Lierde

Lierde
Ode aan priester André

Een priester komt, een mens gaat.
Het was in den tijd dat ik als jonge snotter niet veel te zeggen had.
We gingen naar de kerk omdat het moest, en omdat het paste in onze katholieke opvoeding.
Alles was schoon georganiseerd, de vrouwen links, en de mannen rechts in de kerk.
Als kleine snotter had ge niet veel te kiezen waar ge ging zitten.
De persoon die het langst je hand vasthield bij het binnenlopen van de kerk, daar ging je naast zitten.
Het was vooral stilzitten en zwijgen.
Niet teveel hoesten of niezen, je moest zo onopvallend mogelijk blijven zitten dat je onopgemerkt de mis kon bijwonen.
Het was maar bij de uitgang dat iedereen ging groeten om toch te tonen dat we aanwezig waren in het huis van God.
Het was in die tijd een eer van een kerkelijke titel te dragen.
Misschien had je wel een priester in de familie, en was het aangewezen om vooraan in de kerk te zitten.
Of je had een tante nonneke of ne nonkel pater in de Kongo.
Of misschien woonde een deel van je familie wel in een klooster of een abdij.
Bij ons waren er niet teveel met kerkelijke titels, en dus werd er direct naar mij gekeken om als jongste van de familie toch nog mijn bijdrage te leveren.
Ik ging naar de St-Denijsschool in Vorst, en daar wisten ze aan mijn moeder te zeggen dat ze misdienaars tekort hadden in de St-Denijskerk en in de St-Antoniuskerk.
Ja, dat konden we niet refuseren hé.
Drie jaar vond ik een heilig onderdak als misdienaar in die twee kerken.
Ik was gekleed van de firma, en mocht achter het altaar zitten in een lang wit kleed.
Dat was de periode dat ik in het Brusselse woonde.
Maar in Deftinge hadden ze mij daar ook eens liggen omdat ik er zo heilig uitzag.
Er was ooit een inhuldiging van een pastoor, en toen ging er nog een processie uit.
Ik kreeg twee vleugels op mijne rug geplakt, om er nog heiliger uit te zien dan dat ik al was.
Het verwelkomen van een priester was een hele ceremonie, het was in feite één groot feest.
Maar de jaren gingen voorbij, en in Brussel werd er minder en minder naar de kerk gegaan.
Toen ik vijf jaar geleden terug naar Deftinge kwam, was het ook niet in mij opgekomen van naar de kerk te gaan.
Ik ging er wel voor trouwfeesten en begrafenissen, maar dat was ook al.
En toch hebben kerken en kapellen mij steeds aangetrokken.
Ook op de kerkhoven was ik een regelmatige bezoeker.
Het was een plaats waar men tot rust kon komen.
De stilte vond afwisseling tussen de warmte van het hout en de kilte van marmer.
Maar, daar waar vroeger de deur van het huis God’s steeds open stond, sta ik nu vaak voor een gesloten deur als er geen misviering is.
De pastoor droeg zijn titel, en als gewone man in de straat ging je hem begroeten met een waardige knik van het hoofd, en vaak niet meer dan de woorden “dag meneer pastoor”.
Enige tijd geleden stond ik met vrienden te praten, toen een man met een brilletje ons kwam begroeten.
In jeans en sweater leek hij de mensen te kennen.
Iedereen leek ook hem te kennen aan de begroeting te zien.
Ja, curieus als ik was vroeg ik aan één van de vrienden wie hij was.
-Dat is de pastoor chauffeurke.
-Oei….serieus?
Ik wist niet goed wat zeggen, want in den tijd gingen we tot bij de pastoor met een zending, en dat was dan de enige keer dat hij ook aan huis kwam om de zegen te geven en nen druppel te drinken.
Plots keek hij in mijn richting:
-En wie ben jij?
-Euh….ik ben chauffeurke.
-Ben je van Deftinge?
-Ja meneer pastoor.
-Ik ben priester.
-Euh….is er dan een verschil tussen pastoor en priester?
-Ja, de pastoor is de geestelijke aan het hoofd van een parochie, en een priester is de geestelijke die van de bisschop een priesterwijding heeft ontvangen.
-Awel ik heb weer iets bijgeleerd.
