Naar de inhoud

'een gans jaar maart?'

schrijfvloer 01 ~ afgerond, klaar
akke.beakke.be

Archief

537. --- afl. 017/121

afl. 017/121 ~ onbeantwoorde vragen

Zijn daarachter mijn bewondering en mogelijke afgunst te zoeken?
Stel ik mij domweg aan alsof ik niet de vader en hij niet de zoon is,
maar ik veeleer een sanguinistisch aanhangsel van hem met mijn zoon in de juistere rol van paternalisme?

Begrijp dus mijn gemengde gevoelens van krenterige vreugde en onderdrukte prikkelbaarheid,
toen hij met de grootste onderscheidingen zijn titels in Gent en Boston behaalde
en het vrij vlug bracht tot Europees verantwoordelijke van een belangrijke Amerikaanse verzekeringsmaatschappij,
een goed, blijkbaar gelukkig (!?) huwelijk sloot,
een kast van een villa betrok in Keerbergen en die liet renoveren.

Francis legde de lat steeds hoger, startte ook een eigen zaak op:
dienstverlening à la carte, dus hoofdzakelijk beheer van zwart kmo-geld,
overname van kleine accountantbureau’s, beursspeculaties, adviseur van vastgoedyups.

Naar buiten uit -zijn bedrijvigheden in het vage even terzijde gelaten-
een heer van stand, een klasbak hors série die
zijn moneybijbel aan zijn kniebuigende omgeving dicteerde alsof het reële sprookjes waren.
Moest er al eens aan de noodbel getrokken, de netwerkvrienden hielpen met de glimlach.
That's what friends are for!

Zie mij dan, beste lezer, de afstandelijke toeschouwer-vader, in-tevreden en fier ondanks alles,
tegenover de onkreukbare uitstraling van zijn zoon.

Doch vader was inmiddels evenmin bij de pakken blijven zitten.
Vader had ondertussen "De Klapper" geschapen, het populairste weekblad van de groep ooit.
Samen met de krant vetmester van de uitgeverij.

Toen de oplageteller na anderhalf jaar boven de 70.000 sprong,
liet ik alle nevenactiviteiten vallen en volgden de royalties conform de stilzwijgende normen binnen de groep.

Er was absoluut geen reden om mij een loser te voelen.
Leuk villaatje, firmawagen en de eigen gedroomde bordeauxkleurige Rover, plus een kei van een zoon.
Voor de buitenwereld was ik echt een geluksvogel met beslist goed gespekte bankrekeningen.
Maar mijn huwelijksleven, van binnen uit gezien?

Ma douceur de vivre werd eerst uitsluitend gecelebreerd aan mijn werktafel.
In een achterkamertje, waar ik de eerste jaren mijn stationsromannetjes uittikte en er telkens opnieuw
mijn hongerige hartenkreet in uitschreeuwde naar een eigen beleefde, passionele en hechte liefdesrelatie.
Grote afschuw en schaamte van mijn eega voor dit soort werk!
Wel haar goedkeurend knikje bij het nakijken van onze bankrekening.

Dit wil ik eerst en vooral onderstrepen:
mijn huwelijk met Gerda was in feite voor mij een schijnhuwelijk en voor haar een noodoplossing, een soort noodliefde.
Een sacrale tussenfase, de tussenfase waarin zij wachtte op haar god.
Eens getrouwd en al vlug vader, wou ik weer van haar af. En zij van mij.
"Liefde" tussen ons was als een surrogaat van gewoonte en onverschilligheid.
Wederzijds gedogen met geforceerde glimlachjes van welzijn voor de naaste omgeving.
Op hoog- en feestdagen gekruid met de voor haar verplichte vier minuten plafond-kijken.

Gerda had absoluut geen behoefte aan seks, laat staan aan eigen genot,
ondanks mijn schuchtere pogingen ooit in een periode die wittebroodsweken heet.
Op zich geen extreem geval. Er lopen beslist, nu nog, massa's jonge vrouwen rond
die onder andere niet eens weet hebben van de weldoende waarde van hun clitoris.
Gerda was er zo eentje ontdekte ik te laat. Verdomme!
Komt daarbij dat ze op jonge leeftijd haar devoot zieltje aan de goddelijke beschermheer had verpand.

