wedersteen”, geeft voor Leest zestig strijdbare mannen, op en voor Hombeek
maar 47.” (Kerkarchief van Hombeek, nr.15)
“Later, tijdens de woeligenn die in de XVIe eeuw de Nederlanden overhoop
zetten, nam de bevolking te Leest geweldig af, zoodat bij den aanvang van het
bestuur der aartshertogen Albert en Isabella, daar veel minder strijdbare mannen
waren dan te Hombeek”. (in 1597 31 te Leest, 43 te Hombeek)
(Geschiedenis der gemeente Hombeek, F.De Ridder, 1931,blz.19)
1480 – 6 februari – Schepenbrief van Mechelen : Antoon van Voesdonk geeft aan Jan
Stevens een molenberg met windmolen onder Heffen, een watermolen met
bijhorigheden en een stuk land of delle onder Leest tegen 20 zakken rogge
jaarlijkse pacht. (Inv. V.h. archief v.d. Comm. Van Openb.Onderst. te Mechelen)
1480 – 16 oktober : Hendrik van Berghen, zoon van wijlen Hendrik verkoopt aan
Leliëndael 15 partijen land samen groot 11 bunder 24 roden verpacht aan Jan
Peters alias Wageman, gelegen te Hombeek en te Leest in hoofdzaak op de
Hombekerkouter, de Leesterkouter en het Lindeveld. (IFL,blz.101 – nr.395)
1482 – Cheynsboeck van ’t Goidshuys van Oliveten, gefundeert bij heere Godevaert van
Vilyen anno 1482 van hunder Heerlicheyt van Sempst, Weerde, Eppeghem,
Hombeek, Leest ende daaromtrent, copia auth. Omstreeks 1616 : 1 register.
(Patrimonius van het Godshuis, Dr. F.G.C.Beterams,Inventaris van het Archief
van de Comm. van Openb.Onderst. van Mechelen)
1483 – 15 februari : Lijsbet Maes en haar man Lambrecht van Malderen ruilen met de
pitantie van Leliëndael, om een erf te Zemst de helft van een huis met grond te
Leest groot 1 dagwand bij Scheurcapruijn gelegen, tussen het erf van Leliëndael
en een klein straatje achterwaarts strekkend tot bij de gronden van het klooster
waarvan de helft aan haar zuster Kathelijne toebehoort, belast met 2 kapoenen en
2 oude hennen ’s jaars erfelijk aan voorcijns. (IFL,blz.102 nr.400)
1483 – 24 april : Kathelijne Maes, dochter van wijlen Jan, en haar man Peter Papuleur
verkopen aan het klooster van Leliëndael de helft van een huis met grond te Leest
bij Scheurcapruijn. (IFL, blz.102 – nr.401)
1487 – “...op ende aen des voers Jan Berthouts huys metten hove schueren stallen ende
met eenen stuck lants den hoegen tragel geheeten ende met eenen stuck beempts
geheeten Amerse bruelken daer aenliggende gelegen in de prochie van Leest
tusschen een stuck bemt geheeten den heeren traghel onze genad. Heere den
hertog van bourgnen toebehorende...” (GM)
1488 – 14 juni : Margriet vander Heijden verkoopt aan Gielis vander Most, zoon van Aert
3 veertelen rogge lijfrente ’s jaars op het huis van wijlen Aert, te Leest bij
Scheurcapruijn tussen het erf van de abdij van Rozendaal en Merten Vanden
Brande. (IFL, blz.102 nr.404)
1488 – 30 juli : Gielis vander Most, zoon van Aert verrijkt wegens achterstallige lijfpacht
3 stukken land die aan wijlen Willem vander Most toebehoorden, gelegen te Leest
op Scheurcapruijn :
1) een perceel met huis erop tussen het goed van Rozendaal en Merten vanden
Brande.
2) 3 dagwand daar tegenover tussen Jan van Schoeten en Gillis vander Elst.
3) ½ dagwand aldaar tussen wijlen Jan vanden Walle en de Heerstraat.
