DE KORAN
Historisch-kritische visie
Mohammed leefde van ca. 571 tot 632 vanaf 610 kreeg hij zijn \'openbaringen\'. De inhoud van de koran werd in 23 jaar \'geopenbaard\'.Halverwege die periode, rond het jaar 622, vlucht Mohammed met zijn volgelingen van Mekka naar Yathrib (het latere Medina). Ze vluchtten omdat hun situatie in Mekka onhoudbaar werd. De datum van deze vlucht, de hijra (emigratie) werd later gekozen als eerste dag van de islamitische kalender. De toon van de koranteksten, na die periode ontstaan, verschilt van de eerste teksten.
De soera\'s uit Mekka zijn kort en gaan vooral over de grootheid van Allah en zijn schepping, het oordeel op de Laatste Dag en het resultaat daarvan: het paradijs of de hel. De oproep tot bekering is al aanwezig maar nog tamelijk vrijblijvend.
De soera\'s na de hijra zijn een stuk militanter en onverzoenlijker ten opzichte van de \'ongelovigen\' of niet-moslims. Het ontstaan van de koran in zijn huidige vorm is al met al een uitermate ingewikkeld proces geweest, waarvan vele elementen niet zijn opgehelderd. In de eerste plaats heeft Mohammed tijdens zijn leven niet veel in teksten laten vastleggen. Hij riep zijn volgelingen op om de woorden die hij sprak te reciteren en te onthouden. Bij de dood van Mohammed in 632 was er geen kant-en-klare korantekst. Er waren een aantal geschreven teksten (welke teksten precies is tot op de dag van vandaag onduidelijk) maar veel van Mohammeds woorden werd door zijn volgelingen gereciteerd en onthouden. Na de dood van Mohammed werd geleidelijk meer op schrift gesteld. Zaid ibn Thabit, een van Mohammeds oorspronkelijke metgezellen, legde - in opdracht van de eerste twee kaliefen een van de belangrijkste schriftelijke verzameling van teksten aan, maar de islam bleef steunen op een mengeling van geschreven en gereciteerde teksten. Onder de derde kalief, Othman (644-656) begon het proces van officiële codificatie van de verzamelde teksten. Othman stelde een commissie samen die een officiële uitgave van de openbaring - de koran - moest voorbereiden. Deze commissie nam als uitgangspunt het werk van Zaid ibn Thabit. Omstreeks 650 was er een document opgesteld dat als eerste officiële koran geldt.
In de 9e eeuw zijn er in de tekst enkele wijzigingen aangebracht: er zijn toen vooral leestekens toegevoegd, ter attentie van mensen die het Arabisch niet beheersten. Vanaf deze periode is er sprake van de officiële koranversie. De nummering van de soera\'s verschilt evenwel in de Oosterse versie ten opzichte van de versie die gebaseerd is op de geleerden van Basra. Mohammed dicteerde zijn woorden aan verschillende schrijvers, waarmee ook verschillende versies van de teksten begonnen te circuleren. In 651 werd de officiële koran vastgelegd, maar eeuwen later bestonden er nog steeds alternatieve teksten, ondanks alle pogingen van de kaliefen om deze hen onwelgevallige teksten te doen verdwijnen. De mystieke islamitische sekte der soefis haalt uit deze geschriften een deel van hun inspiratie. Latere pogingen van oriëntalisten om de ontstaansgeschiedenis van de koran te achterhalen en teksten met elkaar te vergelijken werden door bovenstaand \'zuiveringswerk\' bemoeilijkt. Ook wordt kritisch onderzoek van de tekstgeschiedenis van de koran meestal tegengewerkt door de conservatieve regimes en islamitische geestelijkheid van het Midden-Oosten en wordt er zelden of nooit toestemming gegeven voor onderzoek ter plaatse. Uit bestaande teksten is wel afgeleid (door een Duitse onderzoeker met het pseudoniem Luxenberg) dat de koran veel leenwoorden uit het Syro-Aramees (een aan het Arabisch verwante taal) bevat, zoals het woord hoeri, dat \'grootogige\' (paradijsmaagden) is gaan betekenen, maar in het Syro-Aramees \'witte\' (druiven) zou hebben betekend. Het onderstaande hoofdstuk geeft weer wat de ontstaansgeschiedenis van de huidige koran is volgens de traditionele islam. De koranieke tekst zoals die we nu kennen is volkomen identiek aan de koran zoals die door aartsengel Djibril aan Mohammed is geopenbaard. Mohammed kon volgens de