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=140

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

536. doet dit pijn ?

het heet pijn vanaf hoé pijn ?

De huisarts heeft aan mijn reacties niet veel informatie.
- Doet dit pijn?
- Eh, kweeni dokter.
- En dit?
- Het voelt wel vervelend, dokter, maar of het pijn is weet ik niet.

En dan zie ik dat ze aan mijn antwoord geen boodschap heeft.
‘k Heb me al afgevraagd of ik voor haar gemoedsrust eens niet wat 'ja' en 'aw' zou moeten antwoorden.
Pijn noem ik wanneer ik niet meer uit mijn ogen kan kijken en moet gaan liggen. Dat is pijn.

Menstruatieweeën, dát was pijn. Vooral toen ik nog piepjong was.
Maar daar had ik iets op gevonden : bergop fietsen.
Daar was ik achter gekomen toen ik eens van de bakker terug kwam.

Bergop fietsen doet de buikspieren werken en die versnellen het hele proces.
Dit is waarschijnlijk een ongevraagde detail, maar ik vertel het toch maar efkes,
voor wie een (klein)dochter met heeft die tegen pijnstillers is.
Hometrainer op weerstand 3 zetten is ook goed. (stand Mont Ventoux, noemt MML het)
Later was dat fietsen niet meer nodig, maar dat is een ander verhaal.

In elk geval was ik toen blij dat ik van dit soort pijn vanaf ben.
Niks dat nog een week uit de maand hapte. Of toch niet op dié manier.
Een vrijere wereld.

m  - EZW-05/2013, bijgewerkt -https://nl.wikipedia.org/wiki/Dysmenorroe

Geschreven door maart om 03:56 Reageer op dit bericht

535. --- afl. 016/121

afl. 016/121 ~ van vroeger tot nu

Beste lezer, ik zou u de rest van dit verhaal kunnen presenteren als een journalistiek verslag.
Zakelijk-koel. Beknopt. Met een paar sensationele titels. Zoiets gaat er altijd als koekenbrood in.
Of als thriller, een pakkende thriller, gekruid met onvermoede medische en juridische toestanden,
bewogen verbale duels tussen ondervragers en verdachten.
en mengeling van Silent Witness, een diepmenselijke Frost in het bourgondisch vel van een Witse
of een vaderlijke Baantjer met de accuratesse van Poirot.
Kan niet. I haven’t got the latters little grey cells, om niet te spreken van de overkill aan thrillers op de markt.

Geloof me, u zou er ten slotte veel bij verliezen.
Ik wens dat u de hele zonderlinge geschiedenis kent zoals ik ze heb ondergaan.
Zonder franjes, met alle onthutsende, pijnlijke en pikant-erotische details.
Ik wil, beste lezer, dat u er van het begin tot het eind live bij bent.
Om juist te kunnen oordelen.
Of te veroordelen.

Nu ik me, als de donkerste schaduw van mezelf, voor een spiegel het vel afstroop,
stel ik vast dat het allemaal een zelfgezochte hel werd en dat ik er kermend in opbranden moest,
met geen enkele kans om er nog uit te raken en me een wijzer, gelouterd man te weten.
Gedane zaken nemen nimmer een keer. Alleen dwazen dragen een boetekleed vóór de zonde.

Mijn enige zoon, Francis, economist en financieel expert, op het mierenneukerige af
(soms tot het frauduleuze toe), heeft één devies:
'The painting is on the canvas, not behind it'.
Waarmee hij bedoelt dat een kunstwerk (of het leven, dat toch het allerbeste kunstwerk aller tijden is)
eigenlijk iets is om verstandelijk-emotioneel te ondergaan,
niet om er heel diep over na te denken en er een soort van schaakspel van te maken.

Ik heb mijn zoon altijd bewonderd.
Of was die jubelende trots, die glunderend-vaderlijke waardering,
meer onderdrukte jaloersheid omdat hij het verder had geschopt dan ik?

Die jongen van mij had echt schitterende studies gedaan.
De kroon op het werk: een mastership aan een Amerikaanse universiteit.
Ik echter was gestopt na de eerste kandidatuur rechten, nadien slechts een jaartje journalistenschool.
Francis was precies, hardnekkig, een volbloed doorzetter.