-Elke dag is er om te leren chauffeurke.
-Euh….ja dat zal wel zekerst.
Ik stond hier wat onwennig, en wou toch vertellen dat ik misdienaar geweest was om diene mens op zijn gemak te stellen.
-Euh….ik ben drie jaar misdienaar geweest meneer euh…de priester.
-Zeg maar André chauffeurke.
-Euh….zeker priester André.
-André, uw kruiske op uw vest hangt ondersteboven.
-Andréas is ook ondersteboven gekruisigd geweest hé.
Ondertussen had hij het loshangend kruisje weer recht gezet.
Amai dat was nu ne keer ne toffe mens zie.
In feite sprak hij de woorden van iedereen.
Hij wist ons door de simpele dingen zoveel te begrijpen en bij te brengen.
Het was niet preken, maar verstaanbare woorden brengen waar ieder van ons zich in herkende.
Toen hij afscheid nam, had ik gezegd dat ik wel ne keer naar de mis zou komen.
Hij knikte met een glimlach, en vertrok.
Op een dag liep ik hem terug tegen het lijf met mijn zoon.
We wilden niet storen, maar hij bleek tijd te nemen om zijn schapen te leren kennen.
We hebben gepraat, zoals we zelfs nog nooit in de familie gepraat hebben.
Over ons en over hem, over Lierde en Hamme.
Over actuele zaken en over het verleden.
Maar ook over het geloof van vroeger en nu.
Ik had op korte tijd een priester leren kennen die vriend geworden was.
Hij was niet alleen in Lierde om het woord van God te verkondigen, hij was er ook als mens.
En dat mens zijn, dat is zo voornaam de dag van tegenwoordig.
Het was niet in de mis zitten en gaan biechten achter het gordijntje al fluisteren.
Nee, ik kon vrijuit praten over mijn zonden, zonder er speciaal te moeten uitvinden zoals in de tijd waar we moesten gaan biechten, en waar ik just niks uitgestoken had op diene moment.
En hadden ze mij vroeger gevraagd wat de priester gezegd had in de kerk, dan kon ik u wel zeggen wat de persoon op de stoel voor mij had gedaan tijdens de mis, maar de tekst van de priester zelf zou verwatert zijn.
Nu ik de priester als mens heb leren kennen, hebben zijn woorden plots waarde gekregen.
Ja, hij had als mens de titel van priester gekregen, maar ik had de priester als mens ontdekt.
Ik keek er naar uit om een gesprek aan te gaan met hem, want het was leerrijk.
Ieder had zijn menig, en dat werd gerespecteerd .
Maar het was op die dag, dat ik tijdens één van onze gesprekken kreeg te horen dat hij Lierde zou verlaten.
-Ja chauffeurke, ik ga weg.
-Hoe weg….gaat ge op vakantie?
-Nee chauffeurke, ik ga terug naar mijn geboorteplaats.
-Euh….jamaar, is dat dan voor altijd, en gaat ge hier nog de mis doen en….en…..
-Er zijn verschuivingen, en ik krijg de kans om terug naar Hamme te gaan.
En ik heb die kans aangenomen.
-Jamaar, ge zijt hier nog maar van 27 oktober 2002.
Ik had goesting om te vloeken, maar de krop in mijn keel hield mij tegen.
Als volwassen mensen zit ge daar met uwe mond vol tanden, en bijna de tranen in uw ogen.
Met zijn hand op mijn schouder probeerde hij mij een troostend woord te brengen, door te zeggen dat er wel een opvolger zou komen.
Het zou iemand uit Nederland zijn, en Hollander op de koop toe.
Potverdekke, komt dat tegen!
Er was naar het schijnt al een artikel verschenen in “De Beiaard” over de nieuwe priester.
Ik haaste mij naar de krantenwinkel, en las het artikel over onze nieuwe priester.
“Maarten Pijnacker nieuwe pastoor voor Lierde”
Geboren tussen de tulpen, en sportief aangelegd.
Maar vooral de laatste zinnen van het artikel bleven me bij.
“Ik vind het heel belangrijk dat de mensen de kans krijgen mij te ontmoeten.
Ik zal naar hen toegaan en zeker niet wachten tot ze bij mij komen.”
