Het monster van de oorlog sloeg ook toe in ons dorp.

De eerste boogbrug was echter geen lang leven beschoren.
Bij de Duitse invasie op 10 mei 1940 werd ze verwoest, net zoals vrijwel alle bruggen en sluizen van het pas geopende Albertkanaal.
Op een morgen, op weg naar school, zagen we de reusachtige boogbrug, middendoor gebroken, met de beide middenstukken tegen elkaar in het kanaalwater liggen. Beide dorpshelften werden hierdoor letterlijk van elkaar gescheiden.
Sommige waaghalzen riskeerden het nog wel om langs de sterk hellende brugdelen naar de overkant te klauteren. Daar waagden wij ons zeker niet aan.
Er werd nu een vlotverbinding aangelegd, halverwege de Nieuwe weg en de Bredestraat.
Circa 1941 werden de twee brughelften met lasbranders stukgebrand en op de westelijke oever tot een troosteloze schroothoop gestapeld.
Daar lag nu “onze” mooie brug. Ze lag er nog lange tijd te roesten.
Op weg naar kerk of school gebruikten wij de rechtopstaande boogstukken wel eens als schuilplaats tegen de regen.
Er werd een tijdelijk vlot ineen getimmerd. Hiermee konden de bewoners nu weer de overkant bereiken.
In 1942 werd er een nieuwe boogbrug gebouwd.

Nu werd de brug in haar geheel, rustend op rollen op het wegdek, ineengetimmerd. Eenmaal voltooid, werd het hele gevaarte aan dikke stalen kabels door twee enorme windassen naar de oostelijke oever gesleept,totdat de enorme constructie precies op de vooraf bestemde plaats kwam te liggen.
De beide dorpshelften werden nu letterlijk weer één geheel.












































