margreet van hoorn


wat vogels in de kruinen van de bomen,
zwak zonlicht speels door ‘t aarzelende
groen, een windvlaag over ‘t water, en
de hemel gehuld in stijf gesteven blauw katoen.
wat mensen lachend door een warme wereld,
een spel van kleur en vreugde op ‘t gezicht,
een windvlaag over ‘t water, en de hemel
in declamatie van een speels gedicht.
verlangen en geluk in licht en lachen
‘t gevoel, een nieuwe mens, een nieuw seizoen,
je stapt er toch weer in, met al je dromen;
om aan het spel van ‘t leven mee te doen


















