1591- De Tiendenhoeve -Tiendeschuurstraat.
1591 : “...tot Leest tegens de Thiendeschure...” (GM)
Andere vermeldingen :
1594 : “...de Thieneschuere in de Thiendeschuerstraat...” (HCM)
1663 : “...onder Leest bij de Thiende Schuere...” (AM)
1723 : Jan Van Acoleyn : d’erffgenaemen van den heer Grisper : Pachthoff met
diversche stucken aen een, ende plaetse daer de thien schuer op staet.
Het pachthof van Grisper, met de vroegere tiende schuur welke nog eene groote
hoeve is, behoorde in 1810 aan de familie de Meester, in 1905 aan de Meester-
de Coussemaker, te Antwerpen.
Het toponiem Tiendeschuurstraat vonden we terug in :
1442 : “...in Leest inde Thiendeschuerstrate...” (GM)
1450 : Onder Hof ter halen : Thiendeschuerstrate. (GM)
1474 : “...een stuck lant geh. Tarweblock gel. aen de Thiendeschuerstrate..”(GM)
1815 : “...de Tinne Schuerstraet vroeger Lijkstraat..” (WB)
De Tiendenschuur-hoeve was gelegen tegenover de boerderij Van Roey in de
gelijknamige straat.
In deze hoeve moesten de pachters een tiende van hun oogst binnenbrengen
als cijns.
De tienden werden geheven door de abdij van Kortenberg, die er 1/3 van afstond
aan de pastoor. Deze cijns werd in 1637 een vaste som.
Aanvankelijk bestonden er slechts twee tienden, namelijk de “grote tiende” op de
graangewassen en de “kleine of smalle tiende” op minder belangrijke teelten :
zaad, erwten, bonen, brandhout, wijn, ook op vlees : de “vleestienden” waardoor
de houders van schapen, varkens, ganzen, eenden, kippen één tiende van deze
dierenstapel moesten afgeven.
In de 13e eeuw ontstonden de “novalia” of tienden op de nieuw ontgonnen
gronden. De novalia waren bestemd voor de parochiale geestelijkheid, maar door
een voorrecht bekwam de abdij van Kortenberg in 1266 van Hertog Hendrik III
de novalia in al de parochies waar ze andere tienden bezat.
De abdij van Kortenberg inde de tienden in zeven parochies : Kortenberg, Erps,
Kwerps, Nossegem, Kampenhout,Hombeek en Leest.
Het pachtboek van de abdij (17e eeuw) verstrekt nog volgende gegevens over de
tienden : te Leest werden ze verpacht zonder Haksdonck en zonder het negende
deel van de pastoor, tegen viertelen rogge, 12,5 viertelen boekweit en 12,5
viertelen haver, plus nog de som van 440 gulden (1640).
Het innen der tienden gaf aanleiding tot veelvuldige wrijvingen tussen de abdij
enerzijds en de parochiale geestelijkheid anderzijds.
(DB-nr 8, 1955 en 1/3/1957)
In Gazet van Antwerpen van 6 december 2002 blokletterde Leo De Nijn :
“Hondengeblaf niet langer welkom in landbouwzone”. Het betrof de
hondenschool “TIENDESCHUURKE” gevestigd in de gelijknamige straat
maar op zoek naar een andere locatie omdat hun huidige locatie in een
landbouwzone lag.
1592 – “...Bosch groot omtrent een ende halff bunder geheten Vranxbloken oft Setsel
gelegen tot Leest tusschen Goesbrecht Van Gestele erve ten eenre ende Mr.
Aelbrecht Bouwens erve ter tweedere, het Battelerevelt ter derdere ende den
Kerckenbosch ter vierdere zijden...(GM)
1592 – Jan Haes (Haese-Hals) werd pastoor te Hombeek en te Leest (van 1592 tot 1598).
Over de data van zijn herderschap bestaat absoluut geen eensgezindheid.
Hij was een norbertijn uit de abdij van Grimbergen en pastoor te Ruisbroek aan
de Rupel. Maar daar was hij weggegaan omdat de pastorij er bouwvallig was
én omdat hij er te weinig
bestaansmiddelen had.
Zo kwam hij naar Hombeek en
hielp er de zieke pastoor M. Goossens.
Hoelang hij diens onderpastoor was is onduidelijk maar alleszins vanaf 19 juli
1592 bediende hij Leest dat, zo schrijft F. De Ridder, zonder pastoor was
en waar het al even erg lag als te Hombeek.
