Naar de inhoud

Een Bronsgroen eikenblog

seniorennet.beseniorennet.be

Het einde naderde.


De landing van de geallieerde troepen op de Normandische kusten op 4 juni 1944.

Image Hosted by ImageShack.us


Na de landing in Normandië op D-day, 6 juni 1944, geraakte iedereen in ons land stilaan overtuigd dat het einde van de oorlog naderde.



Op 11 september 1944 gonsde het in ons dorp van de geruchten over het naderende leger van de geallieerden.

De avond voordien waren er nog Duitse eenheden aan de oostelijke oever  van het Albertkanaal gelegerd.

Ze vuurden op alles wat er op onze westelijke kant van de kanaaldijk bewoog. Iedereen verwachtte nu hevige gevechten nabij het kanaal bij het naderen van de Britse troepen.

Toen deze op 11 september rond 16 uur in razende vaart in hun kleine lichte jeeps zelfs door de kleinste weggetjes de dijk van het Albertkanaal opstormden, gebeurde er niets.

De Duitse eenheden bleken namelijk de nacht voordien in zeven haasten te zijn gevlucht. De tweede boogbrug, gebouwd in 1942 hadden ze echter met dynamiet opgeblazen, om zo de aanstormende bevrijders af te remmen.

Er bleven die dag  steeds maar meer jeeps en lichte pantserwagentjes langs ons smal straatje naar de kanaaldijk stormen.

Onze verse tomaten en eieren waren bij de geallieerde soldaten zeer welgekomen.

 

In  24 uur tijd werd nu door de genietroepen aan de Bredestraat een dubbele noodbrug, een pontonbrug rustend op inderhaast opgekalefaterde kleine oude kanaalschepen,  ineengetimmerd.


pontonbrug2ov4.jpg

Ook de avond van die dag moesten we, zoals steeds voor de duisternis viel weer thuis zijn.  

De volgende morgen denderden reeds talloze legervoertuigen over het  in zeven haasten  ineen getimmerde ponton.



Van dan af raasden er dag en nacht, gedurende weken, enorme hoeveelheden zware tanks, camions en allerlei zwaarbeladen legervoertuigen over deze dansende, piepende en krakende noodbrug naar de overkant, op weg om het front te bevoorraden.

 

In diezelfde periode werd de brede kanaaldijk, op de westelijke oever over een afstand van kilometers, volgestouwd met enorme legervoorraden, hoofdzakelijk grote hoeveelheden brandstoffen, stapels jerrykans met benzine, bussen met olie en tonnen met petroleum.

 

In het begin passeerden we daar elke dag, op weg naar kerk of school.

Vandaag lijkt het of die speciale geur van benzine, olie en petroleum nog steeds in mijn geheugen is blijven hangen.
 

Korte tijd later mocht daar niemand meer in de buurt komen wegens brandgevaar. Later bleek echter dat er door sommige grijpgrage bewoners te veel in het geniep gebunkerd werd..

 

Intussen sleepten de oorlogsmaanden zich moeizaam voort.

 

De in stukken gebrande onderdelen van de gedynamiteerde tweede boogbrug werden kriskras  op de kanaaloever opgestapeld.

In een minimum van tijd werd daarna op dezelfde plaats aan de Nieuwe Weg  (Stokrooieweg) een dubbele Baileybrug aangebracht. Beide brughelften werden door twee in het water geplaatste massale houten constructies ondersteund.



scan10021a2kg6.jpg


Na de oorlog werd één brughelft van deze baileybrug verwijderd om ze elders, waar de noodzaak groter was, te gebruiken.

De andere helft bleef nog in gebruik tot circa 1962. Toen werd de Baileybrug vervangen door de nieuwe betonnen constructie die we in ons dorp vandaag nog kennen


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Ons woonhuis verwoest door een V1

Zonder enige twijfel was het zo’n V1 die mijn vader, in  april 1944 rond 7 uur in de morgen, hoorde naderen. Op dat moment viel het pruttelend geluid in de verte plots stil. Vader snelde van op de akker vliegensvlug naar huis, in paniek schreeuwend: ”Iedereen naar buiten! Er gaat een vliegende bom op het huis vallen!”

Al wie kon vluchtte het huis uit. In zeven haasten trok moeder de dekens helemaal over het slapende jongste kind. Zij en mijn oudste zus grepen in allerijl elk één van de jongere kinderen onder de arm en vluchtten naar buiten. Op dat ogenblik ontplofte de bom, waardoor beiden tegen de grond werden geslingerd.

Op de slapende kleinste en mijn jongere zus na was iedereen tijdig buiten geraakt. Mijn broer Frans en ik vluchtten achter onze vertrouwde hooimijt, vanwaar wij angstvallig het akelige geruisloos naderende vreemde tuig, in glijvlucht zagen dalen in de richting van onze hoeve.

Mijn broer en ik draaiden behoedzaam mee rond de hooimijt. Pal boven het huis gekomen, op een hoogte van ongeveer vijftig meter, brak toen plots, met een lichte knal, de linker vleugelstomp van de logge romp af. Het stuk vleugel stortte neer en boorde zich een paar meter achter het huis met een tip in de grond.

Toen kantelde de bom naar links, en gleed langzaam van het huis weg. We zagen ze achter de nok van het dak verdwijnen.


klik op de foto

Een paar seconden later klonk een doffe knal. Een ogenblik later zagen wij voor onze ogen duizenden grote en  kleine projectielen, als een wervelwind, het weidegras aan flarden rukkend, voorbijvliegen.

Wij twee waren dubbel beschermd, door het huis en door de hooimijt. Geen vijf seconden later was alles rondom ons gehuld in dichte zwartgrijze rook. Daarop volgde een ijzige stilte.

