

Foto : Jan Spinnael.
1961 – 15 juli : Start Bivak Chirojongens
Locatie : Sint Willebrordushof Schilde.
1961 – 17 juli : Joannes Baptista V.F.C.H. VERBIST werd onderpastoor te Leest.
Hij was een neef van oud-minister A. Verbist (°1888,+1974).
Joannes Verbist werd geboren te Turnhout op 17 oktober 1934 en priester gewijd te
Mechelen op 09/07/1961, Leest werd zijn eerste benoeming.
In Leest zou hij in totaal dertig kinderen dopen en hij was de eerste proost van de
KBG.
Vijf jaar later werd hij onderpastoor in de O.L.Vrouwparochie te Vlierbeek om in 1990
een pastoorsbenoeming te krijgen in Tielt-Winge.
In 1994 werd hij parochieadministrator te Glabbeek-Zuurbemde.
In 2004 ging hij op rust en verbleef toen in Goetsenhoven bij Tienen.
1961 – Van 26 juli tot 2 augustus : Bivak Landelijke Jeugd Meisjes
Locatie : Sint Pieters-Rode bij Aarschot. Waren ze vorig jaar nog in een oude schuur
gelogeerd, de tegenstelling kon niet groter zijn, dit jaar betrokken ze een prachtig oud
kasteel, inclusief met ophaalbrug en schietgaten. Zondag was bezoekdag.
1961 – Augustus – De Band : Ongeval
“Het mistig weder was oorzaak van een ongeval dat één onzer dorpsgenoten
overkwam. Door de mist misleid kwam Jan Spinnael uit de Dorpsstraat in een
gracht terecht en liep verschillende verwondingen op, zodat geneeskundige
zorgen dringend nodig waren.
Alhoewel alles zich bepaalde tot diepe vleeswonden was hij er zeer erg aan
toe.
Aan de sympathieke jongen kunnen wij slechts toewensen dat hij vlug en algeheel
moge herstellen.”
Jan Spinnael (foto) was geboren te Leest op 7 juni 1934 en hij overleed er in zijn
huiskring op 19 juli 2004. Jan was gehuwd met Fransine Van Eekel.
1961 – 29 augustus : Dronken bestuurder bedreigt garde met mes
Midden in de Kouter vesperde rond 22u30 een lichte vrachtwagen alle verkeer.
De bijgeroepen veldwachter vond de bestuurder dronken en ruggelings
uitgestrekt op de bank in zijn onverlichte voertuig. Hij weigerde dat te verlaten
en toen de garde hem wou dwingen greep hij naar een mes onderwijl
bedreigingen uitend. De garde riep de hulp in van zijn collega Mampaey uit
Heffen en samen slaagden ze er in hem naar de “gemeentelijke veiligheidskamer”
over te brengen.
De man, een opkoper van oude metalen uit Willebroek, weigerde de bijgeroepen
dokter Stuyck bloed te laten trekken.
Hij bleef een nachtje ontnuchteren in “den amigo”. Zijn voertuig werd door
Garagehouder Ceuppens naar het gemeenteplein overebracht, zijn (zak)mes
in beslag genomen en proces verbaal opgemaakt.
(VVH)
1961 – 30 september : Poging tot inbraak
Toen het echtpaar Jan Alfons De Boeck-De Prins (Winkelstraat 8) aanwezig was
op het huweljksfeest van hun zoon in Humbeek werd er ’s nachts een grote
steen door het raampje boven de deur naar binnen gegooid. Gelukkig hadden
ze een vriend, Victor Van den Brande uit Hombeek, te logeren gevraagd om
tegelijkertijd hun woning te bewaken. Die is onmiddellijk opgestaan en heeft
het licht aangestoken waarop de dader het hazenpad koos.
De daaropvolgende morgen vond men nog een baksteen terug tussen het
rolluik.
(VVH)
1961 – 14 oktober : Gouden Bruiloft echtpaar De Greef-Lauwens
“De bewoners van de Scheerstraat hadden voor een puike versiering gezorgd,
want de feestelingen werden er ten zeerste geacht en bemind.
