
Retro-reflecterend veiligheidsvest
Sinds 01-06-2009 dient de veiligheidsvest verplicht aan boord te zijn.
Een enkele veiligheidsvest volstaat.
Gedragsregel : zie artikel 20-02-09


Retro-reflecterend veiligheidsvest
Sinds 01-06-2009 dient de veiligheidsvest verplicht aan boord te zijn.
Een enkele veiligheidsvest volstaat.
Gedragsregel : zie artikel 20-02-09

Anticiperend rijden -techniek
1. Definitie:
- kijken zover mogelijk vooruit (de heersende verkeerssituaties) om
a. zoveel mogelijk van je snelheid te behouden, wat zuiniger dan acceleren
is
b. tijdig op fouten van andere weggebruikers te reageren
- Vele automobilisten gedragen zich als voetgangers en kijken maar een paar meter vooruit ( op de neus van de wagen )
2. Hoe kan men zover mogelijk kijken? Door:
a. een goede zithouding in de wagen aan te nemen
-zo heeft men een goed zicht op de weg
-niet:aan het stuur hangen
tegen het portier leunen
doorgezakt of voorover gebogen
maar:
- de rug moet over heel de lengte tegen de bijna verticaal geplaatste rugleuning
steunen ( ± 7cm afstand houden tussen hoofd en hoofdsteun)
b. het hoofd - recht te houden
- gericht naar de horizon
hou je blik op de weg
c. de voorruit van de wagen , de buiten en de binnenkant, moet proper zijn,
vooral in de winter ( vrij van ijs )
d. niet te bellen tijdens het rijden ( GSM ), want dit vermindert de aandacht op
het verkeer en leidt je af en je fixeert je blik op één punt
e. geen alcohol, drugs, sommige geneesmiddelen gebruiken want
ze tasten het zicht aan :
- verandering in visuele waarnemingen
- het gezichtsveld vernauwt
- aanpassingsproblemen bij duisternis
f.slaperigheid (vermoeidheid) achter het stuur
- oozaken: -te lang achtereen doorrijden
-slecht of te kort slapen, stress, …..
- gevolgen: leidt tot
- afname in alertheid
- minder efficiёnte informatieverwerking
- te verwachten: verslechtering in de uitvoering van de rijtaak
dus ook in de
kijktechniek en anticipatie
g.. altijd voldoende afstand tot je voorligger te houden ( = goed gezichtsveld )
de “ Tweesecondenregel “ toepassen “
h. de verlichting van de wagen : de koplampen moeten in goede staat zijn
zodanig de verschillende gezichtsvelden,van dichtbij tot veraf, duidelijk en
helder verlicht zijn
i. Goed zien: men moet beschikken over een goed zicht ( regelmatig door een
oogarts gecontroleerd en eventueel een bril dragen )
j. zorgen dat je niet verblind wordt door de laagstaande zon of door de
lichten van een tegenligger
3. Kijk ver vooruit. Je ziet wat er kan gebeuren.
Kijk waar je rijden wilt en niet alleen naar je voorligger.
Beweeg je ogen en je hoofd. Kijk voortdurend naar een ander punt,links,rechts,
ver vooruit en dichterbij. Niet staren
Rijstijl aan de omstandigheden aanpassen
Denk altijd over wat zou kunnen gebeuren en mogelijke oplossingen zoeken
4. Defensief rijden en bestendig alert zijn