Ik niet. Ik wou meteen scoren. Poen scheppen.
Zelfs door een koel berekend huwelijk? Waarom niet?

Als tiener keek ik uit naar mijn American Dream.
Als zestienjarige kon ik, tot mijn grote verbazing en trots van mijn ouders,
mijn avonturenverhaaltjes en speurdersstories geplaatst krijgen.
Natuurlijk bracht het niet veel op, meer zakgeld eigenlijk.
Verleidelijke smaakmakertjes waren het echter, die me, na mijn vervelende studies,
geleidelijk aan in de richting van de journalistiek dreven.

Eerst enkele feuilletons, zoals dat toen heette (o, dankbare, kitcherige dorpsromantiek)
en daarna meer de sensatietoer op, succesvol reportagewerk, onderzoeksjournalistiek toen
en nu eldorado voor de populaire pers.
Kortom mijn springplank naar een vaste zit op een krantenredactie.

Door Gerda te trouwen zat ik pas echt op rozen.
Althans zo dacht ik, en, op de keper beschouwd,
heeft die hang naar geld me inderdaad geen windeieren gelegd.
Francis echter is altijd van een ander kaliber geweest,
al moet ik toegeven dat hij met de jaren een financieel aardje naar zijn vaartje kreeg.
Eén groot verschil: ik was door mijn job ietwat bohémien, liet graag geld rollen;
hij, financieel expert, pietje-precies, harde doorduwer en zonder scrupules.
If need be, schaamteloos hypocriet.

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=140

Geschreven door maart om 03:56 Reageer op dit bericht

534. in alle ernst

Tijdens de nacht was graffiti gespoten op de speelplaats van de lagere school.
Twee grote jonge agenten kwamen constateren. Een van hen stond te noteren.
Hij vertelt :

Een kleintje van ongeveer zes, zo een beeldig rozig kind
met strikken in heur haar en kanten biesjes aan haar sokken,
bekeek traag en geïnteresseerd mijn uniform van onder tot boven. En terug.
Ze zei bedachtzaam: 

- Gij zijt een polies hé.
- Ja Juffrouwke, wij zijn allebei politieagenten, zei ik en ik noteerde verder de schade.
- Mijn Mama zegt dat azzik moet hulp hebben, azzik het aan een polies moet vragen.
- Zo is dat, Juffrouwke, uw Mama zegt dat heel goed.
  De polies is uw vriend. De polies is er om u te helpen.

Ze schoof een voetje vooruit en vroeg met een ernstig snuiteke : 

- Wilt ge mijn schoen dicht doen?

m  - HiH-02/2015, herzien

Geschreven door maart om 04:40 Reageer op dit bericht

533. --- afl. 015/121

afl. 015/121 ~ Dat verwoestende telefoontje

Max vloekte binnensmonds en ging weg, mokkend om haar bevel, vergat zelfs de afscheidskus.
Hij ergerde zich aan zichzelf. Was korzelig, humeurig om dat telefoontje.

Onderweg dacht hij dat het hem eerlijk gezegd geen barst kon schelen
wat er met die hysterische kwezel was voorgevallen.
Waarom had ze Francis of zijn Trien niet laten oproepen,
zelfs Serge of een van haar paternosterzusters.
Natuurlijk niet! Ze wist immers met wie hij 's woensdagsnamiddags was.
Mevrouw wou gewoon zijn leven verzuren.
Ze was er weer in geslaagd, vooral na dat goddelijk wellustig vrijen.
En dat voor hem zo belangrijk gesprek.
Een volledig jaar hunkeren naar die ene bepaalde dag om eindelijk zijn leven een andere wending te geven.
Lap! Magistraal! Weer stoken en stokken in de wielen.
Nu met een ongeval. Proficiat, jij bitch.

Toen Max zijn villa naderde, wist hij meteen dat er iets meer dan ongewoons was gebeurd.
Op de oprit een politiecombi, de Porsche van Francis, een voor hem vreemde wagen
en ook een lichte vrachtwagen.
Een vrij jonge man wachtte aan de deur.
Aan de overkant een vijftal toeschouwers.
Een eigenaardig gevoel van verbazing, kille nieuwsgierigheid en vooral vrees maakten zich van hem meester.
Hij stapte weifelend uit. Zijn ogen zochten zijn zoon. Hij zag hem nergens.
De jonge man kwam hem tegemoet.

