Naar de inhoud

Een Bronsgroen eikenblog

seniorennet.beseniorennet.be

Bende van de dameskous.

In een naburig dorp werd een jonge kippendief betrapt. Hij behoorde tot de georganiseerde “Bende van de Dameskous”. Deze bende was tijdens de oorlog erg actief in de ganse provincie Limburg en zelfs ver daarbuiten.

Omstreeks 1943 was die bende ’s avonds laat bij een buurman binnen gevallen. Ze stapelden rondom de hoeve, bij deuren en ramen en in de woonkamer schoven stro op.

De boeven dreigden het hele huis in brand te zullen steken. Zo werd al het spaargeld afgedwongen. Wel honderdduizend frank werd er buitgemaakt, hoorden we ’s anderendaags vertellen.


klik op de foto In die tijd woonden buren op de buiten meestal een eind ver van elkaar verwijderd. Zodoende hadden we thuis van die overval niets opgemerkt.

Voortaan gingen thuis alle deuren veilig op slot als het begon te schemeren. Achter elke buitendeur stond een riek of een gaffel klaar. Vaders’ tweeloop stond steeds geladen binnen handbereik. Gelukkig moest het wapen nooit worden gebruikt, behalve dan om wat wild te stropen.

De opgepakte kippendief werd zwaar op de rooster gelegd. Uit zijn bekentenissen kwamen allerlei feiten en namen van andere bendeleden aan het licht. De bende telde wel om en bij de 100 leden.

Eén voor één werden die later aangehouden en in het gevang gestopt. Na de oorlog werden ze voor de gepleegde feiten veroordeeld.

Bij de wedersamenstelling in 1947 van de overval bij onze buren, zag ik met eigen ogen de kopstukken van de bende. Aan de polsen geboeid stonden ze buiten op het neerhof uitbundig pratend met de rijkswachters. Ze lachten en gekscheerden zonder ophouden. Het zagen er eerder hongerleiders uit in plaats van boosdoeners. Hun foto kwam nadien ook in de krant.

Thuis ging het werk op de akker en aan huis gewoon zijn alledaagse gang.


Stilaan werd ikzelf ook meer en meer ingeschakeld voor al wat zwaardere karweien.

Maaien met de zeis, hooien, oogsten, graanschoven binden, aardappelen en bieten rooien en tal van andere karweien verrichten.

Ik voelde mezelf duidelijk lichamelijk niet te best opgewassen tegen de zwaarste van deze taken.
Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Leven onder de vreemde bezetter.

Bij de algemene mobilisatie in 1939 was mijn vader circa 35 jaar oud. Als hoofd van een groot gezin werd hij niet opgeroepen voor de Belgische krijgsdienst.

Alhoewel de oorlog zich langzaam uitbreidde over haast gans het Europese vasteland, merkten wij als kind daar niet zoveel van.

We hoorden onze ouders wel eens spreken over de bezetters en de nare gevolgen van de Duitse bezetting. Zo vernamen we beetje bij beetje hoe zwaar de gevolgen van deze oorlog op het hele gezin gingen wegen. Met grote boosheid en vol achterdocht werd er over de Duitsers gesproken. We hoorden hier en daar ook wel spotliederen zingen. Dat ging dan over de nazi’s en hun krankzinnige fuhrer. Doch spot is het povere verweermiddel van de machteloze. In de school mochten we hierover niet spreken en zeker geen spotliedjes zingen.

Soms werd er gesproken over jonge mannen die door de bezetter werden opgepakt en weggevoerd om in Duitsland te gaan werken in de fabrieken om de Duitse oorlogsmachine beter te doen draaien.

We waren in die periode dan ook allen erg bang dat de grote broers vroeg of laat ook zouden worden opgepakt. Gelukkig gebeurde dat niet. Een neef en nog enkele andere dorpsgenoten werden wel het slachtoffer van deze hatelijke maatregel van de bezetters.

In april 1944 vaardigde de bezetter oproepingsbevelen uit waardoor burgers werden verplichtte helpen bij het vullen van de bomkraters en de opruimingswerken aan de gebombardeerde spoorweglijn in Kuringen. Zo werd ook mijn vader verplicht om deze karwei in dienst van de bezetter uit te voeren. Achter de rug van de Duitse bewakers werd er meer gesaboteerd dan gewerkt, vertelde hij later.

De boeren moesten op regelmatige tijd boter, graan, aardappelen, vlees en ander voedsel leveren voor het bezettingsleger. We hadden thuis hierdoor ternauwernood voldoende voedsel voor ons eigen gezin. Anderen hadden het niet beter.