Van de hand Gods geslagen kwamen wij na enkele ogenblikken uit onze schuilplaats te voorschijn. Wat we zagen was een apocalyptisch beeld.

klik op de foto

Een haast niet te beschrijven ravage was aangericht. De boerderij stond nog rechtop. Geen enkele pan lag nog op het dak. Het ganse neerhof was bezaaid met brokstukken, scherven van dakpannen, stuk geslagen vensters en spaanders hout van deuren, ramen en daktimmerwerk.

De grote schuurpoort lag wel twintig meter verder, in de weide van een buurman geslingerd. Bijna alle buitendeuren waren uit hun hengsels gerukt.

Toen zagen we vader en mijn oudste broer komen toelopen vanuit de richting waar de bom  was ontploft. Tegelijkertijd zagen we moeder nabij de drinkwaterput recht krabbelen met een van de kinderen op de arm. Ook mijn twee jaar oudere broer en mijn oudste zus kwamen erbij staan. We stonden allen aan de grond genageld.

Het leek wel een mirakel. Niemand bleek gewond, of toch wel. Na enkele ogenblikken kwam mijn jongere zus het huis uit, ze weende. Een paar straaltjes bloed, liepen langzaam langs haar elleboog en haar dijbeen naar beneden. Na verzorging bleken ze veroorzaakt door rondvliegende glasscherven.

En de jongste broer? Die lag nog rustig voort te slapen in zijn bedje, onder de dekens die moeder helemaal over hem heen had getrokken. Over de hoge bedrand heen lag het uitgerukte vensterraam. De talloze glasscherven hadden hem niet gedeerd. 

In de woonkamer was alles stuk geslagen. Potten en pannen, borden en tassen lagen verspreid op de grond. Zelfs het behang hing met grote lappen aan flarden van de muren naar beneden. Overal verspreid lag kalk van losgerukt bezetsel en scherven van stukgeslagen ruiten.

Van beneden op de vloer kon je op talrijke plaatsen gewoon, langs de muur naar boven kijkend, de lucht waarnemen.

Grote verslagenheid alom.

Er was in gans het huis geen enkel venster meer heel. Van alle binnendeuren hing er nog slechts één vast met één enkel scharnier.

Buiten lagen tot ver in de omtrek overal verwrongen en doorboorde stukken grijsgroen gekleurd verwrongen en doorboord plaatwerk, onderdelen van de bom.

Het duurde lang eer iedereen een beetje bekomen was van deze enorme verschrikking.

Al gauw kwamen de eerste ramptoeristen toestromen.

Wat mij toen het diepste heeft getroffen was de ongelooflijke nieuwsgierigheid  en het franke optreden van een aantal toegestroomde dorpsgenoten. Er liepen zeker meer dan honderd nieuwsgierigen rond. Sommigen overdreven nieuwsgierigen gingen ongegeneerd zelfs tot in het woonhuis rondneuzen.

Er was er slechts één, een schooljuffrouw, die hulp kwam bieden bij de verzorging van de enige lichtgewonde.



We hadden plots geen privé meer. We stonden als het ware ineens hulpeloos op straat.

Ik vraag me zelfs vandaag nog af,  waar mijn ouders de moed vandaan hebben gehaald om deze onbeschrijflijke ramp te boven te komen.

Met alle mogelijke middelen werden de allernoodzakelijkste deuren en ramen voor de eerstkomende nacht dicht getimmerd.  De rest zou later wel volgen.

Ik herinner me vandaag nog zeer goed hoe we die nacht, allen bevreesd voor de dieven, zijn gaan slapen.

Precies veertien dagen later, op een donderdag rond 13.00 uur,  kwam er weer zo’n sputterend tuig zeer laag overvliegen. Het hele huis daverde. We stormden naar buiten. Daar zagen en hoorden we de bom verder pruttelen. Op dat ogenblik viel de motor uit. Het akelige tuig daalde in zweefvlucht, langzaam glijdend  voorbij ons huis, tot  het 400 meter verder in de toppen van een dennenbosje ontplofte.

Vandaag kunnen we ter plaatse nog vaststellen, hoe er in diezelfde rij dennen een flink aantal ontbreken.

Twee vliegende bommen (V1) en één tweetrapsraket (V2), in de Goorstraat, hebben zo’n 64 jaar geleden ons  klein dorpje weten te treffen. Er was telkens grote stoffelijke schade, doch er vielen hierbij gelukkig geen doden.

Moest ik vandaag die Duitse rakettenpionier Von Braun nog kunnen ontmoeten, ik zou het hem eens flink onder zijn neus wrijven. De man is echter reeds 31 jaar geleden overleden.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Het geheim wapen.

Over het wereldwijde oorlogsgedoe 1940-1945 zouden wij pas later druppelsgewijze de ware toedracht vernemen.

Dichter bij huis zouden we echter de zware gevolgen van de Duitse vliegende bommen (V1) en hun tweetrapsraketten (V2) aan de lijve zelf ondervinden. In april 1944 kregen we er rechtstreeks mee te maken.

In het grootste geheim waren de nazi’s omstreeks 1942 reeds begonnen met proefnemingen en het uittesten van een “geheim wapen”.


klik op de fotoDe V1 was eigenlijk een logge, eerder trage en op betrekkelijk geringe hoogtevliegende bom, voortgedreven door een straalmotor. 
Deze vliegende bommen waren eerder betrekkelijk gemakkelijk in volle vlucht te onderscheppen en te vernietigen. Vanaf 13 juni 1944 wierpen de Duitsers hun zogenaamde vliegende bommen  (de V1) in de strijd. 

Later maakten zij gebruik van de V2 raketten. Dit waren zeer snel en zeer hoog vliegende tweetrapsraketten met grote vernielingskracht. Ze bereikten hun doel geluidloos en steeds onverwacht en maakten meestal vele slachtoffers.

Ontelbaar vele duizenden (circa 30.000) vliegende bommen (V1) werden gericht op Londen, en later op de haven van Antwerpen.

