Het geheim wapen.

Over het wereldwijde oorlogsgedoe 1940-1945 zouden wij pas later druppelsgewijze de ware toedracht vernemen.
Dichter bij huis zouden we echter de zware gevolgen van de Duitse vliegende bommen (V1) en hun tweetrapsraketten (V2) aan de lijve zelf ondervinden. In april 1944 kregen we er rechtstreeks mee te maken.
In het grootste geheim waren de nazi’s omstreeks 1942 reeds begonnen met proefnemingen en het uittesten van een “geheim wapen”.
De V1 was eigenlijk een logge, eerder trage en op betrekkelijk geringe hoogtevliegende bom, voortgedreven door een straalmotor.
Deze vliegende bommen waren eerder betrekkelijk gemakkelijk in volle vlucht te onderscheppen en te vernietigen. Vanaf 13 juni 1944 wierpen de Duitsers hun zogenaamde vliegende bommen (de V1) in de strijd.
Later maakten zij gebruik van de V2 raketten. Dit waren zeer snel en zeer hoog vliegende tweetrapsraketten met grote vernielingskracht. Ze bereikten hun doel geluidloos en steeds onverwacht en maakten meestal vele slachtoffers.
Ontelbaar vele duizenden (circa 30.000) vliegende bommen (V1) werden gericht op Londen, en later op de haven van Antwerpen.
Onderweg naar hun doel werden de V1 projectielen op tal van plaatsen opgespoord en beschoten, hetzij vanuit jachtvliegtuigen, hetzij door afweergeschut van op de grond.
Afhankelijk van hun vertrekbasis passeerden zeer veel van deze projectielen haast pal boven ons dorp en meermaals recht boven onze boerderij. Ze vlogen overdag maar vooral ook ’s avonds en ’s nachts om zo het afweergeschut van op de grond te verschalken.

Je hoorde hun motor reeds van op grote afstand komen aanpruttelen. Prut, prut, prut, prut, prut, prut, prut! Soms vlogen ze zo laag dat ons hele huis en ons bed angstwekkend schudde en daverde.
O, wee, als hun motorbrandstof was opgebruikt en het prut, prut, prut, geluid vroegtijdig stilviel. Dan was het rennen, redde wie zich redden kon, naar de afgesproken schuilplaats.
In het begin waren we doodsbang voor die helse tuigen. We bouwden een schuilkelder in de grond, onder een hoger opgeworpen berm. Doch alles went.
Na korte tijd werd het voorbijvliegen van de vliegende bommen een nachtelijk schouwspel. We gingen dan buiten, rustig met onze rug warm tegen de hooimijt leunend, op de uitkijk staan naar het nachtelijk vuurwerk in de verte, veroorzaakt door de zoeklichten en het afweergeschut. Heel dikwijls gevolgd door de apotheose van het lichtschijnsel aan de nachtelijke hemel, als gevolg van de ontploffing van zo’n bom in de lucht. Wat we telkens op uitbundig gejuich onthaalden.
Zeer vele vliegende bommen (V1), helaas niet alle, werden zo neergehaald nog lang voor ze hun doel bereikten.
Soms gebeurde het dat zo’n aangeschoten bom als gevolg van het afweergeschut van richting veranderde of zelfs helemaal rechtsomkeer maakte, met alle gevolgen van dien.













