Vermoeidheid (gevaarlijk tijdens het rijden)
1. Gevolgen
Wie vermoeid is, neemt minder goed waar doordat zijn concentratie
daalt.
Hij zal dan ook later en soms te laat reageren (reactietijd verdubbeld)
Afstanden en de snelheid van de anderen schatten wordt moeilijker.
Wie vermoeid is, heeft de neiging sneller te gaan rijden.
2. Vermoeidheidsverschijnselen : zijn duidelijk waarneembaar
-prikkelende ogen
-zwaar aanvoelende oogleden
-geeuwen – spierpijn – spierstijfheid
-slaperigheid
3. Oorzaken
-langdurige lichamelijke of geestelijke inspanning
-lange werkdag
-lange tijd in dezelfde houding aan ’t stuur blijven zitten
-motor-en rijlawaai
-de trillingen en de schokken
-hitte, onvoldoende verluchting, verontreinigde lucht
-geneesmiddelen tegen verkoudheid, hoest,,,,,,,,,
-drugs, alkohol
Oplossingen
- aan een lange tocht uitgerust beginnen
- om de 2 uur stoppen (een pauze nemen)
- veel water drinken, iets licht eten
- tussen 13 en 15 uur en tussen 2 en 5 uur : is men minder alert en
minder waakzaam (gevaar voor slaperigheid)
Opgelet
Bij tekenen van verminderde waakzaamheid en
slaperigheid
moet men zo snel mogelijk stoppen.

Voorzichtigheid aan en op kruispunten
De bestuurder die een kruispunt oprijdt moet dubbel voorzichtig zijn
ten einde alle ongevallen te voorkomen.
Betekenis:
- vertragen :geleidelijk (snelheid aanpassen) desnoods stoppen
- anticiperen: -ver vooruit kijken ten einde de risicosituaties te
ontdekken en ingrijpen in geval van
1. Het kruispunt naderen ( met beperkt zicht)
- de voet gereed boven het rempedaal houden
- dit laat toe sneller te reageren voor een plotse hindernis :
- als u iemand die voorrang heeft te laat opmerkt
of
- als een van links komende bestuurder u niet opmerkt
heeft
- kijktechniek: eerst naar achteren, dan naar links, dan naar rechts
- eerst naar achteren: ( als je nog ver van het kruispunt bent)
om te zien waar de achterliggers zich bevinden en hoe
snel ze rijden
- dan naar links :
omdat vandaar het verkeer komt waarmee u het eerst in
botsing kunt komen
- dan vooruit :
kan je veilig oversteken ?
- dan naar rechts
van waar het verkeer komt dat van u voorrang moet krijgen
3 Kruispunt vrij: dan alleen : aarzel niet
- versnellen
en
- het kruispunt oversteken en ontruimen
4 Past hetzelfde rijgedrag toe op een kruispunt met verkeerslichten ( in geval een
bestuurder door rood zou rijden)


Dubbel voorzichtig in het verkeer
-voorzichtig: (anticiperen) rekening houdend met wat kan gebeuren;
behoedzaam
- dubbel : (extra,uiterst) boven het gewone
De bestuurders moeten dubbel voorzichtig zijn teneinde elk ongeval te voorkomen:
1.bij het naderen van:
-voetgangers (kinderen,ouderen,personen met een handicap
- fietsers en bromfietsers (kinderen,bejaarden)
- een voertuig voor schoolvervoer
- een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers
2.ten aanzien van:
- kinderen binnen de erven en woonerven
- kinderen op wegen voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters
3.bij het voorbijrijden van een oranjegeel knipperlicht (het wijzigt de voorrangsrege-
ling niet)
4.bij het oprijden van een kruispunt (ook voor de bestuurders die voorrang hebben)
5.bij het inrijden van een wegversmalling 
![]()
6.op bruggen, op-en afritten (autosnelwegen)
7.op autowegen ( kruispunten en verkeerslichten)

8.op plaatsen met veel wind , schaduw (ingang tunnel)
bij mistig weer 
9.op het ogenblik dat men ingehaald gaat worden indien men voor een hindernis
moet uitwijken 
10.als een tegenligger halsstarrig weigert het grootlicht uit de schakelen
11.bij in-en uitstappen van een voertuig