In die tijd hielpen de geburen elkaar dikwijls bij het werk op het veld. Het hooien, het oogsten, het graan dorsen, het rooien van de aardappels werd dikwijls met vereende krachten gedaan. Niet elke boer bezat een paard. Sommigen gebruikten ossen of zelfs koeien als trekdier.
Uit de stad kwamen sommigen voedsel kopen op de boerenbuiten. Door gebrek aan eten kwamen sommigen zelfs kikkers vangen in de beemden, en vis in de naburige beek.

Stropers schuimden velden en bossen af, op zoek naar wild. Wapens dragen of gebruiken was echter ten strengste verboden door de bezetter.

Bijna dagelijks kwamen er bedelaars om eten vragen.

Aardappelen, rapen, wortelen en graan werden ’s nachts van het veld gestolen.

Eens hadden de dieven al het gemaaide koren van ons veld weg geroofd. Ze hadden de koppen van de graanschoven afgesneden. Het stro lieten ze ter plaatse liggen.

Op een morgen, toen ik in de koestal bieten stond te snijden voor de koeien, kwam een buurjongen, van honger enkele bietenschijven bedelen.

Ja de oorlog was niet mild voor de mensen die zelf geen landbouwbedrijf hadden.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ook de tweede boogbrug werd opgeblazen.

 

De tweede wereldbrand  rommelde intussen voort. Doch het tij keerde langzaam. De Duitse bezetter werd stelselmatig terug gedreven binnen zijn eigen grenzen.

Deze nieuw brug werd in 1944 zwaar bestookt  tijdens nachtelijke bombardementen, uitgevoerd door de geallieerde luchtmacht. Ze wilden zo de aftocht van de bezetter bemoeilijken.

Tijdens één bepaalde nacht waren er hevige bombardementen geweest, waarbij de hele omgeving van de kanaalbrug werd verlicht door talrijke neerdwarrelende magnesiumfakkels, om zo de ganse omgeving te kunnen fotograferen en de Duitse troepenbewegingen te kunnen kontroleren.
De Britse bommen konden slechts gaten slaan in het betonnen brugdek. Verscheidene bommen ontploften met een zware doffe knal in het kanaalwater. De brug zelf hield stand.


klik op de foto

De volgende morgen besloten mijn ouders wijselijk, dat wij niet naar school mochten gaan vanwege het gevaar voor nieuwe bombardementen. En ja, die namiddag werd de kanaalbrug opnieuw belaagd.

Hierbij schampte één van de bommen af op een brugboog, kaatste weg over het gekasseide wegdek, om daarna horizontaal voort te vliegen, regelrecht in de richting van onze school.

De leerkrachten en aanwezige schoolkinderen waren tijdig naar de kelder in het huis naast de school gevlucht. Precies daar zou de bom zijn ontploft, ware het niet dat ze een twintigtal meter eerder werd opgevangen door "onze kersenboom" en het kippenhok van de familie Leus, waar ze ontplofte, vlak naast onze speelplaats.

Het ganse schoolgebouw werd verwoest. Er was gelukkig enkel stoffelijke schade. Leerkrachten en schoolkinderen kwamen er met de schrik vanaf.

Toen de Duitsers in september 1944 terugtrokken, brachten zij de tweede boogbrug  tot ontploffing, om de komst van de snel naderende geallieerden af te remmen.

 

Voortaan werden de leerlingen van de gemeenteschool ondergebracht in houten schoollokalen  aan de overkant van de Kapelstraat. Het waren overgebleven soldatenbarakken van het Belgisch leger uit de tijd van de mobilisatie van 1939. De tekening hieronder geeft een goede voorstelling van de bedoelde klaslokalen.


multibarak1zq8.jpg

Het was een langgerekt volledig houten bouwwerk, rustend op talrijke kleine gemetste pilaartjes. Het bouwwerk was onderverdeeld in drie klaslokalen. In elk lokaal stond er één kolenkachel.
Op het eerste zicht schijnbaar primitief.
Toch hadden deze klasjes gezien de omstandigheden ook hun eigen charme.   

Tijdens de speeltijd doken we dikwijls, achter de rug van de meester, snel op onze buik onder de lokalen door, tot bij het beekske. Daar zaten stekelbaarsjes, salamanders en schrijverkes. Het water was er immers staalhelder. 

Het grootste deel van mijn lagere schooltijd bracht ik in deze schoollokalen door.’s Winters bar koud, ’s zomers broeierig heet.



klik op de foto





Verscheidene jaren later bouwde de gemeente nieuwe klaslokalen op de plaats waar voordien de oude school had gestaan.
Tegen die tijd was ik echter de lagere schooltijd reeds ontgroeid.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Het monster van de oorlog sloeg ook toe in ons dorp.


De eerste boogbrug was echter geen lang leven beschoren.

Bij de Duitse invasie op 10 mei 1940 werd ze verwoest, net zoals vrijwel alle bruggen en sluizen van het pas geopende Albertkanaal.

