Haar verlebberd gezicht spreekt
van zuivere pokertaal de essentie
niet voor vertaling vatbaar
kent zij meerdere geheimen
bedisseld tussen zwart satijnen lakens
Ze wil er nog altijd bij zijn
als uitgebluste firts lady
een beetje cultuur
glazuur op een heet verleden
Ze wil nog scoren in de latere wals
met het mondaine leven
tot de hoogste prijs
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
boodschap

schaatsen
Als een ijsballerina schaatst ze
over de baan die koude wasemt
Ik hoor haar schrapen in de bochten
ze wuift me lachend toe
terwijl ik dromend toekijk
He, afwezige oma salueert ze me
in een volgende rondje
"Je ziet nu dat wat ik kan " roept ze
ze draait een pirouette als een windhaan
ze verwijnt in de windingen
van haar eigen lichaam
en alweer schiet ze weg
een voorbijflitsende jonge vogel
met een rode wipneus
en de sjaal die haar gestroomlijnd volgt
Als ijsballerina schaatst ze
mijn herinnering binnen die dag.
Ingrid Lenaerts
badeend
Ingrid Lenaerts
eenvoud
Eenvoud
dagdagelijks het licht
de zon niet te vergeten
haar warmte op mijn rug
in de schaduw
onder de grote linde
hoe het park te zien
de vijver en de eenden
de taferelen drijven voorbij
op de rimpeling van hun tijd
eenvoud eenmaal andermaal
wordt gewoon herinnering
verankerd goed
Ingrid Lenaerts
nest
Nesten
waar vogels thuis zijn
zacht als dons
broedplaats voor het ei
het koppel en zijn jongen
tot de laatste uit het nest vliegt
dan het lege nest
het warme nest
waarin ik als kind
mijn hebben en houden vond
mijn onderdak
tot het grote afscheid
alweer een nest teveel
zegt mijn moeder
tot haar grote spijt.
terwijl ze over boord kijkt
vanuit haar hoge boom
Ingrid Lenaerts
thuis zijn
Thuis zijn zegt het beeld
in mijn lange mantel met rode strepen
als de vrouw van Rik
naast de bedouïnentent in terra cotta
die kaarsen brandt
het portret van tante Xenia dat afbladert
de stenen ganzen die niet snateren
en de bewoners van dit huis
in gedachten verzonken
aan hun nieuwe thuis
met vele vragen
waar wanneer en hoe.
Ingrid Lenaerts
schoorsteen
Achteraan het huis
verdoken en ver uit het straatzicht
rookt de schoorsteen
zijn witte pijp
bij blauwe lucht
nu het vriest en kraakt
treurt hij bij regenweer
laat zijn adem neerslaan
roeterig walmen in de wind
Zijn zwarte gedachten
zijn vettig beklijvend.
Ingrid Lenaerts
idylle
Thuis zijn zegt het beeld
in mijn lange mantel met rode strepen
als de vrouw van Rik
naast de bedouïnentent in terra cotta
die kaarsen brandt
het portret van tante Xenia dat afbladert
de stenen ganzen die niet snateren
en de bewoners van dit huis
in gedachten verzonken
aan hun nieuwe thuis
met vele vragen
waar wanneer en hoe.
Ingrid Lenaerts
dans
We zwieren op staccato
muziek vervoert onze lichamen
als stervelingen blokkeren we
Ingrid Lenaerts
boomkruinen
Boomkruinen kreunen
bij zware wind hun moeheid
wachten op zuurstof
het lengen der dagen
omkeerbaar de winterslaap
leven in de stam.
