Mijn geboortehuis

Deze oude hoeve van het langgevel type ligt op ongeveer een half uur gaans van de dorpskern.
Ze werd vermoedelijk omstreeks het einde van de 18de eeuw gebouwd. In het verleden werd ze verscheidene keren gerestaureerd. Vandaag doet ze hoofdzakelijk dienst als stapelruimte.

Door de graafwerken aan het Hasselts Kanaaltje in 1854 werden de aangrenzende landbouwgronden van de plaatselijke boeren medogenloos doorgesneden.
Ook deze hoeve moest daardoor aan waarde inboeten. Ze werd verkocht.
Voortaan werd het een huurhoeve.
Omstreeks 1930 werd deze hoeve door mijn ouders in huur genomen voor de gangbare periode van 9 jaar. Vier van hun dertien kinderen, waaronder ikzelf, werden hier geboren.
Hier speelden en ravotten we dat het een lieve lust was.
's Winters waren de avonden erg lang. Buiten was het dan overal pikdonker. Straatverlichting bestond er in die tijd nog niet. Binnenshuis werd er verlicht met de petroleumlamp.
Tijdens de oorlog toen de petroleum zeer schaars was, gebruikten we thuis ook de vermaarde carbuurlamp. Zo'n metalen cilindervormige, rechtop staande doos ter grootte van een kleine koffiepot, omvatte twee ruimten: de onderste werd gevuld met calciumcabide, de tweede ruimte werd gevuld met gewoon water. Via een klein hefboomsysteempje, een klein hendeltje, kon je het water met kleine hoeveelheden naar de onderste ruimte laten lopen. Hierdoor onstond er in deze onderste ruimte een chemische reactie waardoor zich een gas ontwikkelde, dat dan langs een ontsnappingsbuisje naar boven, naar de kleine gasbek leidde. Nu nog het gas laten branden, zodat een klein gasvlammetje een schaarse verlichting in de huiskamer verspreidde.
Voor ons, kinderen, leek dat toen een erg misterieus toestel. Onze carbuurlamp was natuurlijk weer een hele speciale. We mochten er niet aankomen. Toch prutsten we soms stiekem aan het kleine hendeltje. Het gevolg was dan ... een plotse grotere gastoevoer ... gevolgd door een plotse harde knal ... licht uit ... en alles pikdonker.
Bij de mobilisatie van het Belgische leger na 1 september 1939 werd een deel van de hoeve in gebruik genomen door een aantal Belgische soldaten. We maakten toen voor het eerst kennis met wit brood.
De soldaten bewaakten het nabij gelegen Albertkanaal. Zij zouden de doortocht van het Duitse leger hier moeten belemmeren.
Het verblijf van de Belgische soldaten op onze boerderij was slechts van korte duur, want bij de inval van het Duitse leger op 10 mei 1940, moest het Belgisch leger al snel wijken voor de alles overrompelende Duitse Blitzkrieg.
![]() |