(IFL, blz.102 – nr.405)
1494 – 27 augustus : Gielis vander Most wijlen Aerts’ zoon, Lijsbeth vander Most, zijn
zuster, met Peter van Utrecht haar man en Margriete vander Most met Willem de
Bruijne haar man, verkopen een huis te Leest tussen een erf van de abdij van
Rozendaal en één van Hendrik vanden Brande in de Hamstraat, en een stuk land,
aan Hendrik vander Eertbruggen. (IFL, blz.103 nr.409)
1496 – 22 juni : Jan Marssys erkent van Ambrosius Adriaens te hebben ontvangen 32
pond gr. Brabants voor de aflossing van 8 gouden Rijnsg. erfelijke rente op dezes
huis, achter de halle van Mechelen, en op een vierde paart van de erfgoederen van
Dierik en Jan Adriaens binnen Leest en O.L.V. Waver en al dezes goederen
binnen de Vrijheid Mechelen. (MS)
1497 – Archief De Lalaing – Boek 1020 – Leenboek van Huges De Prant 1497-1580.
-De Heylige Geest van Leest van een bunder heelfwinninge lutter min oft meer
gelegen over den Zantvoert en het wisselt tegen de Heylige geest van Blaersvelt.
-De Heylige Geest van Blaersvelt oic van 2 buender heelfwinninge lutter min oft
meer gelegen over den Santvoert metten den Heyligen Geest van Leest en
mijnheer van Blaersvelt in dander zijde.
1497 – 5 april : Minnelijke regeling tussen Antoon van Voesdonk en Joris van
Wincenhove, alias De Pijpere, over de doorgang voor de molen van Leest.
(MS, Paalbrief van Mechelen, nr.4705)
1505 – 24 april : “Werd gesticht door Gielis van Leest, priester in den Ham, eene kapel
ter eere van de H. Maria Magdalena met een godshuis voor 4 arme mannen van
het Huidevettersambacht, met desselfs bestierder.” (Dhanis p.303)
1510 – 14 mei : Anthonis vanden Riele verkoopt aan Willem Tsas, proost van de abdij
van Leliëndael t.b.v. de proostdij 2 kapoenen en 2 hennen ’s jaars erfcijns op het
huis en erf van wijlen Aert Maes te Leest, nu eigendom van de proostdij tussen
de goederen van het klooster en een klein straatje, gelegen in de Winkelstraat.
(IFL, blz.103 nr.411)
1511 – 20 december : Klaas en Maria Vermost –bij monde van hun voogden- verkopen
een huis onder Leest, bij de Schuurcappruin, aan Aert Steelemans. (MS)
1513 – “...in ’t selve jaer wirdt buyten Mechelen een man die sigh selven verdroncken
hadde, by sententie gehangen in een Vorcke in de Battelsche Bergen...”
(MK, blz.127)
Straf op het lijk van de zelfmoordenaar.
Men wilde de zelfmoordenaar treffen in zijn lijk, zijn goederen en zijn
gedachtenis. Zijn stoffelijk overschot mocht niet in gewijde aarde begraven
worden. Het lichaam werd op een horde of slede gebonden, het gezicht naar
de aarde en het hoofd naar het paard gekeerd, “als nyet weerdich wesende op
sulck een feyt d’eerde te betreden”, en naar de Galgenberg gesleept om er met het
tussen een mik, vork of wip in Y vorm te worden gehangen of gelegd.
Deze behandeling van het lijk werd als meer onterend beschouwd dan de
opknoping aan de galg. Het lijk bleef hangen als aas voor de raven of tot het
ingevolge verrotting uiteenviel. Daaruit moest blijken, dat de zelfmoordenaar een
gewone begrafenis niet waardig was. (MK, blz.127 – Maes,p.411)
In 1398 troffen we een plaatsnaam aan die wees op het bestaan van een galg
(in de Warande toen nog tot Leest behorend) : “galghenlant juxta locum dictum
hoghe warande” (galgenland bij de plaats die hoge warande genoemd wordt)
Jan De Decker wees op de onmiddellijke nabijheid van een “Zwarte beek” wat
door plaatsnaamkundigen reeds dikwijls aangetroffen werd in de nabijheid van
oude begraafplaatsen. “Zwart” betekent hier “dood”.
Terdoodveroordeelden werden op het rad geradbraakt nabij Scheurcapruyn
voegde hij eraan toe. (DB – november 1958)
1514 – 9 september : CAMERLINCK, JACOP zoon van ANTHOON, hantwercker
van Leest. (De gekochte poorters van Mechelen, M.Kocken. 3958/I/122.)