Onderweg naar hun doel werden de V1 projectielen op tal van plaatsen opgespoord en  beschoten, hetzij vanuit jachtvliegtuigen, hetzij door afweergeschut van op de grond.

Afhankelijk van hun vertrekbasis passeerden zeer veel van deze projectielen haast pal boven ons dorp en meermaals recht boven onze boerderij. Ze vlogen overdag maar vooral ook ’s avonds en ’s nachts om zo het afweergeschut van op de grond te verschalken.


klik op de foto

Je hoorde hun motor reeds van op grote afstand komen aanpruttelen. Prut, prut, prut, prut, prut, prut, prut! Soms vlogen ze zo laag dat ons hele huis en ons bed angstwekkend schudde en daverde.

O, wee, als hun motorbrandstof was opgebruikt en het prut, prut, prut, geluid vroegtijdig stilviel. Dan was het rennen, redde wie zich redden kon, naar de afgesproken schuilplaats.

In het begin waren we doodsbang voor die helse tuigen. We bouwden een schuilkelder in de grond, onder een hoger opgeworpen berm. Doch alles went.



Na korte tijd werd het voorbijvliegen van de vliegende bommen een nachtelijk schouwspel. We gingen dan buiten, rustig met onze rug warm tegen de hooimijt leunend, op de uitkijk staan naar het nachtelijk vuurwerk in de verte, veroorzaakt door de zoeklichten en het afweergeschut. Heel dikwijls gevolgd door de apotheose van het lichtschijnsel aan de nachtelijke hemel, als gevolg van de ontploffing van zo’n bom in de lucht. Wat we telkens op uitbundig gejuich onthaalden.

Zeer vele vliegende bommen (V1), helaas niet alle, werden zo neergehaald nog lang voor ze hun doel bereikten.

Soms gebeurde het dat zo’n aangeschoten bom als gevolg van het afweergeschut van richting veranderde of zelfs helemaal rechtsomkeer maakte, met alle gevolgen van dien.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

De oorlog ver van ons bed ... of toch niet?

Nadat de Duitse blitzkrieg in 1940 tot staan werd gebracht aan de Atlantische kust, begon hun oppermachtige luftwaffe onophoudelijk zware bombardementen uit te voeren op fabrieken, havens en industriesteden van Engeland.
De Britten beantwoordden op hun beurt met talloze luchtaanvallen. Zo kreeg de stad Keulen in 1941 meer dan 200 bombardementen te verduren.
Na de verraderlijke aanval van de Japanners op 7 december 1941 op de Amerikaanse marinebasis van Pearl Habor, in de Stille Oceaan, mengde de VS zich nu ook in de strijd tegen de Duitsers. De wereldbrand was nu voor goed losgebroken.
Het Duitse leger wilde kost wat kost het Kanaal overtsteken om Engeland te veroveren.
Doch het verloop van de oorlog kreeg een andere wending.
Uit vrees voor een aanval in de rug verplaatsten de Duitsers een groot deel van hun troepen van de Atlantische kust naar het front in het Oosten.
In 1941 richtte Duitsland zijn aandacht op de Balkan, omwille van de olie in Roemenië, om zo zijn concurrent Rusland de pas af te snijden.
In de zomer van 1941 viel het Duitse leger Rusland aan. Het drong door tot Leningrad en Moskou.
In een vreselijke veldslag bij Stalingrad werden ze in 1942 verslagen en teruggedreven naar het Westen.  
In de loop van 1942 en 1943 bouwden de Duitsers talloze bunkers en versterkingen langs de Atlantische kust. De fameuze atlantikwall, van Noorwegen tot Spanje. 
Japan en Italië steunden Duistland in de oorlog.

In Engeland werd intussen dag en nacht gewerkt in vliegtuigloodsen en wapenfabrieken, om ten gepaster tijde de Duitse militaire overmacht in de lucht te kunnen breken.

klik op de foto               klik op de foto

Vanaf december 1941 zou het tij langzaam keren in het nadeel van de Duitse bezetter op het Europese vasteland.
Vanaf 1943 beheesrte de Britse luchtmacht steeds meer en meer het luchtruim. De vliegtuigen van de RAF (Royal Air Force) waren goed herkenbaar van op de grond. Wij juichten steeds opnieuw luidruchtig als we de vele Britse eskaders zagen overvliegen richting Duitsland.
Mijn oudere broer Frans schreef zelfs de naam van onze nieuwe waakhond "RAF" in het verse cement van het nieuwe hondenhok.
Meermaals strooiden de vliegtuigen van de RAF bij het overvliegen talloze repels aluminiumfolie door het luchtruim met de bedoeling de radarverbindingen van de Duitsers op de grond in de war te sturen.
Op een zomerdag in 1944 zagen we van bij ons thuis de Britse vliegtuigen een Duitse bommentrein in Schulen aanvallen. De vliegtuigen gierden stijgend en dalend met hels geronk. Hun boordwapens ratelden aanhoudend bij de bestorming van hun prooi. Twee dagen lang bulderden de ontploffende bommen van de uitbrandende trein. De ontploffingen waren zo hevig dat in de verre omgeving alles schudde en daverde, zodat op vele plaatsen de ruiten van de woningen sneuvelden. Zelfs tot bij ons thuis begaf een reeds eerder gebarsten ruit het nu helemaal. Languit liggend in het zachte zomergras volgden wij het schouwspel van op negen kilometer afstand.


Intussen werd er in de Stille Oceaan verwoed strijd geleverd door de Amerikanen tegen Japan.
In Noord-Afrika werden de Duitsers na langdurige gevechten verdreven om hun zo de toegang tot grondstoffen als metaal en rubber te beletten.
Pas na de landing van de geallieerden op 6 juni 1944 op de kusten van Normandië en Bretagne werden de Duitsers van de Atlantische kust verdreven.
Op 2 september 1944 trokken de geallieerde troepen België binnen.
Een maand later was bijna gans België bevrijd.
Het zou echter nog een jaar duren eer het Duitse monster volledig door de knieën ging.  

