Naar de inhoud

Lierde onder de pen

Verhalen van onder de kerktoren
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Groot worden was niet gemakkelijk

Hello evrybody

 

 

 

Ne mens denkt soms dat het maar juist de grote mensen zijn die problemen rond hunne kop hebben, en dat de kleine snotters er juist bij lopen om een beetje in de weg te lopen tijdens hunne groei.

Awel, ik kan u vertellen dat ik vroeger alle dagen wreed in ’t zweet stond van wat ik allemaal moest doen.

Mijn grootvader werkte in de schrijnwerkerij, en deze lag dan weer op de boerderij van tante Amandine.

“Te Roelses” noemden ze dat.

De schrijnwerkerij lag op zo’n 400m van ons huis, en telkens er iets moest gedragen of gezegd worden, was het aan mij om bode te spelen.

Amai mijn voeten!

 

-Chauffeurke draag ne keer den bompa zijn trippen die hij bij zijnen boterham vergeten is.

-Ja maraine  (Dat was de naam die ik aan mijn meter gaf)

-Chauffeurke ga ne keer achter ne nagel.

-Ja maraine

-Chauffeurke ga ne keer achter botermelk te Nuzes.

 

Chauffeurke dit en chauffeurke dat, ’t was precies of ik hier aan het trainen was voor den Deftingse marathon ppffffffff.

Die botermelk was zo lekker, dat ik onderweg al de helft van dat zinken kanneken had uitgedronken.

Toen ze dat deksel naar omhoog tilden, zagen ze dat er al de helft uit was, en kon ik direct terug.

Ondertussen waren ze thuis aan het koken en aan het kuisen, en was het voor ons ten strengste verboden van binnen te spelen.

Ja, de playstation was nog niet uitgevonden, en er waren nog niet zoveel posten op tv hé.

Dus moesten we buiten spelen, zonder ons vuil te maken!

Awel dat moet ge ne keer proberen zie.

Het was daarom dat ze ons meestal in korte broek lieten rondlopen, zo konden we die broekspijpen al niet vuil maken hé.

Maar het was vooral, omdat we maar één keer in de week in bad gingen.

Dat kwam mij in feite goed uit, want ik had in dienen tijd nog niet leren zwemmen, en ik had wreed schrik van water.

Het was meestal de vrijdag dat we in bad gingen.

Ja, dan was het werk van de week gedaan, en stond het weekend voor de deur hé.

Elk op toer kropen we dan in een zinken kuip, in volgorde van de hiërarchie van de familie.

Ne ketel warm water in de zinken badkuip, en het wassen kon beginnen. Jawadde, omdat ik de jongste van de familie was,kon ik als laatste in dat bad kruipen.

En omdat de rest van de familie het zware en vuile werk deed, die kunt ge u al inbeelden in wat voor water ik daar nen duik moest nemen.

Hoe meer er tijdens de week gewerkt was in de familie, hoe vuiler ik uit dat bad kwam.

Om nog maar te zwijgen van de reglementen die er daar allemaal aan te pas kwamen om juist mijne neus te wassen.

 

-Chauffeurke haast u wat, dat het water niet koud is.

 

Ja, dat zeiden ze omdat ze met dat water ook nog ons pleintje moesten schuren.

Ja ja, er ging niks verloren.

 

-Chauffeurke vergeet uw oren niet te wassen, en uw voeten en uwe rug en onder uw armen en……..en……..

 

Amai mijn voete, ik wist zelfs niet dat er zoveel stukken aan mijn lijf hingen die konden gewassen worden.

 

Op vrijdag werd ook de visdag nog in ere gehouden.

Meestal geen vlees op tafel, maar een ei met tutjespap.

Of een stuk vis, waar ik achter ne graat zocht om hem niet te moeten opeten.

De zondag gingen we naar de mis, en na de mis gingen we naar huis, terwijl mijnen bompa nog even in het café binnen moest om over zaken te klappen.

Maar het waren vaak ingewikkelde zaken, want rond de middag stuurde mijn maraine mij naar het café om hem te gaan halen voor het eten.

Dat vond ik altijd plezant, want ik mocht dan van die groene limonade drinken.

In feite kreeg ik van mijnen bompa alles.

Als er al eens een ander familielid aanwezig was, dan was het meestal:

 

-Chauffeurke ge moet niet staan bedelen, dat is niet schoon.

 

En dat terwijl ik nog niks gevraagd had.

 

Maar bij mijnen bompa kreeg ik alles wat ik wou.

Hij kwam dan dikwijls het café buiten met zijn donker kostuum dat een beetje spande rond zijnen buik.