Tijdens zijn Leestse bediening begon men er aan de herstelling van het hoogkoor
in de kerk. En het is ook waar dat Leest aan deze man haar oudste
parochieregister dankt, dat van de huwelijken, waaraan hij begon op 2 mei
1599.
Op bevel van zijn prelaat moest hij in 1596 weer naar Ruisbroek vertrekken.
Maar dat deed hij pas in 1599.
(Wilfried Hellemans : “Pastoors Gevraagd”, ’t Ridderke nr. 2 van 2004)
1593 – 27 juli : Rombout Lanceloots (zoon van de overleden Cornelis) verkoopt zijn part
van beemd “den Tragel”, groot 4 bunders tot Leest omtrent de brug. Borg : zijn
schoonmoeder Katelijne Daniels. (Notaris Van de Venne Mechelen, f°191)
1595 – Na het concilie van Trente (1563) werden alle pastoors verplicht de doopsels,
huwelijken en overlijdens die ze deden, in een register in te schrijven.
Het duurde evenwel nog een tijdje eer die nieuwe gewoonte er bij de pasters inzat.
Zo vangt het eerste parochieregister van Leest aan in 1595.
1595 – Het waren beroerde tijden voor onze streken op het einde van de 16de eeuw.
De kerk was uitgebrand, de kerkschatten verdwenen, de klokken geroofd, geen
pastoor meer en bijna de hele bevolking gevlucht of uitgeweken.
Tussen 1592 en 1599 bijvoorbeeld werden slechts elf huwelijken van Leestenaars
ingezegend en die gebeurden dan nog allemaal te Mechelen in de O.L.Vrouwkerk,
te Hombeek of te Kapelle op den Bos.
Ook het minieme aantal sterfgevallen is typerend : van 1592 tot 1594 werden
slechts twee begrafenissen gesignaleerd.
Dan komt echter 6 april 1595. Op die datum lezen wij in het overlijdensregister
van Leest dit kort sensatiebericht : “...ex conflagratione certi oppugnacuoli
rusticorum in coemeterio loci extructi...” : elf boerenmensen komen om in een
brand van een hogergelegen verschansingsplaats op het kerkhof. Het zijn Petrus
Vertongen met zijn vrouw Margriet Winge en hun kindje, een jong meisje
Paschalia Vlemincx, Clara Swyninca die getrouwd was met Jan Verlinden met
haar kind, Jan Costemans met een kind, een dochtertje van Petrus Verschueren,
Jan Van den Broeck alias Neefs en een kind van Stefan Persoons.
(WLS, blz.8 en 9)
1595 – “Betaelt den 3 juny 1595 eenen huysman gecomen van Leest ende mede gebracht
hebbende vijf jonghe wolven bij hem aldaer gevanghen – voor het groot devoir
daer inne bij hem gedaen.” (MK- Frans Berlemont)
1595 – 17 juli : Katelijne Eyckemans weduwe Christoffel Coels verkoopt Peter Van
Cruhingen brouwer echtgenoot van Joanna Van Broecke haar nichte de helft
geërfd van Elisabet Van Broecke haar moeder in een erve daar een huis op
gestaan heeft te Leest, grenst 1 de erfgenamen van Antoon van Eemeren,
2. het kerkeblok, 3. sheerestrate item een blok lant rondom met fruitbomen
tegenover voormelde erve 1. sheerestrate, 2. Leester Couter, 3. de straat,
4. de Lijckstrate. (Notaris Van de Venne Mechelen, f°356)
1595 – 7 december : Merten Van Laeken wonende in de Huidevetterstraat echtgenoot van
Katelijne Smuncx, haar eerste man was Merten Mommaerts van wie twee
kinderen Katelijne X Gillis De Grauwe en...
1/5 beemd “de Grooten Tragel” tot Leest, tegenwoordig toebehorende Loys
Breaumont brouwer. Getuigen Thomas Struelens leertouwer en Jan Ghuens
huisman te Muizen. (Notaris Van de Venne Mechelen, f°394)
1596 – Onmiddellijk na de beroerten der XVIe eeuw, zodra de dageraad van rust en vrede
aanbrak, ging een der grote bekommernissen van de geestelijkheid naar de
herinrichting van het onderwijs, vooral op den buiten.
Reeds, terwijl de storm nog woedde, had het provinciaal concilie van Mechelen,
in 1570, aan de bisschoppen bevolen, dat in de steden en de dorpen de
parochiescholen, zo zij gevallen waren, heropgericht, en zo zij nog bestonden,
behouden werden en vermeerderd.
