts
broodjes

noch woorden
zon en lichtZon en licht spelend
kruipt krols tussen de takken
spel van kat en muis
Ingrid Lenaerts
buitengrenzenliefste,
De tuin bloeit naar weelde
de gemeenschap bot meer en meer
de droom ziet de realiteit naderen
een gestroomlijnde gondel
tussen de kanalen van onze raakpunten
de buitenboord blijft mistig
de grenzen vaag
daar verliezen wij elkaar
in bange geheimen.
Ingrid Lenaerts
een armvol
de muur
pretpakket
Oma's verjaardag
boter op je hoofdOp mijn hoofd
is de boter gesmolten
de schuldgevoelens heb ik
verkocht
per opbod
om morgen weer
de zon te zien opgaan
te fluiten als een vrije vogel
tussen de takken van de beukenhaag.
Ik heb de last afgeschud
zolas een koppige ezel
die niet meer wil
onderdrukt worden
Ik wil nooit meer
boter op het hoofd.
De bakker kan ze beter
gebruiken ,die boter.
Ingrid Lenaerts
huize EntveldeZelfs al ben je me niet meer nabij
Je haard brandt nog in gedachten
Je podium bleef Entvelde
Het theater van een verre verleden
Nu nog de bron van kristalklanken
Het geluk als een fontein zuiver water
Een dag onder de pannen
de oude zolder hield me in zijn greep.
De baljurken of wat we dachten
slingerden over de zolderse catwalk
Huis van alles of niets
je hebt me nog steeds in je macht
Ingrid Lenaerts