En ik kwam buiten met nen dikke buik van die groen limonade, en van de zes droge saucissen die ik in mijn kas geslagen had.

Om nog maar te zwijgen van al die stukken chocolat die ik meegekregen had van de mannen die thuis niet wilden laten zien hoeveel tournees er daar gegeven waren.

Ja, het was een periode waar de kinderen nog buiten speelden.

Er waren ook minder auto’s, en de fiets was het vervoermiddel in die tijd.

Daarom dat er zoveel goeie coureurs in de streek waren.

Hoewel deze dan waarschijnlijk niet zo katholiek zullen geweest zijn dan ik.

Ja, als ik met de fiets vertrok en mijn tante Amandine was juist op bezoek, dan gaf zij mij den uitleg hoe ik moest rijden

En vooral, dat ik ne weesgegroet moest lezen als ik voorbij een kapelletje reed.

Ja, vroeger kreeg je niet voor niets hé.

Potverdekke, ik was nog maar 400m ver als er daar al een kapelletje was.

En 500m verder kon ik terug afstappen voor ne weesgegroet.

Jawadde, toen ik met mijne vélo terug thuis was begon ik te twijfelen of ik nu coureur of pastoor zou worden.

Ja, om de zoveel meter stond er wel ergens een kapelletje verscholen hé.

 

In feite waren we in die tijd ook dikwijls aan het zagen, hoewel het dan wel om andere dingen ging.

Maar nu ik achter mij kijk zou ik willen beginnen zagen achter de tijd van toen.

Mijn grootouders waren mijn helden, en deze zijn verdwenen.

Maar blijkbaar hebben ze ook de tijd van vroeger meegenomen, want deze mis ik nu ook.

 

Groetjes chauffeurke  

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 19:44 Reageer op dit bericht

Terug naar school

Hello evrybody,

De school is ondertussen bijna een maand bezig.
Ik zie de schoolgaande jeugd voorbij mijn deur fietsen, en vaak denk ik terug aan die periode.
Ja, waar is den tijd dat ik mijn studie's begon in de universitaire kleuterschool van Deftinge.
Vanachter op de fiets bij mijn bomma,reden we tot voor de kleine kleuterschool.
Ze hadden mij al moed ingesproken,door te zeggen dat ik nu eindelijk bij de grote jongens mocht gaan zitten en dat ik een schoon juffrouw zou krijgen die mij veel zou leren.
De mensen konden toch nogal liegen in den tijd hé.
Dat juffrouw Magda een schoon juffrouw was, daar hadden ze gelijk in, maar al den overschot was wreed gelogen.
Die andere snotters waren niet groter dan mezelf, en dat de juffrouw mij toen veel bijgeleerd heeft weet ik ook zo niet.
In de kleuterklas van Gemeldorp, stond een zandbak in de klas en daar wou ik mijn studies van architekt aanvangen.
Maar de jaren vlogen zo vlug voorbij, dat mijn zandkasteel verre van af was.
Na de kleuterschool in Gemeldorp verhuisde ik met al mijn schoolmateriaal naar Brussel.
Ik mocht mijn intrede doen in het St-Denijsinstituut.
Amai mijne frak, dat ging er daar nogal wat serieuzer aan toe dan op den boerenbuiten zenne.
We werden ontvangen door broeders,gekleed in een lang zwart kleed.
De zachte stem van juffrouw Magda was verdwenen, en de harde hand van de broeders deden hun intrede.
Op zes jarige leeftijd, was ik nog niet te groot voor mijnen ouderdom, en daarom hielpen de broeders mij een beetje met het groeien.
Ze trokken aan mijn haar en aan mijn oren,en af en toe kreeg ik ne schup tegen mijn g.t.
Ja, ik ben daar in die school afgezwaaid met lang haar en grote oren, maar of ik er veel slimmer ben geworden betwijfel ik.
Mijne pa had mij verwittigd, dat als ik niet beter zou studeren, dat ik dan in de koolmijnen,aan de vuilkar of aan de staat zou moeten gaan werken.
Awel ik had geluk, de koolmijnen gingen dicht, en ze deden containerparken open,zodat de mensen zelf met hunnen brol konden sleuren.
Dus ben ik maar aan de staat begonnen.
Maar onlangs stelde ik mij zoveel vragen over vroeger, en ik was nieuwsgierig hoe het er nu zou aan toegaan in 't school.
Ik ging naar de St-vincentius school in Deftinge, en vroeg of ik er een paar foto's mocht nemen, en tevens een kijkje nemen hoe de klassen er nu uitzien.
Awel merci, ik kan zeggen dat de leerlingen met hun g.t in de boter gevallen zijn.
Daar waar ik vroeger nen directeur had, waar iedereen blauw van schrik van was, daar stond nu een directrice met zachte stem achter een bureel.
Toen ik de kleuterklas binnenstapte,stond ik plots meer dan 40j terug in de tijd.
Tekeningen hingen er aan de muur,en kleine stoeltjes sierden de klas.
Daar waar we vroeger een kleine kruiwagen en zandbak hadden, stond nu een kleine pc op een tafeltje.
De kleuters konden zo de tijd van ons modernisme binnen stappen.
De klas ernaast was het 2e studiejaar.
Ik stapte binnen en de leerlingen zaten schoon en braaf achter hun lessennaar.
Een knapogende en zeer jonge juffrouw ontfermde zich over de leerlingen.
Over hun schouder keek ze mee of ze de oefeningen van op het bord goed in hun schrift aan het uitvoeren waren.
Af en toe keek er een leerling in mijn richting, en dat zou ik vroeger ook wel gedaan hebben.
Ik stond er als volwassen loebas, en de meesten zullen zich wel afgevraagd hebben wat ik daar kwam zoeken.
Maar ze zullen er waarschijnlijk niet bij stil gestaan hebben dat ik ook ooit op die banken heb gezeten.
Soms haalt een mens herinneringen boven, maar het beste kan je het doen door naar de plaatsen van vroeger terug te keren.
Je kan dan beter de tijd van vroeger vergelijken met deze van nu.
Daar, waar vroeger de hoeken volzet waren met gestrafte leerlingen, daar waren ze nu leeg.
De ezelsoren die we op onze kop kregen waren ook verdwenen.
En de broeders met zwarte lange rokken hadden hun jaren gedaan, en knapogende juffrouwen in modern tenue stonden er in de plaats.
Potverdekke, ne mens zou weer goesting hebben om naar school te gaan.
Ik denk dat ik mijn boekentas nog ergens moet liggen hebben.
Een zwarte boekentas, in echt ezelsleder.
Ja, naar het schijnt heb ik er iets van overgehouden van die boekentas.
Maar ook deze zou hier niet meer passen tussen het kleurig schoolmateriaal.
Ja, waar is den tijd?
Hij is vervlogen en voorbij, en we kunnen maar terugdenken aan onze jeugd, door naar de jeugd van vandaag te kijken.
We stellen ons even in de plaats van de schoolgaande jeugd van vandaag, en hopen dat ook zij vroeg of laat even terugdenken aan vroeger.
Binnen 40j zullen ze misschien ook ouder zijn, en zullen hun kinderen ook achter een lessenaar zitten.

