bart stouten
de essentie ervan, zonder alle bijkomstigheden
bach wil dat zijn muziek
op een bepaalde manier begrepen wordt
elke partituurbladzijde
is een mann ohne eigenschaften
bart stouten
linsideom ramen te sluiten
en deuren te openen
het is nooit te laat
om verder te kijken
diep in jezelf
en te ontdekken
dat alles wat je zo graag wilt zijn
allang in je verscholen ligt
het is nooit te laat
je leven om te gooien
de buitenlucht op te snuiven
opdat je hart beroerd wordt
en je lichaam tintelt
van ontdekte vrijheid
het is nooit te laat
om te gaan leven
* © Linside *
boukje scholtenhorizon ontwaakt,
ochtendlicht daalt schaduwen
neer op zwijgzaam zand.
ward bruyninckxafscheid nemen
is met zachte vingers
wat voorbij is dicht doen
en verpakken
in goede gedachten
der herinnering…
is verwijlen bij
een brok leven en
stilstaan op de pieken
van pijn en vreugde.
afscheid nemen
is met dankbare handen
weemoedig meedragen
al wat waard is
niet te vergeten…
is moeizaam
de draden losmaken
en uit het spinrag
der belevenissen loskomen
en achterlaten en
niet kunnen vergeten.
maria hillenwoordeloos verovert vrijheid mijn leven.
wacht!
loop niet te snel!
ik pak nog wat spullen
in de koffer van mijn hart.
herinneringen
zo dierbaar
overblijfselen van mijn worsteling.
kees hermis
je denkt een vogel te zien,
het geluidloos voorbijwaaien
van een donkere vlek, een
vage, gevleugelde omtrek
maar het is langzame lucht,
het trage bewegen van einder
naar einder, het onophoudelijk
stromen van iets dat zich als
lucht beweegt.
in dit voorbijgaan woon je,
had je iets willen vragen, iets
willen schrijven, vastleggen
een woord harder dan tijd,
totdat je ziet de dagen dat
je leefde, liefhad, losliet zonder
te blijven, dat jij het bent,
die vogel - toen en vandaag,
gevlogen.
fernando pessoa - a. willemsenik ben niets, kan niets, volg niets na.
ik draag mijn zijn, illusie, waar ik ga.
begrip begrijp ik niet, kan nergens lezen
of ik zal zijn, niets zijnd, wat ik zal wezen.
hiernevens, wat niets is, onder 't azuur
der wijde hemel, wekt me in ijdel uur
een zuidenwind die siddert in het lover.
gelijk hebben, winnen, in liefde geloven
zijn aan illusie's dode mast verstard.
dromen is niets, niet weten is onnut.
slaap in de schaduw, o onzeker hart.
menno wigman
wim aalbersvoor wie dit leest
en voor degenen
die graag met kleine klakjes
van de tong als terloops
van zichzelf proeven
het is van de zeewind
een klein zout spoor
dat tussen neus en lippen
zich vluchtig beroeren laat
een zweem van de einder
nauwelijks noemenswaard
geeft het naam
aan het onvermijdelijk getijde
afgeroepen en aangekondigd
of
heimwee naar een verlegen verliefdheid
een onvindbaar wit pension
een zomer in de duinen
summertime
jasper mikkersjij kroop langs de rozen omhoog.
een lied stond zwetend zijn bril te poetsen,
zuigend op een schemerlamp
- een brandende fakkel, een insektenpoot
in vlam, lichtend in de treurige morgen -.
jij beplaste het gras en
omhelsde een kikker die zong
en peultjes kweekte in een verlaten fietsbel, ach...
je haren verkruimelden in de wind.
takkebossen leed stegen op
vanonder insekten strelende stenen.
je hakkelde, wind sneed - ach, de wind!
kon ik je maar kussen op je kleine harp,
sukkelend voort over hooi puntend, piano-
stemmend mos, ach, de krekels, op waterige
krukken bolbozend in de diepte,
de diepte, ja, kroos, en daarna...
een krekel die het hazepad koos,
een lied aan zijn achterpoot gebonden,
een kistje,
en daarín.
anneke brassingagod allemachtig, je kan me gestolen worden.