Om defensief (preventief) te rijden, wat moet men zeker doen ? (4)
1. Betekenis : een offensief tegen ongevallen
2. Waarom ?: om ,op een openbare weg, ongevallen te voorkomen
3. Wanneer ?: zodra men een voertuig in beweging brengt en dit voortdurend
4. Hoe ? :
a. door voldoende afstand te houden tot de voorligger, ook bij het voorbijrijden
en inhalen.
b. door de snelheid aan de omstandigheden , waarin men zich bevindt , aan te
passen.
c. door de foutieve gedragingen van de andere weggebruikers te zien en voorzien
om tijdig te kunnen reageren.
d. door te denken over wat zou kunnen gebeuren en mogelijke oplossingen te
zoeken.
e. door zover mogelijk vooruit te kijken , kan men vaak voorspellen wat men
verderop in het verkeer kan verwachten. Zo kan men dan veelal rustig en veilig
reageren zonder bruusk te moeten remmen.
5. Een voertuig besturen is een full-time bezigheid die andere handelingen uitsluit
zoals: GSM gebruiken, GPS regelen, documenten lezen, maaltijd gebruiken…..
Die neven en bijkomende activiteiten zullen uw verkeerinzichtelijk handelen
versnipperen.
6. De verkeersregels respecteren zal de bestuurders voor ongevallen behoeden.
7. Anticiperen en hoffelijk en verdraagzaam rijden.
8. Wees altijd in staat te sturen.


Veiligheid
Uitleg: bevordering van veiligheid van weggebruikers door
een veilige omgeving, regelgeving gericht op veilig-
heid en gedragregels in het verkeer.
2. Veiligheidsafstand

- afhankelijk van de snelheid moeten de bestuurders tussen
hun voertuig en de voorligger een voldoende veilige afstand houden
zodat ze tijdig kunnen stoppen bij een bruuske vertraging
- aanbevolen vuistregel: de minimumafstand zou moeten
gelijk zijn aan de helft van de snelheid
Vb: snelheid 50km/u : afstand : 25m
90km/u : “ : 45m
Opm: 45m = afstand tussen 2 verlichtingspalen op de autosnelweg
3. Veiligheidsgordel
- de veiligheidsgordel en de bevestigingssystemen moeten op
correcte wijze gedragen en gebruikt worden
- kinderen kleiner dan 1,35m moeten vervoerd worden in een
aangepast kinderbeveiligingssysteem
- vanaf 1,35m : moeten ze meereizen in een kinderbeveiligings-
systeem of de gordel dragen
- aangepast systeem :
- een babyzitje achterin ( tegen de rijrichting in) , een kinder-
zitje of een verhogingskussen.
4. Veiligheidsvest
op autosnelwegen en autowegen moet de bestuurder van een
pechvoertuig een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen zodra hij
zijn voertuig verlaat.


Hoe moet de parkeerschijf gebruikt worden?
1. Wie?:
De bestuurders van auto (ook vrachtwagen, autobus)
2. Waar?:
- In een zone met beperkte par
keertijd ( blauwe zone)
- Op plaatsen met borden E5,E7 of E9a tot g aangevuld met een
onderbord met een afgebeeld parkeerschijf
3. Reglement:
- Op een werkdag (zaterdag inbegrepen)
- Van 0900 tot 1800 uur
- Maximum parkeerduur: twee uur (tenzij anders aangegeven)
4. Hoe?:
- Op de binnenzijde van de vooruit plaatsen
- De aanduiding van het uur of van het halfuur volgend op de
aankomst doen verschijnen
Opmerking: de bewonerskaart en de speciale kaart voor
gehandicapten mogen de parkeerschijf vervangen.
5. Opmerkingen/
- Bij het verstrijken van de parkeerduur: parkeerplaats verlaten
- Verboden onjuiste gegevens op de schijf aan te brengen
- Gegevens op de schijf: niet wijzigen voordat het voertuig de
parkeerplaats heeft verlaten
6. Niet verplicht:
- Voertuig geparkeerd voor de inrij van een eigendom
- Aanhangwagen, oplegger, caravan.


Weet u dat,
1. buiten de bebouwde kom een vrachtwagen van meer dan 3,5T op een openbare
weg waarvan de rijbaan twee rijstroken in de gevolgde rijrichting omvat: een
brommer, een bromfiets, een voertuig met meer dan 2 wielen of een gespan niet
mag inhalen behalve tussen de borden F107 en 109.
![]()
2. niettegenstaande alle spiegels die een vrachtwagen gebruikt: de blinde hoek aan
de rechterzijde niet helemaal uitgeschakeld is. Zorg altijd dat u de vrachtwagen-
bestuurder in zijn spiegel ziet. Dan kan de bestuurder U ook zien.