Pas hadden, hier te lande, de aartshertogen Albrecht en Isabella hun blijde intrede
gevierd of de geestelijke overheid drong bij de pastoors krachtig aan op de
uitvoering van dat bevel.
In het aartsbisdom Mechelen wilde zij volstrekt zo spoedig mogelijk een school
voor iedere parochie. Op de dorpen, waar men niemand vond met voldoende
bekwaamheid die het onderricht der kinderen wilde opnemen, werd de taak van
schoolmeester opgedragen en opgelegd aan de koster van de parochie.
De landdekens kregen de taak, jaarlijks bij hun kerkvisiet te vernemen en te
onderzoeken , hoe het in de parochie gestaan en gelegen was met de school...
Die van Leest beloofden in 1596 uit de inkomsten hunner H.-Geesttafel jaarlijks
drij veertelen koren te betalen aan den schoolmeester, op voorwaarde nochtans,
dat de H. Geestmeesters van Hombeek ook drij veertelen zouden geven. (Leest
werd toen nog bediend door de pastoor van Hombeek)
(Geschiedenis der Parochie Hombeek – F.De Ridder, blz.96 en volgenden)
1596 – 21 juni : Adolf vanden Venne, wonende Koestraat, verhuurt aan Bartolomeus
Goessens en Peter Verschueren een hoeve te Leest.
(Notaris de Hondecoutere, Mechelen nr.860)
1596 – 22 november : Peter van Zijpe, procureur 46 jaar en Jan De Kariddere 46 jaar, als
der w.v. + Jan Van Breusem x Magdalena Van der Aa bij zitdag ten huize van
Adam Persoons oud 69 jaar de oude, meier der prochie van Heffen en Leest,
Gestaan in de Adegemstraat in herberg “Schotland”, verhuurden aan Lenaert
Matthijs weerd in “Sint Jacob” een half bunder wey onder Battel in Diepbrouc...
(Notaris De Hondecoutere, f°853)
1597 – De landelijke bevolking van Mechelen “gemonstreert synde Anno 1597 in
September, wierdt bevonden niet stercken te syn als 174 mannen : Hever 41,
Muysen 27, Hombeek 43, LEEST 31, Heffen 26 en Battel 6.”
(Kerkarchief Hombeek M,nr.3)
1597 – 7 februari : Pieter Coreman molder en landpachter tot Leest getuige Jaspar De
Vleeschouwer. (Notaris Van de Venne Mechelen, f°152)
1597 – 22 maart : Jan Van de Weerde als mespachter wonende Leest debet Frans Van
Roye over geleverde granen en obligatie die hij had tot laste van Jan Verlinden
nu wonende tot Blaasveld.
(Notaris Van de Venne Mechelen, f°179)
1597 – 8 mei : Staat van goed wijlen Rombout Verpoorten X juf. Maria Feermans.
Voogden Adriaan Verpoorten en Cornelis Feermans over zijn voordochter
Anneken Verpoorten uit + Anneke Van Berge.
Voogden Adriaan Verpoorten en Cornelis Feermans over de vijf wezen uit het
tweede huwelijk.
....rente op 6 bunder bos te Leest toebehorende Pieter Lanceloots “de Palenkers”
genaamd. (Notaris Van de Venne Mechelen, f°213)
1598 – Willem Van Achelen werd pastoor van Hombeek en Leest. (tot 1624)
Onder hem werd het hoogkoor én het kerkhof in Leest ingewijd (1599).
Datzelfde jaar begon Willem Van Achelen er met een doopregister.
Deed hij werkelijk een zondagsmis in Hombeek en de volgende in Leest ?
Zeker vanaf 1605 deed hij dat slechts veertiendaags : de ene zondag in
Hombeek en de volgende in Leest. En dat bijna twintig jaar lang !
Omdat zijn Hombeekse en Leestse pastorij onbewoonbaar waren,
verbleef hij dan hier, dan daar. In 1602-1603 was dat halfweg tussen Hombeek
en Leest, op andere momenten in Mechelen en enkele jaren zelfs in de
Hombeekse...sacristie.
Verder werd onder zijn impuls de
kerk in Leest verder hersteld.