Op een morgen, op weg naar school, zagen we de reusachtige boogbrug, middendoor gebroken, met de beide middenstukken tegen elkaar in het kanaalwater liggen. Beide dorpshelften werden hierdoor letterlijk van elkaar gescheiden.

Sommige waaghalzen riskeerden het nog wel om langs de sterk hellende brugdelen naar de overkant te klauteren. Daar waagden wij ons zeker niet aan.

Er werd nu een vlotverbinding aangelegd, halverwege de Nieuwe weg en de Bredestraat.


klik op de foto

Circa 1941 werden de twee brughelften met lasbranders stukgebrand en op de westelijke oever tot een troosteloze schroothoop gestapeld.

Daar lag nu “onze” mooie brug. Ze lag er nog lange tijd te roesten.

Op weg naar kerk of school gebruikten wij de rechtopstaande boogstukken wel eens als schuilplaats tegen de regen.


Er werd een tijdelijk vlot ineen getimmerd. Hiermee konden de bewoners nu weer de overkant bereiken.

In 1942 werd er een nieuwe boogbrug gebouwd.


klik op de foto


Nu werd de brug in haar geheel, rustend op rollen op het wegdek, ineengetimmerd. Eenmaal voltooid, werd het hele gevaarte aan dikke stalen kabels door twee enorme windassen naar de oostelijke oever gesleept,totdat de enorme constructie precies op de vooraf bestemde plaats kwam te liggen.

 
klik op de foto

De beide dorpshelften werden nu letterlijk weer één geheel.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Het oude wegentraject gewijzigd.


Een ingewikkelde bruggenhistorie.

 

Tussen 1935 en 1937 werden hier de oude bruggen vervangen door één enkele enorme stalen boogbrug .

Ze werd ongeveer vierhonderd meter verder naar het noorden gebouwd.


klik op de foto

Over een gans nieuw aangelegde weg zou dit reusachtig gevaarte, met enorme spanbogen en  

een breed betonnen wegdek voortaan het nieuwe kanaal overspannen.

De brug werd  ter plaatse gemonteerd van de westelijke naar de oostelijke oever. De onderdelen werden met zware klinknagels aan elkaar geklonken.


klik op de foto

Zo te zien een gevaarlijk werk. Een dorpsgenoot viel tijdens dit werk van de hoogste hijskraan naar beneden. Hij werd hierbij ernstig gewond, maar bracht het er gelukkig toch levend vanaf. 

 

De beide oude bruggen konden nu worden afgebroken. De oude kanaalbedding werd immers verbreed tot ongeveer zestig meter.


klik op de foto

Vanaf 1939 zou alle verkeer van west naar oost door het dorp verlopen via de nieuwe kanaalbrug. De nieuw aangelegde weg kreeg dan ook de naam Nieuwe Weg.

 

Als gevolg van deze ontwikkeling zullen de beide oude trajecten via de Kapelstraat en via de Bredestraat in de toekomst aan belang inboeten. Terwijl langs de Nieuwe Weg de bebouwing grote uitbreiding begon te nemen.

Deze ontwikkeling zou tijdelijk nog flink overhoop worden geworpen door het uitbreken van Wereldoorlog  II.

De officiële opening van het volledige Albertkanaal door koning Leopold III had plaats op 30 juli 1939.
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ons dorp aan het Albertkanaal.

Kanaalwerken 1930-1939

Op 31 mei 1930 werd door koning Albert I het sein gegeven voor de start van de graafwerken aan het kanaal dat zijn naam zal dragen.

albertkanaal2tq3.jpg


Van 1930 tot 1939 werd met doorgedreven ijver gegraven om de werken aan het Albertkanaal van Antwerpen naar Luik te voltooien. De wereldhaven Antwerpen werd zo verbonden met het hinterland, het Luikse industriegebied aan de Maas.

Het was voor die tijd een reusachtige onderneming voor een klein land als België.

De hele bedding van het oude kanaaltje vanaf Kwaadmechelen tot Hasselt werd mee opgenomen in de planning van het nieuwe kanaal.

In de planning was voorzien dat het kanaal een verdedigingswal zou vormen tegen een eventuele inval van het Duitse leger.

Op de westelijk oever werd hiervoor een verhoogde dijk voorzien, met daarin op strategische plaatsen betonnen bunkers. Die bunkers en het eventuele onder water zetten van de lager gelegen oostelijke oever zouden die mogelijke inval moeten verhinderen.

Op het grondgebied van ons dorp werden drie zulke bunkers gebouwd.