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Bende van de dameskous.

In een naburig dorp werd een jonge kippendief betrapt. Hij behoorde tot de georganiseerde “Bende van de Dameskous”. Deze bende was tijdens de oorlog erg actief in de ganse provincie Limburg en zelfs ver daarbuiten.

Omstreeks 1943 was die bende ’s avonds laat bij een buurman binnen gevallen. Ze stapelden rondom de hoeve, bij deuren en ramen en in de woonkamer schoven stro op.

De boeven dreigden het hele huis in brand te zullen steken. Zo werd al het spaargeld afgedwongen. Wel honderdduizend frank werd er buitgemaakt, hoorden we ’s anderendaags vertellen.


klik op de foto In die tijd woonden buren op de buiten meestal een eind ver van elkaar verwijderd. Zodoende hadden we thuis van die overval niets opgemerkt.

Voortaan gingen thuis alle deuren veilig op slot als het begon te schemeren. Achter elke buitendeur stond een riek of een gaffel klaar. Vaders’ tweeloop stond steeds geladen binnen handbereik. Gelukkig moest het wapen nooit worden gebruikt, behalve dan om wat wild te stropen.

De opgepakte kippendief werd zwaar op de rooster gelegd. Uit zijn bekentenissen kwamen allerlei feiten en namen van andere bendeleden aan het licht. De bende telde wel om en bij de 100 leden.

Eén voor één werden die later aangehouden en in het gevang gestopt. Na de oorlog werden ze voor de gepleegde feiten veroordeeld.

Bij de wedersamenstelling in 1947 van de overval bij onze buren, zag ik met eigen ogen de kopstukken van de bende. Aan de polsen geboeid stonden ze buiten op het neerhof uitbundig pratend met de rijkswachters. Ze lachten en gekscheerden zonder ophouden. Het zagen er eerder hongerleiders uit in plaats van boosdoeners. Hun foto kwam nadien ook in de krant.

Thuis ging het werk op de akker en aan huis gewoon zijn alledaagse gang.


Stilaan werd ikzelf ook meer en meer ingeschakeld voor al wat zwaardere karweien.

Maaien met de zeis, hooien, oogsten, graanschoven binden, aardappelen en bieten rooien en tal van andere karweien verrichten.

Ik voelde mezelf duidelijk lichamelijk niet te best opgewassen tegen de zwaarste van deze taken.
Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Leven onder de vreemde bezetter.

Bij de algemene mobilisatie in 1939 was mijn vader circa 35 jaar oud. Als hoofd van een groot gezin werd hij niet opgeroepen voor de Belgische krijgsdienst.

Alhoewel de oorlog zich langzaam uitbreidde over haast gans het Europese vasteland, merkten wij als kind daar niet zoveel van.

We hoorden onze ouders wel eens spreken over de bezetters en de nare gevolgen van de Duitse bezetting. Zo vernamen we beetje bij beetje hoe zwaar de gevolgen van deze oorlog op het hele gezin gingen wegen. Met grote boosheid en vol achterdocht werd er over de Duitsers gesproken. We hoorden hier en daar ook wel spotliederen zingen. Dat ging dan over de nazi’s en hun krankzinnige fuhrer. Doch spot is het povere verweermiddel van de machteloze. In de school mochten we hierover niet spreken en zeker geen spotliedjes zingen.

Soms werd er gesproken over jonge mannen die door de bezetter werden opgepakt en weggevoerd om in Duitsland te gaan werken in de fabrieken om de Duitse oorlogsmachine beter te doen draaien.

We waren in die periode dan ook allen erg bang dat de grote broers vroeg of laat ook zouden worden opgepakt. Gelukkig gebeurde dat niet. Een neef en nog enkele andere dorpsgenoten werden wel het slachtoffer van deze hatelijke maatregel van de bezetters.

In april 1944 vaardigde de bezetter oproepingsbevelen uit waardoor burgers werden verplichtte helpen bij het vullen van de bomkraters en de opruimingswerken aan de gebombardeerde spoorweglijn in Kuringen. Zo werd ook mijn vader verplicht om deze karwei in dienst van de bezetter uit te voeren. Achter de rug van de Duitse bewakers werd er meer gesaboteerd dan gewerkt, vertelde hij later.

De boeren moesten op regelmatige tijd boter, graan, aardappelen, vlees en ander voedsel leveren voor het bezettingsleger. We hadden thuis hierdoor ternauwernood voldoende voedsel voor ons eigen gezin. Anderen hadden het niet beter.


In die tijd hielpen de geburen elkaar dikwijls bij het werk op het veld. Het hooien, het oogsten, het graan dorsen, het rooien van de aardappels werd dikwijls met vereende krachten gedaan. Niet elke boer bezat een paard. Sommigen gebruikten ossen of zelfs koeien als trekdier.
Uit de stad kwamen sommigen voedsel kopen op de boerenbuiten. Door gebrek aan eten kwamen sommigen zelfs kikkers vangen in de beemden, en vis in de naburige beek.

Stropers schuimden velden en bossen af, op zoek naar wild. Wapens dragen of gebruiken was echter ten strengste verboden door de bezetter.

Bijna dagelijks kwamen er bedelaars om eten vragen.

Aardappelen, rapen, wortelen en graan werden ’s nachts van het veld gestolen.

Eens hadden de dieven al het gemaaide koren van ons veld weg geroofd. Ze hadden de koppen van de graanschoven afgesneden. Het stro lieten ze ter plaatse liggen.

Op een morgen, toen ik in de koestal bieten stond te snijden voor de koeien, kwam een buurjongen, van honger enkele bietenschijven bedelen.

Ja de oorlog was niet mild voor de mensen die zelf geen landbouwbedrijf hadden.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ook de tweede boogbrug werd opgeblazen.

