Wij trappen op al zijn herinneringen
Ingrid Lenaerts


parlando met oud en nieuwBen jij daar aan de deur nieuwjaar?
Ik weet dat je trappelt van ongeduld
Oudjaar heeft zijn taak nog niet volbracht
hij moet nog één dag blijven
voordat wij hem feestleijk uiwuiven
met veel gedruis en jolijt
aan een lekkere dis
et ditjes en nog veel meer datjes
met onze zwierigste kleren aan
de danspasjes en de heildronk
en dan kan de oud -gediende gaan
daar waar nij nooit van terugkeert
het verleden
dan mag jij binnen
met al je voorspoed en je wensen
ook de grillen en de nukken
die zal zul je niet verbergen
Nog even geduld nieuwjaar
je moet diet dringen, je komt er
overal zomaar in.
Kom oudjaar ik zal je troosten
nog heel even.
Ingrid Lenaerts
vuurwerkVuurwerkop de valreep
van het oude jaar
dat weer een nieuw opdiept uit de tijd
dat klimt als een paddenstoel uit de grond
glinsterend knalt het breed open
als een waaier in lichtpunten
coloriet
deint uit naar oneindig
verdwijnt in de duisternis
en wij toasten op deze herhaling
soms draag ik weemoed mee
in dat champagneglas
dat weer het onbekende
voor ons uitrolt.
de vreemde mijlpalen in leven
die we niet ontlopen.
Ingrid Lenaerts
sprookjesengel voor een alter ego.Hij woont althans op aarde
hoewel men hem een engel noemt
Draagt de zon als schittering
in zijn diepblauwe ogen
de zomer vol grote beloften
de winter met de vlammen in de haard
buiten sneeuw en ijs
Je zou wel een tikkeltje jaloersheid kunnen voelen
mocht je hem ontmoeten
Ik kan je ook verklappen
dat hij de neus heeft van een griekse god
de lippen van een milde zoener
wangen van blozende gezondheid
Hoge bloeddruk staat niet in zijn palmares
dit terzake gezegd
Maar hij leert klapwieken
met zijn sneeuwwitte vleugels
die hij goed verborgen houdt
voor zijn medemensen
ik zag ze zitten onder het bed
Ik wil mijn engel niet kwijt
ik hou van hem en dat heel veel
Daarom heb ik hem kortgewiekt
Zijn gouden kooi staat klaar.
Ingrid Lenaerts

Haar verlebberd gezicht spreekt
van zuivere pokertaal de essentie
niet voor vertaling vatbaar
kent zij meerdere geheimen
bedisseld tussen zwart satijnen lakens
Ze wil er nog altijd bij zijn
als uitgebluste firts lady
een beetje cultuur
glazuur op een heet verleden
Ze wil nog scoren in de latere wals
met het mondaine leven
tot de hoogste prijs
Ingrid Lenaerts
boodschap
schaatsenAls een ijsballerina schaatst ze
over de baan die koude wasemt
Ik hoor haar schrapen in de bochten
ze wuift me lachend toe
terwijl ik dromend toekijk
He, afwezige oma salueert ze me
in een volgende rondje
"Je ziet nu dat wat ik kan " roept ze
ze draait een pirouette als een windhaan
ze verwijnt in de windingen
van haar eigen lichaam
en alweer schiet ze weg
een voorbijflitsende jonge vogel
met een rode wipneus
en de sjaal die haar gestroomlijnd volgt
Als ijsballerina schaatst ze
mijn herinnering binnen die dag.
Ingrid Lenaerts
badeend
eenvoudEenvoud
dagdagelijks het licht
de zon niet te vergeten
haar warmte op mijn rug
in de schaduw
onder de grote linde
hoe het park te zien
de vijver en de eenden
de taferelen drijven voorbij
op de rimpeling van hun tijd
eenvoud eenmaal andermaal
wordt gewoon herinnering
verankerd goed
Ingrid Lenaerts
nestNesten
waar vogels thuis zijn
zacht als dons
broedplaats voor het ei
het koppel en zijn jongen
tot de laatste uit het nest vliegt
dan het lege nest
het warme nest
waarin ik als kind
mijn hebben en houden vond
mijn onderdak
tot het grote afscheid
alweer een nest teveel
zegt mijn moeder
tot haar grote spijt.
terwijl ze over boord kijkt
vanuit haar hoge boom
Ingrid Lenaerts
thuis zijnThuis zijn zegt het beeld
in mijn lange mantel met rode strepen
als de vrouw van Rik
naast de bedouïnentent in terra cotta
die kaarsen brandt
het portret van tante Xenia dat afbladert
de stenen ganzen die niet snateren
en de bewoners van dit huis
in gedachten verzonken
aan hun nieuwe thuis
met vele vragen
waar wanneer en hoe.
Ingrid Lenaerts
schoorsteenAchteraan het huis
verdoken en ver uit het straatzicht
rookt de schoorsteen
zijn witte pijp
bij blauwe lucht
nu het vriest en kraakt
treurt hij bij regenweer
laat zijn adem neerslaan
roeterig walmen in de wind
Zijn zwarte gedachten
zijn vettig beklijvend.
Ingrid Lenaerts
idylleThuis zijn zegt het beeld
in mijn lange mantel met rode strepen
als de vrouw van Rik
naast de bedouïnentent in terra cotta
die kaarsen brandt
het portret van tante Xenia dat afbladert
de stenen ganzen die niet snateren
en de bewoners van dit huis
in gedachten verzonken
aan hun nieuwe thuis
met vele vragen
waar wanneer en hoe.
Ingrid Lenaerts
dans
boomkruinenBoomkruinen kreunen
bij zware wind hun moeheid
wachten op zuurstof
het lengen der dagen
omkeerbaar de winterslaap
leven in de stam.
Ingrid Lenaerts
zijn taalkoorts de verzoekingZijn taalkoorts ijlt in zijn lijf
lijdt teveel aan vrouwelijkheid
te zacht te innemend of te week
hij moet zijn taal spieren geven
de ballen van de hengst
die de merrie mint onvoorwaardelijk
niet dat slappe thee gedoe
de twijfel en de angst
hij zal haar dooreen schudden
met de cymbalen naast het oor
de taal der verwonding
de korsten op zijn ware ego
Zal hij dan tevreden zijn
de criticus met de gouden pen
die slechts snep is voor het begrip
van de dichter en zijn dochter
van de taalkoorts die in hen rondwaart
als de gesel der flagellanten?
Aan mode heeft hij het land
gooit spieren ballen en hengsten door het raam
kruipt weer in zijn alterego
tevreden als een spinnende kat
Ingrid Lenaerts
wie de grootste isHet land kan niet praten met het bos
tussenin ligt de rivier die twist zaait
eens bezet ze het land dan tergt ze het bos
ofwel met nattigheid of droogte
ze is oppermachtig in haar heerschappij
en verknecht haar buren
zij deelt de lakens uit
zelfs het rampenplan kan haar verdommen
Wat doe je met zo'n koppig kind
dat een pact sluit met de weermaker
die haar op zijn beurt verkracht?
Lijdzaam toezien wie de grootste is.
Ingrid Lenaerts

winterdagOp die winterdag
dronken we samen glüwein
hartverwarmend stil
Vetganzen -driehoek
snaterde luid geheimtaal
kou zakte hierheen.
Ingrid Lenaerts