'Meneer Cijnens?'

Hij herkende de stem van de man die hem had opgebeld.

'Ja! Wat is hier aan de hand? Wat is er met Gerda? Waar is ze?'

De jonge man nam hem bij de arm en leidde hem met zachte dwang in het salon.
In een flits zag hij achteraan in de hal, onderaan de marmeren trap, drie personen in hurkzit.
Tussen hen een grijze voet en een deel van een been.
Een grijs been! Gerda droeg uitsluitend grijze nylons. Zij ligt daar! Gerda ligt daar!
Max draaide zich meteen om. Wou zich overtuigen. Wou Gerda zien.
De jonge man met koelbeheerste stem sloot even koelbeheerst de salondeur en stelde zich voor:

'Gert Van Haverbeke, politie Wemmel, ik sta in voor …'

Max hoorde vaag iets over hulp aan nabestaanden, slachtofferbejegenaar.
Hulp aan nabestaanden?! Al die mensen. De drukte buiten. Zijn vragen kristalliseerden zich tot een concreet beeld:

'Ze is dood. Gerda is overleden, nietwaar, zeg het toch! Wat gebeurt hier?
En mijn zoon? Waar is mijn zoon? Is er iets met mijn zoon?'

'Uw zoon is in de keuken, meneer Cijnens, samen met een collega.
Gaat u nu rustig zitten, meneer. Er is een ernstig ongeval gebeurd hier in huis.
Mevrouw Cijnens, uw echtgenote, is inderdaad … overleden en de omstandigheden zijn …'

'Al dat volk hier, de politie! Neen, geen ongeval! Dit is geen ongeval. Ze is overvallen. Ze hebben haar …'

Hij schreeuwde de woorden uit alsof ze zurig braaksel waren en herhaalde verslagen:

'Vermoord, godverdomme, vermoord nog wel!'

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=140

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

532. help! een klusser

de man in huis lost het op

Het wordt weer tijd om het vliegenraam in de terrasdeur te plaatsen.
Ze wou het efkes doen, maar hij vond dat een mannen-job.
En ze liet het aan hem over.

klank aan :
https://www.youtube.com/watch?v=4YR1iMXh7Nc 
00min37

m – HiH-05/2015, herzien – ach, wat valt er nog te herzien aan zo’n exemplaar … -

Geschreven door maart om 04:38 Reageer op dit bericht

531. --- afl. 014/121

afl. 014/121 ~ Het langverwachte gesprek

Hoe meer hij haar onderging, zich letterlijk door haar liet verpletteren en leegzuigen,
hoe minder hij haar begreep en hoe meer hij op haar verslingerd raakte.
Nu eens vleide ze, als verpersoonlijkte Marianne de eerlijkheid zelf:
'Jij bent de enige, de echte man voor mij. Jij hebt mij ontbolsterd. Mon amour, que je suis femme avec toi.'

Dan weer haar fijn spottend lachje, toen hij bij een tweede of dappere (bijna) derde vrijpartij in gebreke bleef:
'Je zit niet op de redactie hoor, je zit op mij. Volgende week, voor je vaderdag, vier dozen Viagra.
Een glas water en drie pillen tegelijk binnen. Compris?'

Max glimlachte er beteuterd bij.
Hij kon haar niets kwalijk nemen.
Zij was een eigenaardige vrouw met een dubbele bodem.
Brutaal. Radicaal. Eigenzinnig cool en toch zo hypergevoelig. Overdreven passioneel vooral.
Het kwam hem voor dat hij in haar niet één vrouw beminde,
maar velen, totaal verschillend van elkaar, maar allen even hypnotiserend.

Hij kon Marianne daarom niet zien als gehuwde vrouw. Zeker niet als Gerda, zijn masjochel.
Verdomd niet! Een bolide vergelijk je niet met een tweepaardje! Gerda was … nee, niet aan denken nu.
Zijn namiddagen met Marianne liever inlijsten en in verblindende spots zetten.
Haar tot monument verheffen. Haar zijn wedergeboorte, zijn lichtjaren noemen.
Dat moest hij.

Hij zei haar eens:
'Je bent bijzonder knap, intelligent, warmbloediger dan welke vrouw ook.
Jij had met een vingerknip een rijke vent aan de haak kunnen slaan.'