Hoewel?
Zouden er dan nog wel lessenaars en boekentassen bestaan?
Zouden er nog scholen en juffrouwen zijn?
Wie weet volgen ze wel les achter een pc scherm bij hun thuis.
Mensen, we kunnen maar hopen dat de tijden niet te snel veranderen, dat ook de ouders en grootouders nog kunnen volgen bij de opvoeding van hun kinderen.
Dat ook de kinderen van de toekomst nog enig gevoel hebben, om met heimwee en nostalgie terug te denken aan de tijd van vroeger.

Groetjes chauffeurke
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 08:04 1 reactie Reageer op dit bericht

Tussen kaf en koren

Hello evrybody,

't Was in augustus, en de boeren zaten uit te kijken naar een paar droge dagen.
Het goudgele koren in de velden was al beginnen zwart uit te slaan.
Het was dus hoog tijd om het graanveld te betreden.
Op een dag was het zover, en ik zag enorme pikdorsers voorbij de deur rijden.
Daar waar de boer vroeger op de kar zat met de teugels in de hand, daar zat hij nu hoog in zijn cabine met airco.
Ja, de tijden zijn verandert.
Vroeger maaide men het koren met de hand, en de volgelingen op het veld zetten de schoven recht.
Het leven was toen in feite een schilderij, zoals er in een paar huiskamers een paar hangen. Paard en kar, en het zweetgedruppel van de noeste arbeid zijn verdwenen.
Daar waar er vroeger één of twee paarden over het land stapten, daar zitten er nu meer dan honderd onder de motorkap van die moderne pikdorsers.
Bij de eerste pikdeskers vulden ze de zakken op de machiene zelf, en deze die de zak mocht vullen en lossen, was zwart van het stof.
Ook dat is verdwenen.
Een tractor komt aangereden,en het graan wordt in een grote remorque gepompt.
Ja, 't is gedaan om met de vlegel te staan kloppen.
De boeren zijn nog boer, "mor wried gemoderniseerd".
Ze klappen nimeer van de kouter, mor van 't land.
Ze klappen over de boerderije,mor nimeer van de doeninge.
Ze goan slijpen mor nimeer wetten.
En toch is het nog "  't hofgat " dat ze oprijden.
Ja, sommige zijn zelfs anders beginnen klappen.
Hoewel, af en toe betrap ik er nog iemand op, die de streektaal in ere houd.
Vroeger stond er veel volk op de kouter, en dan was 't er nog ne klap.
Maar vandaag zit de moderne boer alleen op zijne pikdorser,en wie weet spreekt hij wel in het a.b.n tegen zijn eigen.
Zijn instructies moeten niet meer al roepen worden doorgegeven, maar gewoon even de gsm aan het oor zetten.
't Was ne schonen tijd, waar we maar kunnen over vertellen, maar waar onze kinderen maar een beeld van krijgen in de geschiedenisboeken.
Het ritme van het hoefgetrappel verdwijnt in de verte, daar waar ronkende motoren op ons afkomen.
Nostalgie en heimwee zijn de woorden die me nu het eerste bijkomen als ik naar de kouter kijk.
Met de hoop dat.........

