

1924 – 10 januari : Overlijden van herbergier, gemeenteontvanger en schrijnwerker
Noldus Teughels. Hij woonde in “de Roselaer” op het Dorpsplein.
Het werkhuis van zijn schrijnwerkerij stond achter het huis en was gebouwd op
de kerkhofmuur. Later (1927) verbond zoon Theodoor de zaal, die bij het
woonhuis behoorde, met het werkhuis en maakte er één grote ruimte van, die
als schrijnwerkerij én als feestzaal moest dienst doen. Die zaal diende trouwens
voor alles, zelfs voor politieke meetings.
Daags voor een teerfeest of toneel werd de scène boven de machines opgebouwd,
de tafels gingen langs de kant (daar konden de kinderen op staan) en de feestzaal
was beschikbaar.
Om gemakkelijker te kunnen manoeuvreren met het hout dat door de
zaagmachine moest, had men een gat in de kerkhofmuur gemaakt : de langste
planken kwamen tot op het kerkhof. Het gat is nog te zien in de muur.
(LG-blz.283)
Trien Beullens volgde haar man op als gemeenteontvanger : “ingezien de lange
jaren trouwen dienst van wijlen heer Teughels, besloot de Raad van de wedde
aan zijne weduwe te bepalen op de som door wijlen haren man als dusdanig
genoten, hetzij a rato van fr. 3.400 s’jaars.”(GA-12/1/1924)
Op de foto :
Achteraan van l. naar r. Joanna Catharina “Trien” Beullens, haar man Arnold “Noldus” Teughels, oudste dochter Marie Teughels en vierde dochter Clothilde.
Zittend : Theodoor, Frans, Henri en Louis Teughels, zonen van Noldus.
De foto dateert van kort na de Eerste Wereldoorlog.
1924 – Op 1 februari overleed nog een prominente figuur in de gemeente, burgemeester
Jaak Bernaerts.
Van beroep was hij landbouwer, alhoewel hij zichzelf ook wel betittelde als
“eigenaar”.
Jaak Bernaerts was gehuwd met Maria Virginie Wouters, een dochter van Carolus
Wouters en weduwe van Frans Voet.
Tot in 1894 woonden ze op het Hof ter Haelen, daarna bouwde burgemeester
Bernaerts zich een huis aan de Sint-Jozefkapel.
In de gemeenteraadszitting van 23 februari bracht Eerste Schepen Theophiel
Verschueren hulde aan de nagedachtenis van de overledene en “deed mededeeling
dat de familie van wijlen Mr Bernaerts, ingevolge zijnen uitgedrukte wil, aan het
gemeentebestuur overhandigde, ten voordele der gemeente, eenen Rentetitel der
Belgische schuld van 1.000 franks nominale waarde, 3% 2e Reeks, nr.426026,
met den coupon vervallende 1 mei 1924, zonder last voor de gemeente.
Hij stelde voor des Raads dankbetuiging aan de familie te betuigen.”
In zijn testament liet Jaak Bernaerts ook 2.000 fr na voor de kerk van Leest
“op last voor de kerk te doen celebreren 2 eeuwigdurende gezongen
jaargetijden.”
1924 – 9 februari : Schoolhoofd De Leers ontving volgend schrijven van het Leestse
gemeentebestuur : “Mijnheer De Leers,
Bij deze verzoeken wij u vriendelijk van voor het toekomende de speelplaats der
school, voor of na de schooluren, niet meer door uwe kiekens en eenden te laten
beloopen. De uitwerpsels dezer dieren bevuilen de speelplaats en de gemakken,
en, wanneer de kinderen van de gemakken willen gebruik maken, zijn zij verplicht
dikwijls eerst de zitten van de uitwerpsels der kiekens te zuiveren.
Het is ook wenschelijk gedurende de schooluren, kinderen van de speelplaats te
houden, welke de klassen niet volgen.
Het gerucht op de speelplaats tijdens de klasuren, moet onoplettendheid
verwekken bij de leerlingen der klas...”