'Trouwen! Moi! En die echtgenoot opzadelen met die sukkel van mijn vader. Nooit!
Gelukkig gaat het momenteel goed met zijn gezondheid, ondanks de hartklachten van de voorbije maand.'
Enkele weken later was haar vader er plotseling niet meer. Longoedeem.

En nu vandaag, dag op dag, een jaar geleden: haar belofte, zijn geduld. Zijn hoop.
Hij had er bij het binnenkomen van de kamer willen over beginnen,
doch ze had hem direct de mond gesnoerd met haar wulpse beten van kussen.

Nu misschien? Hij keek haar aan. Zo meteen zou ze ontwaken uit haar lichte slaap. Hij moest erover beginnen.
Zij had het hem beloofd. En hij had haar verzekerd nog een vol jaar te wachten.
Zelfs niet één keer was hij bij haar thuis langs gekomen.
Nu, vandaag was die termijn om.

Max kreeg zin in een sigaret, een laatste neut cognac uit de vergeten glazen.
Hij draaide zich naar haar toe. Rook het beste van henzelf op haar fijne huid.
Beroerde omzichtig het dichte dons van haar venusberg en hoorde haar zachtjes kreunen.
Alsof het onbewust gebeurde, zocht haar hand zijn hard wordende penis,
maar duwde ze hem daarop bruusk van zich af en riep:

'Zo laat al! Kom, enough is enough. Kleren aan! Time to go!'

'Goed, ik ga douchen!'

Marianne rekte zich als een voldane poes. Ze geeuwde:

'Ik lekker niet. Ik wil je in mij blijven voelen. Jouw liefde uit mijn lichaam wassen, dat is pas zonde.'

Max wipte uit bed en verdween in de badkamer.
Buiten floot, piepte, groende en lispelde nog de prille lente van de verlate zonnedag,
een ode aan de serene avond.

'Max?'

'Ja!'

Hij keerde in de kamer terug, zijn hemd dichtknopend. Ze stond in zwart slipje en beha.

'Sachez que votre peau porte merveilleusement bien le noir, madame.'

'Gekkerd, even ernstig ja ? Wij moeten praten. Vandaag is het precies een jaar geleden, weet je nog…'

Ze nam zijn handen in de hare. Haar stem trilde:

'Max, na de begrafenis heb ik je gevraagd één jaar geduld te oefenen. Met ons. Met onze toekomst.
Nu wil ik er opnieuw over beginnen. Nu, vandaag, kunnen we er open en eerlijk over spreken.'

'Ik wil je trouwen, Marianne.'

'Dat weet ik. Ik ben vrij. Maar jij, Max, jij bent …' 

'We gaan scheiden'.

'We? Jij, ja, Maar zij? Nooit geeft zij je op. Nooit, hoor je? Dat kneuterige geloof van haar en financieel …'

'Daar draait het absoluut niet om. Dat weet je toch. Trouwens, Francis vindt het de juiste oplossing voor beide partijen.'

'Jouw zoon, die windhaan? Die zou zich absoluut niet verheugen in ons huwelijk.
Zeker weten! Vandaag praat hij jou naar de mond en morgen staat hij vierkant achter zijn moeder.
Als puntje bij paaltje komt, weet je wat die zoon van jou samen met zijn ijsranonkel zal doen?
Aan hetzelfde zeel trekken, dat van Gerda, niet het jouwe.'

'Laat mijn zoon en zijn vrouw er buiten. Ik wil coûte que coûte van haar af en daarmee basta!'

De stem van Max was schor en basta was net één van die woorden, die op Marianne werkten als een rode lap op een stier.

'Wat ben jij toch een naïef klootje, Max.
Zie je echt niet wat jou te wachten staat?
Zal ik het jou op een blaadje geven? Jouw eega, opgejut door schoondochter en maatje Serre…'

'Serge', verbeterde Max.

'… dat stuk pastoor. Man toch! Gerda vertolkt de rol van haar leven. De madonna met de zeven weeën.
Troosteloos, tierend om de overspelige echtgenoot, nadien zwaar depressief en maar pillen slikken …'

'Marianne, alsjeblief!'