Awel daar houden we u aan.
André is een priester zoals een priester moet zijn.
De herder voor zijn schapen.
Maar vooral de mens onder de mensen.
André,ik wil je danken voor wat je gedaan hebt, en dit in naam van alle Lierdenaren die je gaan missen.
Tot weldra André, welkom priester Maarten.
Groetjes chauffeurke
Ps
André, er zal altijd ergens een bord tutjespap voor je klaarstaan.
Natuurlijk Lierde
Hello evrybody,
Tussen Deftinge en de Brusselse rand
Hello evrybody,
Ontwaken in Deftinge
Hello evrybody,
gedroomd over de krakelingen

Hello evrybody
Het is vandaag krakelingen in Geraardsbergen.
Awel het feest is nog niet bezig of ik heb er al van gedroomd.
Ne mens kan toch wat tegen komen in zijn dromen hé.
Ik moest als druïde meelopen in diene stoet.
Toen we daar boven op de muur van Geraardsbergen stonden, werd in diene kelk een viske gesmeten om uit te drinken.
Al meer dan 900 jaar is dat hier de gewoonte.
Ik stond daar tussen de genodigden met ne sikkel in mijn hand, en wat laurierblaren achter mijn oren.
Gekleed in zo een wit kleed dat ik aan het zuidstation gekocht had.
In mijnen droom was ik nen echte druïde.
Toen het aan mijnen toer was om zo een viske te drinken, schept diene visboer daar toch wel gans vanonder met zijne pollepel zekerst!!
Da was ne vis die daar al bijna 200 jaar inzat peis ik.
Hij was zo groot als ne forel.
Diene vis lag daar half uit diene kelk met visogen naar mij te kijken.
Er liep een levertraan uit zijn ogen, en hij probeerde nog al het gebeuren van zich af te schubben.
Persoonlijk zag ik er echt geen graten in om dat beest in te slikken, maar mijn keelgat was er niet voor voorzien om ne vis van 200j naar binnen te spelen.
We stonden daar te treuzelen, en ik dacht nog dat mijnen droom visserspraat was omdat dat ook altijd overdreven is.
Maar diene vis krimpte geen vin!
Ondertussen hadden ze”tonnekken brand” al aangestoken en laaiden de vredesvuren al hoog op.
Ik begon er in mijnen droom zodanig van te zweten dat diene vis uit mijn handen schoof.
Jawadde, recht de vijver van den oudenberg in.
Dienen opperdruide had dat toch wel gezien zekerst!!
Als straf moest ik dan de komende dagen op de markt de plaats innemen van manneken pis.
Ppffffffff jawadde, ik ben wakker geworden zo nat als ik ‘k weet ni wa.
Ne mens kan toch nogal van die onnozele dromen hebben hé.
Euh…..maar als iemand naar de krakelingen moest gaan, kijk dan eens of ge geen manneken pis op de markt van Geraardsbergen ziet die op mij trekt.
En of er druïden in de stoet lopen.
En of ge in de vijver op den oudenberg geene vis ziet zwemmen.
Ja, ’t is dat ik altijd zit te twijfelen aan mijn dromen!!
Groetjes chauffeurke
Kermis
Hello evrybody,
De zending

Hello evrybody,
Vroeger werden beesten gevet en geslacht voor eigen gebruik.
Het was nog den tijd waar men niet speciaal bij den beenhouwer moest lopen, maar waar men zelf een dier had gekweekt om het te slachten.
Dat slachten gebeurde meestal op de plaats waar het dier gekweekt was.
Dat kon op een boerderij zijn, maar ook thuis.
Het kon gaan van een kieken of een konijn, maar ook koeien en varkens werden vetgemest om op het bord te belanden.
Bij mijn Tante Amandine was het een boerderij.
Een grote vierkantshoeve waar enerzijds de woning was, en aan de andere kant een schrijnwerkerij en de schuren.
In het midden van de koer was ne mestpoel of mesthoop.
De kiekens liepen er op rond, en alles wat verging werd er opgesmeten.
Van patateschillen tot een karkas van een dood kieken.
Het zou later dienen om het veld te bemesten.