3. bij een richtingverandering de achterzijde van een vrachtwagen of een aanhang-
wagen uitzwenkt. Ze kan een zijdelingse beweging van tenminste 1m maken.
Wees dan aandachtig, houd de achterzijde van het voertuig in her oog en blijf op
afstand.
4. buiten de bebouwde kom de voertuigen met meer dan 7,5T of langer dan 7m
onderling een afstand van ten minste 50m moeten houden.
5. een bestuurder van 18 jaar, met een getuigschrift van vakbekwaamheid een
vrachtwagen met meer dan 7,5T mag rijden.
6. de vrachtwagen met heringesneden of heropgegoten banden mag rijden. Dit
is verboden voor personenwagens.
7.het blustoestel mag niet ouder zijn dan 6jaar .Het moet op een opvallende en
gemakkelijk te bereiken plaats.
8. een snelheidsbegrenzer verplicht is op de vrachtwagens met meer dan 3,5T.
Ze beperkt hun snelheid tot 90km/u.
9. een vrachtwagen 3 à 4 remsystemen heeft:
- bedrijfrem: luchtdruk
- retarder: hydraulisch of electrisch
- lastafhankelijke remkrachtverdeler
- ABS: antiblokkeringssysteem: verhindert de neiging tot blokkering
van de wielen zodat het voertuig zijn stabiliteit behoudt en
controleerbaar.blijft.
- antislipregeling: verhindert het doorslippen van de aangedreven
wielen bij het optrekken en bij het rijden op een
glad wegdek = betere stabiliteit


Het dragen van de retro-reflecterende
veiligheidsvest
De bestuurder van een pechvoertuig (na een ongeval of bij
defect) die stopt op een autoweg :
moet een retro-reflecterende veiligheidsvest
dragen,
zodra hij zijn voertuig verlaat
teneinde de nodige maatregelen te treffen om de veiligheid van
het wegverkeer te waarborgen (vier pinkerslichten en gevaar-
driehoek)
Deze verplichting geldt alleen voor de bestuurder ,
zowel overdag als ’s nachts.
De passagiers nemen bij voorkeur plaats achter de vangrail en dragen
zo mogelijk eveneens een retro-reflecterende veiligheidsvest.
- heldere gekleurde kleren : zichtbaar tot 50m
- retro-reflecterende kleding : “ “ 150m
- stopafstand van een voertuig tegen 90km/u:
- op een droge weg; 70m
- op een natte weg : 88m
Wie reflecteerd wordt tijdig gezien

Starten met hulpaccu’s
1.Accu’s: - losse hulpaccu of
- met behulp van een ander voertuig met
draaiende motor( starten na aansluiting kabels)
2. Controle: - accu’s: dezelfde spanning en
“ capaciteit hebben
- startkabels
3.Aansluiten: parallel
a. de (+) pool van de slechte accu met de (+)
pool van de hulpaccu
b. de (-) pool van de hulpaccu aan het koetswerk
van het voertuig met slechte accu
c. start de motor van het voertuig met hulpaccu
d. start vervolgens de motor van het voertuig met
de lege accu
4. Opmerking: de pluspool (+) is dikker dan de minpool


Het naderen van een oversteekplaats voor voetgangers
- zebrapad-
1. Aankondiging
a. Borden
- A21: ![]()
-gevaarsbord: staat – rechts van de baan
- op ongeveer 150m voor de
gevaarlijke plaats
- F49: ![]()
-duidt de plaats van het zebrapad aan
b.Wegmarkering:

