Naar de inhoud

Jancha's verhaaltjes.

Kinderverhaaltjes
akke.beakke.be

Archief

Ans en Bruno!

De andere morgen werd Ans wakker. Ze voelde iets wat erg zwaar en warm was en tegen haar aanlag. Slaperig keek ze er naar. Dat was Bruno de hond, die haar de hele nacht warm gehouden had. "Zo" klonk een krakende stem, "ben je eindelijk wakker?" Ans keek naar de oude vrouw die in een hoekje op een stoel zat. "Ik heb honger" zei Ans. "Ja, en je denkt zeker dat ik het eten zo kan oprapen. Nou, mooi niet! Hier heb je een stuk brood." Ze gooide het naar Ans. Vlug pakte Ans het en gaf de helft aan Bruno, die het smakkend op at. "Je komt maar eens uit bed" zei de oude vrouw. "Ik ga wat water halen en jij kan beginnen om eens wat op te ruimen." En ze ging de deur uit. Maar ze had er geen erg in dat de deur een beetje open stond. "Ik loop hier ook weg" dacht Ans. En snel stond zij op en griste haar schoenen van de grond. Zonder nog ergens naar te kijken rende zij de deur uit. Bruno, die alles gezien had, rende mee. Zo hard zij kon liep ze. Net zo lang tot ze niet meer kon en hijgend stil stond en omkeek. Nee, niemand had haar gevolgd. "O Bruno! Dat je met mij meegegaan bent, dat vind ik lief van je. Maar wat moeten we nu? We zitten midden in een bos. Ik weet hier de weg niet." Met zijn kop scheef keek Bruno haar aan en blafte zacht. "We gaan maar weer wat verder lopen. We moeten zo ver mogelijk bij die oude vrouw vandaan zijn." En zo liepen ze samen door, Bruno vlak naast haar als of hij op haar moest passen. Na lang lopen konden ze niet meer. "We gaan daar bij die boom zitten." Het duurde niet lang of ze vielen in slaap. Het was al donker toen ze wakker schrokken van een zware stem. "Wat moeten jullie hier in de nacht?" Verbaasd keken ze op. "Het is de boom die begint te praten, Bruno. Kijk maar." De haren van Bruno stonden recht op zijn rug van schrik. De boom schudde zijn bladeren eens. "Ja, ik vraag mij af wat jullie hier om deze tijd in het bos doen. Het is gevaarlijk. Ik voel aan mijn wortels dat er een orkaan aan komt." "Dat kan niet" zei Ans,"die komen hier niet." "Zo, denk jij dat je het beter weet? Jij bent nog een kind. Ik ben oud, dus ik weet het beter." Nors keek Ans naar de boom. "Ik geloof dat jij heel eigenwijs bent. Je moet nog leren goed na te denken en naar ouderen te luisteren" mopperde de boom. "Ja hoor eens" zei Ans "het is nog veel te donker. Ik ga nog wat slapen."  Woest schudde de boom zijn bladeren, wat een dom kind was dat! Maar toch kon de boom het niet laten om er steeds maar aan te denken  hoe dat tweetal veilig uit bos te krijgen. 

Wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

 

. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Even was de wereld wit.

Even was de wereld wit

 

Even was de wereld wit

Met een satijnen deken

Van fijne draden gesponnen.

Was in de nacht begonnen.

 

Koning vorst liet zijn adem gaan

Over daken en velden

Die er spierwit bij kwamen te staan

En kwam de sneeuw aanmelden.

 

En in de vroege morgen

Liet de natuur zich gaan

Toen de zon haar stralen

Als een glinstering neer deed dalen.

 

De takken in de bomen

Leken wel kristal.

Het vee werd van het veld gehaald

Voor beschutting in de stal.

 

En met tranen in de ogen

Door de meedogenloze wind

Kijk ik naar die schoonheid

Waarin ik mij bevind.

 

shadow

 

 

 

 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

De boswachter.