Om 10 u trokken zij met hun familielieden stoetsgewijze naar de kerk om er een
dankmis bij te wonen en werden door de zieleherder van harte nog vele jaren
toegewenst.
Na de kerkelijke plechtigheid was de ontvangst op het gemeentehuis, alwaar de
heer burgemeester op zijn typische manier het echtpaar toesprak en besloot met
een heildronk en het aanbieden van een geschenk.
In familiekring werd er dan gefeest, maar ook ’s avonds was iedereen present
en al spoedig in de feestkroes verdwenen...” (DB-1961, november)
1961 – 15 oktober : Kleine Landeigendom
Op zondag 15/10/1961 had om 10u30 een vergadering plaats in de zaal St.-
Cecilia.
Deze bijeenkomst werd belegd met het doel alle belangstellenden op de hoogte
te brengen inzake “opruiming” krotwoningen, “bouwen of kopen” van kleine
landeigendommen, “bouwpremiën” e.a. en ook de “drinkwatervoorziening” in
de gemeente.
Het initiatief was genomen door het gemeentebestuur.
1961 – 29 oktober : Viering Kristus Koning
“Op zondag 29 oktober kwamen alle bestaande organisaties samen aan het
kapelleke van de Juniorslaan en begaven zich in optocht langs de Dorpstraat en
het Dorp naar de kerk.
Voorafgegaan door de Oud-strijders met vaandel en de Koninklijke Fanfare Sint
Cecilia volgden dan de kinderen van de gemeenteschool, de B.J.B., K.W.B.,
Kruistochters, Landelijke Jeugd, Vrouwengilde en Chiro om de stoet te laten
besluiten door de Koninklijke Fanfare Arbeid Adelt.
Tijdens de optocht werden om de beurt marsen uitgevoerd door beide
muziekkorpsen.
Onder het lof had de toewijding aan Kristus Koning plaats en werd door de
Chiro een feestnamiddag gegeven in het parochiehuis.” (DB, november 1961)
1961 – 1 november : Dodenhulde
Woensdag 1 november had naar jaarlijkse gewoonte de dodenhulde plaats.
Onder het spelen van een treurmars, dit jaar de Sint Cecilia, ging het naar het
gemeentekerkhof alwaar een redevoering werd gehouden door een afgevaardigde
van de Oudstrijders.
De dodenhulde werd door een talrijk publiek bijgewoond, evenals het lof.
Het Lof
“Lof en vespers : vroeger vonden ze iedere zondag plaats om twee uur, met ervoor afwel tussen de twee oefeningen in, het catechismusonderricht.
Het lof was een aanbidding van het Heilig Sacrament. In het lof zong men Latijnse liederen –sinds Vaticanum II (1962-1965) zo goed als uitsluitend Nederlandstalige – en bad men tussenin een rozenhoedje met de litanie van O.L.Vrouw. Na het Tantum ergo gaf de priester de zegen met het de hele tijd in een monstrans uitgestalde Heilig Sacrament.
In de twintigste eeuw, alvast onder pastoor Coosemans, werd het rozenhoedje met litanie op de derde zondag van de maand vervangen door de kruisweg met overweging.
En tijdens de vastenzondagen hield een vreemde priester, doorgaans een minderbroeder uit het Mechels klooster, een vastensermoen of lijdensmeditatie. Daar kwam duidelijk meer volk op af dan er aanwezigen waren op andere zondagen.
Enkele decennia begon elke chironamiddag met het bijwonen van het lof maar stilaan viel die gewoonte weg. Slechts één plechtig lof bleef behouden : dat op paasmaandag met kinderzegen om vijftien uur naar aanleiding van de begankenis ter ere van St.-Korneel.
(Wilfried Hellemans : ‘De St.-Niklaasparochie in Leest”.)

























































