Naar de inhoud

Een Bronsgroen eikenblog

seniorennet.beseniorennet.be

WELKOM

Hallo!

www.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wsspacer.gifwww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.ws
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Do moe ich gebore bin.

HALLO, BESTE BLOGLIEFHEBBERS.

 

Ik kom zomaar met de deur in huis vallen.

Ik heb maar voorzichtig geklopt om u te komen groeten, want een luidruchtige bel is bij de meeste mensen zeker niet welkom. Bovendien hebben ze op het seniorennet ook geen bel geïnstalleerd.
 

Zoals je al kon vermoeden is Jorostok mijn schuilnaam.
Wij waren thuis met 13 kinderen, vijf jongens en acht meisjes waarvan er twee reeds na een drietal maanden zijn overleden.
We groeiden op in de rijkdom van de vrije natuur van het platteland.
Ikzelf  ben geboren als vijfde in de rij, op een ijskoude winterdag, nu zowat 73 jaar geleden.

Deze onooglijke gebeurtenis greep plaats zo ergens in het noordoosten van ons kleine maar prachtige landje België, te midden van het bronsgroen eikenhout, althans toen nog, en dan ook nog in het gunstige jaargetijde. 's Winters is het hier even kil en koud als elders in het land. 

Vroeger waren de winters veel strenger, zegt men wel eens.
Zo vroor het in de winter van 1941 dagenlang de stenen uit de grond. Het ijs op het Albertkanaal was zo dik aangevroren, dat de boeren nabij de dorpsbrug met paard en kar zonder problemen naar de overkant konden.
Dat viel toen nog best mee, aangezien de echte brug door het oorlogsgeweld was gedinamiteerd. Ze lag, middendoor gebroken, met brugdek en bogen naar beneden in het kanaalwater. De twee uiteinden rustten enkel nog op het wegdek.

scan10095bklhl3.jpg


Vandaag hebben we hier nog mijn 73-ste verjaardag gevierd in beperkte familiekring natuurlijk. Het weer was uitzonderlijk mooi voor deze tijd van het jaar.

Op mijn echte geboortedag was dat wel helemaal anders gesteld. Het bronsgroen was er vervangen door een sneeuwwit tapijt.
Een eenzame fotograaf  heeft, staande op de kanaaldijk, dit uitzicht op de dorpskern (1935), vastgelegd.
Het lijkt wel of de tijd toen even stil bleef staan, wachtend op de komende lente.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Stoer als een eik

De eik staat symbool voor stevigheid, kracht, sterkte en duurzaamheid.

De algemene verstedelijking en de schaalvergroting in de landbouw hebben in het verleden hun tol geëist. Zodat volgroeide eiken eerder zeldzaam zijn geworden in ons huidig landschap.


Eiken worden soms zeer oud. Niet zelden bereiken ze een respectabele leeftijd. Hier en daar worden eiken wel eens meer dan driehonderd jaar oud. 
De expantiedrang van de mens is zijn grootste vijand.


stoereeik1di5.jpg


De volksspreuk: ”Boompje groot, plantertje dood”, geldt zeker voor deze boomsoort.


Van oudsher bestaan er heel wat mythen en sagen rond deze boom.
Eertijds sneden de druïden, met een gouden sikkel, de immergroene maretak uit de reusachtige kruin van eikenbomen.

In onze middeleeuwse dorpen vond de rechtsspraak steeds plaats op het dorpsplein, onder een eikenboom.
Dikwijls werden eigendommen afgepaald met eikenbomen.
Eikenbomen werden zelfs als bruidschat gegeven en overleefden talrijke generaties.
 

Volgroeide eiken vormden een schat aan timmerhout voor dakgebinten van abdijen, kerken en boerderijen, molens, schepen, enz... .

Naast de zomereik, groeit in onze streken ook de wintereik en de Amerikaanse eik. Van deze laatste vertonen de bladeren in de herfst allerlei schakeringen van oranje, rode, gele en bruine tinten.