Woest trok de wind aan de takken en bladeren van de boom.   Met alle kracht hield hij zich vast in de grond. O.., dat kind en de hond liggen daar nog te slapen. Ik moet ze wakker maken, het wordt gevaarlijk! Voorzichtig probeerde de boom een kleine tak precies naast hun te gooien. Bruno schrok er wakker van..Angstig hoorde hij de wind loeien, vlug likte hij in het gezicht van Ans. "Bruno, niet doen!" mompelde zij, maar Bruno hield niet op en begon zacht te huilen. Daar werd Ans goed wakker. "Wat is dat voor een lawaai?" riep ze. "Kind sta op!" riep de boom, "de orkaan komt er aan! Het is gevaarlijk voor jullie hier! Probeer zo snel mogelijk om hoog te lopen. Steeds rechtuit gaan, dan kom je op een gegeven moment bij het huis van de boswachter. Maar zo snel als je kunt, want er komt ook veel regen." Nu werd Ans toch wel erg bang. "Kom Bruno, vlug, we moeten hier weg." O wat ging dat moeilijk, omhoog lopen, de wind die aan alle kanten aan hen trok. Bruno bleef vlak naast haar lopen alsof hij haar wilde beschermen. Daar kwam de regen ook al. Al snel waren ze helemaal doorweekt. Het was net of de wind steeds harder ging waaien. Ze konden er bijna niet meer tegen in gaan. Aan alles wat ze tegen kwamen probeerden ze zich vast te houden. Moeizaam kwamen ze steeds een stapje verder. Naast hen en overal om hen heen vielen er takken met veel geraas naar beneden. Huilend snikte Ans: "We vinden het huis niet!" maar Bruno liep toen blaffend voor haar uit alsof hij wilde zeggen: "Kom! Volhouden!" Maar wat werd ze moe! Ze kon niet meer. De wind was te sterk voor haar. Langzaam liet zij zich op de grond vallen, en haar ogen vielen dicht. Zacht huilend snuffelde Bruno aan haar. Toen begon hij te rennen. Hijgend liep hij tot hij in de verte een licht zag. Daar bij de deur begon hij hard te krabben en te blaffen. Binnen werd het gehoord. "Wat is dat nu?" riep de boswachter en deed de deur open. "Een hond!" riep hij verbaasd. "En wat is dat beest nat! Kom maar binnen" zei hij, maar dat wilde Bruno niet. Opeens begreep de boswachter hem. "O, je wilt dat ik mee ga. Wacht, mijn jas." en al snel liep hij achter de hond aan.Wat lag daar in de verte? Eindelijk zag hij iets, het leek wel een kind. Zo snel hij kon rende hij er heen. Vlug trok hij zijn jas uit, pakte Ans op en wikkelde haar in zijn jas. Zo snel mogelijk liepen ze weer naar zijn huis. Daar aangekomen zette hij Ans in een stoel en gaf haar iets warms te drinken. Langzaam begon Ans weer wat bij te komen. "Wat doen jullie in hemelsnaam buiten in dit weer?" Maar antwoorden kon Ans niet. Ze was nog zo moe en ze schaamde zich nu wel heel erg. De boswachter  zag wel dat ze het heel moelijk had. "Nu, hier zijn jullie veilig dus ga voorlopig maar wat slapen. Dan hoor ik het morgen wel." Hij krabde zich eens achter zijn oor, want vreemd vond hij het allemaal wel.

 

Wordt vervolgd.
Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Bij een wandeling in een bos.

Bij een wandeling in het bos

Zag ik iets glinsteren in het mos.

Het was een elfje, klein en teer.

Het leefde haast niet meer.

 

Ik nam het op mijn hand

En streelde zacht haar vleugeltjes.

Een traan ontstond spontaan.

Met verdrietige blik keek zij mij aan.
 

Ze zei: "Ik ben niet mooi en knap!

Men wilde snel weer van mij af.

Ik kan zelfs niet toveren.

Aan mij heeft niemand dan wat aan.

 

Ik keek het aan en zei:

"Lief elfje wees weer blij!

Je was niet nutteloos, je had een taak:

Je hebt mij gelukkig gemaakt. 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Bruno.