 

De tweede wereldbrand  rommelde intussen voort. Doch het tij keerde langzaam. De Duitse bezetter werd stelselmatig terug gedreven binnen zijn eigen grenzen.

Deze nieuw brug werd in 1944 zwaar bestookt  tijdens nachtelijke bombardementen, uitgevoerd door de geallieerde luchtmacht. Ze wilden zo de aftocht van de bezetter bemoeilijken.

Tijdens één bepaalde nacht waren er hevige bombardementen geweest, waarbij de hele omgeving van de kanaalbrug werd verlicht door talrijke neerdwarrelende magnesiumfakkels, om zo de ganse omgeving te kunnen fotograferen en de Duitse troepenbewegingen te kunnen kontroleren.
De Britse bommen konden slechts gaten slaan in het betonnen brugdek. Verscheidene bommen ontploften met een zware doffe knal in het kanaalwater. De brug zelf hield stand.


klik op de foto

De volgende morgen besloten mijn ouders wijselijk, dat wij niet naar school mochten gaan vanwege het gevaar voor nieuwe bombardementen. En ja, die namiddag werd de kanaalbrug opnieuw belaagd.

Hierbij schampte één van de bommen af op een brugboog, kaatste weg over het gekasseide wegdek, om daarna horizontaal voort te vliegen, regelrecht in de richting van onze school.

De leerkrachten en aanwezige schoolkinderen waren tijdig naar de kelder in het huis naast de school gevlucht. Precies daar zou de bom zijn ontploft, ware het niet dat ze een twintigtal meter eerder werd opgevangen door "onze kersenboom" en het kippenhok van de familie Leus, waar ze ontplofte, vlak naast onze speelplaats.

Het ganse schoolgebouw werd verwoest. Er was gelukkig enkel stoffelijke schade. Leerkrachten en schoolkinderen kwamen er met de schrik vanaf.

Toen de Duitsers in september 1944 terugtrokken, brachten zij de tweede boogbrug  tot ontploffing, om de komst van de snel naderende geallieerden af te remmen.

 

Voortaan werden de leerlingen van de gemeenteschool ondergebracht in houten schoollokalen  aan de overkant van de Kapelstraat. Het waren overgebleven soldatenbarakken van het Belgisch leger uit de tijd van de mobilisatie van 1939. De tekening hieronder geeft een goede voorstelling van de bedoelde klaslokalen.


multibarak1zq8.jpg

Het was een langgerekt volledig houten bouwwerk, rustend op talrijke kleine gemetste pilaartjes. Het bouwwerk was onderverdeeld in drie klaslokalen. In elk lokaal stond er één kolenkachel.
Op het eerste zicht schijnbaar primitief.
Toch hadden deze klasjes gezien de omstandigheden ook hun eigen charme.   

Tijdens de speeltijd doken we dikwijls, achter de rug van de meester, snel op onze buik onder de lokalen door, tot bij het beekske. Daar zaten stekelbaarsjes, salamanders en schrijverkes. Het water was er immers staalhelder. 

Het grootste deel van mijn lagere schooltijd bracht ik in deze schoollokalen door.’s Winters bar koud, ’s zomers broeierig heet.



klik op de foto





Verscheidene jaren later bouwde de gemeente nieuwe klaslokalen op de plaats waar voordien de oude school had gestaan.
Tegen die tijd was ik echter de lagere schooltijd reeds ontgroeid.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Het monster van de oorlog sloeg ook toe in ons dorp.


De eerste boogbrug was echter geen lang leven beschoren.

Bij de Duitse invasie op 10 mei 1940 werd ze verwoest, net zoals vrijwel alle bruggen en sluizen van het pas geopende Albertkanaal.

Op een morgen, op weg naar school, zagen we de reusachtige boogbrug, middendoor gebroken, met de beide middenstukken tegen elkaar in het kanaalwater liggen. Beide dorpshelften werden hierdoor letterlijk van elkaar gescheiden.

Sommige waaghalzen riskeerden het nog wel om langs de sterk hellende brugdelen naar de overkant te klauteren. Daar waagden wij ons zeker niet aan.

Er werd nu een vlotverbinding aangelegd, halverwege de Nieuwe weg en de Bredestraat.


klik op de foto

Circa 1941 werden de twee brughelften met lasbranders stukgebrand en op de westelijke oever tot een troosteloze schroothoop gestapeld.

Daar lag nu “onze” mooie brug. Ze lag er nog lange tijd te roesten.

Op weg naar kerk of school gebruikten wij de rechtopstaande boogstukken wel eens als schuilplaats tegen de regen.


Er werd een tijdelijk vlot ineen getimmerd. Hiermee konden de bewoners nu weer de overkant bereiken.

In 1942 werd er een nieuwe boogbrug gebouwd.


klik op de foto


Nu werd de brug in haar geheel, rustend op rollen op het wegdek, ineengetimmerd. Eenmaal voltooid, werd het hele gevaarte aan dikke stalen kabels door twee enorme windassen naar de oostelijke oever gesleept,totdat de enorme constructie precies op de vooraf bestemde plaats kwam te liggen.

 
klik op de foto

De beide dorpshelften werden nu letterlijk weer één geheel.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Het oude wegentraject gewijzigd.


Een ingewikkelde bruggenhistorie.

 

Tussen 1935 en 1937 werden hier de oude bruggen vervangen door één enkele enorme stalen boogbrug .

Ze werd ongeveer vierhonderd meter verder naar het noorden gebouwd.


klik op de foto

Over een gans nieuw aangelegde weg zou dit reusachtig gevaarte, met enorme spanbogen en  

een breed betonnen wegdek voortaan het nieuwe kanaal overspannen.

De brug werd  ter plaatse gemonteerd van de westelijke naar de oostelijke oever. De onderdelen werden met zware klinknagels aan elkaar geklonken.


klik op de foto

Zo te zien een gevaarlijk werk. Een dorpsgenoot viel tijdens dit werk van de hoogste hijskraan naar beneden. Hij werd hierbij ernstig gewond, maar bracht het er gelukkig toch levend vanaf. 