Groetjes chauffeurke
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 09:37 Reageer op dit bericht

Deftinge


Soms is het eens goed een dorp te ontleden.
Letter per letter leert men de schoonheid kennen,van een kleine plaats op onze grote wereldbol.

Door
Eeuwen
Fraaiheid
Tijdloos
 Idyllisch
Natuurschoon
Gekleurd
Erfgoed

Groetjes chauffeurke
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 09:14 Reageer op dit bericht

Lierde

                 



                 

Leven
In
Een
Rustig 
Dorpse
Eenvoud

Groetjes chauffeurke

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 21:53 1 reactie Reageer op dit bericht

Ode aan priester André

Een priester komt, een mens gaat.

 

 

Het was in den tijd dat ik als jonge snotter niet veel te zeggen had.

We gingen naar de kerk omdat het moest, en omdat het paste in onze katholieke opvoeding.

Alles was schoon georganiseerd, de vrouwen links, en de mannen rechts in de kerk.

Als kleine snotter had ge niet veel te kiezen waar ge ging zitten.

De persoon die het langst je hand vasthield bij het binnenlopen van de kerk, daar ging je naast zitten.

Het was vooral stilzitten en zwijgen.

Niet teveel hoesten of niezen, je moest zo onopvallend mogelijk blijven zitten dat je onopgemerkt de mis kon bijwonen.

Het was maar bij de uitgang dat iedereen ging groeten om toch te tonen dat we aanwezig waren in het huis van God.

Het was in die tijd een eer van een kerkelijke titel te dragen.

Misschien had je wel een priester in de familie, en was het aangewezen om vooraan in de kerk te zitten.

Of je had een tante nonneke of ne nonkel pater in de Kongo.

Of misschien woonde een deel van je familie wel in een klooster of een abdij.

Bij ons waren er niet teveel met kerkelijke titels, en dus werd er direct naar mij gekeken om als jongste van de familie toch nog mijn bijdrage te leveren.

Ik ging naar de St-Denijsschool in Vorst, en daar wisten ze aan mijn moeder te zeggen dat ze misdienaars tekort hadden in de St-Denijskerk en in de St-Antoniuskerk.

Ja, dat konden we niet refuseren hé.

Drie jaar vond ik een heilig onderdak als misdienaar in die twee kerken.

Ik was gekleed van de firma, en mocht achter het altaar zitten in een lang wit kleed.

Dat was de periode dat ik in het Brusselse woonde.

Maar in Deftinge hadden ze mij daar ook eens liggen omdat ik er zo heilig uitzag.

Er was ooit een inhuldiging van een pastoor, en toen ging er nog een processie uit.

Ik kreeg twee vleugels op mijne rug geplakt, om er nog heiliger uit te zien dan dat ik al was.

Het verwelkomen van een priester was een hele ceremonie, het was in feite één groot feest.

Maar de jaren gingen voorbij, en in Brussel werd er minder en minder naar de kerk gegaan.

Toen ik vijf jaar geleden terug naar Deftinge kwam, was het ook niet in mij opgekomen van naar de kerk te gaan.

Ik ging er wel voor trouwfeesten en begrafenissen, maar dat was ook al.

En toch hebben kerken en kapellen mij steeds aangetrokken.

Ook op de kerkhoven was ik een regelmatige bezoeker.

Het was een plaats waar men tot rust kon komen.

De stilte vond afwisseling tussen de warmte van het hout en de kilte van marmer.

Maar, daar waar vroeger de deur van het huis God’s steeds open stond, sta ik nu vaak voor een gesloten deur als er geen misviering is.