Bruno

 

"Wat hoor ik toch?" zei de vrouw van de boswachter. "Ik ga eens even kijken. Dat is vast het meisje met de hond, die wakker geworden is."  Maar nee, het was de hond. Wat is er Bruno? Waarom huil je zo?"  Zachtjes aaide zij hem over zijn kop. O, wat voelde dat warm aan en wat een droge neus. "Je bent ziek, arm dier. Ik ga vlug mijn man roepen," dacht ze. Daar werd Ans ook wakker. "Wat is er?" vroeg ze nog half slaperig. "Bruno is ziek, ik ga vlug even de boswachter roepen." Wat schrok Ans! Vlug boog ze zich naar Bruno toe. Die keek haar zielig aan en rilde van de koorts. "O Bruno je mag niet zo ziek zijn, dat wil ik niet!"  Daar kwam de boswachter al aan. "Ga eens wat opzij meisje, zodat ik eens goed naar de hond kan kijken. Ik zie het al, daar moet een dokter bij komen. De hond is erg ziek. Wacht, even een deken over hem heen en dan ga ik snel de dierenarts halen." Huilend en vol angst keek Ans de vrouw aan. "Het is mijn schuld, ik had niet weg moeten lopen. Wat moet ik beginnen als er iets met Bruno gebeurt?". "Ach kind toch, huil niet zo. Vertel mij nu eens wat er allemaal gebeurd is," vroeg de vrouw vriendelijk. En toen begon Ans alles te vertellen, over mama en papa en hoe lastig zij altijd geweest was. En hoe zij weer weggelopen was uit het internaat. "Ja" antwoordde de vrouw "er is heel wat gebeurd." En na enig nadenken zei ze: "We gaan eerst je ouders en de school waarschuwen dat je veilig hier bent. Dan wachten we de dierenarts af. We drinken een kopje thee, dan wordt je weer een beetje rustig. "Ja, maar Bruno" snikte Ans "Hij is zo lief en ik vind het zo zielig!" Daar hoorde ze de auto al en daar kwam de boswachter met de dokter al binnen. Snel werd Bruno bekeken. "Ja, dat is een longontsteking. Hij heeft een fikse kou gepakt. Ik moet hem mee nemen. Het beste is hij nu bij mij, dan neem ik foto’s van zijn longen en krijgt hij de nodige medicijnen." "Kan ik dan mee?" vroeg Ans. "Nee, kinderen kunnen wij daar niet bij gebruiken. Is de hond van jou?" En toen vertelde zij ook hoe Bruno met haar meegelopen was, en hoe hij haar gered en beschermd had. "Ja, zo zie je maar hoe een beest zijn eigen baas kiest. En waar hij geweest is heeft hij het ook niet al te best gehad. Ja, ik merk wel dat jullie veel van elkaar houden. Ik neem hem nu snel mee en morgen moeten jullie maar komen om te kijken hoe het gaat. Ik denk dat hij na een week al weer aardig opgeknapt is."  Daar ging de telefoon. "Kom eens meisje, hier zijn je ouders, die willen je graag horen" zei de boswachter.  Ja dat wilde Ans ook. Veel traantjes kwamen er nog, maar mama wilde dolgraag dat zij weer naar huis kwam. En Bruno mocht mee komen en bij hen wonen. "Ik ben veranderd" zei Ans "Jullie zullen het zien." En gelukkig was Bruno na een week weer zover opgeknapt dat hij ook mee kon toen haar ouders haar kwamen halen. En Ans was het meisje geworden zoals haar ouders dat zo graag wilden. En als je Ans zag, dan was Bruno er ook: twee trouwe kameraden.
Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Kleine paddestoel.

Kleine paddestoel

 

Hé kleine paddestoel

daar in het donkere bos.

Zo helemaal weggedoken

in het donkere mos.

 

Is het waar wat men hier vertelt,

dat hier de kabouters wonen?

Want ik sta wel wat versteld:

waarom kan men ze dan niet horen?

 

Ze zeggen dat jij hun huisje bent.

Ik ga er dan van uit dat je ze kent!

Zijn het echt van die dikke mannetjes

Met buikjes als ronde kannetjes?

 

En dat ze 's avonds als je slaapt

zij je huisje dan weer netjes maakt?

En dat wanneer je hen kan zien,

je een wens mag doen misschien?

 

Dus als ze dan toch echt bestaan

en in je huisje wonen.

Vraag dan eens a.u.b

of ze zich eens willen tonen

 

Shadow.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Een dom schaap.

Een dom schaap.