 

De beide oude bruggen konden nu worden afgebroken. De oude kanaalbedding werd immers verbreed tot ongeveer zestig meter.


klik op de foto

Vanaf 1939 zou alle verkeer van west naar oost door het dorp verlopen via de nieuwe kanaalbrug. De nieuw aangelegde weg kreeg dan ook de naam Nieuwe Weg.

 

Als gevolg van deze ontwikkeling zullen de beide oude trajecten via de Kapelstraat en via de Bredestraat in de toekomst aan belang inboeten. Terwijl langs de Nieuwe Weg de bebouwing grote uitbreiding begon te nemen.

Deze ontwikkeling zou tijdelijk nog flink overhoop worden geworpen door het uitbreken van Wereldoorlog  II.

De officiële opening van het volledige Albertkanaal door koning Leopold III had plaats op 30 juli 1939.
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ons dorp aan het Albertkanaal.

Kanaalwerken 1930-1939

Op 31 mei 1930 werd door koning Albert I het sein gegeven voor de start van de graafwerken aan het kanaal dat zijn naam zal dragen.

albertkanaal2tq3.jpg


Van 1930 tot 1939 werd met doorgedreven ijver gegraven om de werken aan het Albertkanaal van Antwerpen naar Luik te voltooien. De wereldhaven Antwerpen werd zo verbonden met het hinterland, het Luikse industriegebied aan de Maas.

Het was voor die tijd een reusachtige onderneming voor een klein land als België.

De hele bedding van het oude kanaaltje vanaf Kwaadmechelen tot Hasselt werd mee opgenomen in de planning van het nieuwe kanaal.

In de planning was voorzien dat het kanaal een verdedigingswal zou vormen tegen een eventuele inval van het Duitse leger.

Op de westelijk oever werd hiervoor een verhoogde dijk voorzien, met daarin op strategische plaatsen betonnen bunkers. Die bunkers en het eventuele onder water zetten van de lager gelegen oostelijke oever zouden die mogelijke inval moeten verhinderen.

Op het grondgebied van ons dorp werden drie zulke bunkers gebouwd.

In werkelijkheid zou deze opgeworpen hindernis de vijand geen strobreed in de weg leggen.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ons dorp aan het oud kanaaltje

Zowat anderhalve eeuw geleden werd ons dorp geografisch in twee delen gesplitst door het graven van het oud kanaaltje. Hierdoor veranderde het dorpsbeeld aanzienlijk. Voor een goede ontwikkeling en voor de samenleving had dit soms nadelige gevolgen. Thuis sprak men wel eens over “die van den andere kant”. Natuurlijk redeneerden die van de overkant op gelijkaardige wijze. Voor wie geregeld naar kerk, gemeentehuis of school, of zelfs naar hun weiland of akker wilde, dook steeds de hindernis van de oude smalle kanaalbruggetjes op. Hierin zou kort voor de tweede wereldoorlog grote verandering komen. Eerst was er het oud kanaaltje, ook wel eens het “Hasselts Vaartje”geheten. Dit was eigenlijk niets meer dan een vertakkingvaart van het Kempens Kanaal en de Zuid-Willemsvaart, vanuit Turnhout (Dessel) naar de Demer in Hasselt. Het kanaaltje werd gegraven tussen 1854 en 1858, met vrij eenvoudige middelen en met veel handwerk, zodat een aantal dorpgenoten hiermee ook hun boterham konden verdienen. Het “Hasselts Vaartje” was amper drie meter diep en 20 tot 22 meter breed. De kleine vrachtboten werden gesleept of getrokken met mankracht of paardenkracht van op de smalle trekweg langs de oever. Het eindpunt lag te Hasselt. In ons dorp lagen er voor 1937 twee smalle kanaalbruggetjes, één nabij de Goorstraat en de kerk en het tweede ter hoogte van de Bredestraat, aan de weg naar Bolderberg. Met paard en kar konden de boeren elkaar ter nauwer nood passeren op die bruggen. Deze bruggetjes verdwenen uit het dorpsbeeld toen ik amper twee jaar oud was. Ik ken ze dus enkel nog van horen vertellen en van oude foto’s.

scan10380agrbh8.jpg


Van kindsbeen af werd ons thuis diets gemaakt dat het kanaal een gevaarlijk water was. We moesten dit water tot iedere prijs vermijden. Dat kwam doordat mijn grootvader daarin in 1908, in duistere omstandigheden, was verdronken. Hij was toen amper 33 jaar oud. Mensen die hem nog gekend hebben, beweerden dat hij nochtans kon zwemmen als een paling. Zijn dode lichaam werd pas veertien dagen na zijn verdwijning teruggevonden. Tot overmaat van ramp troffen voorbijgangers, nog eens veertien dagen later, de veldwachter die grootvaders overlijden was komen vaststellen, eveneens levenloos in het kanaaltje aan. En hier en daar deden er nog zulke akelige verhaaltjes de ronde over het gevaarlijke kanaaltje. Tijdens felle winters vroor het kanaaltje dicht. Dan veranderde het kanaaltje in een ideale ijsbaan voor schaatsers. Zeven kilometer schaatsen, om boodschappen te doen in de stad, waren dan helemaal geen eigenaardigheid, vertelde mijn vader. Tijdens zulke schaatspartij op het oud kanaaltje was een kameraad van mijn vader trouwens ook om het leven gekomen. Vader was er toen zelf bij, doch hij had de bijt in het ijs net op het nippertje kunnen ontwijken. Je zou als kind voor minder bang worden door dergelijke akelige verhalen.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Een beetje dorpshistoriek.

Van oudsher is ons dorp Stokrooie steeds een bosrijke omgeving geweest. Een gebied waar de bewoners vrij hout mochten rooien.

