Naar de inhoud

'een gans jaar maart?'

schrijfvloer 01 ~ afgerond, klaar
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 juli 2018 tot 31 juli 2018

------ tijd is relatief

hoe men tijd ziet/ervaart 

Mme Henri wordt binnenkort 85 en besluit voor een paar maanden naar het zuiden te verkassen.
Ze wil een klein comfortabel appartement, instapklaar en vooral
niet teveel frullen & krullen of gedoe & poespas.
Misschien koopt er ze wel meer dan één, om familie en vrienden te logeren.

De jonge makelaar aldaar is in de wolken met zo'n welstellende cliënte en
laat haar alvast foto's van de meest fabuleuze appartementen zien. 
Bij elke set foto's zingt hij het lof van het te groot eigendom en
elk en ieder te luxueus appartement prijst hij met jeugdig enthousiasme de hemel in. 

"En dit hier, wat een koopje, Mevrouw! De investering van uw leven!
Binnen tien jaar is dit drie keer de aankoopprijs waard en …"

Mme Henri kende iets meer van investeringen dan het jonkie van dienst en onderbrak kregelig:
"Tien jaar? Jongeman, op mijn leeftijd koop ik zelfs geen halfrijpe bananen meer."

m  - EZW-11/2013, herzien 

Geschreven door maart om 01:45 Reageer op dit bericht

660. de Kreta - krok

Kreta in rep en roer door krokodil in stuwmeer
maandag 07 juli 2014, 17u36 - Bron: BELGA - Auteur: kidr

Het scenario voor een thriller:

Op het vakantie-eiland Kreta wordt ijverig naar een krokodil gezocht,
die in een stuwmeer ten zuiden van de badplaats Rethymnon zou leven.
De Griekse nieuwszender Skai zond maandag nieuwe videobeelden uit
waarop het reptiel duidelijk te zien is.

Het dier zou anderhalve tot twee meter lang zijn.
Lokale media speculeren erover dat het als huisdier werd gehouden.
Als het te groot werd, zou de eigenaar het uitgezet hebben.
De bewoners werden opgeroepen niet naar het stuwmeer te gaan
en er in elk geval niet in te zwemmen.

Ge zijt daar een beetje aan roeien, een beetje spelevaren, lui in het zonneke.
Zalig niksdoen, zo zou elke dag van het jaar mogen zijn, vakantie …
En dan ineens : naast de boot een wijdopen muil vol tanden.

Op de videobeelden zwom de krokodil maandag beneden aan de stuwdam.
Aan de oever hadden zich tientallen kijklustigen verzameld, aldus lokale reporters.
De media en bewoners gaven het reptiel al verschillende namen zoals 'Manoliós' of 'Sifis'.
Samen met experten werken politie en brandweer aan een strategie
om het dier te vangen, aldus de openbare omroep.

De mogelijke eigenaar van het dier werd opgeroepen zich bij de politie of brandweer te melden.
'Zeg ons of u een of meerdere krokodillen in het meer hebt gegooid. Ook anoniem', luidde het in een verklaring. 

Dat komt er dan nog bij : Werd er meer dan één dier gedumpt of
is het probleem opgelost wanneer die ene krokodil gevangen is?

Op Kreta doen ondertussen de wildste verhalen de ronde.
De boulevardpers meent dat het dier zich kan voortplanten.
Herders uit de regio verklaarden aan de lokale media dat er verschillende schapen worden vermist.
Andere bewoners meldden dat de eenden op het meer zijn verdwenen.
Een officieel standpunt over de geruchten is er niet.

Dat de eenden verdwenen zijn, dat geloof ik direct. Een hongerige krokodil vreet alles.

Dat van die schapen, dat zou een praatje van schapenboeren kunnen zijn. De opportunisten onder hen
maken van de gelegenheid gebruik om bij de verzekeringen een voordeeltje te halen, denk ik. 

Dat van dat voortplanten, 't zou kunnen dat het een wijfje is en dat ze bevrucht zou zijn.
Onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk. En dan legt ze eieren natuurlijk.
Zijn er nu kleintjes op komst? En die worden groot? Griezelig idee voor Kreta.  

het geluid dat men hoort is de drone, denk ik
https://www.youtube.com/watch?v=ZVTB_1bhpdo 
03min37, vanaf 01min29 komt de beest in beeld

Volgens het scenario van mijn griezelfilm wordt het dier gevangen en gedood en opgezet en tentoongesteld.
Terwijl het in een glazen kast staat te grijnzen naar de bezoekers krijgen we een beeld van het stuwmeer bij Rethymnon.
Daar komen in alle stilte, zonder dreigende violen of andere griezelmuziek,
-enkel het geritsel van de oevergewassen is te horen tijdens de aftiteling-
daar komen een paar tientallen kleine krokodillekoppetjes boven water piepen. Hier is er al eentje. 

                                foto van ’t Net Baby crocodile head over water — Stock Photo

Dat is voor het geval er sponsors gevonden worden voor een vervolgfilm. Tot zover de fantasie.
Het échte einde is dat het dier niet gedijt in te koud klimaat.
Acht maanden later, 03/2015 : http://www.tovima.gr/en/article/?aid=690686 


m – EZW-07/2014, bijgewerkt

Geschreven door maart om 01:44 Reageer op dit bericht

659. --- afl. 089/121

afl. 089/121 ~ Woede en haat

Ik sloot het laatste dagboek, stopte het met de twee andere in een uitgerafelde tas uit de muurkast
en bleef roerloos op de trap zitten.
Met stijf dichtgeknepen ogen. Niet willend dat al die obscene beelden van mijn eega,
honds parend met een priester, als jodelende kwelgeesten naar mij toedoken.
Het was te veel ontzetting. Ik verdroeg het niet.