De pastoor droeg zijn titel, en als gewone man in de straat ging je hem begroeten met een waardige knik van het hoofd, en vaak niet meer dan de woorden “dag meneer pastoor”.

Enige tijd geleden stond ik met vrienden te praten, toen een man met een brilletje ons kwam begroeten.

In jeans en sweater leek hij de mensen te kennen.

Iedereen leek ook hem te kennen aan de begroeting te zien.

Ja, curieus als ik was vroeg ik aan één van de vrienden wie hij was.

 

-Dat is de pastoor chauffeurke.

-Oei….serieus?

 

Ik wist niet goed wat zeggen, want in den tijd gingen we tot bij de pastoor met een zending, en dat was dan de enige keer dat hij ook aan huis kwam om de zegen te geven en nen druppel te drinken.

Plots keek hij in mijn richting:

 

-En wie ben jij?

-Euh….ik ben chauffeurke.

-Ben je van Deftinge?

-Ja meneer pastoor.

-Ik ben priester.

-Euh….is er dan een verschil tussen pastoor en priester?

-Ja, de pastoor is de geestelijke aan het hoofd van een parochie, en een priester is de geestelijke die van de bisschop een priesterwijding heeft ontvangen.

-Awel ik heb weer iets bijgeleerd.

-Elke dag is er om te leren chauffeurke.

-Euh….ja dat zal wel zekerst.

 

Ik stond hier wat onwennig, en wou toch vertellen dat ik misdienaar geweest was om diene mens op zijn gemak te stellen.

 

-Euh….ik ben drie jaar misdienaar geweest meneer euh…de priester.

-Zeg maar André chauffeurke.

-Euh….zeker priester André.

-André, uw kruiske op uw vest hangt ondersteboven.

-Andréas is ook ondersteboven gekruisigd geweest hé.

 

 

Ondertussen had hij het loshangend kruisje weer recht gezet.

Amai dat was nu ne keer ne toffe mens zie.

In feite sprak hij de woorden van iedereen.

Hij wist ons door de simpele dingen zoveel te begrijpen en bij te brengen.

Het was niet preken, maar verstaanbare woorden brengen waar ieder van ons zich in herkende.

Toen hij afscheid nam, had ik gezegd dat ik wel ne keer naar de mis zou komen.

Hij knikte met een glimlach, en vertrok.

Op een dag liep ik hem terug tegen het lijf met mijn zoon.

We wilden niet storen, maar hij bleek tijd te nemen om zijn schapen te leren kennen.

We hebben gepraat, zoals we zelfs nog nooit in de familie gepraat hebben.

Over ons en over hem, over Lierde en Hamme.

Over actuele zaken en over het verleden.

Maar ook over het geloof van vroeger en nu.

Ik had op korte tijd een priester leren kennen die vriend geworden was.

Hij was niet alleen in Lierde om het woord van God te verkondigen, hij was er ook als mens.

En dat mens zijn, dat is zo voornaam de dag van tegenwoordig.

Het was niet in de mis zitten en gaan biechten achter het gordijntje al fluisteren.

Nee, ik kon vrijuit praten over mijn zonden, zonder er speciaal te moeten uitvinden zoals in de tijd waar we moesten gaan biechten, en waar ik just niks uitgestoken had op diene moment.

En hadden ze mij vroeger gevraagd wat de priester gezegd had in de kerk, dan kon ik u wel zeggen wat de persoon op de stoel voor mij had gedaan tijdens de mis, maar de tekst van de priester zelf zou verwatert zijn.

Nu ik de priester als mens heb leren kennen, hebben zijn woorden plots waarde gekregen.

Ja, hij had als mens de titel van priester gekregen, maar ik had de priester als mens ontdekt.

Ik keek er naar uit om een gesprek aan te gaan met hem, want het was leerrijk.

Ieder had zijn menig, en dat werd gerespecteerd .

Maar het was op die dag, dat ik tijdens één van onze gesprekken kreeg te horen dat hij Lierde zou verlaten.

 

-Ja chauffeurke, ik ga weg.

-Hoe weg….gaat ge op vakantie?

-Nee chauffeurke, ik ga terug naar mijn geboorteplaats.

-Euh….jamaar, is dat dan voor altijd, en gaat ge hier nog de mis doen en….en…..

-Er zijn verschuivingen, en ik krijg de kans om terug naar Hamme te gaan.

En ik heb die kans aangenomen.

-Jamaar, ge zijt hier nog maar van 27 oktober 2002.

 

 

Ik had goesting om te vloeken, maar de krop in mijn keel hield mij tegen.

Als volwassen mensen zit ge daar met uwe mond vol tanden, en bijna de tranen in uw ogen.