In 1154 wordt de naam voor het eerst vermeld in oude archiefstukken.

Op een zachte glooiing, ver genoeg verwijderd van het overstromingsgebied van de Demer groeide hier deze kleine nederzetting.

De bewoners leefden van de schaarse opbrengst van de landbouw.


klik op de foto

Rond een kleine kapel,gebouwd circa 1500, breidde de dorpskern zich gestaag uit, onder het bestuur van de heren van de baronie van Vogelsanck en het kerkelijk toezicht van de Luikse prinsbisschoppen.


doveckq8.gif doveckq8.gif

In 1846 werd ons dorp een vrije gemeente.


Tussen 1852 en 1856 werd de huidige parochiekerk gebouwd. Haar patroonheilige is de heilige Amandus. Hij leefde tussen 594 en 675.


klik op de foto klik op de foto klik op de foto klik op de foto klik op de foto klik op de foto

Zijn levenswerk wordt bondig uitgebeeld in de huidige glasramen van de kerk. Ieder jaar tijdens de meimaand komen er bedevaarders de hulp inroepen van Sint Amandus. De bedevaarders roepen zijn voorspraak in bij koorts, verlamming, reumatiek, huidziekten, stuipen en ziekten onder het vee.

Slechts een boogscheut verwijderd van de eeuwenoude abdij van Herkenrode, was de invloed van de abdij nochtans niet zo uitermate groot.
De abdij bezat hier in het verleden wel wat grondeigendommen doch de opbrensten hierop waren niet zo denderend vanwege de mindere kwaliteit van de magere zandgrond in onze streek.
Ergens in de 15de of de 16de eeuw ontstond er een hoeve op "Het Goed van Olmen" in ons dorp. Toen de hoeve later onder de vleugels van de abdij kwam, verwierf de hoeve befaamdheid tot ver buiten de dorpsgrenzen. Na 1792, onder het Franse Bewind, werd de hoeve en "Het Goed van Olmen" samen met de abdij verkocht als "Zwart Goed".




Sedert de tweede wereldoorlog is dit oud landbouwbedrijf een stille dood gestorven.De hoeve zelf werd in de loop der tijden talrijke keren gerestaureerd.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Een opstelletje uit 1947

Geschreven door mijn broer Louis. Hij zou later zelf mijnwerker worden.

Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Op school geleerd

Een plazierig liedje

Image Hosted by ImageShack.us


Een mooi gedicht,
geschreven door de Limburgse dichter Lambrecht Lambrechts (Hoesselt 1865 - Gent 1932)

Image Hosted by Image

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ik weet een vogel wonen

Vogelnesten zoeken was een geliefd tijdverdrijf.

Image Hosted by ImageShack.us Image Hosted by ImageShack.us

 Een opstelletje uit een schrijfboek van mijn twee jaar oudere broer, 30 april 1947.

Ik weet een vogel wonen. Zondagnamiddag waren wij op zoek geweest naar vogels. Wij hadden er twee gevonden. Zij woonden hoog in een dennenboom.Het waren twee eksters. De ene had drie eitjes en de andere twee. Wij gingen wat verder, daar in een haag stond een klein nestje. Het vogeltje zat er op, het vloog weg en we zagen drie schone eitjes met bruine puntjes er op. We gingen wat verder, bleven stilstaan, wat gebeurde er. Het vogeltje kwam weer aan gevlogen recht naar het nest en wipte er terug op, en het ging weer terug door met broeien. We zeiden tot elkaar: “zo schone vogeltjes en die zoveel goed doen, mogen wij nooit roven.”
 
’s Winters beleefden we de grootste pret met baantje glijden of sleeën met de zelfgemaakte ijsstoel..

Het schaatsenrijden op de ondiepe bevroren plassen was heerlijk, vooral als vader en de grote broers ook meegingen.
Frans een handige timmerman uit de buurt en een goede vriend van vader maakte op een minimum van tijd voor elk van ons een paar houten schaatsen.
’s Zomers waren verstoppertje spelen en voetballen met een zelf gemaakte bal van vodden en koeienhaar dikwijls ons belangrijkste tijdverdrijf, vooral op de zondagnamiddagen, als er bezoek was van neefjes en nichtjes of de kinderen van de buren.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

In de vrije natuur

Voor regen of wind waren we nooit vervaard. 
Bij dreigend onweer, donder en bliksem, liepen we om ter snelst weer naar huis. We vestopten ons dan onder  een deken om de bliksem niet te zien. Maar als vader dan thuis was, waren we gerust in de afloop van de zaak.
 
79-133c0600dd518926ca0528a05c1877eb.gif 79-133c0600dd518926ca0528a05c1877eb.gif


Bij mooi  weer zwierven dikwijls barrevoets langs wegen en velden, sloten en grachten op zoek naar vogelnesten of allerlei bloemen of vlinders. Of we vingen salamanders, kikkers of stekelbaarsjes in de sloten. Daarin was het water toen nog glashelder.


Door de zompige beemden ploeterden we tot bij de mooie knalgele dotterbloemen of de ranke stengels van de gele lissen, of het uitgestrekte tapijt van het helderwitte veenpluis (wollegras).


Bij het plukken van  rietstengels, met hun langwerpige smalle vlijmscherpe bladeren, kon je vervaarlijke snijwonden oplopen. Dikwijls verzamelden we bundeltjes rietpluimen en de sierlijke lisdodde tot een mooi boeket.



bir10bdb7.gif bir10bdb7.gif bir10bdb7.gif bir10bdb7.gif



p1030204xoa9.jpg


klik op de foto               klik op de foto           klik op de foto



Van de waterbiezen vlochten we slierten om ter langst, om er daarna kleine matjes of vederlichte sandaaltjes mee te maken.


