Dinsdag 13 november 2012
Geloven of geloven
Bij het begin van het schooljaar vroeg een godsdienstleraar
aan de leerlingen: 'Bestaat God of bestaat hij niet ?' Als hij niet bestaat, dan
heeft het ook geen zin aan de godsdienstlessen tijd te besteden. De leerlingen
begonnen bewijzen van het Godsbestaan te zoeken.
Wonderen zijn toch niet te verklaren zonder dat er een God bestaat. De leraar hielp hen daarbij. Hij deelde hun doktersattesten mee. Jeanne Frétel was 34 jaar oud en dodelijk ziek. Zij had buikvliesontsteking van tuberculeuze aard. In Lourdes is zij op 8 oktober 1984 op onverklaarbare wijze genezen nadat zij de communie had ontvangen.
Deze geneesheren hadden eens beschrijvingen van genezingen doorgespeeld naar de bisschoppelijke commissie, die daar een oordeel moet over vellen. De volgende morgen kregen de dokters antwoord. Twee genezingen konden mogelijk door zelfhypnose verklaard worden. De bischoppelijke commissie vroeg hen met zulke verhalen niet meer lastig te vallen.
De helft van deze geneesheren komen er rond voor uit dat zij niet geloven. Ook zij bevestigen de zware ziekte en de volledige en blijvende genezing maar komen toch niet tot het geloof dat God daar de hand in heeft. Zij geven toe dat zij er helemaal geen verklaring voor hebben. Maar wonderen gebeuren zo zelden. Daarom zijn ze moeilijk te vergelijken en te bestuderen. Als er nu nog geen uitleg bestaat voor deze gebeurtenissen, dan is het misschien toch wel mogelijk over vijftig of over honderd jaar.Een wonderbare genezing kan andere mensen blijkbaar niet overtuigen om in God te geloven.
De leerlingen zegden: 'Het is duidelijk dat alles een begin en een einde heeft. Wie of wat was er dan voor het heelal bestond ? Hoe kon alles begonnen zijn als er geen God zou bestaan ? ' De leraar had er weer een antwoord op: ' Alles wat wij waarnemen op de aarde en in het heelal heeft een begin. Wij kunnen ons geen voorstelling maken wat er was voor het allereerste begin. Wij kunnen echter even goed veronderstellen dat alles in het heelal wel een begin en een einde heeft, maar dat het heelal zelf altijd heeft bestaan.'
Een pientere leerling zei: 'Als ik een horloge wil stelen, dan zegt God in mijn hart: Dat is verkeerd. Doe dat niet.' De leraar antwoordde dat dat een fijn gevoel was maar dat het op een heel menselijke manier uit te leggen is. Mensen kunnen niet samen leven, als men alles van elkaar weg neemt of wanneer mensen elkaar blijven uitmoorden.
Op een avond kwam de vader van een leerling de leraar opzoeken. Hij zat met een ernstige vraag. Hij had de samenvattingen van de godsdienstlessen van zijn zoon nagekeken en nu vroeg hij zich werkelijk af of die leraar nog wel geloofde of niet. De leraar loofde en dankte de vader. Het was hem nog niet voorgekomen dat een ouder zo'n grote belangstelling toonde voor het godsdienstonderricht. Hij stelde de vader ook gerust. Hij geloofde heel sterk. Het was hem er alleen om te doen dat de leerlingen zelf de oplossing zouden vinden. Als de vader verder de lessen wilde nakijken, dan zou hij ook ontdekken tot welk antwoord zij zouden komen.
Het duurde meerdere lessen voordat de leerlingen door hadden dat er geen enkel Godsbewijs stand kan houden. Dat er een God is kunt ge alleen maar geloven.
Zij hadden niet zoveel tijd nodig om in te zien dat ook niemand een echt bewijs kon leveren dat God niet bestaat. Ook godloochenaars moeten dat evenzeer geloven.
De titel is dus helemaal geen vergissing.
Documentatie : "Y a-t-il encore des miracles à Lourdes ?" van Dr Olivieri en Dom B.Bilet.