Met zijn hand op mijn schouder probeerde hij mij een troostend woord te brengen, door te zeggen dat er wel een opvolger zou komen.

Het zou iemand uit Nederland zijn, en Hollander op de koop toe.

Potverdekke, komt dat tegen!

Er was naar het schijnt al een artikel verschenen in “De Beiaard” over de nieuwe priester.

Ik haaste mij naar de krantenwinkel, en las het artikel over onze nieuwe priester.

“Maarten Pijnacker nieuwe pastoor voor Lierde”

Geboren tussen de tulpen, en sportief aangelegd.

Maar vooral de laatste zinnen van het artikel bleven me bij.

“Ik vind het heel belangrijk dat de mensen de kans krijgen mij te ontmoeten.

Ik zal naar hen toegaan en zeker niet wachten tot ze bij mij komen.”

Awel daar houden we u aan.

André is een priester zoals een priester moet zijn.

De herder voor zijn schapen.

Maar vooral de mens onder de mensen.

 

André,ik wil je danken voor wat je gedaan hebt, en dit in naam van alle Lierdenaren die je gaan missen.

Tot weldra André, welkom priester Maarten.

 

Groetjes chauffeurke

Ps

André, er zal altijd ergens een bord tutjespap voor je klaarstaan.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 17:51 Reageer op dit bericht

Natuurlijk Lierde

Hello evrybody,

Natuurlijk Lierde


watersloten
stromen
en beken
slenteren
door weidse velden.

watermolens
draaien
en granen
gemalen
behoren tot legende

Letters
woorden
en zinnen
vertellen
de lierdse natuur

Groetjes chauffeurke
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 23:07 Reageer op dit bericht

Tussen Deftinge en de Brusselse rand

Hello evrybody,

Gisteren dacht ik te gaan gordelen in de rand rond Brussel,maar het is anders uitgevallen.
Toen ik 's morgens de kinderen ging oproepen om hun klaar te maken om er een gordeldag van te maken,hadden ze zich vol enthousiasme omgedraaid en terug de ogen gesloten.

-Allé mannkes, 't is tijd om op te staan.
-Voor wa nu pa?
-Awel om te gaan gordelen hé.
-Zeg pa, ge zegt zelf dat het hier de schoonste streek is om te wandelen en te fietsen, waarom moeten we dan naar Brussel rijden.
-Euh.....ja zeg als ge geen goesting hebt, blijf dan liggen hé.

Maar na enige tijd stonden ze toch beneden.

-Pa, we zouden liever hier fietsen dan tussen al dat volk.
-Allé....'t is goed, we zullen hier een toerke maken.

Ik trok mijn koerskleren aan, die zeker al 5j niet meer uit de kast geweest waren.
Een koerstruitje waar ze met twee moesten zijn om het over mijne kop te trekken.
Niet dat ik dikker geworden was, maar waarschijnlijk wat te warm gewassen de laatste keer.
Ja, ne goeie koereur moet af en toe nen uitvlucht zoeken om zijn lichamelijk verval te vrantwoorden.
De koersbroek paste beter, omdat ik die van mijne pa gepakt had.
De banden werden opgepompt, en voor het vertrek stak ik ne verse biefstuk in mijn broek.
Ja,er doen zo van die legende's of andere waarheden de ronde, die men dan ook beter blijft in ere houden hé.
Ik moet zeggen dat het wel helpt bij warm weer, vooral als diene biefstuk uit den diepvriezer komt.
We reden de watermolenstraat af richting Martens-Lierde.
Hoewel we regelmatig wielertoeristen tegenkwamen, was het toch veel kalmer dan op de gordel.
Maar het was vooral genieten van dit landschap die jaren aan mij was voorbijgegaan.
We reden Martens-Lierde door naar Parike,waar we door de velden richting Brakel reden.
In feite reden we op gevoel en volgden de natuurlijk schoonheid van kleine wegen.
In Brakel reden er ons plots tientallen fietsers voorbij.
En na enige tijd, werd het duidelijk dat de gordel ook hier langskwam.
Ja, dat noem ik al de rand van Brussel niet meer zenne.
Maar ik kan best verstaan dat de gordel misschien een beetje jaloers is op een deel van het ronde van vlaanderen parcours.
We hadden er niet beter op gevonden van de gordelaars te volgen.
Na een paar kilometers in hun zog te hebben gereden, staan we daar aan de voet van de valkenberg in Brakel.

-Moeten we hier naar boven pa?
-Ja, doe maar op uw gemak, als we boven zijn is het weer plat!