Welke voornaamste onderdelen van de wagen beïnvloeden je remafstand ?
De remafstand kan langer zijn als zekere onderdelen van de wagen versleten en niet goed
onderhouden zijn.
1. De banden: (tubless: zonder binnenband) :enig contact met het wegdek
- slijtage: groeven minder dan 1,6mm
- spanning: te laag of te hoog
- uitlijning: niet korrekt
- Bij koud weer : rubber wordt harder=minder grip (eventueel winterbanden
gebruiken) want het raakvlak verkleint (temperatuur minder dan 7graden)
Gevolgen: - risico’s op watergladheid groter
- minder grip op het wegdek
- slijtage groter
- verbruik neemt toe
- warmt sneller op
- risico groter op klapband
- slechte wegligging en rijcomfort
2. De schokdempers en de vering: (zorgen ervoor dat de banden maximaal in contact blijven
met het wegdek)
Slechte werkende of versleten : -lekkage
- koetswerk na een druk op een hoek van het
koetswerk deinend naar omhoog komt
Gevolgen: - de wielen springen van het wegdek
- de wegligging wordt slechter
- als men remt, blokkeert een omhoog gesprongen wiel onmiddellijk
en het zal de auto scheeftrekken als het opnieuw in contact met
het wegdek komt
- trillingen in het stuur
3. De remmen: (moeten in goede staat zijn)
- rem- bokken en schoenen versleten(slechte contact met remschijven
of remschoenen)
- te weinig remvloeistof in het reservoir
- lucht of water in de remleidingen
- te veel speling op de rempedaal
- remleiding in slechte staat
- remschijf slecht geventileerd
Gevolgen:- slechte werking van de remmen zal een langere remafstand
veroorzaken.
4. De stoplichten
Gloeilampen (een gloeidraad die licht opwekt) geven hun maximale
lichtsterkte pas na ongeveer 200milliseconden terwijl led-verlichting
(stroom door een transistor ontstaat licht) na amper 1millisecond.
Wie een voertuig met led-verlichting volgt kan sneller reageren op
een noodstop. Bij 120 km/uur betekent dat men over 6,60m meer
remafstand tot het voertuig beschikt
5. Rijgedrag:
Alert zijn en anticiperen (iets doen) op een mogelijk gevaar:
Gevolgen: reactietijd en remweg korter

Wat doen bij een verkeersongeval (verplichtingen) ?
3.Eerste hulp ……..EHBO
1.Men is verplicht de gewonden te hulp te komen
2. Het is belangrijk de bevoegde hulpdiensten via Tfnr: 100,112,praatpaal zo snel mogelijk te
waarschuwen . Te vermelden: -de aard en de plaats van het ongeval
- het aantal slachtoffers
en bijkomende informatie:
- er zitten personen gekneld in de wrakstukken
- de gewonde reageert niet meer
- er zijn voertuigen met giftige stoffen bij betrokken…..
3. Slachtoffer(s) uit de wagen halen:
- als er brand of brandgevaar is
- op een drukke weg (s’nachts of bij mistig weer)
- naar een veilige plaats brengen (indien absoluut nodig)
maar: een slachtoffer van een ongeval kan men beter niet verplaatsen
4. Reacties:
- het slachtoffer met een deken of een jas dekken
- geen drinken aan een gewonde geven
- de helm van een motorrijder niet afnemen
- kleren die vuur hebben gevat : met een deken afdekken of hem in
het zand rollen
- slachtoffer bloedt uit een wonde:
- dichtdrukken met een steriele verband, een zuivere zakdoek of handdoek
om bloedverlies te beperken
- Ademhalingsmoelijkheden:
- kledingstukken losmaken
- kijken of er geen voorwerpen de mondholte afsluiten
- het hoofd voorzichtig achterover kantelen(hals ondersteunen met een hand)
- Slachtoffer ademt niet meer:
- mond-op-mond beademing toepassen tot de persoon zelf weer ademt
- Als het hart stilstaat:
- Onmiddellijk met hartmassage (2x) samen met kunstmatige ademhaling(15x).
Iemand anders kan helpen of overnemen
5.In afwachting van de komst van de ziekenwagen en politie:
- slachtoffer blijven controleren
- veiligheid van de plaats
- doorgang vrij voor de ziekenwagen
6. Cursus over eerste hulp (EHBO) bij het rode kruis kan iedereen volgen
7. Zorg eerst voor je veiligheid tijdens je optreden