Uitgeverij: P.Lethielleux, 10 Rue Cassette, Paris - 6.
De derde druk verscheen in 1972.
Wonderen zijn toch niet te verklaren zonder dat er een God bestaat. De leraar hielp hen daarbij. Hij deelde hun doktersattesten mee. Jeanne Frétel was 34 jaar oud en dodelijk ziek. Zij had buikvliesontsteking van tuberculeuze aard. In Lourdes is zij op 8 oktober 1984 op onverklaarbare wijze genezen nadat zij de communie had ontvangen.
Deze geneesheren hadden eens beschrijvingen van genezingen doorgespeeld naar de bisschoppelijke commissie, die daar een oordeel moet over vellen. De volgende morgen kregen de dokters antwoord. Twee genezingen konden mogelijk door zelfhypnose verklaard worden. De bischoppelijke commissie vroeg hen met zulke verhalen niet meer lastig te vallen.
De helft van deze geneesheren komen er rond voor uit dat zij niet geloven. Ook zij bevestigen de zware ziekte en de volledige en blijvende genezing maar komen toch niet tot het geloof dat God daar de hand in heeft. Zij geven toe dat zij er helemaal geen verklaring voor hebben. Maar wonderen gebeuren zo zelden. Daarom zijn ze moeilijk te vergelijken en te bestuderen. Als er nu nog geen uitleg bestaat voor deze gebeurtenissen, dan is het misschien toch wel mogelijk over vijftig of over honderd jaar.Een wonderbare genezing kan andere mensen blijkbaar niet overtuigen om in God te geloven.
De leerlingen zegden: 'Het is duidelijk dat alles een begin en een einde heeft. Wie of wat was er dan voor het heelal bestond ? Hoe kon alles begonnen zijn als er geen God zou bestaan ? ' De leraar had er weer een antwoord op: ' Alles wat wij waarnemen op de aarde en in het heelal heeft een begin. Wij kunnen ons geen voorstelling maken wat er was voor het allereerste begin. Wij kunnen echter even goed veronderstellen dat alles in het heelal wel een begin en een einde heeft, maar dat het heelal zelf altijd heeft bestaan.'
Een pientere leerling zei: 'Als ik een horloge wil stelen, dan zegt God in mijn hart: Dat is verkeerd. Doe dat niet.' De leraar antwoordde dat dat een fijn gevoel was maar dat het op een heel menselijke manier uit te leggen is. Mensen kunnen niet samen leven, als men alles van elkaar weg neemt of wanneer mensen elkaar blijven uitmoorden.
Op een avond kwam de vader van een leerling de leraar opzoeken. Hij zat met een ernstige vraag. Hij had de samenvattingen van de godsdienstlessen van zijn zoon nagekeken en nu vroeg hij zich werkelijk af of die leraar nog wel geloofde of niet. De leraar loofde en dankte de vader. Het was hem nog niet voorgekomen dat een ouder zo'n grote belangstelling toonde voor het godsdienstonderricht. Hij stelde de vader ook gerust. Hij geloofde heel sterk. Het was hem er alleen om te doen dat de leerlingen zelf de oplossing zouden vinden. Als de vader verder de lessen wilde nakijken, dan zou hij ook ontdekken tot welk antwoord zij zouden komen.
Het duurde meerdere lessen voordat de leerlingen door hadden dat er geen enkel Godsbewijs stand kan houden. Dat er een God is kunt ge alleen maar geloven.
Zij hadden niet zoveel tijd nodig om in te zien dat ook niemand een echt bewijs kon leveren dat God niet bestaat. Ook godloochenaars moeten dat evenzeer geloven.
De titel is dus helemaal geen vergissing.
Documentatie : "Y a-t-il encore des miracles à Lourdes ?" van Dr Olivieri en Dom B.Bilet.
Uitgeverij: P.Lethielleux, 10 Rue Cassette, Paris - 6.
De derde druk verscheen in 1972.
Geschreven door Herman Dupré om 00:00
Reageer op dit bericht

