Vrijdag 31 oktober 2008
Op safari

Op safari

Het is vijf uur in de namiddag, tijd voor onze eerste safari. Safaritochten worden doorgaans tweemaal daags georganiseerd. 's Morgens heel vroeg en in de late namiddag is de kans het grootst om de dieren goed te kunnen observeren. Overdag wordt het te warm en beschutten de meeste dieren zich in de dichte begroeing.
In de grote lobby, vol met Afrikaans houtsnijwerk, staan koffie, thee, frisdrank en snacks voor ons klaar. De blanke manager van de lodge heet ons welkom. In een donker hoekje staat een zwarte bediende die na een vingerknip van de manager naar ons toe 'loopt', koffie bijschenkt, en even snel weer in zijn hoek verdwijnt. Dat geeft ons een wrang gevoel. Je merkt nog zo duidelijk het verschil tussen blank en zwart. De 'aangename' jobs worden steevast uitgeoefend door blanken en als er moet gewerkt worden zijn het de zwarten. Dat hebben we, tot onze spijt, meerdere keren tijdens onze rondreis moeten ondervinden, nog een gevolg van de apartheid.
We zijn verwonderd, maar in deze sjieke lodge zijn we deze dagen de enige gasten. Een grote, groene, open, 4 maal 4 terreinwagen staat klaar voor de lobby.
We nemen plaats en met een flinke vaart rijden we de brousse in. Aan het stuur zit Philip, een blanke Zuidafrikaan, vooraan op een naast de motorkap gemonteerde stoel zit Adolf, de zwarte spoorzoeker. Met het fototoestel en videocamera in aanslag gaan we op zoek naar de 'big five'. Deze term uit het jagersjargon verwijst naar de vijf gevaarlijkste en meest gewilde trofeedieren van Afrika nl. de olifant, leeuw, luipaard, neushoorn en buffel.
Het is verbazingwekkend hoe Adolf, de spoorzoeker, al van zeer ver dieren heeft gespot in het dichte struikgewas. Met grote ogen kijken wij in dezelfde richting en zien (nog) niets. Even later zien we een eerste kudde antilopen en impala's.
Deze mooie doch schichtige dieren zullen we tijdens onze tochten nog veel in het vizier krijgen. Een wildpark als Madikwe is uiteraard geen zoo. De ranger en de spoorzoeker moeten de dieren zoeken. Veilig in de jeep sluipen we als het ware in een traag tempo door de dichte begroeing. Adolf ziet als geen ander sporen in het zand en vindt aan de hand van gebroken takken en uitwerpselen het juiste spoor naar een grote kudde olifanten met kleintjes, grazieuse giraffen, gnoes en zebra's.( Wist je dat geen enkele zebra hetzelfde strepenpatroon heeft?) Na enkele uren dierenspotten stoppen we op een open, veilige plek in het park. We mogen uit de jeep om onze benen te strekken. Plilip en Adolf hebben een grote koffer bij waarin koffie, thee, koekjes, zelfs bier, wijn, gin en whisky zitten.
Dé verrassing van deze eerste tocht komt dadelijk. Een groep van vijf leeuwen ligt rustig in de schaduw, ze trekken zich van ons bezoek blijkbaar niets aan. Hoog in onze open jeep naderen we de dieren tot op enkele meter afstand, en kunnen we ze naar hartelust fotograferen. Adolf vertelt ons dat er géén gevaar loert zolang we rustig blijven en geen bruuske bewegingen maken. De wilde dieren herkennen de jeep met de passagiers erin. Stel dat je toch uit het voertuig zou stappen, heb je geen schijn van kans en word je binnen enkele seconden aangevallen en verscheurd. Vanop een hoger gelegen plek genieten we even van een ongelooflijke zonsondergang.
Rond zeven uur 's avonds wordt het donker maar daarmee is onze jeepsafari nog niet ten einde. Met een grote spot op de terreinwagen vervolgen we onze weg door de brousse. Het is best een beetje spookachtig, wij met z'n vieren in het pikdonker, omringd door wilde dieren en dierengeluiden. Maar Plilip en Adolf zijn op vertrouwd terrein en vinden nog tal van dieren en ook onze lodge terug. Zonder ervaren chauffeur en spoorzoeker zou je hier in de donkere brousse volledig verloren zijn.
In de kamer kunnen we ons opfrissen en omkleden voor het avondmaal. Op het terras van de lodge zijn een vuur en fakkels ontstoken en in onvervalste 'Out of Africa' stijl genieten we onder de zuidelijke sterrenhemel , hoe kan het ook anders, van een overheerlijk 'wild' diner.