Wat doen bij een verkeersongeval ? (verplichtingen)
2. Met lichamelijk letsel ( gewonden en doden )
a. ter plaatse blijven (niet wegvluchten) , uw naam en adres achterlaten om de
hulp- en politiediensten te gaan waarschuwen
b. de nodige maatregelen nemen om de veiligheid van het verkeer te verzekeren
ttz. – beletten dat er wordt gerookt in de omgeving van het voertuig (brandstoflek)
- men mag – de voertuigen laten staan op de plaats waar ze na de botsing
staan
- de voertuigen ook verplaatsen , zelfs voor de komst van de politie ( op een autosnelweg bij nacht of mist om nieuwe ongevallen te voorkomen)
- als de voertuigen voor de weggebruikers een hindernis vormen:
- veiligheidsvestje aantrekken bij verlaten van het voertuig
- alle richtingsaanwijzers aanzetten
- de gevarendriehoek gaan plaatsen
c. de gewonden te hulp komen en de eerste hulp toedienen ( verbandetui )
d. de hulpdiensten waarschuwen via Tf nr: 100 of 112. De politie moet ook ter
plaatse komen om de nodige vaststellingen te doen . Als de politie niet binnen
een redelijke tijd kan bereikt worden, moet men het ongeval binnen de 24 uur
gaan aangeven.
e. het aanrijdingsformulier invullen.

Wat doen bij een verkeersongeval ? ( verplichtingen )
1. Met stoffelijke schade ( blikschade ) ( kalm blijven)
a. men moet ter plaatse blijven voor de vaststellingen
b. de veiligheid van het verkeer verzekeren om verdere ongevallen
te voorkomen:
- de vier pinkers aansteken
- indien mogelijk de voertuigen onmiddellijk verplaatsen ( na de stand
van de auto’s met krijt af te tekenen of een foto van de plaats van het
ongeval te nemen) waar stilstaan en parkeren toegelaten is.
- als verzetten niet mogelijk is:
- retro-reflecterend veiligheidsvest aantrekken van zodra men het
voertuig verlaat ( bestuurder)
- de gevarendriehoek gaan plaatsen = zichtbaar vanop 50m door
de naderende bestuurders:
Afstanden: - 100m op autosnelwegen
- 30m elders
c. samen met de andere betrokkene(n) de nodige vaststellingen doen door
het invullen van het aanrijdingsformulier :
- documenten van de tegenpartij controleren
- vooraleer handtekening zetten formulier nog eens goed nazien.
d. een beroep op de politie is niet verplicht tenzij geen akkoord tussen de
partijen tot stand komt of wanneer een van de chauffeurs:
- dronken is
- de voertuigdocumenten niet in orde zijn
- heeft geen identiteitskaart of rijbewijs
- bij vluchtmisdrijf plegen
e. exemplaar van het aanrijdingsformulier aan de verzekeraar laten geworden.

Watergladheid ( Aquaplaning )
1. Wanneer: bij hevige regen = regen ligt op het wegdek
2. Oorzaken: - de groeven in het loopvlak zijn niet meer diep genoeg door
de slijtage van de band
- een te lage bandenspanning
- te snel rijden
3. Verschijnsel: Aquaplanning treedt op als er meer water “onder de band”
is dan hetgeen door de dunne groeven in het loopvlak van de
band kan worden afgevoerd (water aan de kant duwen). Er
ontstaat dan een laagje water tussen de band en het wegdek
Daardoor heeft de band geen contact meer met het wegdek.
Remmen en sturen is niet meer mogelijk. De wagen glijdt en
zweeft over het water.
4. Reactie: niet in paniek raken ( niet remmen )
- het gaspedaal loslaten
- de koppelingspedaal induwen
- stuur in de goede richting houden
De wielen van de wagen zullen geleidelijk aan opnieuw in contact met de
rijbaan komen. Niet te bruusk aan het stuur trekken.
5. Anticiperen: op een weg waar watergladheid mogelijk is:
- snelheid aanpassen: trager rijden
- naast de diepe sporen in het wegdek rijden
- voldoende afstand houden
Controle : - de banden –profieldiepte: min 3 mm
- bandenspanning: korrekte
- ophanging: schokdempers in goede staat