1515 – 5 november : Hippoliet van Voesdonk geeft aan Margaretha van Voesdonk, zijn
zuster, 14 zakken rogge lijfpacht op zijn molenberg en windmolen onder Heffen,
op een watermolen met toebehoorten en op een stuk land onder Leest.
(MS,nr.4722)
1516 – “Den 7 julii wirdt door den Koninck in synen Secreten Raede eenen sententie
gegeven, tusschen die van de Stadt Brussel ter eendere, ende de Stadt Mechelen
ter andere syde, over het spannen van de kettinge tot Heffene op de riviere de
Zenne, als die van Brussel naar Antwerpen, ofte van Antwerpen naer Brussel
quamen met gelaede schepen met Coopmanschap ende principaelyck met Haver,
Saut, ende Visch, langhs waer die van Brussel van over lanck pretendeerden vry
te mogen passeren, ende alles door partyen geallegeert zynde tot hun recht
dienende, is verklaert dat die van Brussel niet ontfanckbaer ofte gefondert en
waren, ende dat alle de proceduren tusschen de selve partyen beginnende van den
2 april 1489 tot nu toe, sullen komen te cesseren, reserverende niet te min aen
die van Brussel hun recht ende actie raekende dese materie te vervolgen voor des
Conincks Raedt ofte Commis om voor de selve sommierlyck te procederen als
hun sal goet duncken, ende die van Mechelen in hun recht ter contrarie.” (KCM)
1517 – “ In ’t selve jaer 1517, was grooten vorst ende koude, ende begonst te vriesen van
den 16 November, ende duerde dry weken naer Sint Pauwels Bekeeringh-dagh,
men gink ’t Antwerpen aen de Borcht over de Schelde ende in Zeeland reeds men
met wagens en peerden over ’t Ys tot in Brabant.” (KCM)
1518 – 1 janauri : Jan Cockelbergh geeft aan Adam de Gortere pastoor van Leest voor de
kerk en de Heilige Geesttafel van Leest de helft van een hofstede met huis daarop
staande metten hove ende toebehoorten, gelegen te Leest aen de Plaetse tusschen
beyde de straeten, streckende achterwaerts tot aan ’t curenerve. De andere helft
van die hofstede behoort Henricke van Vistrycke.
(Schepenakte van Mechelen – Parochie-Archief Leest)
1522 – Kerkrekening – “...r(e)keninge en(de) bewys aert steemans / ende Jan cokelberch
als kercmeesters / van leest van alle den ontfanc ende / uuytgaeve daer tegen
gedaen / van den jaere ende kersmisse ...”
(Wilfried Hellemans, 2003 –“Negen eeuwen Sint-Niklaasparochie”)
1524 – 23 september : Testament van Margaretha van Voisdonck.
Met het geld van deze eigenares van het verdwenen “Hof ter Moortere”
kon de kerkfabriek een bijkomend priester of kapelaan-vroegmislezer betalen om
op zon- en feestdagen in Leest aan het altaar van O.L.Vrouw een tweede of
vroegmis te komen opdragen.
(Wilfried Hellemans, 2003 – “Negen eeuwen Sint-Niklaasparochie)
1529 –“ In 1529 regneerde in deze landen de Sweetende zieckte, alwaer binnen Mechelen
veel volck af stierf, op den tyde van 24 uren. Varnewyck schrijft in syn
Chronycke van Vlaanderen dat sy daer van stierven, die te veel gedect oft te
warm gehouden wirden, ende die hun redelyck koel en niet te warm hielden
bleven in ’t leven...” (KCM)
1532 – 22 maart : VRANCX, JOOS zoon van PETRUS, tregelere van Leest.
(De gekochte poorters van Mechelen, M.Kocken. 4320/I/139)
1533 – “... landeken de Hoge Vondelbeke onder de prochie van Leest aan Molenbeke
ende tquatcolfstraetken.” (GM)
1535 – 29 juli : Gielis Leemans geeft in betaling van de 3 gulden 10 stuivers aan de H.-
Geesttafel van Sint Jan de 3 gulden cijns op 7 dagwand land onder Leest,
tegenover de poort van de stenen molen.
(GM, nr.2475)





