Naar de inhoud

Leon De Wettinck

akke.beakke.be

Welkom op mijn blog

Nostalgie

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Leons om 18:24 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Mijmeringen

Wat wil je later worden

De meest gestelde vraag aan de opgroeiende jeugd is waarschijnlijk wel: wat wil je later worden?
De meest gehoorde antwoorden zijn dokter, brandweerman, politie e.a. maar voor mij was het onmiddellijk duidelijk: ik wilde schrijver en dichter worden. 
Thuis lagen er overal zogenaamde stationsromannetjes; ik herinner me nog de naam Courths-Mahler maar meer zegt die naam me niet.  
Naar school gaan kon voor mij niet vlug genoeg daar ik er enorm naar uitzag om deze boekjes te lezen; dit betekende meteen ook het begin van mijn verslaving aan boeken en lezen. 
Met wat ik kreeg als zakgeld kon ik mij al eens een boek kopen maar het was vooral in de school- en gemeentelijke bibliotheek  dat ik stapels boeken heb geleend.  
Ook de volksschrijver Abraham Hans was één van mijn lievelingsauteurs, protestant en journalist bij de krant ‘Het Laatste Nieuws’. Geliefd waren vooral zijn jeugdboekjes  ‘de Hansjes’; van zijn volwassen boeken herinner ik me dan weer het verhaal over Bakelandt en zijn roversbende in het Vrijbos.
Wat was ik fier wanneer in het Middelbaar Onderwijs de les Nederlands gegeven werd door de auteur Daan Inghelram die toch wel prachtige romans heeft geschreven, waaronder ‘De Boskanter’. 
Ik droomde ervan later een even bekende schrijver te worden. Ik maakte eigen gedichtjes over alles en nog wat. Over de volksopstand in de DDR, over de liefde waarvan ik eigenlijk nog niet zoveel, om niet te zeggen niets wist, met gezwollen teksten vooral. Ik was echt verslaafd aan lezen en schrijven wat ik dan ook deed.
In de bibliotheek kreeg ik slechts na veel aandringen, ik was immers nog maar vijftien jaar oud, zwaardere lectuur zoals werken van Tolstoj, Dostojewski, Victor Hugo e.a. 
Die tijd was er ook een weekblad waar men zelfgemaakte gedichten kon opsturen die dan eventueel gepubliceerd werden, wat ik dan ook veelvuldig deed.
In het jaar 1953 konden we ook in België , via radio en kranten dan , de sociale ontevredenheid van de bevolking en de daaropvolgende revolte tegen het regime in verscheidene steden van de DDR en Oost-Berlijn meevolgen.
En dan vooral het feit dat deze vreedzame verzuchtingen de kop werden ingedrukt door Russische tanks in de straten van Oost-Berlijn met vele doden en gekwetsten tot gevolg, waarbij dan ook nog eens honderden burgers opgesloten werden. 
Ook bij ons in het Westen, waar het intussen toch wel goed leven was, kwam deze militaire onderdrukking hard aan en werd dan ook zowel in het dagelijks leven als op school druk becommentarieerd. 

In mijn jeugdige verontwaardiging  heb ik deze gebeurtenis dan ook proberen een plaats te geven bij middel van een gedicht. Achteraf viel me natuurlijk ook die bombastische woordkeuze op maar de tekst kwam wel recht uit het hart van een 16 jarige.

Langzaam, tergend langzaam gaat de nacht
met vloek en schrei als duistere symptomen
en dood aan hem die mint de vrijheid
vrij van angst en zielzorg
slechts te proeven van de vrede 
God schenk toch de macht dit volk
Macht om liefde te doen heersen daar waar viert de haat hoogtij
Heer ik smeek u zend uw zegen, steun die mensen, stem ze blij
blij van hart en vrij van zorgen, dankbaar elke nieuwe nacht
hopend dat de dag van morgen nieuwe glorie brengen mag

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Leons om 18:11 Reageer op dit bericht