Maar die beelden vermengd met haar vreemde, onzinnige, bange en schokkende woorden,
met dat hele chaotische gebeuren, bestookten me feller en feller. Met hun ongeloof. Hun hoon.
Hun waarheid vooral. Die me beetje bij beetje veel méér openbaarden.

Gerda! Ik wist het nu! Verdomd ik wist het allemaal! De waarheid stond hier in dit schriftje,
als in een gruwel van bloedletters gekerfd. Die bonsden en dreunden in mijn hoofd.
Die waarheid. Ze maakte me ijskoud.
Deed me kermen en blazen van afgrijzen, opstandigheid, woede, machteloosheid en onbegrip.
Dat varken van een pastoor had Gerda het hoofd ingeslagen.
Hij en niemand anders. Hij was haar moordenaar.
Hij. Hij. Hij!

Ik had daar nog uren kunnen zitten.
Ik deed het niet. Ik had een opdracht. Serge rekenschap vragen. Hem doen boeten.
Hem laten inrekenen. Eerst en vooral Vloesberghe opbellen.
Hem in een notendop vertellen wat ik wist. Hem meteen tot onmiddellijk ingrijpen aanporren.
Neen, wacht. Die eer gunde ik mij. In de allereerste plaats.
Dit was de rekening, die ik vooraf met zo'n smeerlap had te klaren.
Met die godverdomde schurk, die mij allicht de moord op Gerda in de schoenen had willen schuiven.

Die demonische slijmerd van een ploert was beter lid geworden van de Spaanse Karmelieten van het Heilig Gelaat.
Die dubieuze kring van afvallige paters in dat godverloren dorp El Palmar de Troya net onder Sevilla,
waar de anti-paus Clemente Dominguez Gomez als een halfgare blinde mol had geregeerd.
Duistere praktijken met vrouwen en kinderen waren schering en inslag geweest
in die zogezegd door de ware godheid geheiligde gemeenschap.
Tot een tiental geestelijken dringend naar een ziekenhuis in Sevilla werden afgevoerd:
hun penis doorboord met een ring, rug en buik rood doorstreept en bloederig opengeslagen met bespijkerde stokken.
In de naam van hun god kende zelfs het walgelijk ongeoorloofde geen grenzen meer.

Ik stond recht. Mijn lichaam voelde aan als een stuiptrekking. Een plots oude man was ik.
Met stramme loden armen en een zware sleur van andere ledematen en organen.
Doch ook een man, die heel goed wist wat hem te doen stond. Dat zegde de browning in mijn regenjaszak.

Ik haalde hem eruit, liet enkele kogels gedachteloos in mijn handpalm rollen.
Stopte ze even mechanisch in de lader. Hield de revolver rustig mikkend voor mij,
grijnsde breed-verachtelijk, alsof ik een Al Capone trawant was geworden.
Liet de revolver weer in mijn zak glijden. Nam de tas met de schriften. Sloot de buitendeuren af en reed weg.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=60

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ ze rukken op !

We kennen tuinkabouters. Er bestaan ook boskabouters. Er zijn ook huis- en keukenkabouters.  
En nu zijn er de parkkabouters ofte stadskabouters, dat zijn hangkabouters.
             Ebros 4" Tall Badass Naughty Gnome Figurines Collectible Set of 4 Whimsical Dwarf Gnome Decors
Ze komen van overal, ze zijn met veel en we weten wat een ondergrondse marginale beweging
in een stedelijke omgeving met zich mee kan brengen. Gelukkig rekruteert de politie en is er nu
aangepast blauw-op-straat.

                                               
m - HiH-04/2015, herwerkt - https://www.etsy.com/listing/217080035/police-gnome-statue-garden-gnomes

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

658. meloenen

gratis en voor niks

Ergens in de jaren '70 waren we op vakantie in het Zuiden, de toenmalige partner en ik.

Op een morgen stond er een vrachtwagen bij de ingang van de camping, met plakkaten erbij.
De plaatselijke tuinders deelden hun oogst meloenen gratis uit. Het was een protest tegen iets.
Tegen import van gesubsidieerde Italiaanse of Spaanse meloenen. 
Ze duwden de cavaillons letterlijk in de handen van de kampeerders.

De ene riep dat alles gratis was. De andere zei dat we mochten geven wat we wilden.
Maar wanneer men van de douches komt heeft men geen geld op zak hè.
Zo kwam ik aan de tent met een gratis cavaillon en met gemende gevoelens.

Want die mannen hadden niet blij gekeken hoor. Die stonden daar niet voor een promotiestunt.
Die stonden daar de arbeid van hun seizoen uit te delen, weg te geven. Gratis.
Voor niks hadden ze gewerkt. En dat was te zien in hun ogen. 
We zijn terug gegaan om die meloen te betalen, maar ze waren al weg. 
Er lagen nog wat plakkaten met de rest van de meloenen erop.
De lege kistjes hadden ze terug mee.

Die meloenen waren dus gratis. Maar aan welke prijs …

m  - EZW-12/2011, HiH-11/2014, herzien

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

657. --- afl. 087+088

afl. 087/121 ~ De bekentenissen

19 juni - Heer, Mijn God, mijn verdriet is niet te beschrijven. Eigenlijk is het geen verdriet, maar koleire en grote schaamte.
Gij weet, Heer, dat ik van jongs af aan moest horen dat ik niet van de slimste ben. Nu besef ik dat ik echt oerdom ben.