In werkelijkheid zou deze opgeworpen hindernis de vijand geen strobreed in de weg leggen.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ons dorp aan het oud kanaaltje

Zowat anderhalve eeuw geleden werd ons dorp geografisch in twee delen gesplitst door het graven van het oud kanaaltje. Hierdoor veranderde het dorpsbeeld aanzienlijk. Voor een goede ontwikkeling en voor de samenleving had dit soms nadelige gevolgen. Thuis sprak men wel eens over “die van den andere kant”. Natuurlijk redeneerden die van de overkant op gelijkaardige wijze. Voor wie geregeld naar kerk, gemeentehuis of school, of zelfs naar hun weiland of akker wilde, dook steeds de hindernis van de oude smalle kanaalbruggetjes op. Hierin zou kort voor de tweede wereldoorlog grote verandering komen. Eerst was er het oud kanaaltje, ook wel eens het “Hasselts Vaartje”geheten. Dit was eigenlijk niets meer dan een vertakkingvaart van het Kempens Kanaal en de Zuid-Willemsvaart, vanuit Turnhout (Dessel) naar de Demer in Hasselt. Het kanaaltje werd gegraven tussen 1854 en 1858, met vrij eenvoudige middelen en met veel handwerk, zodat een aantal dorpgenoten hiermee ook hun boterham konden verdienen. Het “Hasselts Vaartje” was amper drie meter diep en 20 tot 22 meter breed. De kleine vrachtboten werden gesleept of getrokken met mankracht of paardenkracht van op de smalle trekweg langs de oever. Het eindpunt lag te Hasselt. In ons dorp lagen er voor 1937 twee smalle kanaalbruggetjes, één nabij de Goorstraat en de kerk en het tweede ter hoogte van de Bredestraat, aan de weg naar Bolderberg. Met paard en kar konden de boeren elkaar ter nauwer nood passeren op die bruggen. Deze bruggetjes verdwenen uit het dorpsbeeld toen ik amper twee jaar oud was. Ik ken ze dus enkel nog van horen vertellen en van oude foto’s.

scan10380agrbh8.jpg


Van kindsbeen af werd ons thuis diets gemaakt dat het kanaal een gevaarlijk water was. We moesten dit water tot iedere prijs vermijden. Dat kwam doordat mijn grootvader daarin in 1908, in duistere omstandigheden, was verdronken. Hij was toen amper 33 jaar oud. Mensen die hem nog gekend hebben, beweerden dat hij nochtans kon zwemmen als een paling. Zijn dode lichaam werd pas veertien dagen na zijn verdwijning teruggevonden. Tot overmaat van ramp troffen voorbijgangers, nog eens veertien dagen later, de veldwachter die grootvaders overlijden was komen vaststellen, eveneens levenloos in het kanaaltje aan. En hier en daar deden er nog zulke akelige verhaaltjes de ronde over het gevaarlijke kanaaltje. Tijdens felle winters vroor het kanaaltje dicht. Dan veranderde het kanaaltje in een ideale ijsbaan voor schaatsers. Zeven kilometer schaatsen, om boodschappen te doen in de stad, waren dan helemaal geen eigenaardigheid, vertelde mijn vader. Tijdens zulke schaatspartij op het oud kanaaltje was een kameraad van mijn vader trouwens ook om het leven gekomen. Vader was er toen zelf bij, doch hij had de bijt in het ijs net op het nippertje kunnen ontwijken. Je zou als kind voor minder bang worden door dergelijke akelige verhalen.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Een beetje dorpshistoriek.

Van oudsher is ons dorp Stokrooie steeds een bosrijke omgeving geweest. Een gebied waar de bewoners vrij hout mochten rooien.

In 1154 wordt de naam voor het eerst vermeld in oude archiefstukken.

Op een zachte glooiing, ver genoeg verwijderd van het overstromingsgebied van de Demer groeide hier deze kleine nederzetting.

De bewoners leefden van de schaarse opbrengst van de landbouw.


klik op de foto

Rond een kleine kapel,gebouwd circa 1500, breidde de dorpskern zich gestaag uit, onder het bestuur van de heren van de baronie van Vogelsanck en het kerkelijk toezicht van de Luikse prinsbisschoppen.


doveckq8.gif doveckq8.gif

In 1846 werd ons dorp een vrije gemeente.


Tussen 1852 en 1856 werd de huidige parochiekerk gebouwd. Haar patroonheilige is de heilige Amandus. Hij leefde tussen 594 en 675.


klik op de foto klik op de foto klik op de foto klik op de foto klik op de foto klik op de foto

Zijn levenswerk wordt bondig uitgebeeld in de huidige glasramen van de kerk. Ieder jaar tijdens de meimaand komen er bedevaarders de hulp inroepen van Sint Amandus. De bedevaarders roepen zijn voorspraak in bij koorts, verlamming, reumatiek, huidziekten, stuipen en ziekten onder het vee.