                                                       LIMBURGS  VOLKSLIED

lied1kl9.jpg
(de tekst is van Gerard Krekelberg, ° te Neeritter 1864,  + te Vlodrop in 1937)
(de muziek is van Henri Tijssen, ° te Roermond in 1852, + in 1926)


pijpengras1kx5.jpg


Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Een groene long voor Midden-Limburg

De Teut te Zonhoven
p1030408asn6.jpg





Het natuurgebied DE TEUT te Zonhoven is een prachtig wandelgebied in Belgisch Limburg.

Klik op de foto hiernaast om de prachtige powerpoint-voorstelling van auteur Vaes te bewonderen. 
De samenstelling is van Powerpoint Gust.
De begeleidende muziek wordt gebracht door het "Genker mijnwerkerskoor.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn geboortehuis

Deze oude hoeve van het langgevel type ligt op ongeveer een half uur gaans van de dorpskern.
Ze werd vermoedelijk omstreeks het einde van de 18de eeuw gebouwd. In het verleden werd ze verscheidene keren gerestaureerd. Vandaag doet ze hoofdzakelijk dienst als stapelruimte.

geboortehuiskluu2.jpg

Bij de opmaak van het kadaster in 1840-1846 wordt Jan Goris de Oude vermeld als eigenaar van deze hoeve.
Door de graafwerken aan het Hasselts Kanaaltje in 1854 werden de aangrenzende landbouwgronden van de plaatselijke  boeren medogenloos doorgesneden.
Ook deze hoeve moest daardoor aan waarde inboeten. Ze werd verkocht.
Voortaan werd het een huurhoeve.

Omstreeks 1930 werd deze hoeve door mijn ouders in huur genomen voor de gangbare periode van 9 jaar. Vier van hun dertien kinderen, waaronder ikzelf, werden hier geboren.
Hier speelden en ravotten we dat het een lieve lust was.
's Winters waren de avonden erg lang. Buiten was het dan overal pikdonker. Straatverlichting bestond er in die tijd nog niet. Binnenshuis werd er verlicht met de petroleumlamp.

Tijdens de oorlog toen de petroleum zeer schaars was, gebruikten we thuis ook de vermaarde carbuurlamp. Zo'n metalen cilindervormige, rechtop staande doos ter grootte van een kleine koffiepot, omvatte twee ruimten: de onderste werd gevuld met calciumcabide, de tweede ruimte werd gevuld met gewoon water. Via een klein hefboomsysteempje, een klein hendeltje, kon je het water met kleine hoeveelheden naar de onderste ruimte laten lopen. Hierdoor onstond er in deze onderste ruimte een chemische reactie waardoor zich een gas ontwikkelde, dat dan langs een ontsnappingsbuisje naar boven, naar de kleine gasbek leidde. Nu nog het gas laten branden, zodat een klein gasvlammetje een schaarse verlichting in de huiskamer verspreidde.
Voor ons, kinderen, leek dat toen een erg misterieus toestel. Onze carbuurlamp was natuurlijk weer een hele speciale. We mochten er niet aankomen. Toch prutsten we soms stiekem aan het kleine hendeltje. Het gevolg was dan ... een plotse grotere gastoevoer ... gevolgd door een plotse harde knal ... licht uit ... en alles pikdonker.

Bij de mobilisatie van het Belgische leger na 1 september 1939 werd een deel van de hoeve in gebruik genomen door een aantal Belgische soldaten. We maakten toen voor het eerst kennis met wit brood.
De soldaten bewaakten het nabij gelegen Albertkanaal. Zij zouden de doortocht van het Duitse leger hier moeten belemmeren.

Het verblijf van de Belgische soldaten op onze boerderij was slechts van korte duur, want bij de inval van het Duitse leger op 10 mei 1940, moest het Belgisch leger al snel wijken voor de alles overrompelende Duitse Blitzkrieg.

p1000442a3lv2.jpg


Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Parochiekerk circa 1930

Hier werd toen nog ieder jong mensenleven ten doop gehouden, ook dat van mij.
Te voet, een half uur gaans, van uit het bronsgroen eikenhout,  naar de kerk gedragen door peter en meter vergezeld van de wroetvrouw. Geloof het of niet, ik was er zelf bij. Mijn peter heb ik sindsdien nooit meer gezien. Hij overleefde de oorlog niet.
Mijn doopmeter was een steeds opgewekte druk pratende, zorgzame, lieve tante. Zij werd in 1970, op dezelfde dag als haar echtgenoot, mijn oom Frans, begraven.