Had ik van bij het begin van mijn huwelijk meer naar Max geluisterd. Doen zoals hij en mijn voeten aan iedereen vegen!
Max is zo opgevoed, ik echter niet. Met hem wordt er rekening gehouden!
Met mij gaat iedereen een gang. Iedereen, Heer, ook mijn zoon, soms toch.
Gij niet, Heer, Gij aanvaardt de mens zoals hij is, slim of dom, gezond of gebrekkig.
Gij maakt geen onderscheid. Maar Gij zit daarboven, waar alles peis en vree is.
Moest Gij terug naar hier kunnen komen, Gij zoudt Uw ogen nogal opentrekken! 

Gij hebt er geen gedacht van wat hier allemaal gaande is! Ver moet Gij zelfs niet zoeken, Almachtige.
Uw eigen priesters, gewijd door de bisschop in Uw naam, generen zich niet om de gelovigen een peer te stoven.
Ik weet wel, Heer, het zijn allemaal geen Serges. Maar waarom hebt Gij zo’n slechterik op mijn weg gezet?
Wat heb ik U misdaan, Heer? Ik verdien dit toch niet?
Op zo’n manier moet Gij toch niet verbaasd zijn dat menig mens salut zegt tegen Uw kerk?
Wat zoudt Gij willen, Heer, als zelfs Uw eigen volk Uw tien geboden niet opvolgt!
Mensen die niet in U geloven hebben het gemakkelijk, hoor! Kijk simpel naar Max.
Zonde bestaat voor hem niet. Boetvaardigheid is alleen voor zotten en kwezels, beweert hij.
Elk normaal wezen weet dat hij niet mag stelen, bedriegen of iemand de kop inslaan.
Max heeft daarvoor geen god nodig, zegt hij. Zijn hemel zit tussen zijn oren, zegt hij en zijn paradijs werkt op een bureau in Brussel. 

Ik zal U altijd nodig hebben, Heer, vooral volgende week donderdag.
Tijdens de bedevaart naar Groot-Bijgaarden, ter ere van de heilige Wivina, ga ik Adrienne, Justine en Florence alles over Serge vertellen.
Over zijn streken met het geld, misschien een beetje over mijn boetedoening, maar niet hoe ik misbruikt werd.
Daarvoor is mijn schaamte te groot.
Sta mij bij, Heer, laat het licht van Uw Goedheid schijnen en vertroosting brengen voor uw schaamtevolle dienares. 

Heb Dank, O, Heer. 

afl. 088/121 ~ Kiekekot brengt heil

Delen van volgende passages zijn moeilijk leesbaar, vooral de introductie.
Uit het gewirwar van lettertekens en halve zinnen heb ik uiteindelijk onderstaande gedistilleerd.

21 juni - Bestolen heeft hij de schurk. Mijn twee kristallen kandelaars en de parels van mijn moeder zaliger.
Ik dacht mijn laatste uur gekomen. Ik kan met moeite voet bewegen.
En mijn hart blijft bonzen. Het houdt niet op en Serge is een uur weg.
Hij is zot geworden! De zwarte vlekken voor mijn ogen verminderen.
Slagen op mijn hoofd. Ik ben mijn nieuwe bril kwijt, afgevallen. 

Moeite om mijn stylo vast te houden. Mijn vingeren beven. Mijn handen, ik kan dat niet bedwingen.
Serge is een beul en een verkrachter. Een bedrieger van de smerigste soort.
Heb vlakaf gezegd dat Adrienne en Florence donderdag alles zullen weten.
Ik zwijg niet meer, voor niemand. Hij vloekte en maar schelden. Serge zei woorden die ik niet kon verstaan
maar ik wilde dat niet verstaan hoor. Dat ik een sloerie en een loopse teef was.
Ik moest zwijgen, anders zou iedereen weten dat ik hem verleid heb.
Door met mijn bloot achterste voor hem te waggelen.

Serge weet dat hij naar zijn geld kan fluiten. 

Zijn klauwen gingen naar omhoog. Ik vreesde dat hij mijn keel zou toeknijpen.
Een slag op mijn hoofd en ik flauw te vallen. Ik greep de stoel goed vast. Viel niet flauw.

De sleutels van mijn kamer vond hij niet. Ze zaten in mijn zak.
Hij hoorde ze zeker en vast rammelen. Over mijn lijk smerige dief, heb ik geroepen.
Riskeer het niet om nog één vinger naar mij uit te steken.
Als er met mij iets ergs gebeurt, zult ge groen lachen, dat zweer ik op het hoofd van mijn zoon.

Hij spuwde in mijn gezicht. Hij weet dat ik al zijn beestige streken in mijn dagboeken heb staan.
Die liggen sedert vrijdag bij mijn notaris, zei ik. Als er iets voorvalt krijgt Max die.
Heb gelogen om geen slaag meer te krijgen, alle baten helpen.
Maar ik ga dat toch doen, nog deze week. De stoel weggetrokken, ik viel. Serge bleef schoppen.
Mijn staartbeen brandt in mijn rug. Hij heeft de schuiven opengetrokken. Ik kroop weg naar de tuin.

