Naar de inhoud

JEFKEN's GEDICHTJES

akke.beakke.be
Als je een gedichtje wenst over een bepaald onderwerp of voor een speciale gelegenheid, stuur mij dan een mailtje.

EVOLUTIE VAN DE KLEUTER

EVOLUTIE VAN DE KLEUTER

Wie weet nog hoe het was?
De jongens in de kleuterklas
De baas was zuster Cornelia
Soms speelde zij harmonika

Toen wisten wij nog helemaal niets
Moeder bracht ons met de fiets
Toen hadden wij nog geen zorgen
Wij leefden vandaag en niet morgen

Nadien kwam dan de grote school
Toen was het dat men ons zieltje stool
Men vertelde ons van God, hemel en hel
En gans ons leven voelden wij ons ietwat onwel

Wij leerden lezen en leerden schrijven
Ook hoe wij onderdanig moesten blijven
Over godsdienst maakte men geen grap
Wie dat wel deed, kreeg een ferme klap

Na de eerste zes jaren van ernstig leren
Begon pas voor goed het indoctrineren
De leraars wisten wat waar was en wat niet
En wij, geloofden nog in de Sint en in de Piet

Na nog eens zes jaren van vrome educatie
Konden wij kiezen voor een specialisatie
De ene werd dokter, de andere advocaat
Maar voor ons geluk heeft dat niet gebaat

De kleine jongens waren nu groot en slim
En zij begonnen aan de maatschappelijke klim
Zij verdienden geld en hadden vrouw en kind
Na vijftig jaren vraag ik nu wat jij daarvan vindt

Velen van de jongens hebben veel te laat begrepen
Dat studeren vol zit met verraderlijke knepen
De meesten onder ons werden oud en kaal of grijs
Wij hebben misschien kennis, maar weinigen werden wijs

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jefken03 om 12:06 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

EEN IJSJE VOOR HET MEISJE

EEN IJSJE VOOR HET MEISJE

Wanneer ik terugkijk en over mijn leven denk
Aan dingen waaraan ik weinig aandacht schenk
Dan krijg ik soms een vreemd beklemmend gevoel
Dan lijkt het of ik miste menig belangrijk doel

Vroeger moest men studeren en iets verwerven
Wij werkten hard en zouden heel oud sterven
Met inzet en geluk hebben wij iets verworven
Maar vele medestanders zijn al lang gestorven

Altijd onderweg en geen tijd voor de kinderen
Alles week voor wat de doelstelling kon hinderen
De kinderen groeiden op en wij zagen het niet
Kinderen geloven al lang niet meer in Zwarte Piet

En dan komt de ijdele wens om te herbeginnen
Het kan niet meer, dat weten wij diep vanbinnen
Wij proberen een nieuw leven, maar het loopt verkeerd
Hoe kan het anders, te leven hebben wij nooit geleerd

Een kleinkind komt nader en vraagt een ijsje
“Natuurlijk”, zeg ik, het is zo een lief meisje
Dat deed ik nooit met mijn eigen kinderen
Ik was er niet en dat begint mij nu te hinderen

Ik zie het kleine meisje aan het ijsje likken
Ze trippelt weg en laat mij verdomme stikken
Ik ben gekwetst en doe alsof dat niet mocht
Maar ja, de vervreemding heb ik zelf gezocht

Daar is mijn vrouw, het meisje wil bij haar vertoeven
Het meisje vraagt of ze van haar ijsje eens wil proeven
Een beetje sip kijk ik naar dat ijsjesritueel
Na al dat werken, beteken ik voor niemand veel

Ik sta op van mijn stoel en slenter langzaam naar de tuin
Ik denk na over mijn leven;”God, wat bakte ik het bruin !”
Maar ja, men kan niet alles hebben in het leven
Ik had toch nog geld om het meisje een ijsje te geven

Daar komt het meisje weer; ze zal mij nog iets vragen
Ze weet dat ik toegeef; dat ik een weigering niet zou wagen
Met grote ogen vraagt zij:”Opa, waarom kijk jij zo sip”
“Dat moet toch niet, jij bent mijn opa met grote stip !”

Ik ben diep ontroerd en begin bijna te wenen
Maar door mijn leven zijn alle tranen al verdwenen
Ik lach naar het meisje en neem het bij de hand
Ik denk:”Meer dan ik heeft dat kindje gezond verstand.”

En daar sta ik dan met mijn kennis uit de school
Ik wist het allemaal wel, maar raakte op de dool
Het meisje wacht op antwoord; kijkt een beetje bang
Zij heeft mij door en geeft mij een kusje op de wang

Door dat lieve gebaar raak in nog meer in de war
Ik breek bijna, maar verhinder dat en kijk heel star
Stoer blijven en zeker geen gevoelens laten blijken
Het meisje lacht en blijft diep in mijn ogen kijken

Het meisje begrijpt de situatie wonderwel
“Opa, krijg ik een kusje als ik van 1 tot 20 tel ?”
Ik weet niet wat te doen; kijk minzaam op haar neer
Ik buig naar voor, maar mijn rug en hart doen zeer

Het kleine meisje denkt dat ik echt rugpijn voel
Zij plooit haar kleine beentjes en kruipt nu op een stoel
Zij houdt haar koppeke schuin en wijst op haar wang
“Zo opa, geef nu een kusje ! Duurt dat nog lang ?”

Ik ben nu in mijn eigen netten gevangen
Het kleine meisje wacht met groot verlangen
Ik geef het op en moet capituleren dus
Het is vreemd, maar ik geef het meisje een kus

Het meisje springt vlotjes van haar stoel
De kleine meid bereikte toch haar doel
Ze loopt weg en ik hoor een vragend krijsje
“Opa, krijg ik nu van jou nog een ijsje ?”

Ik vertel nu dit gecompliceerd verhaal
Niet voor de inhoud, maar voor de moraal
Hoe sterk en stoer je jezelf ook vindt
Veel sterker nog is de glimlach van een kind.

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door jefken03 om 11:01 Reageer op dit bericht Stuur door

DE OUDE MAN EN DE BOOM

DE OUDE MAN EN DE BOOM

Iedere morgen kijkt hij door het raam
Dan ziet hij die oude boom daar staan
Hij vraagt zich af of die boom hem ziet
Of die boom weet heeft van zijn groot verdriet

Ooit was hij jong en werd hij overal bewonderd
Maar plots is hij dan naar beneden gedonderd
Hij liep rond met een verwaande,arrogante kop
Dacht dat dit volstond voor iemand aan de top

Nu beseft hij dat hij niet beter was dan de anderen
Dat niet zij, maar hij zijn houding moest veranderen
Maar het duurde lang vóór hij dat had begrepen
Hij werd verguisd en zijn strot werd dicht geknepen

Dat allemaal denkt hij als hij die boom bekijkt
De top van de boom die ook naar de hemel reikt
“Ach, ja”, zegt de man,”laat alles maar bezinken”
Hij lacht ,omdat de boom een oogje lijkt te pinken

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Geschreven door jefken03 om 10:30 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van JEFKEN's GEDICHTJES

↑ Terug naar de berichten