07-02-2008

![]() |
07-02-2008
![]() |
WELKOM
Do moe ich gebore bin.
HALLO, BESTE BLOGLIEFHEBBERS.
Ik kom zomaar met de deur in huis vallen.
Ik heb maar voorzichtig geklopt om u te komen groeten, want een luidruchtige bel is bij de meeste mensen zeker niet welkom. Bovendien hebben ze op het seniorennet ook geen bel geïnstalleerd.
Zoals je al kon vermoeden is Jorostok mijn schuilnaam.
Wij waren thuis met 13 kinderen, vijf jongens en acht meisjes waarvan er twee reeds na een drietal maanden zijn overleden.
We groeiden op in de rijkdom van de vrije natuur van het platteland.
Ikzelf ben geboren als vijfde in de rij, op een ijskoude winterdag, nu zowat 73 jaar geleden.
Deze onooglijke gebeurtenis greep plaats zo ergens in het noordoosten van ons kleine maar prachtige landje België, te midden van het bronsgroen eikenhout, althans toen nog, en dan ook nog in het gunstige jaargetijde. 's Winters is het hier even kil en koud als elders in het land.
Vroeger waren de winters veel strenger, zegt men wel eens.
Zo vroor het in de winter van 1941 dagenlang de stenen uit de grond. Het ijs op het Albertkanaal was zo dik aangevroren, dat de boeren nabij de dorpsbrug met paard en kar zonder problemen naar de overkant konden.
Dat viel toen nog best mee, aangezien de echte brug door het oorlogsgeweld was gedinamiteerd. Ze lag, middendoor gebroken, met brugdek en bogen naar beneden in het kanaalwater. De twee uiteinden rustten enkel nog op het wegdek.

Op mijn echte geboortedag was dat wel helemaal anders gesteld. Het bronsgroen was er vervangen door een sneeuwwit tapijt.
Een eenzame fotograaf heeft, staande op de kanaaldijk, dit uitzicht op de dorpskern (1935), vastgelegd.
Het lijkt wel of de tijd toen even stil bleef staan, wachtend op de komende lente.
Stoer als een eik
De eik staat symbool voor stevigheid, kracht, sterkte en duurzaamheid.
De algemene verstedelijking en de schaalvergroting in de landbouw hebben in het verleden hun tol geëist. Zodat volgroeide eiken eerder zeldzaam zijn geworden in ons huidig landschap.
Eiken worden soms zeer oud. Niet zelden bereiken ze een respectabele leeftijd. Hier en daar worden eiken wel eens meer dan driehonderd jaar oud.
De expantiedrang van de mens is zijn grootste vijand.

De volksspreuk: ”Boompje groot, plantertje dood”, geldt zeker voor deze boomsoort.

Een groene long voor Midden-Limburg
![]() |
Mijn geboortehuis
Deze oude hoeve van het langgevel type ligt op ongeveer een half uur gaans van de dorpskern.
Ze werd vermoedelijk omstreeks het einde van de 18de eeuw gebouwd. In het verleden werd ze verscheidene keren gerestaureerd. Vandaag doet ze hoofdzakelijk dienst als stapelruimte.

![]() |
Parochiekerk circa 1930
Hier werd toen nog ieder jong mensenleven ten doop gehouden, ook dat van mij.
Te voet, een half uur gaans, van uit het bronsgroen eikenhout, naar de kerk gedragen door peter en meter vergezeld van de wroetvrouw. Geloof het of niet, ik was er zelf bij. Mijn peter heb ik sindsdien nooit meer gezien. Hij overleefde de oorlog niet.
Mijn doopmeter was een steeds opgewekte druk pratende, zorgzame, lieve tante. Zij werd in 1970, op dezelfde dag als haar echtgenoot, mijn oom Frans, begraven.
Mijn verste herinneringen reiken tot mijn drie tot vierjarige leeftijd. In mijn geheugen zie ik nog steeds, mezelf optrekkend aan de tafelrand, hoe moeder en vader aan de tafel staande, boter en eieren schikten in een grote wissen mand met groot handvat.
Een andere keer lieten mijn jongere zus en ik ons, om beurten hangend aan de staart van onze grote rosse Mechelse scheper, door de huiskamer voortslepen.
Of nog hoe de Belgische soldaten in 1939 thuis in de schuur sliepen en hoe ze de ganse opkelder hadden volgestouwd met langwerpige witte broden. Daar mochten we zeker niet in de buurt komen.
Of hoe één van die soldaten, op een oude krakkemikkige fiets zonder banden, door de sloot koerste.
Wij speelden en ravotten met hen, maar tot in de stal tussen de koeien dierven ze ons niet achtervolgen.
Acht! Wat is die tijd reeds lang geleden en wat is alles zo onvoorstelbaar snel veranderd, vooral in gunstige zin.
Onze nieuwe woonst.
Het werd oorlog

Toen kwam het Duitse leger ons land binnenvallen.
Zoals talloze andere gezinnen trokken mijn ouders op de vlucht. Met paard en kar en alles wat we maar konden laden ging het instinktmatige westwaarts, weg van het bangelijke naderende Duitse leger.
Amper vertrokken, hoorden we hoog boven onze hoofden de gierende, razende en elkaar bestokende vliegtuigen te keer gaan. In grote bogen om elkaar heen draaiend, steeds opnieuw stijgend en dalend, om mekaar te ontwijken, ratelden minutenlang de zware machinegeweren. Projectielen floten overal in het rond. Vader leidde paard en kar in allerijl onder een rij hoge dennen en struiken naast de weg. Half dood van schrik zaten mijn broer, mijn zus en ik op de kar, diep weggezakt tussen de dekens en kussens. Het angstaanjagende luchtgevecht greep eigenlijk zeer hoog boven onze hoofden plaats en hun dreiging was zeker niet voor ons bedoeld. Toch zagen we in de verte enkele dakpannen van ons nieuwe huis aan scherven uiteenspatten.
Onze vlucht bleek achteraf voorbarig geweest. Diezelfde avond zou ze een paar dorpen verder reeds eindigen. Want inmiddels was het Duitse leger toen reeds met grote haast richting Diest en Brussel voortgeijld. We hadden nergens Duitse soldaten gezien.
Gelukkig maar.
Die nacht sliepen we in de schuur van een boerderij. Als kleinsten werden we de volgende morgen verwend met boterhammen en een lekker spiegeleitje.
Nog diezelfde avond waren we weer allemaal samen thuis.
Mijn zorgeloze kindertijd
Terwijl elders in de grotemensenwereld de onbarmhartige oorlog voortwoedde, waren wij ons als kind maar weinig bewust van het onnoemelijke leed dat door die wrede oorlogoveral werd aangericht.![]() |