Heb zeker een halfuur achter het kiekekot gezeten.
Was hij gekomen, dan kon ik roepen op de mannen die in de nieuwe straat aan het bouwen zijn.
Die zouden me wel gehoord hebben. Hij mag niet meer in mijn buurt komen.
Zoals hij nu is, is hij tot alles in staat. Zal ik toch naar de politie gaan?
Ik moet zien dat ik mij bescherm. Die pastoor is een monster! 

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=60

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ kleine & kat

Lang geleden bezorgde ik de katten wat extra lichaamsbeweging met
de weerkaatsing van de zon in het glas van mijn polshorloge.
Die weerkaatsing liet ik op de vloer spelen.
Nu gebruikt men voor datzelfde spel een laserlichtje. 
Of het zo aangenaam was en is voor de kat om te jagen zonder iets te vangen weet ik niet. 

Nu zou ik het met een speelgoedje doen ipv met een lichtje, om de dier niet te frustreren.
Met een speeltje valt er tenminste iets te grijpen.

Maar kijk. Deze kattepoes is niet de enige die jaagt op een loos lichtje, 
de Kleine en de Kat zitten op dezelfde golflengte.
klank aanzetten, anders hoort ge niks :
https://www.youtube.com/watch?v=os4hYtlX3Vg 
01min00

Aanstekelijk hé, hoe de Kleine lacht.  
m - EZW-09/2014, herzien, met een brede glimlach

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

656. de andere Russen

een andere kant van Rusland

Dit soort filmpjes herstelt mijn geloof in de medemenselijkheid.
Voorál wanneer het filmpje uit Rusland komt.
Want er staat op You Tube nogal wat over de Russische verkeerstoestanden!
Van cowboygedoe tot echte horror.
Dit is filmpje zegt mij : rustig, rustig, er is ook een andere kant.

Een camera op het dashboard is courant ginder, er zit dus niet noodzakelijk iemand te filmen in de wagen,
de camera staat gemonteerd en loopt gewoon door terwijl de bestuurder … kijk zelf 

klank zachtjes houden want het is een gans orkest
maar die rustige muziek is wel goed gekozen, vind ik:
http://www.youtube.com/watch?v=TzBInt4zljQ 
05min34 van uw tijd 

m - EZW-05/2013 - herzien

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

655. --- afl. 085+086

afl. 085/121 ~ Hete ijzers

16 Juni - Zoals Ge weet, Heer, was het niet gemakkelijk om de knoop door te hakken, gisterenavond.
Ze zeggen dat je het ijzer moet smeden terwijl het heet is. Mijn ijzer is allang heet, geloof me! 

Serge zat op de altaartrap te bidden bij mijn binnenkomen.
Hij keek zelfs niet op toen de deur openging. Ik heb middenin stilletjes plaatsgenomen.
Na een goeie vijf minuten kwam hij bij mij. Hij draaide de stoel vóór mij om zodat wij tegenover elkaar zaten.
Ik zag dat hij geweend had.
Hij had met U gesproken, Heer. Hij had U verteld hoe hij vergiffenis aan U en mij wou vragen.
Gij begrijpt toch, Heer, dat het mijn christelijke plicht was om hem wandelen te sturen.
Dat is toch niet normaal, Almachtige. Wat hij wou doen, in Uw Huis nog wel! 

Zou het kunnen, Heer, dat hij weet dat zijn schuldenlast bij U zodanig groot is, dat hij begint door te draaien?
Ik vrees van wel. Ik heb hem gezegd, dat God geen enkel schaap laat vallen, zelfs zijn zwartste niet.
Dat ik voelde dat Gij, in Uw grote Genade, mij evenmin liet vallen.
Serge zei dat er tussen hem en mij een levensgroot verschil is: hij is priester.
Ja, natuurlijk. Maar hij had daar eerder moeten aan denken! 

Hij ging op de knieën zitten. Zijn hoofd boog naar de vloer en hij kuste mijn voeten,
de toppen mijn schoenen eigenlijk. Ik wist niet wat ik zag, Heer, en nog minder wat ik moest zeggen:
‘Maar allez, Serge, wat doe je nu, gebruik je verstand!’ 

‘Christus heeft mij dit voorgedaan. Hij heef de voeten van zijn volgelingen gewassen en gekust.
Wie of wat belet een priester om nederig en dankbaar de voeten van zijn volgelinge,
zijn meest oprechte volgelinge, te kussen? Wie of wat belet die volgelinge
om aan de laatste wens van haar schuldenaar te voldoen? Kom, Gerda, vrees niet, volg mij!’ 

Serge nam mijn hand en leidde mij naar een biechtstoel.
Hij deed de deurtjes open en ik moest op zijn bank plaatsnemen.
Hij wou dat ik zijn biecht aanhoorde. Ik sputterde tegen. Dit was zijn eerlijkste verlangen, zijn laatste wens.
Ik moest niet spreken alleen luisteren, zei hij. Ik luisterde maar ik zat daar echt niet op mijn gemak, Heer.
Wat hij me toen allemaal opgebiecht heeft, mijn haren kwamen ervan omhoog. 

Wist Gij, Heer, dat zijn moeder hemel en aarde heeft bewogen om aan een kind te geraken.
Bij zo ver, dat ze aan de Heilige Maagd beloofde haar eestgeborene aan God te schenken.
Een priester of een pater en als het een meisje was, zou het een nonneke worden.
Na Serge zijn er nog twee gekomen. Maar hij had het aan zijn been. Hij was haar offer.
Hij wou echt geen priester worden, eerder dokter of advocaat. Hij vond dat een betere manier om de mensen te helpen.
Maar hij had geen keuze: ofwel seminarie ofwel zijn biezen pakken. Hij was toen nog geen zeventien.  