Ingrid Lenaerts
zijn taalkoorts de verzoeking
Zijn taalkoorts ijlt in zijn lijf
lijdt teveel aan vrouwelijkheid
te zacht te innemend of te week
hij moet zijn taal spieren geven
de ballen van de hengst
die de merrie mint onvoorwaardelijk
niet dat slappe thee gedoe
de twijfel en de angst
hij zal haar dooreen schudden
met de cymbalen naast het oor
de taal der verwonding
de korsten op zijn ware ego
Zal hij dan tevreden zijn
de criticus met de gouden pen
die slechts snep is voor het begrip
van de dichter en zijn dochter
van de taalkoorts die in hen rondwaart
als de gesel der flagellanten?
Aan mode heeft hij het land
gooit spieren ballen en hengsten door het raam
kruipt weer in zijn alterego
tevreden als een spinnende kat
Ingrid Lenaerts
wie de grootste is
Het land kan niet praten met het bos
tussenin ligt de rivier die twist zaait
eens bezet ze het land dan tergt ze het bos
ofwel met nattigheid of droogte
ze is oppermachtig in haar heerschappij
en verknecht haar buren
zij deelt de lakens uit
zelfs het rampenplan kan haar verdommen
Wat doe je met zo'n koppig kind
dat een pact sluit met de weermaker
die haar op zijn beurt verkracht?
Lijdzaam toezien wie de grootste is.
Ingrid Lenaerts
Hier zal men deze avond spelen
Ik hoor hier niet bij
die zichzelf verzadigt
en geen schroom kent
Ingrid Lenaerts
winterdag
Op die winterdag
dronken we samen glüwein
hartverwarmend stil
Vetganzen -driehoek
snaterde luid geheimtaal
kou zakte hierheen.
Ingrid Lenaerts
Zo stuurden ze hem op pad
Sinds jaren blijft hij paraat
Ingrid Lenaerts
Ijskoude wintervrouw
grieft haar scherpe verwijten
in gipsen woorden
witgekalkt tegen mijn verdriet
dat zich niet kennen laat
maar aanwezig is in mijn hart
dit sinds mijn jeugdjaren
Deze wintervrouw bedruipt me
als een ijskegel
soms als azijn bijtend en blijvend
in mijn binnenkamers
Ingrid Lenaerts
held
Van het plebs uit de "Weke"
de volksbuurt van Aksen
met een hart voor warmte
droeg hij zijn naam Stropersbroere
sinds generaties.
Hij schaamde zich niet
een zoon van het volk te zijn
hij was een man met burgerzin
ondanks het feit dat stropen
voorgeschiedenis was
Alleen enkele kakkerige burgertrutten
speelzuchtig licht bevonden
brandmerkten hem als een afstammeling van...
tot hij hen uit een zinkende wagen trok
hen van een gewisse dood redde
De moraal en het toeval,
het zal je kind maar wezen..
Ingrid Lenaerts
ijsmorgen
Een ijsmorgen ontspringt
op de berghelling stoken nachtgeesten
hun laatse adem warm verdampend in mist
die schittert in de zon
De ijskegels aan het zadeldak schitteren
de zon verblindt de aarde
met wit en blauw alsof zij ons beloften doet
maar het lijkt een tijdsgeleide voor koude voeten
en rode neuzen
het feest moeten we zelf maken
dat van de warmte in de wanten en in de wollen sokken
een stevige heildronk die ons innerlijk warmt
en laat de kou dan maar buiten onze lichamen
wij zijn gewapend.
Ingrid Lenaerts
Rond Kerstmis
We werden weer herinnerd aan het oude verhaal
het kerstgebeuren dat zich telkens herhaalt
en er toch elk jaar springlevend staat
met een stal en een kribbe
Jozef Maria en Jezus
een os en ezel een ster met staart
herders en schapen driekoningen
een kerstboom hulst en marentak
een boodschap van vrede
en telkens willen wij dat feest bestendigen
als onafscheidbaar van december
als een wens een boodschap een droom
niet om zo maar op te bergen
in de rommeldoos daar waar het in verdwijnt
quasi één jaar lang.
Het kerstverhaal beklijft het collectief geheugen
van onze historie en dat is een troost.
Ingrid Lenaerts

