Mijmeringen
Wat wil je later worden
De meest gestelde vraag aan de opgroeiende jeugd is waarschijnlijk wel: wat wil je later worden?
De meest gehoorde antwoorden zijn dokter, brandweerman, politie e.a. maar voor mij was het onmiddellijk duidelijk: ik wilde schrijver en dichter worden.
Thuis lagen er overal zogenaamde stationsromannetjes; ik herinner me nog de naam Courths-Mahler maar meer zegt die naam me niet.
Naar school gaan kon voor mij niet vlug genoeg daar ik er enorm naar uitzag om deze boekjes te lezen; dit betekende meteen ook het begin van mijn verslaving aan boeken en lezen.
Met wat ik kreeg als zakgeld kon ik mij al eens een boek kopen maar het was vooral in de school- en gemeentelijke bibliotheek dat ik stapels boeken heb geleend.
Ook de volksschrijver Abraham Hans was één van mijn lievelingsauteurs, protestant en journalist bij de krant ‘Het Laatste Nieuws’. Geliefd waren vooral zijn jeugdboekjes ‘de Hansjes’; van zijn volwassen boeken herinner ik me dan weer het verhaal over Bakelandt en zijn roversbende in het Vrijbos.
Wat was ik fier wanneer in het Middelbaar Onderwijs de les Nederlands gegeven werd door de auteur Daan Inghelram die toch wel prachtige romans heeft geschreven, waaronder ‘De Boskanter’.
Ik droomde ervan later een even bekende schrijver te worden. Ik maakte eigen gedichtjes over alles en nog wat. Over de volksopstand in de DDR, over de liefde waarvan ik eigenlijk nog niet zoveel, om niet te zeggen niets wist, met gezwollen teksten vooral. Ik was echt verslaafd aan lezen en schrijven wat ik dan ook deed.
In de bibliotheek kreeg ik slechts na veel aandringen, ik was immers nog maar vijftien jaar oud, zwaardere lectuur zoals werken van Tolstoj, Dostojewski, Victor Hugo e.a.
Die tijd was er ook een weekblad waar men zelfgemaakte gedichten kon opsturen die dan eventueel gepubliceerd werden, wat ik dan ook veelvuldig deed.
In het jaar 1953 konden we ook in België , via radio en kranten dan , de sociale ontevredenheid van de bevolking en de daaropvolgende revolte tegen het regime in verscheidene steden van de DDR en Oost-Berlijn meevolgen.
En dan vooral het feit dat deze vreedzame verzuchtingen de kop werden ingedrukt door Russische tanks in de straten van Oost-Berlijn met vele doden en gekwetsten tot gevolg, waarbij dan ook nog eens honderden burgers opgesloten werden.
Ook bij ons in het Westen, waar het intussen toch wel goed leven was, kwam deze militaire onderdrukking hard aan en werd dan ook zowel in het dagelijks leven als op school druk becommentarieerd.
In mijn jeugdige verontwaardiging heb ik deze gebeurtenis dan ook proberen een plaats te geven bij middel van een gedicht. Achteraf viel me natuurlijk ook die bombastische woordkeuze op maar de tekst kwam wel recht uit het hart van een 16 jarige.
Langzaam, tergend langzaam gaat de nacht
met vloek en schrei als duistere symptomen
en dood aan hem die mint de vrijheid
vrij van angst en zielzorg
slechts te proeven van de vrede
God schenk toch de macht dit volk
Macht om liefde te doen heersen daar waar viert de haat hoogtij
Heer ik smeek u zend uw zegen, steun die mensen, stem ze blij
blij van hart en vrij van zorgen, dankbaar elke nieuwe nacht
hopend dat de dag van morgen nieuwe glorie brengen mag