 

 

Hallo, ik ben een schaap. En ik vind: niet zo'n gewoon schaap. Nu vragen jullie: "Waarom ben je dat dan niet?" Heel eenvoudig: ik ben heel mooi. Dat vind ik zelf. Kijk nu eens naar mijn vacht, met prachtige zwarte glanzende krulletjes. En dan mijn oren. Hoe mooi rechtop staan die, met aan de puntjes kleine kwastjes met ook weer van die mooie krulletjes. O! Ook mijn ogen zijn groot en glanzend bruin. Ik ben eigenlijk verliefd op mezelf. En nu vragen jullie: "Hoe weet je dat allemaal?" Het is eigenlijk mijn geheim. Maar ik wil het jullie wel vertellen: ik kan dat zien. Naast het weiland is een water, en daar ga ik steeds in kijken en dan zie ik mij zelf. Slim hé? De andere schapen komen ook steeds kijken wat ik aan het doen ben, maar dat zeg ik niet. Ik jaag ze weg want ik vind, als je zo mooi bent als ik, mag ik dat gerust doen. De boer vindt het niet zo leuk als hij mij aan het water ziet. Dan moppert hij tegen de boerin: "Dat verdraaide beest zit steeds aan de waterkant! Straks valt hij er nog in." "Ach" zegt de boerin dan, "laat hem toch." Zij aait mij dan over mijn neus en zegt: "Je hebt een mooie fluwelen neus, beestje. Maar je kijkt niet zo vriendelijk." Ik vind dat ik dat ook niet hoef te doen. Ik kijk zoals ik zelf wil. Gisteren, het had dagen lang hard geregend en waren wij binnen gebleven, gingen we weer naar buiten. Ik was blij want ik had mezelf al zo lang niet meer gezien. Vlug rende ik naar de waterkant. Maar wat was dat glad! Daar ging ik onderuit! Wat was ik bang! Ik ging recht op het water af. Met een grote plons viel ik er in. Wat koud! Ik ging helemaal kopje onder. En wat is dat water vies! Door het lawaai kwam de boer aangerend. "Vrouw, kom gauw helpen. Dat schaap is in het water gevallen. We moeten hem zien te pakken. Ik ga de tractor halen, dan proberen we hem er uit te trekken." "Ja, breng een touw mee." Wat flink! De boerin kwam zo maar het water in. Ik was zo bang, maar de boerin riep: "Doe toch kalm beest! Zo kan ik niet bij je komen!" Daar kwam de boer al aan en vlug deed ze een touw om mijn nek. Dat bonden ze aan de tractor, en zo ben ik weer voorzichtig op het droge gebracht. Wat was ik blij, maar wat hoorde ik voor een gelach en geschreeuw! Ik keek en dat waren de andere schapen. Die zo moesten lachen als ze naar mij keken. Ik zag er natuurlijk heel vies en dom uit!  Nu moesten de boer en boerin ook wel lachen. "Wacht, ik zal hem schoon spuiten." zei de boer. Dat vond ik ook niet leuk, maar gelukkig kon ik daarna in de zon liggen, en weer lekker warm worden! Maar naar het water ga ik niet meer, want ik weet nu wel dat ik dom aan het doen was. En het kan mij niets schelen of ik mooi of lelijk ben. Een ding weet ik zeker: ik wil nooit meer in dat vieze water vallen!

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

De mooie witte lindelaan.

De mooie witte lindelaan

Je ziet alles al in bloei staan

Een pad van witte sluierpracht

Door de warmte al gebracht

 

Maar rukkend aan de takken

Wil de storm alles weer pakken

Schudt bloem en struik heen en weer

Plots is er geen bloesem meer

 

Nu op de grond een bloesem tapijt

Maar raak toch dat gevoel niet kwijt

De winter zucht nu voor het laatst

En maakt voor licht en zon weer plaats.

 

Shadow

 

 

 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

De vogelverschrikkers.

Ja vrouw zei de boer ik ga maar eens vogelverschrikkers maken.
Die vogels pikken nu toch wel erg veel graan weg, misschien dat het helpt.
Ja dat is leuk zei de boerin , weet je wat we maken er twee. ; ach wat zei de boer een is toch genoeg, maar goed jij je zin, dan worden het er twee.
Leuk zei de boerin, we maken een mannetje en een vrouwtje.
Nu moest de boer toch wel even lachen, malle vrouw jij bedenkt toch altijd weer wat anders.
 