VOORRANG ( 3 )
Voorrangsregels aan een smalle doorgang voor bestuurders die dezelfde richting volgen
1. Wegversmalling: zonder signalisatie noch wegmarkering
Als twee bestuurders naast elkaar de wegversmalling naderen geldt de
voorrang van rechts. De bestuurder die rijdt langs de rechter rand heeft
voorrang van doorgang op de bestuurder die links van hem rijdt.
2. Wegversmalling: met signalisatie (F97) en wegmarkering ( pijlen die een
rijstrookvermindering aankondigen )
Als de bestuurders naast elkaar, ieder in een rijstrook rijden, geldt de regel
voorrang aan rechts NIET.
Om de doorgang in te rijden moet de bestuurder rechts van rijstrook wisselen,
dus voert hij een maneuver uit. In dat geval moet de bestuurder rechts voorrang
verlenen aan de bestuurder links van hem, want wie een maneuver uitvoert
( van rijstrook wisselen ) moet altijd voorrang verlenen aan de andere
bestuurders.
Borden : F97
A.7a 


Voorrang(2) : de voorrang aan rechts geldt niet
1.bij het oprijden van een rotonde : (verkeer in één richting rond een middeleiland)
a) signalisatie: - op de rotonde: bord D5 ( verplicht rondgaand verkeer)
- “ de toegangswegen : B1 omgekeerde driehoek :voorrang
verlenen
: B5 stopbord : stoppen en voorrang
verlenen
b) regel: de bestuurder op de rotonde heeft voorrang op de bestuurders die de
rotonde willen oprijden
c) andere richtlijnen op een rotonde
-gebruik van de richtingsaanwijzers
-bij het oprijden : niet
-bij het verlaten : wel ( let op fietspad )
- plaats op de rotonde (eventueel met rijstroken of fietspad )
- de bestuurder moet niet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de
rijbaan rijden
- hij mag de rijstrook volgen die het best aan zijn bestemming
beantwoordt
- van rijstrook veranderen is een maneuver = voorrang verlenen aan
de andere bestuurders en pinkers gebruiken
- bij het verlaten voorrang verlenen aan de fietsers en bromfietsers op
het fietspad
d) opm: op een plein: waar men in alle richtingen mag en kan overrijden en
eventueel met een middeneiland waarop een bord D1
(verplichting de door de pijl aangegeven richting te
volgen)
en
zonder verkeersborden op de toegangswegen:
blijft de regel “rechts heeft voorrang “ gelden
regel:- de bestuurder die het plein wil oprijden heeft voorrang op
het verkeer dat op het plein rijdt
- op het plein zelf geldt de voorrang van rechts voor alle
D5 bestuurders onder elkaar D1 D7
B1
B5



Voorrang (1)
Betekenis van de “”voorrang van rechts”
Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die van rechts komt;
1. Nieuw: de bestuurder die stopt, om aan een weggebruiker op een trottoir of een
fietspad( uit beide richtingen ) voorrang te verlenen, en terug vertrekt behoudt
zijn voorrang.
2. Definitie van een bestuurder
is iemand die een voertuig ( Vb: fiets, bromfiets, motorfiets, auto, vrachtwagen,
bus, tram ) bestuurt of trek- of rijdieren geleidt ( boerenkar met paard, ruiter )
3. Bord b17 betekent:
Kruispunt waar de regel “ rechts heeft voorrang “ geldt
4. “rechts heeft voorrang” geldt :op kruispunten en op pleinen :
- waarop het verkeer niet door een politieagent wordt geregeld of
- zonder - verkeerslichten
- verkeerborden : op de toegangswegen
5. Belangrijk: ik heb voorrang als de andere bestuurder mij voorrang verleent ( dat is
geen recht )