klik op de foto

Mijn verste herinneringen reiken tot mijn drie tot vierjarige leeftijd. In mijn geheugen zie ik nog steeds, mezelf optrekkend aan de tafelrand, hoe moeder en vader aan de tafel staande, boter en eieren schikten in een grote wissen mand met groot handvat.
Een andere keer lieten mijn jongere zus en ik ons, om beurten hangend aan de staart van onze grote rosse Mechelse scheper, door de huiskamer voortslepen.

Of nog hoe de Belgische soldaten in 1939 thuis in de schuur sliepen en hoe ze de ganse opkelder hadden volgestouwd met langwerpige witte broden. Daar mochten we zeker niet in de buurt komen. 
Of hoe één van die soldaten, op een oude krakkemikkige fiets zonder banden, door de sloot koerste.
Wij speelden en ravotten met hen, maar tot in de stal tussen de koeien dierven ze ons niet achtervolgen.
Acht! Wat is die tijd reeds lang geleden en wat is alles zo onvoorstelbaar snel veranderd, vooral in gunstige zin.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Onze nieuwe woonst.



Kort voor het uitbreken van de oorlog waren mijn ouders, met het ganse gezin en al hun hebben en houden, verhuisd naar de inmiddels nieuwgeboude boerderij (zie foto van circa 1985), nog een eind verder verwijderd van kerk en school.
Bij de verhuis moest iedereen natuurlijk zijn steentje bijdragen. Vader verhuisde met paard en kar. Van de kinderen nam de één de kruiwagen, een ander zeulde met een mand of een stoel langs de zandweg, 400 meter verderop naar de nieuwe woonst. 
De binnenmuren waren er nog krijtwit. Ze roken sterk naar vers pleisterwerk. Maar de vloer was geplaveid met prachtige gele, groene en bruine dooraderde Luikse tegels. In het huis bevond zich een Leuvense stoof. In de kamerplaats ernaast stond er zowaar nog een veel mooiere. Als deze laatste in hartje winter werd aangemaakt, was het daar heerlijk warm en gezellig.
Er waren apparte stallingen, voor het paard, voor de koeien, voor de kalveren, voor de varkens. Ja zelfs de kippen hadden een ruim hok en een heel grote ren. Als er sneeuw lag kwamen de patrijzen, en fazanten er een graantje meepikken.
Een uitzonderlijke keer kwamen zelfs de everzwijnen 's winters meegenieten van de opgestapelde aardappels en voederbieten. Ook de bunzing en de wezeltjes wisten de kippeneieren te vinden.
In de ruime natuur rondom de boerderij waren hazen, wilde konijnen, een zeldzame vos en talrijke bosduiven helemaal niet ongewoon.
Af en toe belandde er zo wel één of ander van dat lekker wild op ons bord. Hmmm... lekker! Dat  was natuurlijk wat anders dan de alledaagse aardappelen met salade en ajuinsaus.
Door de nog langere afstand naar kerk en school was er nu alle dagen nog meer plaats tijd voor het uithalen van allerlei fratsen en kattekwaad. Er was natuurlijk ook de tijd en de gelegenheid voor het opdoen van talrijke nieuwe ervaringen in de vrije natuur, in beemden, velden, bossen en heide.
Dat alles vormde het paradijs van onze kindertijd.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Het werd oorlog


Toen kwam het Duitse leger ons land binnenvallen.

Zoals talloze andere gezinnen trokken mijn ouders op de vlucht. Met paard en kar en alles wat we maar konden laden ging het instinktmatige westwaarts, weg van het bangelijke naderende Duitse leger. 
Amper vertrokken, hoorden we hoog boven onze hoofden de gierende, razende en elkaar  bestokende vliegtuigen te keer gaan. In grote bogen om elkaar heen draaiend, steeds opnieuw stijgend en dalend, om mekaar te ontwijken, ratelden minutenlang de zware machinegeweren. Projectielen floten overal in het rond. Vader leidde paard en kar in allerijl onder een rij hoge dennen en struiken naast de weg. Half dood van schrik zaten mijn broer, mijn zus en ik op de kar, diep weggezakt tussen de dekens en kussens. Het angstaanjagende luchtgevecht greep eigenlijk zeer hoog boven onze hoofden plaats en hun dreiging was zeker niet voor ons bedoeld. Toch zagen we in de verte enkele dakpannen van ons nieuwe huis aan scherven uiteenspatten.