'…verloren, ontredderd, machteloos lijdend en strijdend als oudere vrouw tegen een bloedmooie rivale,
à propos zelfs jong genoeg om haar dochter te zijn. Shakespeare kan hier serieus een punt aan zuigen.'

'Marianne, genoeg. Ik kan je staaltje pathos best missen.
Vanavond spreek ik met Gerda en ten laatste morgen met mijn zoon. Je zult zien, hij zal beslist…'

'… niet aan jouw zeeltje trekken. Mag ook niet, dat is alleen van mij!'

Haar klein-meisjesstemmetje deed wat het doen moest: Max laten smelten.

Op dat ogenblik zong zijn mobieltje de tonen van de Brabançonne en Marianne trompette mee.
Hij viste het geluid uit zijn binnenzak.
De display toonde het nummer van zijn vaste telefoon thuis.
Merkwaardig.
Gerda belde hem nooit.
Wat krijgen we nu, vroeg Max zich af.
Zijn stem klonk echt bitsig, stug:

'Ja, en! Ja, met Cijnens. Hoezo een ongeval?
Is het ernstig? Waar ligt ze? Thuis! Als u erop staat … ja ik kom eraan!'

De verbinding werd verbroken. Max staarde perplex naar zijn mobieltje
en toen naar Marianne, vol vragende nieuwsgierigheid in haar ogen.
'Wat is er met Gerda? Een ongeval?'

Hij haalde nonchalant de schouders op en kleedde zich verder aan.
'Blijkbaar. 't Was de politie van Wemmel. Ze willen dat ik onmiddellijk naar huis ga.
Aangereden zeker. Ik kreeg geen verdere uitleg.
Kan de politie het in drie woorden zeggen, dan gebruiken ze er geen vier.
Ze hebben haar niet moeten afvoeren, ze ligt thuis. Erg kan het niet zijn!'

'Die mensen roepen niet iemand op als het niet ernstig is, Max.'

'Och, voor mijn part kan ze de pest krijgen.
Dat ze hen naar haar zoon of schoondochter laat bellen, maar niet naar mij.'

'Verwittig je zoon. Bel hem onmiddellijk.'
Marianne klonk meer dan beslist.
Max zuchtte en deed wat ze vroeg. 

'Tiens, hij is momenteel niet te bereiken. Wat krijgen we nu?
Francis gaat zelfs met zijn gsm naar toilet! Trouwens, op dit uur zit hij normaal bij haar.
Met een bakje slappe decaf te luisteren naar haar chagrijn.
Hij kan natuurlijk in een file hangen, maar zijn mobieltje uitzetten, that’s unlike Francis.'

Marianne legde haar hand op zijn mond. Rustig, doch vrij bevelend zei ze:
'Je rijdt nu naar huis. Gerda is je echtgenote. Doe je plicht en vertrek. Nu meteen, Max!' 

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=140

Geschreven door maart om 04:37 Reageer op dit bericht

530. bloemen des velds

Een bieke

'k Zag laatst in 't wegelke
een paar bloemekes bijeen
en 'k dacht 
'k zal er eentje plukken 
maar 'k plukte er niet een

want ik ontwaarde
een heel schoon bieke
dat al zoemend met zijn kopke
in een wiegelend bloemenknopke 
aan 't rondneuzen was

en 'k dacht
zo'n bieke
moet ge nie ambeteren
anders wordt zo'n bieke
een bikke boos 
en 't zou zich tegen u keren
en u steken
met haar angelken broos.

Majumau
5 sept 2011

We hebben het stereotiep van de Bezige Bij, het Maja-syndroom.
Maar er zijn ook langslapers onder de dames. En bij die langslapers zijn opportunistes.
Plantrekkers, zeg maar. Terwijl haar collega’s zwoegen op de bloemen des velds,
volbrengt zij met slaapoogjes en een grimas haar dagtaak volgens een gans eigen traject.