Het schoonste van al, Heer, zijn oudste zuster wou niets liever dan in het klooster treden en die mocht niet.
Ze hadden haar nodig op de boerderij.
Hij vertelde me dat hij in zijn jonge jaren nogal opstandig en zeer opvliegend was, ook in het seminarie.
Hij hoopte dat hij er zou buiten vliegen. Maar ze wisten toen al dat de roepingen aan het verminderen waren
en dat ze, als het zo doorging, binnen twintig jaar
zwarte priesters zouden moeten invoeren om nog iemand te hebben in al hun parochies.
Daarom heeft het seminarie veel door de vingers gezien, ook zijn temperament. En zo is hij dan toch nog gewijd.
Hij heeft er nochtans serieus aan gedacht zijn kap over de haag te smijten.
Als priester had hij echter zijn vaste verdienste en woonst.
De crisis was toen al aan de gang en als gewezen pastoor werk vinden?
De vrouwen stonden niet aan te schuiven om hem te trouwen!
In Brussel of Antwerpen zou dat minder een probleem zijn geweest.
Maar Serge was een kind van de boerenbuiten, hij hield niet van grote steden.
Hij heeft er dan maar het beste van gemaakt. Hoe ouder een mens hoe bezadigder.

In een kleine gemeenschap zoals de onze viel zijn leven nog goed mee, zei hij.
Maar ik moest niet denken dat het priesterschap een gemakkelijke job is.
De mensen willen dat je er voor hen bent, op elk uur van de dag.
Dat gaat zo in kleine dorpen. Als priester moet je overal problemen aanhoren en trachten op te lossen.
Neem een handvol onderwijzers dokters, rechters en moeders samen, dan heb je ongeveer wat een priester moet zijn.
Een geestelijke is meer dan een medemens. Moet altijd een goed luisterend oor en de juiste raad hebben.

Maar een priester is ook een man met noden, pijnen en dromen. Hij fluisterde me zuchtend toe:
‘Wie luistert naar de mens in de priester? Ik heb geen thuis, geen vrouw.
Ik kan geen stoom aflaten. Ik heb niemand. Ik ben full-full-timer, Gerda, vierentwintig uur per dag!
Toen heb ik een goed mens zoals jij leren kennen, een gelovige vrouw en een fantastische moeder.
Ik heb die geweldige vrouw dag na dag zien wegkwijnen van verdriet door de ontrouw van haar man.
Een man die zo’n vrouw niet waard is. Een man die met ons geloof de spot drijft.
Een man die met plezier zijn vrouw door hellevuren laat gaan en al onze hulp weigert.
Max was je gek aan het maken, Gerda. Besef dat toch!
De angsten die hij je bezorgde! De schuld- en wraakgevoelens, diep in jou.
Jij het toppunt van vergevingsgezindheid! De demonen in je lichaam,
wie heeft jou begrepen, wie heeft jou geholpen om ze te verdrijven?
Kan jij je inbeelden wat dit voor mij al die jaren betekend heeft?
De vrouw naar wie mijn diepste gevoelens uitgaan, de vrouw die iets te laat in mijn leven kwam …’

Ik vroeg Serge om met die verwarde biecht op te houden.
Kon het niet langer meer aanhoren. Waar eindigde de waarheid? Waar begon de leugen?

‘Gerda, ik wil dat je alles weet. Weinig mensen bezitten de gave gewoon logisch te denken.
Jij wel. Ik weet het, je zelfbeeld is te negatief. Je beseft de kracht niet die je uitstraalt,
de invloed die van jou uitgaat! Dat doorzettingsvermogen van jou!
Ik ben iemand zoals jij onwaardig, ik een priester.
De dames gaan meteen arriveren voor de avondreünie.
Gerda, alsjeblief, sta me nog een kwartiertje van je tijd toe.
Neen, niet vandaag. Morgen, bij jou thuis. Ik moet met iemand kunnen praten.
Gerda, hoe vaak heb ik in het verleden tijd voor jou gemaakt?
In ruil voor al die uren, kan je me die luttele minuten toch niet weigeren.
De poetsvrouw komt toch ’s vrijdags? Je bent dan niet alleen met mij!
Ik heb je raad nodig, Gerda. De situatie is zo dramatisch dat
vleselijke lust nu voor mij totaal onbestaande is. Gerda, alsjeblief!’ 

afl. 086/121 ~ De bevestiging

17 Juni - Heer Jezus Christus, Gij hebt gezegd:
vraagt en gij zult verkrijgen, zoek en gij zult vinden, klop en u zal worden opengedaan.
Zou ik die drie dingen terzelfdertijd mogen doen, Heer? Ik geraak er anders niet meer uit.
Dat fameus kwartiertje van Serge is zeker een dik uur geworden!

Toen hij arriveerde, zag ik dat hij in zak en as zat. Nochtans in de vroegmis zoudt ge dat niet gezegd hebben.
Opperste Rechter, moest ik nu weten in welke psalmen, en waar in het Boek der Openbaring of in het Evangelie
ik moet zoeken om al die vragen in mijn hoofd te beantwoorden, ik zou nu bij U niet aankloppen.
Maar ik weet niet waar te beginnen.

