Naar de inhoud

Jancha's verhaaltjes.

Kinderverhaaltjes
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 november 2007 tot 30 november 2007

De tweeling.

Ik heet Sonja en ben zes jaar oud. Mijn zusje heet Nola en zij is ook zes jaar oud. Wij zijn een tweeling. Eigenlijk heel gek, als ik in de spiegel kijk, dan zie ik Nola. Wij zien er precies het zelfde uit, alleen ik heb een klein moedervlekje op mijn voet. Toen wij klein waren vond ik het wel leuk om een tweeling te zijn. Iedereen keek naar ons en we kregen meestal wel snoepjes en ze vonden ons heel lief.

Maar nu vind ik het helemaal niet leuk meer. Mijn zusje is helemaal niet aardig tegen mij! Toen wij nog klein waren wilde zij altijd spelen met iets waar ik net mee aan het spelen was. Dat vond ik niet altijd leuk maar ik gaf het dan ook maar aan haar. Maar nu ik naar school ga is het anders. Altijd als ik weer eens een vriendinnetje heb probeert zij die af te pakken en het lukt haar meestal ook. We zitten op school naast elkaar. Als we dan een taallesje moeten maken ; dan pakt ze snel mijn lesje af waar ik zo mijn best op heb gedaan en geeft ze haar lesje wat helemaal niet goed is aan mij. Ik heb wel eens iets aan mama of papa verteld maar dan vind ik mij zelf een klikspaan dus doe ik dat maar niet meer.

Op een dag liepen wij van school naar huis en hoorde wij een zielig miauwen. Snel ging ik kijken. Een klein poesje was in het water gevallen; ik pakte haar snel want het lag mooi aan de kant te spartelen en zo kon ik haar mooi redden. Snel pakte Nola het poesje van mij af. Hard lopend liep ze er mee naar huis. Thuis gekomen riep ze: “Mama, ik heb een poesje uit het water gered. Mag ik het houden?” “Kind toch” zei mama, “wat ben je toch een flink meisje. Je mag het poesje houden en het is nu van jou”. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen maar ik wilde niet huilen. Ik wilde ook flink zijn! Op een dag toen wij naar school liepen was zij mij weer zo aan het plagen. Ik mocht niet meer met het poesje spelen. Huilend liep ik weg. Ik had zo veel tranen in mijn ogen, dat ik niet zag dat er een auto aan kwam. Ik hoorde Nola nog gillen en roepen: “Sonja kijk uit!” maar het was al te laat. Daarna voelde ik niets meer. Ik werd weer wakker in het ziekenhuis en zag mama en papa met Nola staan. Wat zagen zij wit! De dokter had op een foto gezien dat mijn been gebroken was. Daarom moest er gips om heen. Ik had ook hoofdpijn en daarom moest ik een week in het ziekenhuis blijven. Ik vond het wel niet zo leuk, maar ik dacht wel: “Hier kan Nola mij niet meer plagen”. De andere dag kwamen mama, papa en Nola mij bezoeken. En wat ik zag: Nola helemaal in tranen. Snikkend zei ze: Ïk heb alles verteld want ik heb er zo’n spijt van. Ik zal je nooit meer zo plagen”. Mama en papa waren heel verbaasd geweest. Dat Nola wel plagen kon dat wisten ze, maar dat het zo’n plaaggeest was dat wisten ze niet! De dokter die ook alles gehoord had zei: “Het is ook een beetje je eigen schuld, je moet leren om voor jezelf op te komen en niet alles goed vinden. Wil je dat onthouden Sonja?” En of ik dat wilde. Nola zei: “Nu gaat alles anders worden, dat beloof ik”. Na een weekje mocht ik naar huis en kreeg allemaal mooie cadeautjes. Het was wel een beetje moeilijk om met mijn been in gips te lopen, maar Nola was de eerste die mij hielp. Na een poos mocht het gips er af. We spelen nu samen met de vriendinnetjes en het poesje is van ons allebei. Nu vind ik het weer fijn om een tweeling te zijn. Nola is nu mijn liefste zusje, mijn grootste vriendin en we kunnen heerlijk samen spelen.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Paniek bij de zwarte pieten.

“Het boek van Sint-Nicolaas is gestolen!” riep de regelpiet.”Ik kan het nergens meer vinden”.”Wat erg!” riep de kleinste piet. “Wat vervelend nu!” riep de regelpiet. “Ik heb het echt goed opgeborgen. Ik snap er niets van. We moeten het aan Sint-Nicolaas vertellen. Wat zal hij dat erg vinden”! En zo gingen ze allemaal naar Sint Nicolaas om de slechte boodschap te vertellen. Sint Nicolaas schrok daar ook wel even van. “Ik kan dat boek niet missen, dat weten jullie”.”Kunnen we de speurclub van vier niet om hulp vragen?” vroeg de denkpiet. “Ja dat is een goed idee. Dat gaan we doen” zei Sint Nicolaas. En zo ging bij Micha de telefoon. Snel nam hij op. Vol verbazing hoorde hij het verhaal van de regelpiet aan.”Natuurlijk wil ik mijn best doen om het boek zo snel mogelijk te vinden”. Want dit was een ramp voor Sint Nicolaas en ook voor de kinderen. “Wij gaan onmiddellijk aan de slag om het boek op te sporen”. Vlug telefoneerde hij de clubgenoten Koen, Sonja en Nina. Snel kwamen ze bij elkaar en bedachten een manier om de dief op te sporen. “We vragen eerst de kinderen uit de buurt of zij iets verdachts gezien hebben” zei Micha. “Wacht eens!” zei Nina. “Nu we het er zo over hebben: het is mij de laatste tijd opgevallen dat Kees zo vreemd doet! Er moet iemand belang bij hebben om het boek te stelen. En Kees haalt allerlei kattenkwaad uit en plaagt veel mensen en kleine kinderen. En als ik zeg dat hij zo niets van Sint Nicolaas krijgt, lacht hij mij uit en zegt dat hij het grootste cadeau krijgt“. “Dat is vreemd” zei Micha. “Ik ga eens op de computer kijken of het boek soms te koop aangeboden wordt aan kinderen die ook niet al te braaf geweest zijn. En Koen, speur jij eens wat rond het huis van Kees”. En wat zag Koen daar? In een schuurtje bij het huis zat Kees met rode oren van spanning in het boek van Sinterklaas te lezen. Snel rende Koen naar Micha. “Ik heb het gezien, Kees zit in de schuur bij hem thuis in het boek te lezen”. “Dat klopt” zei Micha. “Ik heb ook gezien dat hij het te koop aanbiedt. Sonja en Nina, schrijven jullie samen een brief en zeg daarin dat hij het boek onmiddellijk bij ons moet bezorgen, omdat wij anders naar de politie gaan. Geef die morgen aan Kees op school!” Toen het ‘s avonds donker werd sloop Kees met het boek mooi ingepakt naar het huis van Micha, belde aan en liep toen snel weg. Micha vond het direct, want hij had wel gedacht dat het zo zou gaan en zo kwam het boek tot grote blijdschap van Sinterklaas en de pieten weer netjes terug waar het hoorde. En denken jullie nu dat Kees een groot cadeau kreeg? Hij kreeg helemaal niets! “Dat is zijn verdiende loon” vond Sint Nicolaas. ”Zo is het” vonden de pieten.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Jancha's verhaaltjes.

↑ Terug naar de berichten