Slechts een boogscheut verwijderd van de eeuwenoude abdij van Herkenrode, was de invloed van de abdij nochtans niet zo uitermate groot.
De abdij bezat hier in het verleden wel wat grondeigendommen doch de opbrensten hierop waren niet zo denderend vanwege de mindere kwaliteit van de magere zandgrond in onze streek.
Ergens in de 15de of de 16de eeuw ontstond er een hoeve op "Het Goed van Olmen" in ons dorp. Toen de hoeve later onder de vleugels van de abdij kwam, verwierf de hoeve befaamdheid tot ver buiten de dorpsgrenzen. Na 1792, onder het Franse Bewind, werd de hoeve en "Het Goed van Olmen" samen met de abdij verkocht als "Zwart Goed".




Sedert de tweede wereldoorlog is dit oud landbouwbedrijf een stille dood gestorven.De hoeve zelf werd in de loop der tijden talrijke keren gerestaureerd.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Een opstelletje uit 1947

Geschreven door mijn broer Louis. Hij zou later zelf mijnwerker worden.

Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Op school geleerd

Een plazierig liedje

Image Hosted by ImageShack.us


Een mooi gedicht,
geschreven door de Limburgse dichter Lambrecht Lambrechts (Hoesselt 1865 - Gent 1932)

Image Hosted by Image

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Ik weet een vogel wonen

Vogelnesten zoeken was een geliefd tijdverdrijf.

Image Hosted by ImageShack.us Image Hosted by ImageShack.us

 Een opstelletje uit een schrijfboek van mijn twee jaar oudere broer, 30 april 1947.

Ik weet een vogel wonen. Zondagnamiddag waren wij op zoek geweest naar vogels. Wij hadden er twee gevonden. Zij woonden hoog in een dennenboom.Het waren twee eksters. De ene had drie eitjes en de andere twee. Wij gingen wat verder, daar in een haag stond een klein nestje. Het vogeltje zat er op, het vloog weg en we zagen drie schone eitjes met bruine puntjes er op. We gingen wat verder, bleven stilstaan, wat gebeurde er. Het vogeltje kwam weer aan gevlogen recht naar het nest en wipte er terug op, en het ging weer terug door met broeien. We zeiden tot elkaar: “zo schone vogeltjes en die zoveel goed doen, mogen wij nooit roven.”
 
’s Winters beleefden we de grootste pret met baantje glijden of sleeën met de zelfgemaakte ijsstoel..

Het schaatsenrijden op de ondiepe bevroren plassen was heerlijk, vooral als vader en de grote broers ook meegingen.
Frans een handige timmerman uit de buurt en een goede vriend van vader maakte op een minimum van tijd voor elk van ons een paar houten schaatsen.
’s Zomers waren verstoppertje spelen en voetballen met een zelf gemaakte bal van vodden en koeienhaar dikwijls ons belangrijkste tijdverdrijf, vooral op de zondagnamiddagen, als er bezoek was van neefjes en nichtjes of de kinderen van de buren.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

In de vrije natuur

Voor regen of wind waren we nooit vervaard. 
Bij dreigend onweer, donder en bliksem, liepen we om ter snelst weer naar huis. We vestopten ons dan onder  een deken om de bliksem niet te zien. Maar als vader dan thuis was, waren we gerust in de afloop van de zaak.
 
79-133c0600dd518926ca0528a05c1877eb.gif 79-133c0600dd518926ca0528a05c1877eb.gif


Bij mooi  weer zwierven dikwijls barrevoets langs wegen en velden, sloten en grachten op zoek naar vogelnesten of allerlei bloemen of vlinders. Of we vingen salamanders, kikkers of stekelbaarsjes in de sloten. Daarin was het water toen nog glashelder.


Door de zompige beemden ploeterden we tot bij de mooie knalgele dotterbloemen of de ranke stengels van de gele lissen, of het uitgestrekte tapijt van het helderwitte veenpluis (wollegras).


Bij het plukken van  rietstengels, met hun langwerpige smalle vlijmscherpe bladeren, kon je vervaarlijke snijwonden oplopen. Dikwijls verzamelden we bundeltjes rietpluimen en de sierlijke lisdodde tot een mooi boeket.



bir10bdb7.gif bir10bdb7.gif bir10bdb7.gif bir10bdb7.gif



p1030204xoa9.jpg


klik op de foto               klik op de foto           klik op de foto



Van de waterbiezen vlochten we slierten om ter langst, om er daarna kleine matjes of vederlichte sandaaltjes mee te maken.


Het water in de smalle slootjes was meestal glashelder. Je kon er gewoon van drinken, maar de bodem was er bedekt met een dunne roestbruine laag, voortkomend van een ijzerhoudende onderlaag in de bodem. Van moeder leerden we dat dit glashelder water geneeskrachtig werkte bij licht ontstoken oogleden van kleine kinderen!