Onze vlucht bleek achteraf voorbarig geweest. Diezelfde avond zou ze een paar dorpen verder reeds eindigen. Want inmiddels was het Duitse leger toen reeds met grote haast richting Diest en Brussel voortgeijld. We hadden nergens Duitse soldaten gezien.
Gelukkig maar.
Die nacht sliepen we in de schuur van een boerderij. Als kleinsten werden we de volgende morgen verwend met boterhammen en een lekker spiegeleitje.
Nog diezelfde avond waren we weer allemaal samen thuis.  

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn zorgeloze kindertijd

Terwijl elders in de grotemensenwereld de onbarmhartige oorlog voortwoedde, waren wij ons als kind maar weinig bewust van het onnoemelijke leed dat door die wrede oorlogoveral werd aangericht.
Vader en moeder hadden alle dagen de handen vol met werken en zorgen voor hun gezin, dat in 1940 reeds zes kinderen telde, de oudste elf en de jongste drie jaar oud.
 
De boerenstiel was een hard bestaan. De opbrengsten op de weinig vruchtbare grond van deze streek waren alles behalve rooskleurig. de oudsten van de kinderen werden de ene na de andere eveneens aan het werk gezet.
Er werd geholpen op de akker, bij het ploegen, eggen, zaaien, maaien oogsten.
's Winters werd er vooral graan gedorst en hout ingezameld voor de verwarming. Hiervoor kocht vader ieder jaar een koop hout. Dat werd dan gekapt en op maat gezaagd. Het dunne rijshout werd in mutsaards gebonden. Met paard en kar werd later alles naar huis gebracht. Daar werd alles netjes gestapeld. Ieder jaar een flinke houtmijt. Het dunne rijshout was erg belangrijk voor het stoken van de bakoven. 
Moeder had intussen de handen vol met de verzorging van het gezin. Eten bereiden, koken, wassen, drogen, naaien, strijken, koeien melken, de melk afromen, boter en kaas maken, brood bakken en nog veel meer. 
Voor en na schooltijd bestond de hulp van de kinderen vooral uit: 's zomers, koeien hoeden, langs de wegkanten of in de gemeentehei. Helpen bij het hooien en graan oogsten, korenaren rapen, aardappelen en voederbieten rooien en aan huis stookhout zagen of klieven, de bakoven heet stoken, de stallen uitmesten en proper houden, aardappelen schillen, maïskolven peulen, touwen vlechten van hennepvezels, enz... .
 
Op schooldagen trokken we dagelijks te voet op houten klompen langs smalle kronkelige, soms drassige straatjes, een half uur ver naar kerk en school.

We leerden daar in die tijd eigenlijk niet zoveel, behalve allerlei kattekwaad.
Leer- en schrijfboeken waren in die tijd erg schaars. We leerden wat rekenen en lezen.


scan10358ciy5.jpg

De lei en de griffel waren toen de belangrijkste leermiddelen.
Er bestond in die tijd ook nog de 4de graad in het lager onderwijs, voor de jongeren van 13 en 14 jaar. Die hadden toen toch al een schrijfboek voor huistaken. 
Met de aanwezigheid van die leerlingen was het vaak maar pover gesteld op de boerenbuiten. Zij konden al wat zwaarder werk aan en moesten dus thuis op de boerderij helpen.

Als de schoolbel voor ons jongeren het einde van de schooldag aankondigde, waren we de koning te rijk. De kousen in de broekzakken, de houten klompen in de handen, renden we barvoets huiswaarts.
Vlug wat eten, daarna één of ander karweitje en dan eropuit, langs sloten, beemden, velden en bossen tot ver in de omgeving.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Een Bronsgroen eikenblog

↑ Terug naar de berichten