                              het grimas en de slaapoogjes van luie bij  Bee cartoon #1 

Dit filmpje heeft geen ondertiteling nodig, want woordeloos.
Toch maar klank aanzetten, omdat de geluiden zo knap de beelden onderlijnen.
https://www.youtube.com/watch?v=MtagJ9ZH6Gg 
05min45 om rustig te worden. 

m – HiH-04/2015, bijgewerkt - http://www.liefdesgedicht.nl/gedicht/47021/een_bieke.html , van het Net geplukt 

Geschreven door maart om 04:51 Reageer op dit bericht

529. --- afl. 013/121

afl. 013/121 ~

Ze heeft gelijk, hij was een rotzak, een jaloerse dwaas. Hij keek haar aan. Zijn hart kromp.
Ze staarde verdoofd voor zich uit.
Weg de glans in haar ogen.
Weg de lichte blos op haar wangen.
Weg de grappige lachkuiltjes rond haar mond.
Uitgelopen mascara lieten zwarte sporen na op een lijkbleke teint.
Neusvocht vermengd met speekselslierten langs de mondhoeken.
Hij had zijn prachtige vrouw als het ware een dodenmasker aangemeten.

Bij Gerda zou hij daarom beslist meer dan één fles champagne gekraakt hebben.
Zoals Marianne er nu uitzag, deed hem met beide handen op het stuur bonken.
Wat jaloersheid aanrichten kan! Hij nam haar in zijn armen.
Ze liet begaan als een slappe pop. Totaal versuft, weerloos.
Hij kuste haar wangen, voorhoofd en kin.
Slikte haar speekselresten in.
Likte haar gezichtje letterlijk schoon.

'Mijn engel, mijn alles, verdomme wat doe ik je toch aan?
Nooit meer, nooit meer, ik zweer het. Hoor je mij, zoetje?
Toe, lieveke, zeg dat je het me vergeeft.
Bieke, alsjeblief zeg toch iets. Gaat het?'

Ze knikte. Hij voelde het naschokken van haar tenger lichaam tegen zijn borst.

'Wil je naar huis, zoetje? Mag ik eerst je nog even in de armen houden?'

Marianne staarde hem aan. Verslagen. Met in-trieste blik.

'Dit nooit meer, Max. Nu wil ik rust, alleen rust.'

'Zou ik … kunnen mijn armen je die rust brengen in … ons nestje, ja ?'

Ze glimlachte flauwtjes.
Door zijn jongensachtige, stuntelende verlegenheid kwamen haar lachkuiltjes beetje bij beetje terug.
Hij kuste teder haar handpalm, startte de wagen en reed langzaam door.

Straks zou hij haar als een jonge bruid naar bed dragen.
Zich tegen haar aanvlijen en de warmte van zijn liefde in haar lichaam laten overgaan.
Zij de baby, hij de moederschoot. Hij zou haar zachtjes strelen.
Zelfs een wiegeliedje zingen of een sprookje vertellen.
Zijn klein meisje in slaap wiegen, dat zou hij.
En dan, bewegingsloos en ademloos, dat prachtig mensenkind, dat goddelijk geschenk
gemaakt voor hem alleen, dankbaar en teder bewonderen.

Vrijdag, en alle daaropvolgende woensdagen en misschien vrijdagen,
zou hij haar nog meer verwennen,
de allerkleinste wens in haar ogen lezen en vervullen.
Meer nog dan het beste van zichzelf wou hij haar schenken.
Als ze de liefde bedreven het laatste vocht uit zijn lichaam persen.
Hij wilde zijn godin terug.
Zijn Aphrodite kirrend bij hem in de wagen,
wijn proevend in het restaurant, sensueel flanerend, dansend cheek to cheek.

Kunstjes wou hij voor haar maken, pirouettes, een draaiende derwisj,
zelfs op stelten lopen als clown in de Nieuwstraat, op een zaterdagnamiddag nog wel.
Hij wenste zijn laaiende amazone terug, vooral in bed.
Zijn blauwe engel, von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt. En hoe!

Zij kon zich dan, nog niet eens helemaal uitgekleed, soms
met het onderdrukte gebrul van een uitgehongerde tijgerin op hem storten.
Bijtend, klauwend, krabbend, likkend, strelend, flemend, woest
en dan weer verrassend teder, moederlijk bijna, in een caleidoscoop van de meest
tegenstrijdige gevoelens, die haar in een mum van tijd naar de diepste hoogtepunten voerden.

Dan jubelde ze, heftig naar adem snakkend : 'Ik ben op de Himalaya! Hoger, nog hoger!'

wordt morgen vervolgd - tekst geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=140

Geschreven door maart om 04:51 Reageer op dit bericht

Meer van 'een gans jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten