Carnavalsdag
Een grauwe omnipotente lucht
zwaar van waterzon en sneeuwbuien
alsof bazuinende engelen
het laatste oordeel aankondigen
de velden doornat in hun landschap
her en der hazelaars in de wind
met de eerste genomeerde trossenkatjes
schril contrast tussen beginnend leven
en winterse stilte die vastzit tussen de bomen
Carnavaleske taferelen van rillende boerenmeiden
met grote broden en hespen op de wagens
Prinsen met pluimen op hun hoed
verkopen zich als heersers van één dag
het volk danst op marsmuziek
dat ons versleten in de oren klinkt
Achter deze manifestatie rijdt het gezag
van Limburgse steden en gemeenten
want dit jaar worden de stemmen uitgebracht
voor een betere wereld van brood en spelen.
Ingrid Lenaerts