Het water in de smalle slootjes was meestal glashelder. Je kon er gewoon van drinken, maar de bodem was er bedekt met een dunne roestbruine laag, voortkomend van een ijzerhoudende onderlaag in de bodem. Van moeder leerden we dat dit glashelder water geneeskrachtig werkte bij licht ontstoken oogleden van kleine kinderen!


Soms zag je er stekelbaarsjes pijlsnel wegflitsen naar een veiliger bergplaatsje. Zelfs jonge snoekjes  ter lengte van 10 tot 15 cm 15 cm zag je er hier of daar roerloos tussen de waterplanten liggen genieten van de weldoende zonnestralen.

Duizenden snelle draaikevertjes (schrijverkes) cirkelden in allerlei bochten kris kras door elkaar, om dan plots met zijn allen weer even roerloos stil op het heldere water te blijven rusten. Geen wonder dat de dichterlijke ziel van Guido Gezelle ze zo mooi heeft beschreven in zijn prachtig gedicht “Het schrijverke"




Image Hosted by ImageShack.us


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Vogelnesten zoeken

Geen vogelnest bevond zich te hoog.

klik op de foto klik op de foto

De vindplaats van een nest, het aantal, de kleur en de grootte van de eitjes vertelden ons welke vogelsoort erin woonde. We telden de eitjes en leerden dat iedere vogel zijn typische kleur en grootte van eieren heeft. Broedsels van fazanten en wilde eenden waren uiterst moeilijk te vinden.

klik op de foto          klik op de foto


  
klik op de foto


Van de schoolmeester leerden we dat nesten roven zeer ondeugend en laf is. Onder de schoolkameraden maakten we er een soort erecode van om nooit vogelnesten te roven. Gebeurde dat toch, dan werd er wel eens een robbertje gevochten om de boosdoener te bestraffen.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Langs beemden , velden en bossen

Als er vakantie was, trokken we er soms een ganse dag op uit. We ontdekten talrijke soorten bloemen, planten, bomen en struiken in de vrije natuur.
Ons onbegrensde speelparadijs reikte tot ver over de dorpsgrenzen heen.

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Als we onderweg geen vruchten, noten, bessen, wortelen, rapen of graanhalmen konden bemachtigen, kwamen we ’s avonds rammelend van de honger weer thuis.Er was slechts één geldende regel: zorgen dat je steeds voor de duisternis thuiskwam.
Image Hosted by ImageShack.usImage Hosted by ImageShack.us


Image Hosted by ImageShack.us

We hadden al gauw begrepen dat in ons droomparadijs niet zomaar alles kon en mocht. Lawaai bezorgde alleen maar overlast. Dat trok vooral de aandacht van de boswachter en bovendien joeg het vooral alle vogels en wilde dieren op de vlucht. Hazen en konijnen, eekhorentjes, fazanten, wilde eenden enz… kon je op die manier niet verschalken.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn zorgeloze kindertijd

Terwijl elders in de grotemensenwereld de onbarmhartige oorlog voortwoedde, waren wij ons als kind maar weinig bewust van het onnoemelijke leed dat door die wrede oorlogoveral werd aangericht.
Vader en moeder hadden alle dagen de handen vol met werken en zorgen voor hun gezin, dat in 1940 reeds zes kinderen telde, de oudste elf en de jongste drie jaar oud.
 
De boerenstiel was een hard bestaan. De opbrengsten op de weinig vruchtbare grond van deze streek waren alles behalve rooskleurig. de oudsten van de kinderen werden de ene na de andere eveneens aan het werk gezet.
Er werd geholpen op de akker, bij het ploegen, eggen, zaaien, maaien oogsten.
's Winters werd er vooral graan gedorst en hout ingezameld voor de verwarming. Hiervoor kocht vader ieder jaar een koop hout. Dat werd dan gekapt en op maat gezaagd. Het dunne rijshout werd in mutsaards gebonden. Met paard en kar werd later alles naar huis gebracht. Daar werd alles netjes gestapeld. Ieder jaar een flinke houtmijt. Het dunne rijshout was erg belangrijk voor het stoken van de bakoven. 
Moeder had intussen de handen vol met de verzorging van het gezin. Eten bereiden, koken, wassen, drogen, naaien, strijken, koeien melken, de melk afromen, boter en kaas maken, brood bakken en nog veel meer. 
Voor en na schooltijd bestond de hulp van de kinderen vooral uit: 's zomers, koeien hoeden, langs de wegkanten of in de gemeentehei. Helpen bij het hooien en graan oogsten, korenaren rapen, aardappelen en voederbieten rooien en aan huis stookhout zagen of klieven, de bakoven heet stoken, de stallen uitmesten en proper houden, aardappelen schillen, maïskolven peulen, touwen vlechten van hennepvezels, enz... .
 
Op schooldagen trokken we dagelijks te voet op houten klompen langs smalle kronkelige, soms drassige straatjes, een half uur ver naar kerk en school.

We leerden daar in die tijd eigenlijk niet zoveel, behalve allerlei kattekwaad.
Leer- en schrijfboeken waren in die tijd erg schaars. We leerden wat rekenen en lezen.


scan10358ciy5.jpg

De lei en de griffel waren toen de belangrijkste leermiddelen.
Er bestond in die tijd ook nog de 4de graad in het lager onderwijs, voor de jongeren van 13 en 14 jaar. Die hadden toen toch al een schrijfboek voor huistaken. 
Met de aanwezigheid van die leerlingen was het vaak maar pover gesteld op de boerenbuiten. Zij konden al wat zwaarder werk aan en moesten dus thuis op de boerderij helpen.

Als de schoolbel voor ons jongeren het einde van de schooldag aankondigde, waren we de koning te rijk. De kousen in de broekzakken, de houten klompen in de handen, renden we barvoets huiswaarts.
Vlug wat eten, daarna één of ander karweitje en dan eropuit, langs sloten, beemden, velden en bossen tot ver in de omgeving.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Een Bronsgroen eikenblog

↑ Terug naar de berichten