Mijn oudste zoon zette het tempo in,en na een paar pedaalslagen op het kleinste verzet begon mijne kleine snotter en ikzelf het moeilijk te krijgen.
Het zweet parelde op mijn voorhoofd, en het bloed liep van mijn benen.
Ja, dat bloed kwam van diene biefstuk die ontdooit was hé.
Boven stond mijne zoon te wachten, terwijl ik met de jongste voet aan grons had moeten zetten.
Zelfs tevoet deden mijn kuiten pijn.
Af en toe spurten de gordelaars ons voorbij met een grijns op hun gezicht.
Maar ik verwees dan telkens met een verbittert gezicht naar de techische problemen aan mijne fiets.
Ja, ze hoefden niet te weten dat ik van de streek was, en het moeilijk had bepaalde heuvels te beklimmen.
Waarschijnlijk zaten ze regelmatig op hun blinkend ros, terwijl ik het stof moest meesleuren die zich vijf jaar had opgestapeld.
Boven ging het richting Elst en Michelbeke.
In volle vaart reden we naar Michelbeke centrum, waar we nog juist een glimp konden opvangen van het huis van de eerste burger van het land.
We hadden het gordelparcour verlaten, en er stond ons al een nieuwe uitdaging te wachten.
De berendries lag onder de zon te schitteren.
Waarschijnlijk door de massageolie van de verschillende wielertoeristen die er al waren naar boven gereden.
Mijne oudste zoon was halverwege al uit het zicht verdwenen, en ik besloot dan maar op mijne kleine snotter te wachten, en tevens wat te rusten.
Mijn tong plakte aan mijn gehemelte, en diene biefstuk in mijn broek was bijna gebakken.
Boven reden we richting Zottegem,maar sloegen al vlug af naar St-Martens -Lierde.
De kuiten begonnen te zwellen, en de aankomst zou zich best aan een café bevinden waar ik zonder stoppen tot aan den toog zou rijden.
Toen we de laatste kilometer inzetten,begonnen we naar elkaar te kijken.
Het was precies echt!
Mijn oudste zoon nam de kop, en ik zette mij uit de wind.
Af en toe keek ik achter mij, en zag mijne kleine snotter de koers van zijn leven rijden.
De kleine beentjes draaiden op volle toeren, en met zijn zweetdruppels kon men aan ganse drinkbus vullen.
Nog juist de watermolenstraat terug naar boven spurten, en over de ingebeelde aankomstmeet spurten, die bij toeval aan mijn deur lag, en tevens rechtover café molenhof.
Terwijl mijn oudste zoon de armen in de lucht stak, en verder uitbolde op zoek naar de ingebeelde pers, was ik al vollop in de remmen gegaan om een frisse pint te betsellen, omdat ik toch geen pap meer kon zeggen.
De fiets werd tegen de muur gezet, en met bibberende benen begaf ik mij onder vragende blikken van de klanten tot aan den toog.
Na een paar zwelgen, kon ik mijn verhaal doen.
De klanten kregen met mij te doen, en ze bestelden mij een paar pintjes om er terug bovenop te komen.
Awel, hoe meer ik mijn dorst zat te lessen, hoe meer mijn verhaal op de ronde van Vlaanderen begon te lijken.
Potverdekke ik begon er zelfs spijt van te krijgen dat Van Petegem mij niet had bezig gezien.
Maar bon, de tijd was gekomen om een douche te nemen en terug het innerlijke van de mens te versterken.
De biefstuk was al half gebakken, en dus had ik daar ook niet veel werk meer aan.
Maar het was vooral met de kinderen napraten, over hoe mooi de streek van Lierde en omgeving is.

Groetjes chauffeurke
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 12:00 Reageer op dit bericht