Soms zag je er stekelbaarsjes pijlsnel wegflitsen naar een veiliger bergplaatsje. Zelfs jonge snoekjes  ter lengte van 10 tot 15 cm 15 cm zag je er hier of daar roerloos tussen de waterplanten liggen genieten van de weldoende zonnestralen.

Duizenden snelle draaikevertjes (schrijverkes) cirkelden in allerlei bochten kris kras door elkaar, om dan plots met zijn allen weer even roerloos stil op het heldere water te blijven rusten. Geen wonder dat de dichterlijke ziel van Guido Gezelle ze zo mooi heeft beschreven in zijn prachtig gedicht “Het schrijverke"




Image Hosted by ImageShack.us


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Vogelnesten zoeken

Geen vogelnest bevond zich te hoog.

klik op de foto klik op de foto

De vindplaats van een nest, het aantal, de kleur en de grootte van de eitjes vertelden ons welke vogelsoort erin woonde. We telden de eitjes en leerden dat iedere vogel zijn typische kleur en grootte van eieren heeft. Broedsels van fazanten en wilde eenden waren uiterst moeilijk te vinden.

klik op de foto          klik op de foto


  
klik op de foto


Van de schoolmeester leerden we dat nesten roven zeer ondeugend en laf is. Onder de schoolkameraden maakten we er een soort erecode van om nooit vogelnesten te roven. Gebeurde dat toch, dan werd er wel eens een robbertje gevochten om de boosdoener te bestraffen.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Langs beemden , velden en bossen

Als er vakantie was, trokken we er soms een ganse dag op uit. We ontdekten talrijke soorten bloemen, planten, bomen en struiken in de vrije natuur.
Ons onbegrensde speelparadijs reikte tot ver over de dorpsgrenzen heen.

Image Hosted by ImageShack.us

Image Hosted by ImageShack.us

Als we onderweg geen vruchten, noten, bessen, wortelen, rapen of graanhalmen konden bemachtigen, kwamen we ’s avonds rammelend van de honger weer thuis.Er was slechts één geldende regel: zorgen dat je steeds voor de duisternis thuiskwam.
Image Hosted by ImageShack.usImage Hosted by ImageShack.us


Image Hosted by ImageShack.us

We hadden al gauw begrepen dat in ons droomparadijs niet zomaar alles kon en mocht. Lawaai bezorgde alleen maar overlast. Dat trok vooral de aandacht van de boswachter en bovendien joeg het vooral alle vogels en wilde dieren op de vlucht. Hazen en konijnen, eekhorentjes, fazanten, wilde eenden enz… kon je op die manier niet verschalken.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn zorgeloze kindertijd

Terwijl elders in de grotemensenwereld de onbarmhartige oorlog voortwoedde, waren wij ons als kind maar weinig bewust van het onnoemelijke leed dat door die wrede oorlogoveral werd aangericht.
Vader en moeder hadden alle dagen de handen vol met werken en zorgen voor hun gezin, dat in 1940 reeds zes kinderen telde, de oudste elf en de jongste drie jaar oud.
 
De boerenstiel was een hard bestaan. De opbrengsten op de weinig vruchtbare grond van deze streek waren alles behalve rooskleurig. de oudsten van de kinderen werden de ene na de andere eveneens aan het werk gezet.
Er werd geholpen op de akker, bij het ploegen, eggen, zaaien, maaien oogsten.
's Winters werd er vooral graan gedorst en hout ingezameld voor de verwarming. Hiervoor kocht vader ieder jaar een koop hout. Dat werd dan gekapt en op maat gezaagd. Het dunne rijshout werd in mutsaards gebonden. Met paard en kar werd later alles naar huis gebracht. Daar werd alles netjes gestapeld. Ieder jaar een flinke houtmijt. Het dunne rijshout was erg belangrijk voor het stoken van de bakoven. 
Moeder had intussen de handen vol met de verzorging van het gezin. Eten bereiden, koken, wassen, drogen, naaien, strijken, koeien melken, de melk afromen, boter en kaas maken, brood bakken en nog veel meer. 
Voor en na schooltijd bestond de hulp van de kinderen vooral uit: 's zomers, koeien hoeden, langs de wegkanten of in de gemeentehei. Helpen bij het hooien en graan oogsten, korenaren rapen, aardappelen en voederbieten rooien en aan huis stookhout zagen of klieven, de bakoven heet stoken, de stallen uitmesten en proper houden, aardappelen schillen, maïskolven peulen, touwen vlechten van hennepvezels, enz... .
 
Op schooldagen trokken we dagelijks te voet op houten klompen langs smalle kronkelige, soms drassige straatjes, een half uur ver naar kerk en school.

