Ik weet een vogel wonen

Vogelnesten zoeken was een geliefd tijdverdrijf.

Een opstelletje uit een schrijfboek van mijn twee jaar oudere broer, 30 april 1947.
Ik weet een vogel wonen. Zondagnamiddag waren wij op zoek geweest naar vogels. Wij hadden er twee gevonden. Zij woonden hoog in een dennenboom.Het waren twee eksters. De ene had drie eitjes en de andere twee. Wij gingen wat verder, daar in een haag stond een klein nestje. Het vogeltje zat er op, het vloog weg en we zagen drie schone eitjes met bruine puntjes er op. We gingen wat verder, bleven stilstaan, wat gebeurde er. Het vogeltje kwam weer aan gevlogen recht naar het nest en wipte er terug op, en het ging weer terug door met broeien. We zeiden tot elkaar: “zo schone vogeltjes en die zoveel goed doen, mogen wij nooit roven.”
’s Winters beleefden we de grootste pret met baantje glijden of sleeën met de zelfgemaakte ijsstoel..
Het schaatsenrijden op de ondiepe bevroren plassen was heerlijk, vooral als vader en de grote broers ook meegingen.
Frans een handige timmerman uit de buurt en een goede vriend van vader maakte op een minimum van tijd voor elk van ons een paar houten schaatsen.
’s Zomers waren verstoppertje spelen en voetballen met een zelf gemaakte bal van vodden en koeienhaar dikwijls ons belangrijkste tijdverdrijf, vooral op de zondagnamiddagen, als er bezoek was van neefjes en nichtjes of de kinderen van de buren.



