Ontwaken in Deftinge

Hello evrybody,

De zon tikte met haar stralen op het raam van mijn slaapkamer,en de haan kraaide drie maal om me te doen verrijzen in een nieuwe dag.
Mijn benen en mijn armen rekten zich nog eens op mijn korte lichaam,en langzaam opende ik mijn ogen.
Zoals elke dag keek ik door het raam om te zien welk weer het zou worden.
Door een nevelgordijn zag ik de maisvelden.
De zon begon haar opmars te maken naar wat een zonnige dag zou moeten worden.
Ik liep naar de badkamer, en keek met benevelde ogen in de spiegel.
Ik zag er chauffeurke staan die een nachtelijke veldslag achter de rug had.
Zakken onder mijn ogen, en mijn haar ontploft.
Vroeger moest ik naar de stallingen om de badkamer op te zoeken, en tegen dat men dan blootvoets over de koude tegels of blauwe steen was gewandeld, was men klaarwakker toen men voor de spiegel verscheen.
Het modernisme bracht laminaat onder mijn zweetvoeten, en dat geeft een warmer gevoel, waardoor het ontwaken ook wat langer duurt.
Beneden zijn het meestal dezelfde rituelen.
Het eerste werk is de pc aanzetten, en vervolgens de verandadeur openen die mij zicht geeft over mijn dorp.
De nevel had een tapijt van druppels gelegd over het gazon, en ook de spinnewebben waren beter zichtbaar door de beneveling.
De donkergroene maisvelden verstopten nog de gele kolven waar fazanten hun thuis hadden.
In de verte zag ik tussen het nevelgordijn het klooster van Deftinge.
Van bij mij gezien vergelijk ik het een beetje met de "Mont St-Michel" in Frankrijk.
Een imposant gebouw die als achtergrond dient,voor al het landelijke die ervoor ligt.
Het gebouw aan de straatkant staat er al sinds 1889 stevig en stoer.
De jaren vervlogen maar het klooster staat er nog steeds.
Terwijl ik mij nog eens uitrek, en de geur van vers bemeste velden opsnuif, zijn de boeren al druk in de weer.
De tractoren hebben het boerenpaard vervangen,en het motorgeronk nam de plaats van het hoefgetrappel in.
Maar de boer is boer gebleven, en zwaait nu van op zijn stalen ros om goeiemorgend te wensen.
Een nieuwe dag is begonnen, en het leven gaat terug van start.
Het is tijd om naar binnen te gaan en het ontbijt te nemen.
Het boerenbrood ligt er vandaag ingepakt en gesneden bij, daar waar vroeger dikke sneden werden gesneden tegen moeders buik.
Nen boterham met gekapt, ne witte of zwarte trip en een klein mattetaart om uwen dag mee te beginnen.
Ja,tijden zijn vervlogen en soms ontwaakt men met enige nostalgie.
Maar de smaken zijn nog dezelfde gebleven, en daar begin ik mijn dag ook mee.

Groetjes chauffeurke
https://blog.seniorennet.be/chauffeurke
https://blog.seniorennet.be/lierde

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 10:07 Reageer op dit bericht

gedroomd over de krakelingen

Hello evrybody

 

Het is vandaag krakelingen in Geraardsbergen.

Awel het feest is nog niet bezig of ik heb er al van gedroomd.

Ne mens kan toch wat tegen komen in zijn dromen hé.

Ik moest als druïde meelopen in diene stoet.

Toen we daar boven op de muur van Geraardsbergen stonden, werd in diene kelk een viske gesmeten om uit te drinken.

Al meer dan 900 jaar is dat hier de gewoonte.

Ik stond daar tussen de genodigden met ne sikkel in mijn hand, en wat laurierblaren achter mijn oren.

Gekleed in zo een wit kleed dat ik aan het zuidstation gekocht had.

In mijnen droom was ik nen echte druïde.

Toen het aan mijnen toer was om zo een viske te drinken, schept diene visboer daar toch wel gans vanonder met zijne pollepel zekerst!!

Da was ne vis die daar al bijna 200 jaar inzat peis ik.

Hij was zo groot als ne forel.

Diene vis lag daar half uit diene kelk met visogen naar mij te kijken.

Er liep een levertraan uit zijn ogen, en hij probeerde nog al het gebeuren van zich af te schubben.

Persoonlijk zag ik er echt geen graten in om dat beest in te slikken, maar mijn keelgat was er niet voor voorzien om ne vis van 200j naar binnen te spelen.

We stonden daar te treuzelen, en ik dacht nog dat mijnen droom visserspraat was omdat dat ook altijd overdreven is.

Maar diene vis krimpte geen vin!

Ondertussen hadden ze”tonnekken brand” al aangestoken en laaiden de vredesvuren al hoog op.

Ik begon er in mijnen droom zodanig van te zweten dat diene vis uit mijn handen schoof.

Jawadde, recht de vijver van den oudenberg in.

Dienen opperdruide had dat toch wel gezien zekerst!!

Als straf moest ik dan de komende dagen op de markt de plaats innemen van manneken pis.

Ppffffffff jawadde, ik ben wakker geworden zo nat als ik ‘k weet ni wa.

Ne mens kan toch nogal van die onnozele dromen hebben hé.

Euh…..maar als iemand naar de krakelingen moest gaan, kijk dan eens of ge geen manneken pis op de markt van Geraardsbergen ziet die op mij trekt.

En of er druïden in de stoet lopen.

En of ge in de vijver op den oudenberg geene vis ziet zwemmen.

Ja, ’t is dat ik altijd zit te twijfelen aan mijn dromen!!

 

Groetjes chauffeurke

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door chauffeurke om 08:23 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Lierde onder de pen

↑ Terug naar de berichten