Alwetende, Serge heeft U toch ook al verteld van zijn problemen?
Miljoenen mensen hebben reeds tot U gebeden om hun verstand te verlichten, om hen te helpen met Uw wijsheid.
Ook tot de Heilige Moeder. Aan de grot van Lourdes, in Oostakker, in Beauraing overal hangen de muren vol met
plastieken handjes, beentjes en platen als dank voor genezing en steun.
Zelfs in onze kerk hangen er enkele.
Als Gij dat voor al die mensen doet, is het dan niet mogelijk Uwe priester ook te helpen?
Ik weet het, Heer, er zijn dingen gebeurd die het licht niet verdragen.
Maar hij was niet alleen. Uw boetelinge heeft er ook schuld aan, zelfs al heb ik dat eerst niet geweten.

Vandaar, Oppermachtige, dat ik mij nederig tot U wend om hem te helpen.
Hij had ten zeerste gehoopt op een grotere tussenkomst van de gemeente,
doch de gemeenteraad, overwegend liberalen en socialisten, heeft de beloofde 5000 euro zomaar verworpen.
Onze collecte heeft amper 200 euro opgebracht en van de wafelslag moet de afrekening nog gemaakt worden.
Justine zegt dat ze al zal tevreden is als de kosten gedekt zijn.
Een ongeluk komt nooit alleen, Heer. Hij heeft tevens zware kosten aan zijn auto.
Die wagen is al meer dan zeven jaar oud. Ik moet toegeven, hij heeft er van in den beginne mee gesukkeld.
Garage in en garage uit. Hij rijdt nu met de auto van Florence. Maar Serge wil van haar goedheid geen misbruik blijven maken.

Hij smeekte me om hem een lening toe te staan van 4500 euro. Hij zou dat op twaalf maanden kunnen afbetalen met een goeie intrest.
Misschien zelfs nog eerder. Voor mij was dat een peulschil, beweerde hij. Allemaal goed en wel, maar die peulschil zit bij mijn zoon.
Serge begrijpt niet dat Max wel zijn geld terugkrijgt en ik niet. Hij zei dat ik veel te weinig haar op mijn tanden heb.
Het stomste wat een ouder kan doen, is al zijn geld toevertrouwen aan kinderen, zei hij.
Precies of Francis me bij de bok zal zetten!
Ik zou niet weten waarom ik geheimen moet hebben voor mijn bloedeigen zoon. 

‘Omdat je aan dat geld nooit aan kunt, als je het nodig hebt, Gerda, omdat je altijd een reden moet opgeven,
omdat zoiets meneer niet zint en omdat ik absoluut nu wil weten of je me gaat helpen, daarom!’
Hij begon opnieuw te roepen. Ik sloot vlug de terrasdeur. De oren van Ingrid de kuisvrouw staan altijd open.
Ik heb hem duidelijk gemaakt dat niet ik, maar hij geld nodig had.
En als hij gekomen was om wild tegen mij te schreeuwen, hij wist waar de deur was.

Hij veranderde onmiddellijk in een lam en verzocht mij heel nederig of hij maandagvoormiddag nog even mocht binnenkomen.
Hij zou een schuldbekentenis bij hebben en een afbetalingsplan. Ik kon dat zelfs aan Francis tonen.

‘Hij zal versteld zijn van de intrest die ik aan zijn moeder beloof.
Acht vijfenzeventig procent netto, Gerda, Daar kan die zoon van jou niets op tegenhebben!
Alles zwart op wit. De rekening is vlug gemaakt!’
Ik moest Serge tot driemaal toe beloven dat ik hierover goed zou nadenken.
Ging ik akkoord, dan zou het toch mogelijk zijn de helft van de lening cash te voorzien, wou hij nog weten.
Hij zegende mij en vertrok, keerde zich om halfweg de oprit om en zwaaide glimlachend ten afscheid.

Ingrid kwam vragen of ze een en ander van Delhaize moest meebrengen.
‘Ja, madame’, merkte ze op, ‘wat een keel en dat voor een pastoor!
Roept hij in de kerk ook zo? Geen wonder dat de mensen op een ander naar de mis gaan!
Ik mag me daar niet mee bemoeien, madame.
’t Is niet omdat ik niet katholiek ben, maar die man heeft serieus een slag van de molen gekregen.
Ze zeggen ook dat hij geweldig drinkt!’

‘De mensen weten altijd iets te vertellen, Ingrid,
en meneer pastoor is doorgaans een fijne en beleefde man. Maar hij heeft nu een paar probleempjes.’

‘Probleempjes, madame? Hij staat overal in ’t krijt! Zijn rammelkar, al drie weken bij onze garagist.
Alfons begint er niet aan want meneer pastoor moet eerst zijn oude facturen betalen.
De baas van mijn man, heeft hem buitengeworpen en gezegd dat hij op een ander moest gaan om zijn stallingen te laten afbreken.
Al zeven maanden wacht hij op zijn voorschot. Mijn man zegt dat die zaal één groot krot is. Staat op invallen. Goed voor afbraak.
Dan heeft die gast nog het lef om een tussenkomst van de gemeente te vragen! Naar het schijnt hebben ze hem vierkant uitgelachen.
Geen halve cent, zei onze schepen. Hij is daar ook zo beginnen te tieren, zelfs te vloeken.
Het is niet om u te kleineren, madame, maar die kruisdragers denken dat alles hun gepermitteerd is
en dat iedereen voor hen moet kruipen. Die tijd is al jaren voorbij, gelukkig maar!’ 