Mijmeringen

Dansende vlammen in het haardvuur

Het is winter, buiten vriest het dat het kraakt. 
Ik ben alleen thuis, zit rond de roodgloeiende kachel met het boek “de ellendelingen” van Victor Hugo, één van mijn lievelingsauteurs trouwens, en voel me langzaam wegdromen. 
Ik voel dat er iets is dat er gisteren niet was. De inrichting van de woning lijkt me nochtans onveranderd, zelfde tapijt aan de wand, zelfde meubilair en toch…  tot me de open haard in de hoek opvalt. Die was er gisteren nog niet en alhoewel ik weet dat mijn vader een “manusje van alles” wordt genoemd komt me dit toch vreemd voor. 
Ik neem plaats voor de open haard en zijn gezellige warmte. Werp nog enkele houtblokken op het vuur en geniet van het knetterend geluid en het opstijgende vuur.
Iedere gooi van een nieuw houtblok op het vuur creëert een symfonie van klanken. De ritmisch op- en neergaande  bewegingen van de vlammetjes gaan langzaam over in kleurige figuren die de muziek omzetten in dans.  
Ik ben, weet niet hoe, verzeild geraakt op een folklorefestival waarbij de verschillende, kleurig uitgedoste volksdansgroepen het beste van zichzelf geven. Wat is de realiteit toch veel mooier dan alles wat ik in mijn boeken heb gelezen. 
Ik wil meer van dit en gooi een groter houtblok op het vuur dat met een knetterend geluid uit elkaar spat. Ik voel me weggeslingerd en kom in een heel andere, verwoeste omgeving terecht. 
Explosies van alle kanten en ik probeer me dan ook zo vlug mogelijk in veiligheid te brengen. Ik loop het dichtstbijzijnde gebouw, een kerk, binnen en zie dat deze als veldhospitaal werd ingericht. Ik huiver bij het zien van die vele, gruwelijk verminkte mensen en vooral die vreemde geur. 
Hoe ben ik hier toch verzeild geraakt en hoe kon ik zo dom zijn; daarbij hebben mijn ouders me nog zo op het hart gedrukt het huis niet te verlaten wanneer er geschoten werd. 
Ik heb veel gelezen over de oorlog maar de realiteit is toch wel heel anders en vooral gruwelijker.
Ik word op de schouder getikt door mijn moeder die juist is thuis gekomen en die me vraagt of ik geslapen heb, wat ik natuurlijk ontken.
Heimelijk kijk ik naar de hoek waar de open haard zich bevond maar daar is niets meer te zien.
Ik herinner me dingen die ik nergens heb gehoord of gelezen; die vreemde geur in het hospitaal laat me niet los.
Ik ga dan ook naar bed in het besef dat ik iets beleefd heb dat ik met niemand zal kunnen delen maar dat me voor altijd in mijn diepste binnenste zal bijblijven.
Nu, zoveel jaren later, kan en wil ik nog steeds niet aanvaarden dat dit enkel een droom was en blijf ik er rotsvast van overtuigd dat ik daar echt aanwezig was.   

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Leons om 16:20 Reageer op dit bericht

Mijmeringen

Moest ik een vogeltje zijn
Ik zit heel alleen op mijn ongezellige soldatenkamer en heb weer zo’n dag dat het heimwee me te pakken krijgt wanneer ik terugdenk aan mijn dorp en thuis.
Dromerig tuur ik door het venster, de schemering valt en in de huizen in de omgeving worden één voor één de lichten aangestoken totdat ze een ketting van licht vormen; een feeëriek gegeven.
Het maakt me nieuwsgierig om te weten wie er in die huizen woont en hoe er daar geleefd wordt.
Ik stel me voor dat ik een vogeltje ben en dat ik zomaar naar daar kan vliegen en binnenkijken in die huizen. 
Wat ik zie zijn de normale dagelijkse bezigheden. Moeder staat aan de haard, de kinderen maken hun huiswerk, lezen of verdrijven de tijd met één of ander spelletje en wachten tot vader van het werk komt.
Waar de huizen er langs de buitenkant relatief gelijk uitzien kan dit niet gezegd van wat er gebeurt  binnenin, het is opvallend hoezeer dit van elkaar verschilt. 
Een vredige of eerder grimmige sfeer,  weelde of armoe, alle facetten van het dagelijkse leven die meestal verborgen blijven voor de buitenwereld.
Ik weet dat dit niet mijn wereld is en ik hier dan ook niet thuis hoor.
Ik verlang naar mijn dorp, mijn familie en vrienden, het ouderlijk huis met zijn witgekalkte muren bekleed met druivelaars, de bloeiende boomgaarden ook. Ik vlieg over het landschap  waar men kilometers ver kan zien zonder ook maar één huis aan te treffen. Hoogbouw is onbestaande in ons dorp; kinderen kunnen nog onbezorgd ravotten op straat. 
Ik verlang er ook naar mijn vroegere school te bezoeken waar ik toch mooie herinneringen heb aan overgehouden en dan vooral aan mijn leraar Duits, de heer Polfliet,  die vol bewondering kon vertellen over de Duitse cultuur. Vergeten wat er zoal verkeerd liep in Duitsland het voorbije decennia, maar vooral op zoek gaan naar het positieve.
Zo kon hij vol bewondering vertellen over de Duitse componisten Bach, Beethoven, Wagner e.a. alsook over Weimar en zijn dichters Schiller en Goethe; iets wat mij dan vooral interesseerde daar ik er van droomde later een gewaardeerde schrijver en dichter te worden. Vooral over het gedicht ‘Die Glocke’ van Schiller raakte hij niet uitgepraat.
Misschien kan ik als vogeltje mijn droom waarmaken en Weimar, gelegen in de Democratische Republiek Duitsland, bezoeken.
Ik vlieg over West-Duitsland en stel vast dat men volop bezig is aan de wederopbouw van de, door de oorlog, verwoeste steden. Wat me daarbij vooral opvalt is de positieve ingesteldheid van de bevolking en de wil om aan een nieuw en positiever hoofdstuk te beginnen
Heel anders ziet het uit wanneer ik de grens met de DDR oversteek, waarbij de landschappen en steden een desolate indruk nalaten. Ik voel dat de burgers onder druk staan en dat vooral de angst regeert om niets verkeerds te zeggen. Dit is absoluut niet het Weimar dat ik in gedachten had. 
Mijn kamergenoten zijn terug en meteen is er geen plaats meer voor heimwee of dromerijen en ben ik al bij al tevreden me opnieuw in mijn vertrouwde omgeving te bevinden. 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Leons om 15:44 Reageer op dit bericht

Meer van Leon De Wettinck

↑ Terug naar de berichten