


Gedichten als medicijnen”; ze produceren gelukshormonen in de hersenen. Dit poëzieboek is bedoeld om mensen te laten proeven van fijnestoffelijke energieën die in gedichten verweven zitten. Gedichten kunnen een meerwaarde hebben voor ons allen, inzonderheid voor zieken. In deze dichtbundel zit een verscheidenheid aan thema’s over “stilte en rust, liefde, vergeving en verbinding, over schoonheid en kracht, over leven en dood, over pijn en vreugde, over mijn ouders en kleinkinderen”. Dit alles is geïllustreerd met mijn schilderijen en beelden.
Als arts en dichter
wil ik jouw gids zijn
jij, gehavend door het leven zelf
ik wil stille getuige zijn van
je beklijvend levensverhaal
ik wil je pijn zalven
sprakeloos bij je waken
in stilte bij jou zijn
ISBN/EAN 978-90-9022023-9 prijs: 19,50 €


Edith Oeyen schrijft verbluffend mooie liefdespoëzie. Het wordt tijd dat zij hiervoor de hemel wordt in geprezen. Haar vergelijkingen, beelden, metraforen blijven je boeien. Omdat zij het experiment schuwt en zich niet waagt aan woordspelletjes en spitsvondige taalcreaties waarop de experimentele poëzie in de jaren’50 - ’55 een patent had. Zij beweegt zich nooit op de rand van helderheid en ontoegankelijkheid. Haar gevoelens en gedachten verwoordt zij in een herkenbare beeldspraak en een eigen taalkoloriet. Zij exploreert natuur en liefde, geboorte en dood in een eigen stijl, waarin gevoel de eerste viool speelt.
….
Is de dichteres “een argeloze vrouw//is zij een twijfelaarster//of mogelijk iemand/die is uitgedanst/en wegvlucht uit de realiteit”? Die vraag stelt Edith Oeyen terecht in het gedicht “Mysterie”. Omdat zij verwacht dat de lezer ook reageert, is mijn antwoord: JA. Zij is argeloos; koestert haar twijfels en vlucht graag uit de werkelijkheid. Dank zij deze drie emotionele “kwaliteiten” schrijft zij inhoudelijk sterke poëzie in een duurzame taalmix. Zij weet bovendien haar gevoelens een universele dimensie te geven. Ja, dit is één van haar sterke punten: geen egotripperij, maar herkenbare liefdesgedichten die overal kunnen worden gesmaakt.
Ook in “woord en beeld hand in hand” word ik vaak getroffen door gevatte beschrijvingen van het plastisch werk van enkele (bevriende) kunstenaars. Edith Oeyen schrijft plastisch, zij beeldt uit; het werk van de bevoorrechte kunstenaars komt gevoelbaar nabij; de dichteres is betrokken partij, nauwnemend en zo gevoelig. Toch blijft haar gevoeligheid vatbaar voor indrukken. Edith Oeyen weet op een harmonieuze wijze argumenten die een beroep doen op gevoel te verzoenen met die op redenering. Haat sterke inleving en de wijze waarop zij het woord beheerst, maken van haar een van de beste liefdesdichters in Vlaanderen en Nederland.
Thierry Deleu, over de bundel ‘DE IJSLAAG DIE ONS DRAAGT IS DUN’
Waterbloemen
Verlaten door de kudde
weet hij hoe eenzaamheid
een naam kreeg
zijn rimpelloze schaduw
beweegt bij het horen
van een schalmei,
verlangen groeit
en roerloos wacht hij,
want wie twee
blauwe ogen liefheeft
ziet waterbloemen bloeien
aan de vijver.
Edith Oeyen

