Ook de tweede boogbrug werd opgeblazen.

De tweede wereldbrand rommelde intussen voort. Doch het tij keerde langzaam. De Duitse bezetter werd stelselmatig terug gedreven binnen zijn eigen grenzen.
Deze nieuw brug werd in 1944 zwaar bestookt tijdens nachtelijke bombardementen, uitgevoerd door de geallieerde luchtmacht. Ze wilden zo de aftocht van de bezetter bemoeilijken.
Tijdens één bepaalde nacht waren er hevige bombardementen geweest, waarbij de hele omgeving van de kanaalbrug werd verlicht door talrijke neerdwarrelende magnesiumfakkels, om zo de ganse omgeving te kunnen fotograferen en de Duitse troepenbewegingen te kunnen kontroleren.
De Britse bommen konden slechts gaten slaan in het betonnen brugdek. Verscheidene bommen ontploften met een zware doffe knal in het kanaalwater. De brug zelf hield stand.
De volgende morgen besloten mijn ouders wijselijk, dat wij niet naar school mochten gaan vanwege het gevaar voor nieuwe bombardementen. En ja, die namiddag werd de kanaalbrug opnieuw belaagd.
Hierbij schampte één van de bommen af op een brugboog, kaatste weg over het gekasseide wegdek, om daarna horizontaal voort te vliegen, regelrecht in de richting van onze school.
De leerkrachten en aanwezige schoolkinderen waren tijdig naar de kelder in het huis naast de school gevlucht. Precies daar zou de bom zijn ontploft, ware het niet dat ze een twintigtal meter eerder werd opgevangen door "onze kersenboom" en het kippenhok van de familie Leus, waar ze ontplofte, vlak naast onze speelplaats.
Het ganse schoolgebouw werd verwoest. Er was gelukkig enkel stoffelijke schade. Leerkrachten en schoolkinderen kwamen er met de schrik vanaf.
Toen de Duitsers in september 1944 terugtrokken, brachten zij de tweede boogbrug tot ontploffing, om de komst van de snel naderende geallieerden af te remmen.
Voortaan werden de leerlingen van de gemeenteschool ondergebracht in houten schoollokalen aan de overkant van de Kapelstraat. Het waren overgebleven soldatenbarakken van het Belgisch leger uit de tijd van de mobilisatie van 1939. De tekening hieronder geeft een goede voorstelling van de bedoelde klaslokalen.
![]() |
Het was een langgerekt volledig houten bouwwerk, rustend op talrijke kleine gemetste pilaartjes. Het bouwwerk was onderverdeeld in drie klaslokalen. In elk lokaal stond er één kolenkachel.
Op het eerste zicht schijnbaar primitief.
Toch hadden deze klasjes gezien de omstandigheden ook hun eigen charme.
Tijdens de speeltijd doken we dikwijls, achter de rug van de meester, snel op onze buik onder de lokalen door, tot bij het beekske. Daar zaten stekelbaarsjes, salamanders en schrijverkes. Het water was er immers staalhelder.
Het grootste deel van mijn lagere schooltijd bracht ik in deze schoollokalen door.’s Winters bar koud, ’s zomers broeierig heet.
Verscheidene jaren later bouwde de gemeente nieuwe klaslokalen op de plaats waar voordien de oude school had gestaan.
Tegen die tijd was ik echter de lagere schooltijd reeds ontgroeid.















