Het is vijf uur in de namiddag, tijd voor onze eerste safari. Safaritochten worden doorgaans tweemaal daags georganiseerd. 's Morgens heel vroeg en in de late namiddag is de kans het grootst om de dieren goed te kunnen observeren. Overdag wordt het te warm en beschutten de meeste dieren zich in de dichte begroeing.
In de grote lobby, vol met Afrikaans houtsnijwerk, staan koffie, thee, frisdrank en snacks voor ons klaar. De blanke manager van de lodge heet ons welkom. In een donker hoekje staat een zwarte bediende die na een vingerknip van de manager naar ons toe 'loopt', koffie bijschenkt, en even snel weer in zijn hoek verdwijnt. Dat geeft ons een wrang gevoel. Je merkt nog zo duidelijk het verschil tussen blank en zwart. De 'aangename' jobs worden steevast uitgeoefend door blanken en als er moet gewerkt worden zijn het de zwarten. Dat hebben we, tot onze spijt, meerdere keren tijdens onze rondreis moeten ondervinden, nog een gevolg van de apartheid.
We zijn verwonderd, maar in deze sjieke lodge zijn we deze dagen de enige gasten. Een grote, groene, open, 4 maal 4 terreinwagen staat klaar voor de lobby.
We nemen plaats en met een flinke vaart rijden we de brousse in. Aan het stuur zit Philip, een blanke Zuidafrikaan, vooraan op een naast de motorkap gemonteerde stoel zit Adolf, de zwarte spoorzoeker. Met het fototoestel en videocamera in aanslag gaan we op zoek naar de 'big five'. Deze term uit het jagersjargon verwijst naar de vijf gevaarlijkste en meest gewilde trofeedieren van Afrika nl. de olifant, leeuw, luipaard, neushoorn en buffel.
Het is verbazingwekkend hoe Adolf, de spoorzoeker, al van zeer ver dieren heeft gespot in het dichte struikgewas. Met grote ogen kijken wij in dezelfde richting en zien (nog) niets. Even later zien we een eerste kudde antilopen en impala's.
Deze mooie doch schichtige dieren zullen we tijdens onze tochten nog veel in het vizier krijgen. Een wildpark als Madikwe is uiteraard geen zoo. De ranger en de spoorzoeker moeten de dieren zoeken. Veilig in de jeep sluipen we als het ware in een traag tempo door de dichte begroeing. Adolf ziet als geen ander sporen in het zand en vindt aan de hand van gebroken takken en uitwerpselen het juiste spoor naar een grote kudde olifanten met kleintjes, grazieuse giraffen, gnoes en zebra's.( Wist je dat geen enkele zebra hetzelfde strepenpatroon heeft?) Na enkele uren dierenspotten stoppen we op een open, veilige plek in het park. We mogen uit de jeep om onze benen te strekken. Plilip en Adolf hebben een grote koffer bij waarin koffie, thee, koekjes, zelfs bier, wijn, gin en whisky zitten.
Dé verrassing van deze eerste tocht komt dadelijk. Een groep van vijf leeuwen ligt rustig in de schaduw, ze trekken zich van ons bezoek blijkbaar niets aan. Hoog in onze open jeep naderen we de dieren tot op enkele meter afstand, en kunnen we ze naar hartelust fotograferen. Adolf vertelt ons dat er géén gevaar loert zolang we rustig blijven en geen bruuske bewegingen maken. De wilde dieren herkennen de jeep met de passagiers erin. Stel dat je toch uit het voertuig zou stappen, heb je geen schijn van kans en word je binnen enkele seconden aangevallen en verscheurd. Vanop een hoger gelegen plek genieten we even van een ongelooflijke zonsondergang.
Rond zeven uur 's avonds wordt het donker maar daarmee is onze jeepsafari nog niet ten einde. Met een grote spot op de terreinwagen vervolgen we onze weg door de brousse. Het is best een beetje spookachtig, wij met z'n vieren in het pikdonker, omringd door wilde dieren en dierengeluiden. Maar Plilip en Adolf zijn op vertrouwd terrein en vinden nog tal van dieren en ook onze lodge terug. Zonder ervaren chauffeur en spoorzoeker zou je hier in de donkere brousse volledig verloren zijn.
In de kamer kunnen we ons opfrissen en omkleden voor het avondmaal. Op het terras van de lodge zijn een vuur en fakkels ontstoken en in onvervalste 'Out of Africa' stijl genieten we onder de zuidelijke sterrenhemel , hoe kan het ook anders, van een overheerlijk 'wild' diner.
Geschreven door Jos Dom om 00:00
Reageer op dit bericht





