FLAPTEKST
Wat voor de bewust ongehuwde moeder Elvira begint als een doodgewone lentedag eindigt met een paar schokkende ontdekkingen.
Tussen de regels door behandelt deze zesde roman van Jessy Maesen actuele thema’s zoals politieke correctheid, het verschil tussen het leven in de stad en op het platteland, menselijke relaties, het verschil tussen verliefdheid en liefde, het huwelijk, het loslaten van volwassen kinderen, de dood, poëzie, enz.
Een vlot geschreven verhaal dat iedereen zal aanspreken.
Fragment:
“Elvira had Gust kunnen afbrengen van zijn idee om een gazontapijt aan te leggen. Ze verkoos de vele groene en blauwe schakeringen van de wilde grassoorten en de verschillende bodembedekkers die spontaan groeiden.
Minkel begon haar T-shirt te bewerken, en Elvira begreep dat de kater zich even zalig voelde als zijzelf. Maar toen het dier zich als een levende stola rond haar nek kwam nestelen en aan haar oor begon te likken, beschouwde ze haar dutje als bekeken. Voorzichtig zette ze Minkel op de grond.
En toen rinkelde de telefoon. Het was Richard.
‘Mama, je antwoordt niet op mijn mail!’”
ISBN: 978-90-8539-686-4
Prijs: € 15,95
Dit boek kan besteld worden:
- in de boekhandel
- via www.freemusketeers.nl
- via knaepen-moens@telenet.be
Voorwoord.
Ik ben Pierre Van Laeken
geboren op 29 november 1938 te Gingelom.
Als er slechts één iemand is die zich kan vereenzelvigen met de bundel,
dan heb ik deze niet tevergeefs geschreven.
Toch geeft deze bundel enkel een overzicht van de jaren dat ik schrijf.
Elke lezer kan zich een beeld vormen en door zijn eigen levenservaring
toetsen in hoe ver de realiteit wordt benaderd.
Veel plezier met het lezen.
Stiller worden onze dagen.
Ontwijkend stellen wij de vragen
doorheen de jaren aangeleerd.
En stiller worden onze dagen
nu ’t vuur tot sintels is verteerd.
En trager worden onze schreden
in maanden, jaren die maar gaan,
wijl dromen uit een ver verleden
onzeker in het heden staan.
En steeds maar zachter wordt het zingen.
Van ‘t lied dat eenmaal heeft vervoerd
resten alleen herinneringen.
En weemoed die het hart beroert.
Pierre Van Laeken
BETERSCHAP
Voor Magda
Soms neemt het leven zomaar een keer
En kunnen wij de weg niet meer verstaan.
We weten ’t wel, toch verrast dit ons weer,
’t Nieuwe pad dat wij aldus moeten gaan.
Onverwacht verwacht is het er dan, eer
We ons en anderen bevrijd hebben van de waan
Dat ‘t ook nu wel los zal lopen, en zo meer.
Stil maar, zeggen we, het zal wel gaan.
Bij ziekte en bij dood is alles wat we doen
Ter harte nemen wat we elkaar vaak zeiden
En doorgaan met wat wij altijd al deden toen.
Diep in ons willen wij de duisternis mijden,
Maar wij moeten aan onze opdracht voldoen:
Het diepe dal door naar achter het lijden.
Hans Kilian
Tussen gisteren
Tussen gisteren en nu
tussen vinden en zoeken
tussen vragen en antoord
tussen leven en dood
ligt het eeuwig streven
zichzelf te zijn
boven hoge wolken
leeft verbondenheid
daar woont de vrede
die mijn hart bewoonde
daar wacht ik
op jou
Edith Oeyen
Wij waren
wij waren bij de bron
kinderen van het licht
in eenheid volmaakt
geen wereld had ons aangerand
zover ons oog kon reiken
zagen wij ongerept land
wisten dat wij het betreden zouden
het water steeg
dreef ons uiteen
toch weten wij elkander
aan de overkant
Willy Balyon
Rennen doen de


Rennen doen de wijzers naar 't verschiet
mee rent het leven, als een snelle vliet.
Wij nemen licht de dag en tellen niet,
tellen niet, het jaar dat ons ontvliedt.
Al de vreugde, al 't verdriet
dat ons eenzaam achterliet
weerspiegelt in de tijd zijn lied,
de tijd, die onafwendbaar henen schiet...
Wij nemen maar en tellen niet,
nemen wat het uur ons biedt
en fluiten als de vogel aan de vliet
die niet het wijkend water ziet.
Emmy Swerts