1924 – Op 14 februari schreef de dienstdoende schepen namens het gemeentebestuur naar
de inspecteur dat Dhr De Leers aan dit verzoek geen gevolg had gegeven.
“...wij doen Uld deze mededeeling, alvorens maatregelen te nemen...”
1924 – Op 21 februari deed het gemeentebestuur aanvraag om pokstof te bekomen
“tot het doen van koepokinenting voor 200 kinderen, de scholen dezer gemeente
bijwonende...”
De vraag was gericht tot het “Office Vaccinogéne te Cureghem-Anderlecht”.
1924 – 23 februari : Jozef Albert Apers, handelaar-herbergier en eerste plaatsvervangend
raadslid, benoemd tot werkend raadslid ter vervanging van wijlen Jaak Bernaerts.
1924 – 23 februari : “Constant Voet, Eugeen Keuleers, Jozef Vloeberghen, Jan Baptist
Beullens, Frans Van Roey en Jozef Verlinden wiens zonen de leergangen in het
Sint-Romboutscollege te Mechelen volgden, vroegen om een toelage.
Overwegende dat de gemeente, aangesloten bij het Provinciaal fonds der
meestbegaafden, voor 1924 daaraan eene bijdrage dient te doen van fr. 253,20,
gezien den bekrompen geldelijken toestand der gemeente, besluit de Raad
éénparig de gedane vraag niet te kunnen inwilligen, en de aanvragers aan te
zetten tot het doen van aanvraag bij het provinciaal fonds voor meestbegaafden.”
(GR)
1924 – “Bij den dooi van 1, 2, 3 en 4 maart zijn de buurtwegen der gemeente grootelijks
beschadigd geworden.
De steenwegen van Leest naar Thisselt, en de Kapellebaan van Steinemolen naar
Kapelle op den Bosch, twee wegen van groot verkeer, hebben zeer groote
beschadiging geleden, alhoewel zij in 1923 goed en geheel hersteld waren.
De schade is grootendeels toegebracht met dooi van begin maart, door de zware
autokamions.
De steenwegen van 2-1/2 en 3 meters breedte, zijn bij dooiweder reeds
beschadigd, bij het verschijnen van het sluitingsbevel der barreelen.”
(Uit een brief om financiele steun aan de provincie)
1924 – Op 29 maart rond twee uur dertig in de ochternd werd het huis, gebruikt door
Jan Edward De Hondt, oorlogsinvalide uit de Tiendeschuurstraat, door brand
vernield.
De aanpalende schuur werd deels beschadigd. Oorzaak van de brand bleef
onbekend.
1924 – 22 april : De drie bezitters van motorvoertuigen uit Leest Jan Frans Piessens uit de
Blaasveldstraat, Hendrik Verbeeck uit de Tisseltbaan en Jan Frans Selleslagh uit
de Bist, werden ervan verwittigd dat de “commissie, belast met de openeming en
rangschikking der motorvoertuigen, tot nazicht zal overgaan in de gemeente op
dinsdag 22 april te 8 ure ’s morgends. De bedoelde bezitters van motorvoertuigen
worden aanzocht deze voertuigen op gemelde dat tot nazicht aan de commissie
beschikbaar te houden.” (GA-5/4/1924)
1924 – 24 april : Het Schepencollege gaf toestemming “tot het daarstellen van
bovengrondsche telefoonlijnen voor de inwoners Frans Piessens uit de
Blaasveldstraat en Karel Van Praet uit de Thisseltbaan, uitgaande van den
spoorweg Mechelen-Terneuzen, en dit op voorwaarde dat de palen zoo dicht
mogelijk bij de grachten zullen geplaatst worden, om de wegenis niet te
belemmeren.”
1924 – 28 mei : Jan Edward De Hondt werd, met 7 stemmen tegen 2, benoemd tot
gemeenteontvanger.
Hij diende daarvoor 5.000 fr borgtocht te storten “tot waarborg van zijn beheer”.
Zijn wedde, die niet meer mocht bedragen dan de 6/10de van de aanvangswedde
van de gemeentesecretaris, bedroeg 2.100 fr. (GR)


