'k heb jou niet lief en evenmin bemin ik het woord,
het vlees geworden, ferm gekneed en gaargestoofd
gehakt der schone poëzij. al wat zich waarheid waant
en wil aanbeden, zal ik weerspreken
tot mijn tong verdroogt. want ik ben dichter,
timmer gaten dicht en kieren, hamer schotten
tegen blikseminslag van het lot, sla spijkers
waar jouw donder dreigt, en vloek het gluipen
van de gifslang die jij zendt, o god.
ik zal er staan, van aangezicht tot aangezicht
wanneer je duistre spiegel breekt; maar wel als david
met zijn slingersteen. zolang ik duur, hoed ik
mijn hart, mijn wankel fort aan het ravijn dat jij
zo wonder schept, met slagen van je hand.
ik baken wereld af, verweer me tegen overmacht
en roverlust: jij rooft gestaag de lieve levens
van wie mij lief zijn en met wie ik delen mag
de razernij om afscheid dat jij ons proeven doet
al in de eerste kus - jouw dood, jouw as, jouw roet.
paul rigolleen of we van de wereld zijn en van de kleuren.
pas gestart droogt de zon alweer de ochtend op.
we trappen in de boter. maar wat ons wacht
heeft ons nu al zwaar te pakken. we kijken schuw
naar boven, vangen alsnog wind en dichten gaten,
rijden weg om niet te worden weggereden.
lange kilometers wassen onze breinen. denken is
niet goed. niet te denken is wat we moeten leren.
tot de klim begint en we niet meer weten van waar
en van welk dorp we komen. joel en duw ons voort,
kijk naar ons zolang het nog kan want fietsen
is behagen en louter liefde kan ons vleugels geven.
weerzien
vlak voor het springen
zwijgt de stilte
met ingehouden adem
tot het onze beurt is
xervaring
is niet wat
een mens meemaakt
het is wat
hij doet
met de ervaring
die hij mee maakt
elena v. moonray
be like water, my friend, be like water,
don’t be rigid; just go with a flow...
'be like water' - you asked me. 'don't hold to me.
i am leaving, so please let me go.'
'water is shapeless, my friend, water is flowing
water is moving; and it cannot die...
it may freeze sometimes, when it gets too cold,
but you know, the spring will arrive.'
i’m becoming shapeless, i’m becoming fluid,
i am listening to what you say...
i got frozen, my friend, by your sudden coldness
but i’m finding through cracks a new way.
now i am floating, again. i am glowing.
i’m reflecting the sun and the sky...
and sometimes the clouds. and the wind is blowing...
i’m already far away... just stopped to wave goodbye...
bruce leebe like water making its way through cracks....
empty your mind, be formless....
shapeless, like water....
water can flow or it can crash.
be water my friend
leonard cohendance me to your beauty with a burning violin
dance me through the panic 'til i'm gathered safely in
lift me like an olive branch and be my homeward dove
dance me to the end of love
oh let me see your beauty when the witnesses are gone
let me feel you moving like they do in babylon
show me slowly what i only know the limits of
dance me to the end of love
dance me to the wedding now, dance me on and on
dance me very tenderly and dance me very long
we're both of us beneath our love, we're both of us above
dance me to the end of love
dance me to the children who are asking to be born
dance me through the curtains that our kisses have outworn
raise a tent of shelter now, though every thread is torn
dance me to the end of love
dance me to your beauty with a burning violin
dance me through the panic till i'm gathered safely in
touch me with your naked hand or touch me with your glove
dance me to the end of love
boeddhaJaag niet achter het verleden aan
verlang niet naar de toekomst
het verleden is niet meer
de toekomst is nog niet begonnen
guillaume van der graftschrijvenderwijs was ik ingeslapen
schrijvenderwijs werd ik wakker bij nacht
omdat er woorden stonden te blaten
onder het open raam waar ik lag.
wie had hen daar bijeengedreven,
was het de honger of was het de wind?
ze stonden in een beginnende regen
doodstil te kleumen op het grind.
toen heb ik ze mee naar boven genomen,
de grote ruit van de spiegel besloeg.
ik had voordien nooit geweten hoe men
woorden halfslapend naar boven droeg
maar 's morgens vroeg, toen ik ontwaakte
waren ze weg en de deur stond los.
de zon scheen hoog en droog, er zaten
vogels te lachen in het bos.
gabriel bocángel - jean-pierre rawiede zon vlucht voor de zon, en leven doet
niet anders dan het leven zelf ontbinden;
vanuit de tijd, die eeuwig zijn gebroed
geslachten na geslachten blijft verslinden,
ontstaat het leven, en gelijk begint de
ontluistering die ons karkas doorwroet.
wat vreest de mens nog dat hij sterven moet,
als hij slechts bij wat heen is steun kan vinden?
wat is geweest, is weg; de toekomst is
nog niet in leven, en wat nu bestaat,
bestaat niet echt, omdat er niets beklijft.
alleen wat wij niet weten is gewis;
de wereld, een op wind gestoelde staat
waarin toevalligheid de wet voorschrijft.