We leerden daar in die tijd eigenlijk niet zoveel, behalve allerlei kattekwaad.
Leer- en schrijfboeken waren in die tijd erg schaars. We leerden wat rekenen en lezen.


scan10358ciy5.jpg

De lei en de griffel waren toen de belangrijkste leermiddelen.
Er bestond in die tijd ook nog de 4de graad in het lager onderwijs, voor de jongeren van 13 en 14 jaar. Die hadden toen toch al een schrijfboek voor huistaken. 
Met de aanwezigheid van die leerlingen was het vaak maar pover gesteld op de boerenbuiten. Zij konden al wat zwaarder werk aan en moesten dus thuis op de boerderij helpen.

Als de schoolbel voor ons jongeren het einde van de schooldag aankondigde, waren we de koning te rijk. De kousen in de broekzakken, de houten klompen in de handen, renden we barvoets huiswaarts.
Vlug wat eten, daarna één of ander karweitje en dan eropuit, langs sloten, beemden, velden en bossen tot ver in de omgeving.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Het werd oorlog


Toen kwam het Duitse leger ons land binnenvallen.

Zoals talloze andere gezinnen trokken mijn ouders op de vlucht. Met paard en kar en alles wat we maar konden laden ging het instinktmatige westwaarts, weg van het bangelijke naderende Duitse leger. 
Amper vertrokken, hoorden we hoog boven onze hoofden de gierende, razende en elkaar  bestokende vliegtuigen te keer gaan. In grote bogen om elkaar heen draaiend, steeds opnieuw stijgend en dalend, om mekaar te ontwijken, ratelden minutenlang de zware machinegeweren. Projectielen floten overal in het rond. Vader leidde paard en kar in allerijl onder een rij hoge dennen en struiken naast de weg. Half dood van schrik zaten mijn broer, mijn zus en ik op de kar, diep weggezakt tussen de dekens en kussens. Het angstaanjagende luchtgevecht greep eigenlijk zeer hoog boven onze hoofden plaats en hun dreiging was zeker niet voor ons bedoeld. Toch zagen we in de verte enkele dakpannen van ons nieuwe huis aan scherven uiteenspatten.


Onze vlucht bleek achteraf voorbarig geweest. Diezelfde avond zou ze een paar dorpen verder reeds eindigen. Want inmiddels was het Duitse leger toen reeds met grote haast richting Diest en Brussel voortgeijld. We hadden nergens Duitse soldaten gezien.
Gelukkig maar.
Die nacht sliepen we in de schuur van een boerderij. Als kleinsten werden we de volgende morgen verwend met boterhammen en een lekker spiegeleitje.
Nog diezelfde avond waren we weer allemaal samen thuis.  

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Onze nieuwe woonst.



Kort voor het uitbreken van de oorlog waren mijn ouders, met het ganse gezin en al hun hebben en houden, verhuisd naar de inmiddels nieuwgeboude boerderij (zie foto van circa 1985), nog een eind verder verwijderd van kerk en school.
Bij de verhuis moest iedereen natuurlijk zijn steentje bijdragen. Vader verhuisde met paard en kar. Van de kinderen nam de één de kruiwagen, een ander zeulde met een mand of een stoel langs de zandweg, 400 meter verderop naar de nieuwe woonst. 
De binnenmuren waren er nog krijtwit. Ze roken sterk naar vers pleisterwerk. Maar de vloer was geplaveid met prachtige gele, groene en bruine dooraderde Luikse tegels. In het huis bevond zich een Leuvense stoof. In de kamerplaats ernaast stond er zowaar nog een veel mooiere. Als deze laatste in hartje winter werd aangemaakt, was het daar heerlijk warm en gezellig.
Er waren apparte stallingen, voor het paard, voor de koeien, voor de kalveren, voor de varkens. Ja zelfs de kippen hadden een ruim hok en een heel grote ren. Als er sneeuw lag kwamen de patrijzen, en fazanten er een graantje meepikken.
Een uitzonderlijke keer kwamen zelfs de everzwijnen 's winters meegenieten van de opgestapelde aardappels en voederbieten. Ook de bunzing en de wezeltjes wisten de kippeneieren te vinden.
In de ruime natuur rondom de boerderij waren hazen, wilde konijnen, een zeldzame vos en talrijke bosduiven helemaal niet ongewoon.
Af en toe belandde er zo wel één of ander van dat lekker wild op ons bord. Hmmm... lekker! Dat  was natuurlijk wat anders dan de alledaagse aardappelen met salade en ajuinsaus.
Door de nog langere afstand naar kerk en school was er nu alle dagen nog meer plaats tijd voor het uithalen van allerlei fratsen en kattekwaad. Er was natuurlijk ook de tijd en de gelegenheid voor het opdoen van talrijke nieuwe ervaringen in de vrije natuur, in beemden, velden, bossen en heide.
Dat alles vormde het paradijs van onze kindertijd.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Parochiekerk circa 1930