Heer, mijn God, hebt Gij dat allemaal gehoord? Gij wist het, nietwaar!
Gij hebt mij willen sparen, al die tijd. De woorden van Ingrid zijn het teken waar ik U om gevraagd heb.
Serge blijft me beliegen. De voorschotten, die ik hem heb toevertrouwd, mijn monstrans en mijn gebedenboek?
Allemaal aftroggelarij, allemaal leugens. De maat is nu meer dan vol! Ik zal hem dwingen de waarheid te vertellen.
Ik moet maandag weten wat hij met mijn geld heeft uitgespookt.
Meer nog, ik eis dat hij me terugbetaalt. Als het moet dan vertel ik alles aan Francis.
Genoeg is genoeg! Adrienne, Florence en Justine worden eveneens ingelicht. Wie weet wat heeft hij hun reeds afgetroggeld!
Serge is een schurk. Nu heb ik hem door!

Heb dank, O, Heer, voor de woorden van Ingrid, Uw goddelijk teken,
ik heb zoveel twijfel gehad. Nu zijn mijn vermoedens bevestigd.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=60

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ lookalike + nep

wat zet ik vanavond op tafel

Zaterdag is onze luie dag. Dan houden we het simpel.

- Voor vanavond zou ik iets met provençaalse saus willen maken, maar wat?
- Gehaktballen, zei LM. 

Als ik een favoriete saus mag kiezen, dan mag hij over het vlees beslissen hé.
Goed. Met gehaktballetjes dus, het mediumformaat, bereid à la moi.
Met een pasta en kaas.

- 't Zal een niet de orthodoxe saus worden hoor, 't wordt een 'soortement provençale'.
- Ah? Een lookalike?
- Zoiets ja, een provençale-lookalike.
- Goed, zei LM, bij een lookalike zal ik al eens een simpel nepwijntje uitzoeken.

Vanavond op tafel : Lookalike + Nep. En tóch denk ik dat het lekker kan worden.

m - HiH-06/2015,  en sindsdien al vaak lekker bevonden

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

654. geheim

een geheim kan soms een groot vergif worden van P²

Dat is zo.
Als iemand niet bestand is tegen een zware realiteit, moet voor de gemoedsrust van die persoon
de waarheid soms verbloemd of verzwegen worden, een tijd lang of voor altijd …
En dan blijft men zelf zitten met de ware toedracht hé.

'k Vindt het struis hoor, mensen die kordaat stellen :
'wees recht voor de vuist, dan heb je geen geheimen nodig'.
Maar als men bij broze mensen iets wil vermijden of voorkomen
dan kan het erg nodig zijn iets onvermeld te laten en de weg van de stilte te kiezen.
Geen zout in de wonde, maar het genadig zwijgen. 
De prijs voor dat zwijgen betaalt men zelf wel, het vergif van het weten.
Dat kan er nog wel bij, want de gemoedsrust van de persoon in kwestie is dat soms waard.

m  – HiH-07/2015, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

653. --- afl. 083+084

afl. 083/121 ~ Gesterkt door hierboven

13 juni – Heer, mijn God, ik durf mijn missaal niet meer te openen.
Mijn jarenlange geestelijke begeleider ligt op de linnenkast.
Ik ben de christelijke naam van Gerarda niet langer waardig.
Maria-Magdalena noch minder. Ik ben zelfs geen schuldenaar meer. Ik ben een soort onmens.
Door mijn geloofsovertuiging en mijn niet aflatende gehoorzaamheid werd ik Uw zwart schaap.
Jarenlang heb ik alle vertrouwen gehad in de woorden, die Gij in de mond van Serge hebt gelegd.
Nu weet ik, Heer, dat dit niet altijd Uw woorden waren.

Serge heeft mij misleid en mij aangezet tot daden, die in Uw ogen geen genade kennen.
Wat ik niet versta, Heer, is dat Gij in Uw grote wijsheid Serge hebt laten begaan.
Gij hadt hem moeten een slag van Gods hand geven. Het is juist, Heer,
ik weet dat Uw handen dienen om te zalven en te steunen, maar Gij hebt ook twee voeten!
Op het moment dat hij met mij zo’n dingen deed, mij gebruikte en ik al die pijn moest verdragen,
hadt Gij die voor mijn part gerust mogen gebruiken.
De Schepper heeft mij wel veel geloof meegegeven bij mijn geboorte,
maar wetende wat ik nu weet had ik liever wat meer verstand gehad.

Mijn moeder heeft me dat nog gezegd. Gewoon wat boerenverstand was al genoeg.
Max heeft altijd gesproken over mijn goedgelovigheid en mijn onnozelheid.
Tot op zekere hoogte had hij gelijk. Dat zie ik nu zelf in.
Ik zou nog liever mijn tong afbijten dan hem dit te bekennen.
Moest Max maar een beetje weten van wat er tussen mij en Serge is voorgevallen!
Waarom dat is voorgevallen! Gij zoudt wat zien, Heer.
Hij zou er vlug korte metten mee maken. Hij weet de weg, hij zit aan de bron.
Zijn gazet zou er vol van staan.

Aan de andere kant, ik zit er ook tussen.
Als mijn naam wordt beschadigd, beschadigt Max ook zijn aangezicht en dat van mijn zoon.
Heer, ik ben ten einde raad. Verlicht mijn pad en toon me de weg
om Serge het gras vanonder zijn voeten te maaien. Liefst zonder dat hij zijn mond over mij opendoet.
Ik weet niet waar ik zou moeten kruipen van schaamte als deze feiten aan andermans oren komen.
Serge moet boeten, Heer. Niet op de dag van het laatste oordeel, dat duurt nog veel te lang.
Hij is zo sterk als een os, kan wel honderd worden. Neen, zo’n priester mag niet langer vrij rondlopen. 