moslimse traditie lezen noch schrijven. Hij was louter een spreekbuis die door God aangesteld was om vanaf zijn veertigste levensjaar de islam te verkondigen. De openbaringen die Mohammed predikte werden door zijn volgelingen gememoriseerd. Later wanneer de verzen een stuk langer werden, werden ze ook schriftelijk vastgelegd. Na Mohammeds dood was er geen officiële korantekst. De mondelige overlevering was toen nog uiterst belangrijk. Toen na de slag bij Al-Yamaamah een groot aantal van Mohammeds metgezellen gesneuveld was, onder hen een groot aantal huffaz (mensen die de koran van buiten kennen), was dat voor kalief Aboe Bakr een aanleiding om de losse Koranfragmenten tot elkaar te laten verzamelen door Zaid ibn Thabit. Hij veranderde de tekst op geen enkele wijze en voegde er geen verklaringen of redactionele commentaren aan toe. Zo ontstond dus eigenlijk de eerste, volledige, geschreven koran. Onder kalief Othman rees er echter onenigheid over de correcte manier van reciteren. Die konden ontstaan, omdat het Arabische schrift toen alleen medeklinkers had (die medeklinkers konden ook vaak nog op elkaar lijken). Othman besloot om Aboe Bakr’s korantekst te gaan canoniseren. Kopieën werden werden gemaakt en nieuwe korans werden aan de hand van die tekst gecontroleerd. Foute explemparen werden vernietigd. De eerste korans zijn te bezichtigen in Tasjkent en Istanbul. Ook na deze Othmaanse tekst bleef de mondelinge overlevering belangrijk. Het Arabische schrift was toen nog erg onvolmaakt. Rond 700 werden er diakritische puntjes aan toegevoegd om de medeklinkers van elkaar te onderscheiden. Later werden er ook nog klinkers aan toegevoegd. Ondanks de consensus onder moslims over de authenticiteit van de Othmaanse tekst, accepteerden moslimgeleerden uiteindelijk 7 \'leeswijzen\' (ieder van deze was nog eens opgesplitst in tweeën, dus 14). In 1924 werd de Egyptische standaarduitgave van Caïro de officiële tekst van de moslimwereld.
Religieuze betekenis
De koran is voor veel moslims hét heilige boek, maar hierbij geldt echter wel de restrictie dat het boek die waarde alleen heeft in het Arabisch. Veel moslims vinden wel dat een vertaling een interpretatie is in een andere taal, en dus niet mag suggereren dat die ook daadwerkelijk de qu\'ran is. Moslims met een andere moedertaal dan het Arabisch zien zich dan ook voor de taak gesteld het boek in een voor hen vreemde taal te lezen. Ook de thora en de bijbel zijn binnen de islam belangrijke boeken, maar zouden in de loop der eeuwen door mensenhanden zijn veranderd en vervalst. Dit was de mening volgens Mohammed, zoals vastgelegd in de koran, en in navolging van hem hebben alle traditionele moslims dezelfde mening. Het is voor een moslim daarom niet duidelijk welk gedeelte oorspronkelijk door God geopenbaard is en welk gedeelte later is toegevoegd. In de hele islamitische wereld heeft de koran grote betekenis. Reeds onder kalief Omar (634-644) begon men koranscholen (madrasa\'s) op te richten. In deze scholen werd kinderen geleerd de koran van buiten te leren oftewel te reciteren. Los van de vraag of men de inhoud van de teksten begrijpt, wordt betekenis toegekend aan het reciteren van de koran in het Arabisch als zodanig. Voor moslims is het reciteren een belangrijk onderdeel van de godsdienst: aan de woorden van de koran wordt een magische kracht toegekend. De koran dient tijdens ieder gebed gereciteerd te worden. Vele moslims zijn goed bedreven in Tadjwied, dat is de Koran op een aangename, bijna melodieuze manier reciteren. De koran wordt door moslims met respect behandeld: zo zal het in een schone kamer bewaard worden op een zo hoog mogelijke plaats, boven de andere boeken uit. Het mag niet op een tafel liggen, omdat er anders het gevaar bestaat dat er iets opgelegd wordt. Verder mag de koran niet op de grond gelegd worden, omdat deze als onrein wordt beschouwd. Voor het lezen of aanraken van de koran wordt de wudu verricht. Veel moslims hebben er dan ook moeite mee als een niet-gelovige de koran leest op openbare plaatsen.

