Hier werd toen nog ieder jong mensenleven ten doop gehouden, ook dat van mij.
Te voet, een half uur gaans, van uit het bronsgroen eikenhout,  naar de kerk gedragen door peter en meter vergezeld van de wroetvrouw. Geloof het of niet, ik was er zelf bij. Mijn peter heb ik sindsdien nooit meer gezien. Hij overleefde de oorlog niet.
Mijn doopmeter was een steeds opgewekte druk pratende, zorgzame, lieve tante. Zij werd in 1970, op dezelfde dag als haar echtgenoot, mijn oom Frans, begraven.

klik op de foto

Mijn verste herinneringen reiken tot mijn drie tot vierjarige leeftijd. In mijn geheugen zie ik nog steeds, mezelf optrekkend aan de tafelrand, hoe moeder en vader aan de tafel staande, boter en eieren schikten in een grote wissen mand met groot handvat.
Een andere keer lieten mijn jongere zus en ik ons, om beurten hangend aan de staart van onze grote rosse Mechelse scheper, door de huiskamer voortslepen.

Of nog hoe de Belgische soldaten in 1939 thuis in de schuur sliepen en hoe ze de ganse opkelder hadden volgestouwd met langwerpige witte broden. Daar mochten we zeker niet in de buurt komen. 
Of hoe één van die soldaten, op een oude krakkemikkige fiets zonder banden, door de sloot koerste.
Wij speelden en ravotten met hen, maar tot in de stal tussen de koeien dierven ze ons niet achtervolgen.
Acht! Wat is die tijd reeds lang geleden en wat is alles zo onvoorstelbaar snel veranderd, vooral in gunstige zin.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn geboortehuis

Deze oude hoeve van het langgevel type ligt op ongeveer een half uur gaans van de dorpskern.
Ze werd vermoedelijk omstreeks het einde van de 18de eeuw gebouwd. In het verleden werd ze verscheidene keren gerestaureerd. Vandaag doet ze hoofdzakelijk dienst als stapelruimte.

geboortehuiskluu2.jpg

Bij de opmaak van het kadaster in 1840-1846 wordt Jan Goris de Oude vermeld als eigenaar van deze hoeve.
Door de graafwerken aan het Hasselts Kanaaltje in 1854 werden de aangrenzende landbouwgronden van de plaatselijke  boeren medogenloos doorgesneden.
Ook deze hoeve moest daardoor aan waarde inboeten. Ze werd verkocht.
Voortaan werd het een huurhoeve.

Omstreeks 1930 werd deze hoeve door mijn ouders in huur genomen voor de gangbare periode van 9 jaar. Vier van hun dertien kinderen, waaronder ikzelf, werden hier geboren.
Hier speelden en ravotten we dat het een lieve lust was.
's Winters waren de avonden erg lang. Buiten was het dan overal pikdonker. Straatverlichting bestond er in die tijd nog niet. Binnenshuis werd er verlicht met de petroleumlamp.

Tijdens de oorlog toen de petroleum zeer schaars was, gebruikten we thuis ook de vermaarde carbuurlamp. Zo'n metalen cilindervormige, rechtop staande doos ter grootte van een kleine koffiepot, omvatte twee ruimten: de onderste werd gevuld met calciumcabide, de tweede ruimte werd gevuld met gewoon water. Via een klein hefboomsysteempje, een klein hendeltje, kon je het water met kleine hoeveelheden naar de onderste ruimte laten lopen. Hierdoor onstond er in deze onderste ruimte een chemische reactie waardoor zich een gas ontwikkelde, dat dan langs een ontsnappingsbuisje naar boven, naar de kleine gasbek leidde. Nu nog het gas laten branden, zodat een klein gasvlammetje een schaarse verlichting in de huiskamer verspreidde.
Voor ons, kinderen, leek dat toen een erg misterieus toestel. Onze carbuurlamp was natuurlijk weer een hele speciale. We mochten er niet aankomen. Toch prutsten we soms stiekem aan het kleine hendeltje. Het gevolg was dan ... een plotse grotere gastoevoer ... gevolgd door een plotse harde knal ... licht uit ... en alles pikdonker.

Bij de mobilisatie van het Belgische leger na 1 september 1939 werd een deel van de hoeve in gebruik genomen door een aantal Belgische soldaten. We maakten toen voor het eerst kennis met wit brood.
De soldaten bewaakten het nabij gelegen Albertkanaal. Zij zouden de doortocht van het Duitse leger hier moeten belemmeren.

Het verblijf van de Belgische soldaten op onze boerderij was slechts van korte duur, want bij de inval van het Duitse leger op 10 mei 1940, moest het Belgisch leger al snel wijken voor de alles overrompelende Duitse Blitzkrieg.

p1000442a3lv2.jpg


Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jo rostok om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Een Bronsgroen eikenblog

↑ Terug naar de berichten