Maar bedrijvig begon de boerin te zoeken, ; een hemd moeten we hebben en twee hoeden , een van jou en een van mij. En ook een jurk en een schort. ; Ze worden vast heel mooi. En ijverig gingen ze samen aan het werk. En ja hoor s,avond waren de poppen klaar.
 
Na het eten gaan we de poppen in het veld zetten zei de boer.
En ja wel hoor toen het wat donker werd stonden de vogelverschrikkers op het veld, een flink eind uit elkaar. Want dat moet zei de boer. 
Wat zien ze er leuk uit zei de boerin, die hoedjes wat staan ze mooi. 
Ja, we kunnen trots op ons werk zijn, laten we hopen dat het ook goed werkt, de vogels moeten er ook van schrikken, zei de boer.
Niemand heeft zulke mooie vogelverschrikkers vond de boerin.

Vooral hun kleine dochter vond ze prachtig.
Als zij s'avonds naar bed ging keek ze altijd uit het raam en zag ze de poppen trots staan.
Maar wat jammer dat ze zo ver uit elkaar stonden, zo eenzaam.
Maar als zij dat tegen haar vader zei, antwoordde hij altijd dat het echt zo hoorde.

Wordt vervolgd!

 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

De vogelverschrikkers, deel 2.

"Mam, mag ik nog even bij de vogelverschrikkers gaan kijken?" " Meisje toch, je bent gisteren ook al geweest". "Toe mag het?" Nou vooruit dan, een half uurtje. Langer niet, dan gaan we eten". "Goed mama, ik ga dan snel". Hoofdschuddend keek mama haar dochter na. 

Springend en rennend kwam ze bij de poppen aan, eerst ging ze vlak voor het mannetje zitten.  "Hallo, ik ga jullie een naam geven. Vind je dat goed?" Ik noem jou Dop, omdat je een dopneusje hebt. En je vrouwtje noem ik Mop, omdat ze er zo mopperig uit ziet". Onbewogen keek de vogelverschrikker haar aan. "Vinden jullie het niet jammer dat jullie niet naast elkaar staan? Maar weet je, mijn vader zegt dat het zo moet, omdat jullie een taak hebben, de vogels moeten van jullie van schrikken!" 

Toen ze goed keek leek het wel of de pop een beetje glimlachte.  "Ik kan niet zo lang blijven we gaan zo eten, dus ga ik nu naar je vrouwtje". Nu lachte de pop weer, hij dacht: "Wat een leuk soort. Ze moest eens weten". 

Nu kwam ze bij het vrouwtje aan. "Hallo! Ik  heb besloten  om je Mop te noemen en je mannetje heet voortaan Dop".

Hé, wat was dat nu? Het was net of het vrouwtje een beetje boos keek. Maar nee, dat kan toch niet. Ze keek nog eens goed, nee, ze had het niet goed gezien!  

"Wacht, ik moet je hoedje een beetje goed zetten. Zo, nu staat hij weer recht. Ik moet nu naar huis, anders wordt mijn moeder boos. Morgen kom ik weer naar jullie kijken!" Nijdig keek het vrouwtje haar na. "Hoedje scheef, wat gaat haar dat aan?" Ze gaf een ruk met haar hoofd. Hopla daar stond het hoedje weer scheef.  "Waarom kwam dat gekke kind steeds naar hun toe? Dat wil ik niet. En dan die gekke namen die ze ons geeft!" Ja, het vrouwtje was helemaal niet vriendelijk en dat terwijl het meisje het zo goed bedoelde.  

's Avonds keek het meisje  weer uit haar raam. Wat was dat nu? Ze keek nog eens. Stonden Dop en Mop nu naast elkaar? Dat kan niet, maar ja, ze zag het toch goed. Ze  stonden  naast elkaar en zagen er veel gelukkiger uit. Ze keken elkaar zelfs verliefd aan.

 O wat was dat leuk! Lang bleef ze kijken. "Ik ga het niet verklappen. Dat is ons geheimpje. Een geheimpje van ons drietjes".

 

Wordt vervolgd.

 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Jancha's verhaaltjes.

↑ Terug naar de berichten