Hoewel velen de neus ophalen bij een vers bemest veld, moet ik zeggen dat ik deze geur niet als stank beschouw, maar terug een beetje nostalgie opsnuif.
Een kieken of een konijn slachten hield niet veel in.
Doden, pluimen of villen en het was gebeurd.
Maar voor een varken kwam er heel wat bij kijken.
Er was ook veel meer volk op de been dan voor een kieken dat de nek werd omgewrongen.
Het varken werd in een houten kist geduwd, waar de kop uitstak.
De slachter ging op de kist staan, en met een zware hamer werd het varken naar de eeuwige cottelettevelden gebracht.
Het was een precisiewerk om het varken juist op de kop te treffen, want dat was niet altijd van de eerste keer het geval.
Als het varken dood was, werd het op stro gelegd en het stro werd in brand gestoken.
Men deed ook het varken bloeden, en dat waren de eerste stappen die telkens werden herhaald.
Het was een speciale sfeer en ook een speciale geur.
Ja, vandaag is dat niet meer denkbaar.
Men gaat nu naar het slachthuis, en zonder het te weten hoe het varken sterft ligt het enige tijd later op ons bord.
Och..... ik hoor het al zeggen, wat was het een gruwelijke tijd vroeger.
Ja, dat was de tijd van toen hé!
Hoewel ik mij soms vragen stel bij al ons modernisme.
Vandaag gaat alles via slachthuis en beenhouwer en niemand weet nog van waar het vlees komt.
We spelen dioxine kiekens binnen, en we fretten ons dik aan hormoonvarkens.
Maar allé, ze zijn dan toch proper gestorven en geslacht hé
).
Ik moet zeggen dat de beenhouwer vroeger ook zijn werk kende hoor.
Het varken werd opgehangen en gescheiden.
Er werden pensen en gekapt (gehakt) gemaakt.
Potten werden gevuld, en in de kelder stonden stenen potten met smout.
Het vlees werd gezouten, en verdeeld.
Vroeger waren er ook geen diepvriezers en de mensen moesten ergens heen met hun vlees hé.
Awel daar komen we bij de titel van het verhaal.
"De zending"
Het was een stuk vlees die vroeger bij de notabelen van het dorp werden gedragen, maar ik heb maar juist geweten dat ik het bij de pastoor moest dragen.
Ge ging dan op stap met een stuk vlees die in een schoon papierke was ingepakt, en bij de pastorij moest ge dan op zoek naar de pastoor.
Het was dan vooral als jonge snotter uwen tekst niet vergeten die ze u thuis hadden ingepeperd.
Zeggen dat het één van de beste stukken van het varken was voor mijnheer pastoor.
Vooral niet vergeten te zeggen van wie het kwam.
Dus bij ons kwam het van "te roelses".
Ja mijn grootvader noemde Roels hé.
De pastoor kwam als dank dan ne keer het huis zegenen, terwijl hij een halve fles jenever naar binnen speelde.
En de zondag in de kerk dopte hij zijne kwispel (wijwaterborstel) nog eens diep in zijnen emmer om dan in de richting van de gulle gever te zwaaien.
We zaten daar dan gelukkig dat iedereen gezien had, dat de pastoor bij ons wat meer water gebruikt had.
Het wijwater droop van mijn bomma hare permanant en ik zat 's anderdaags met een valling van al dat wijwater die van mijne rug gelopen was.
Ja, in dienen tijd waren er ook niet veel mager pastoors hé
)
Als hij van elke slachter een zending kreeg, was zijn jaar goed.
Maar niet alleen bij de pastoor werden er zendingen gedaan.
Ook bij de geburen.
Ja, deze gaven dan wel iets in de plaats hé.
Zo bracht ik een kieken te "koertes" om met een konijn terug te keren.
Ook de groenten deelden in de ruilhandel.
Ja, het was een mooie tijd.
Zo simpel als het vroeger was, zo moeilijk is het soms om ons in ons modernisme een nostalgisch beeld te vormen van vroeger.
Ik ruik niet alleen de nostalgie, maar ook de heimwee van vroeger.
Groetjes chauffeurke
De crémekar
Hello evrybody,
Deftinge en manneke maan
Hello evrybody,
Feest in 't veld
Feest in 't veld
Waar zijn paard en kar?
Hello evrybody,
De wasdraad
Waar is den tijd dat men de wasdraden zag hangen van boom tot boom.
De knotwilg

Tussen grassen
ten velde
afgeknot
door de eeuwen.
Velden gewassen
groeien
verhalen
om nooit te vervelen.
chauffeurke
De watermolen

Waar is den tijd dat we als kleine snotter gingen spelen in de watermolenbeek.
Toen we met vrienden vertrokken gaven onze ouders of grootouders ons de nodige goede raad mee.
-Chauffeurke, zie dat ge niet te ver van huis gaat.
-Ja bomma.
-En zie dat ge u niet vuil maakt!
-Ja bomma.
-En zie dat ge niet overeden wordt door ne velo!
-Ja bomma.
-En zie dat ge zeker niet naar de beek gaat, en dat ge uit dat water blijft, en dat ge niet kletsnat terugkomt, en dat ge niet verdrinkt, en dat ge niet tussen de watermolen draait!
Als ze zo over één thema wat langer bleef zagen, dan wou dat zeggen dat ze de grootste vermoedens had dat we dat toch zouden doen.
Met een paar vrienden trokken we naar de beek, en van op de weg keken we naar het water.
De watermolen draaide zijn rondjes, en het water stroomde door de beek die kronkelend in het landschap verdween.
We zagen de stekelbaarsjes zwemmen, en ieder van ons waande zich een echte visser of avonturier.
We trokken onze schoenen uit, en in korte broek daalden we de berm af.
Bij elke verboden stap naar het water,blonken onze ogen meer en meer.
Het water was koud, en ieder van ons hield zich stoer om zijn kiekevel niet te laten merken.
Onze voeten verdwenen in de modder, en het water kreeg een wazige kleur.
We probeerden de vissen te vangen, om ze daarna in een bokaal of emmer te zetten.
Maar telkens we iemand hoorden afkomen, moesten we ons vlug verstoppen in de grote rioolbuis, waardoor het water onder de weg vloeide.
We zaten te giechelen en te lachen.
En hoe meer we gingen opletten om niet nat of vuil te worden, hoe meer het tegenovergestelde zich voordeed.
Als er dan al eens ééntje het evenwicht verloor, en kleddernat uit de beek moest kruipen, lagen de anderen op hunne rug van het lachen.
Na de avonturen in het water, gingen we meestal even liggen drogen.
Maar dat nam niet weg, dat als we thuis kwamen nog een paar lappen op onze kop kregen om de modder uit ons haar te krijgen.
We beloofden telkens plechtig dat we nooit meer naar de beek zouden gaan,maar er was die drang die telkens veel sterker was dan onze belofte.
Nu sta ik naar de beek te kijken, en de watermolen is verdwenen.
Het water stroomt nog wel in de beek, en nog steeds verdwijnt ze kronkelend door het landschap.
Ik zie de herinneringen weerspiegelen op het wateroppervlak.
Als er nu iemand langskomt hoef ik mij niet meer te verbergen.
We groeten elkaar, en stellen ons dezelfde vraag.
-Waar is den tijd dat de watermolen nog rondjes draaide en we in de beek kwamen spelen.
Groetjes chauffeurke
Terug naar huis

Het was in het magische jaar 2000, dat ik terug naar huis vertrok.
Ik sloot de deur in Brussel, om naar Deftinge te reizen.
Een reis, waar ik het rumoer en het lawaai van de hoofdstad achter mij liet, om de rust terug te vinden die ik jaren geleden verlaten had.
Na ongeveer 45km rijden, zag ik eindelijk mijn dorp terug.
Ze spraken hier wel van de gemeente Lierde, maar voor mij zou het mijn boerendorp blijven.
Niet omdat ik het boers vond, maar omdat het zoveel rust uitstraalde.
Via de Elleboogstraat liet ik Gemeldorp achter mij, en daar lagen ze dan al mijn herinneringen.
Op het kruispunt van de Elleboogstraat en de Watermolenstraat stond het ouderlijk huis van moeders kant.
Ik was er opgegroeid tot mijn zes jaar, en was er nog eens komen wonen midden de jaren 80.
Maar nadien was Brussel mijn thuishaven geworden, zonder dat ik er mij ooit heb thuis gevoeld.
Het gaf mij een warm gevoel, de deur te kunnen openen, daar waar ik jaren geleden de klok had stilgezet.
De tuin was verwilderd, en het huis moest ook van enig modernisme voorzien worden.
De tijd was er zoals op sommige plaatsen in het dorp blijven stilstaan.
Het toilet was in de stal, en een klein hok naast de stal deed dienst als badkamer.
Ne mens zou voor minder een wasbeurt overslaan.
Verwarming was er niet, en het deed me denken aan de woorden van mijn grootvader.
"Manneke, als het te koud is, doe u dan ne pullover aan".
Ja, waar was den tijd?
Het huis was een gesloten album vol herinneringen, maar ook buiten lag het vol van vervlogen verhalen.
Ik besloot op zoek te gaan, en alles op papier te zetten om het nooit meer te vergeten.
Ik zou mijn deur openen, en iedereen zou kunnen lezen wat Lierde was en geworden is.
Groetjes chauffeurke
Proficiat!WAT IS CONCREET DE BEDOELING??
De bedoeling is dat u op regelmatige basis een bericht toevoegt op uw blog. U kan hierin zetten wat u zelf wenst.
- Bijvoorbeeld: u heeft een blog gemaakt voor gedichten. Dan kan u bvb. elke dag een gedicht toevoegen op uw blog. U geeft de titel in van het gedicht en daaronder in het bericht het gedicht zelf. Zo kunnen uw bezoekers dagelijks terugkomen om uw laatste nieuw gedicht te lezen. Indien u meerdere gedichten wenst toe te voegen op eenzelfde dag, voegt u deze toe als afzonderlijke berichten, dus niet in één bericht.
- Bijvoorbeeld:
u wil een blog maken over de actualiteit. Dan kan u bvb. dagelijks een bericht plaatsen met uw mening over iets uit de actualiteit. Bvb. over een bepaalde ramp, ongeval, uitspraak, voorval,... U geeft bvb. in de titel het onderwerp waarover u het gaat hebben en in het bericht plaatst u uw mening over dat onderwerp. Zo kan u bvb. meedelen dat de media voor de zoveelste keer het fout heeft, of waarom ze nu dat weer in de actualiteit brengen,... Of u kan ook meer diepgaande artikels plaatsen en meer informatie over een bepaald onderwerp opzoeken en dit op uw blog plaatsen. Indien u over meerdere zaken iets wil zeggen op die dag, plaatst u deze als afzonderlijke berichten, zo is dit het meest duidelijk voor uw bezoekers.
- Bijvoorbeeld: u wil een blog maken als dagboek. Dagelijks maakt u een bericht aan met wat u er wenst in te plaatsen, zoals u anders in een dagboek zou plaatsen. Dit kan zijn over wat u vandaag hebt gedaan, wat u vandaag heeft gehoord, wat u van plan bent, enz. Maak een titel en typ het bericht. Zo kunnen bezoekers dagelijks naar uw blog komen om uw laatste nieuwe bericht te lezen en mee uw dagboek te lezen.
- Bijvoorbeeld: u wil een blog maken met plaatselijk nieuws. Met uw eigen blog kan u zo zelfs journalist zijn. U kan op uw blog het plaatselijk nieuws vertellen. Telkens u iets nieuw hebt, plaats u een bericht: u geeft een titel op en typt wat u weet over het nieuws. Dit kan zijn over een feest in de buurt, een verkeersongeval in de streek, een nieuwe baan die men gaat aanleggen, een nieuwe regeling, verkiezingen, een staking, een nieuwe winkel, enz. Afhankelijk van het nieuws plaatst u iedere keer een nieuw bericht. Indien u veel nieuws heeft, kan u zo dagelijks vele berichten plaatsen met wat u te weten bent gekomen over uw regio. Zorg ervoor dat u telkens een nieuw bericht ingeeft per onderwerp, en niet zaken samen plaatst. Indien u wat minder nieuws kan bijeen sprokkelen is uiteraard 1 bericht per dag of 2 berichten per week ook goed. Probeer op een regelmatige basis een berichtje te plaatsen, zo komen uw bezoekers telkens terug.
- Bijvoorbeeld: u wil een blog maken met een reisverslag. U kan een bericht aanmaken per dag van uw reis. Zo kan u in de titel opgeven over welke dag u het gaat hebben, en in het bericht plaatst u dan het verslag van die dag. Zo komen alle berichten onder elkaar te staan, netjes gescheiden per dag. U kan dus op éénzelfde dag meerdere berichten ingeven van uw reisverslag.
- Bijvoorbeeld:
u wil een blog maken met tips op. Dan maakt u telkens u een tip heeft een nieuw bericht aan. In de titel zet u waarover uw tip zal gaan. In het bericht geeft u dan de hele tip in. Probeer zo op regelmatige basis nieuwe tips toe te voegen, zodat bezoekers telkens terug komen naar uw blog. Probeer bvb. 1 keer per dag, of 2 keer per week een nieuwe tip zo toe te voegen. Indien u heel enthousiast bent, kan u natuurlijk ook meerdere tips op een dag ingeven. Let er dan op dat het meest duidelijk is indien u pér tip een nieuw bericht aanmaakt. Zo kan u dus bvb. wel 20 berichten aanmaken op een dag indien u 20 tips heeft voor uw bezoekers.
- Bijvoorbeeld:
u wil een blog maken dat uw activiteiten weerspiegelt. U bent bvb. actief in een bedrijf, vereniging of organisatie en maakt elke dag wel eens iets mee. Dan kan je al deze belevenissen op uw blog plaatsen. Het komt dan neer op een soort van dagboek. Dan kan u dagelijks, of eventueel meerdere keren per dag, een bericht plaatsen op uw blog om uw belevenissen te vertellen. Geef een titel op dat zeer kort uw belevenis beschrijft en typ daarna alles in wat u maar wenst in het bericht. Zo kunnen bezoekers dagelijks of meermaals per dag terugkomen naar uw blog om uw laatste belevenissen te lezen.
- Bijvoorbeeld: u wil een blog maken uw hobby. U kan dan op regelmatige basis, bvb. dagelijks, een bericht toevoegen op uw blog over uw hobby. Dit kan gaan dat u vandaag een nieuwe postzegel bij uw verzameling heeft, een nieuwe bierkaart, een grote vis heeft gevangen, enz. Vertel erover en misschien kan je er zelfs een foto bij plaatsen. Zo kunnen anderen die ook dezelfde hobby hebben dagelijks mee lezen. Als u bvb. zeer actief bent in uw hobby, kan u dagelijks uiteraard meerdere berichtjes plaatsen, met bvb. de laatste nieuwtjes. Zo trek je veel bezoekers aan.
WAT ZIJN DIE "REACTIES"?
Een bezoeker kan op een bericht van u een reactie plaatsen. Een bezoeker kan dus zelf géén bericht plaatsen op uw blog zelf, wel een reactie. Het verschil is dat de reactie niet komt op de beginpagina, maar enkel bij een bericht hoort. Het is dus zo dat een reactie enkel gaat over een reactie bij een bericht. Indien u bvb. een gedicht heeft geschreven, kan een reactie van een bezoeker zijn dat deze het heel mooi vond. Of bvb. indien u plaatselijk nieuws brengt, kan een reactie van een bezoeker zijn dat deze nog iets meer over de feiten weet (bvb. exacte uur van het ongeval, het juiste locatie van het evenement,...). Of bvb. indien uw blog een dagboek is, kan men reageren op het bericht van die dag, zo kan men meeleven met u, u een vraag stellen, enz. Deze functie kan u uitschakelen via "Instellingen" indien u dit niet graag heeft.
WAT IS DE "WAARDERING"?
Een bezoeker kan een bepaald bericht een waardering geven. Dit is om aan te geven of men dit bericht goed vindt of niet. Het kan bvb. gaan over een bericht, hoe goed men dat vond. Het kan ook gaan over een ander bericht, bvb. een tip, die men wel of niet bruikbaar vond. Deze functie kan u uitschakelen via "Instellingen" indien u dit niet graag heeft.
Het SeniorenNet-team wenst u veel succes met uw gloednieuwe blog!
Met vriendelijke groeten,
SeniorenNet-team
1 reactie op dit bericht
Homepage Lierde