Het schip kwam aan de beurt (1607) en de niet meer bestaande kruisbeuk
met een noordelijk O.-L.-Vrouwkoor en een zuidelijk Sint-Niklaaskoor
(ca 1614-1615). Ook de nog altijd gebruikte zandstenen sacristie dateert
uit die tijd (1620).
Bovendien liet hij de kerk opnieuw meubileren en opsmukken.
Bv. werd (in 1604) bij Maarten Van Calster het groot Sint-Niklaasbeeld
gekocht dat nu naast het oude hoofdaltaar staat.
Willem Van Achelen gaf zijn ontslag op 29 oktober 1623 en overleed
te Mechelen in 1629.
(Wilfried Hellemans : “Pastoors Gevraagd”, ’t Ridderke nr.2, 2004)
1598 – Dat jaar werd de spits op de toren gezet met een nieuw kruis, het oude wordt
“met een cordewaghen naer de Catelijnestraete gevoerd” en daar als een
“stuck oudt ijsers vercocht”. Als de toren af is wordt er “een tonne bier” op
gezet.
Schaliedekker Merten Offermans zorgt voor het dak van het koor. Er werden
Daartoe 8.000 schalieën besteld.
(WLS, blz.9)
1598 – 14 februari : Adam Persoons 70 j. meier van Hombeek, Pieter Diddens 75 j.,
getuigen voor Jacob Coeckelberg (zoon van Niklaas) wonende te Leest verklaren
dat zij “familiair gekent hebben” voors Niklaas ende alle zijn kinderen dewelke
alle zijn overleden zonder kinderen uitgezonderd voormelde Jacob Coeckelberg
nu enige zoon van Niklaas. (Notaris Van de Venne Mechelen, f°331)
1598 – 14 februari : Pieter Diddens 75 j. Adriaan Persoons 70 j.wonen te Hombeek,
getuigen voor Jacob Coeckelberg (zoon van Niklaes) wonende te Leest.
Zij hebben voors Niklaes gekend en al zijn kinderen, allen gestorven
uitgenomen requirant nu wezende enige zoon en erfgenaam.
(Notaris Van de Venne Mechelen, f°8)
1598 – 24 april : Testament van Pieter Diddens –zoon van Willem, aan Maytken
Verschueren (dochter van Pieter) sijns nevensdochter een dagwand te leest op
“Duyckensveld”.
Aan Anneken Geens zijn maerte. Maeytken Vertommen (dochter van de
overleden Henri en eveneens overleden Elisabet Vrancx) mitsgaders Pieter
Van den Bossche (zoon van Cornelis en van Anneken Vertommen zuster van
Maeytken)
wijlen zijn broer Jan Diddens X..vanwie Anneken weduwe van Pauwel De Wilde.
Lyncke, Coeckelberg (d.v. Andries en Elisabet Diddens ook dochter van vs Jan)
Herman en Maeyken Beelaerts (kinderen van + Antoon en + Barbara Diddens)
Willem en Cornelis Vlemincx (k.v. Jaspar en Elisabet Diddens zuster van
testateur)
Cornelis en PieterVerschueren (zonen van de overleden Cornelis en Maria
Diddens, ook zuster van testateur)
(Notaris Van de Venne, Mechelen f°212)
1598 – 24 april : Testament Juf. Barbara Peeters (dochter van Pieter), weduwe van Jan
Staes en van Jan Van den Passe.
...aan de twee kinderen van Margriet Van Passe weduwe van Philips Schoof.
...de dochter van Laureys Broers wonende nu tot Leest bij Pieter Van Gijsele.
(Notaris Van de Venne, Mechelen, f°64V-)
1598 – 24 april : Testament van Juf. Petronella Pieters (dochter van Pieter) weduwe van
Jan Staes en nu van Jan Van Passe...
...de dochter van Laureys Bruers tot Leest bij Pieter Van Gijsele.
(Notaris Van de Venne, Mechelen, f°36)
1598 – 5 juni : Jan Lettin geeft ter verzekering van Zeger Colez en Jan Ansseau voor hun
deel in de 62 carolus gulden erfelijke rente zijn hoeve met hof, land, beemden en
toebehoorten “de Kleine Hoeve” onder Leest, in de Biest, belast met renten ten
voordele van Lodewijk Vrancx, de H.Geest van St.- Pieters en van Leest, de
proost en het klooster van Leliëndael, de kapel van de H. Daniël in O.L.V.
Gasthuis, de kerk van Leest en het klooster van Blijdenberg.
(MS,Zegels van Jacobs De Riddere, Jan Croon)