Het is best mogelijk dat hij Adrienne of Justine vroeger ook benaderd en onteerd heeft.
Hij is tot alles in staat. Geldwolf en verkrachter. Justine zou zwijgen uit schaamte, Adrienne niet.
Nee, Adrienne durft hij niet aan te pakken, hij is daarvoor te laf.
Hij weet dat ze alles uitbazuint. Alleen dwaze en onnozele vrouwen zoals ik, daar kan hij mee sollen.
Niet met een gendarme als Adrienne.
Excuseer mij, Heer, de telefoon gaat. Het zal vast en zeker mijn zoon zijn.

Heer, ik beef over gans mijn lichaam. Het was mijn zoon niet.
Gij gaat al Uw oren niet geloven, Heer, het was mijn onteerder.
Mijn eerste gedachte was de telefoon toe te smijten. Maar ik heb me kloek gehouden en geluisterd.
Hij moet niet weten dat ik schrik heb van hem. Ik krijg al hartkloppingen en vapeurs alleen door zijn stem.
Hij zei dat hij niet wist hoe hij moest beginnen. Ik antwoorde ferm dat hij moest beginnen met het begin.
Hij moet geschrokken zijn, want ik schrok ook toen ik mijn eigen stem hoorde. Zo bazig, Heer!
Had Gij misschien mijn stembanden in de hand?
Als dat zo is, aanvaard mijn opperste dank, O, Heer. Ik weet dat Gij opnieuw achter mij staat.

Om terug te komen op mijn onteerder: hij wil me zien en spreken.
Ik heb hem feestelijk bedankt. Met al de Chinezen, maar niet met deze, riep ik hem toe.
Toen begon hij te wenen. Hij kon het niet meer aan. Hij zat tot over de oren in de problemen.
De enige, op wie hij alle hoop had gesteld, had hem in de dieperik geduwd.
Hij wou me nog een keer apart zien om mij vergiffenis te vragen voor al het onrecht dat hij me had aangedaan.

Hij moest ook aan U, Heer, schuld bekennen en wou boete doen. Hij had me nodig als getuige.
Mijn aanwezigheid zou hem ontlasten van zonden op de dag des oordeels.
Pas als dat gebeurd was, kon hij met een geruster gemoed de wereld vaarwel zeggen.
Ik moet U eerlijk bekennen, Heer, de manier waarop hij zo sprak,
het sloeg in mijn benen en daarom vroeg ik hem: ‘Je bent toch geen zottigheden van plan?’

‘Gerda, engelbewaarder van mij, ik volg de stem van mijn geweten.
Als er een mens is, die zich niet schuldig mag voelen door mijn daden, dan ben jij het.
Vergeet dat nooit. Jouw ziel en gemoed zullen rust kennen.
Bekommer je niet om mij. Je betekent te veel voor mij.’

Geef toe, Heer, dat zoiets prietpraat is. Berouw komt na de zonde.
Gij hebt daar toch niks mee te maken, Almachtige?
Zoudt Gij Serge echt doen inzien hebben dat hij mijn geloof en onschuld schandalig heeft misbruikt?
Hebben mijn gebeden van de laatste dagen en nachten er dan toch iets aan gedaan?

Wel, Heer, het is best mogelijk! Ik voel ook goed aan dat Gij mij stukken sterker hebt gemaakt.
Ik denk dat ik hem aankan. In alle oprechtheid gezegd,
diep in mijn hart tracht ik ernaar om hem het een en het ander betaald te zetten.
Op een godvruchtige manier, hoor, Heer. Het zal mij goed doen. 

Heb dank, O, Heer.

afl. 084/121 ~ De Shakespeariaanse vraag

15 Juni – Heer, mijn God, ik groet U. Ik was goedgezind vanmorgen.
Heb mijn stoute schoenen aangetrokken en ben naar de vroegmis geweest.
Er zat wel tien man meer dan vorige week. Dat moet U toch plezier doen, nietwaar!
Mij ook. Mijn eerste gedachte was dat Gij, Heer, die mensen hebt aangespoord om mij te steunen.
Gij weet alles, dus Gij wist dat ik zou gaan. Gij moet niet doen alsof, Heer.
Pas op, ik weet dat Gij lacht. Af en toe zie ik U ook! Dat wist Ge niet, hé?

Ik ben, tegen mijn oude gewoonte in, op het laatste nippertje gekomen.
Serge was nog in de sacristie.
Ik heb mij tussen Adrienne en Madeleine gezet, kaarsrecht, mijn handtas op de knieën.
Mijn stoel was vrijgehouden. Adrienne en Justine bekeken me alsof ze Lazarus zagen.
Madeleine’s mond ging nog meer naar beneden dan anders. Ik hoorde haar snuiven.
Ze snuift altijd als ze iets hoort of ziet wat haar niet aanstaat.
Ik verdenk er haar van dat ze een pik op mij heeft. Alleen omdat Serge meer tegen mij sprak dan tegen haar.
Vroeger, bedoel ik, toen ik nog niet beter wist. Florence en Madeleine denken dat ze heimelijk verliefd is op Serge.
Elke week wast en strijkt ze voor hem, stopt zijn kousen en maakt soep voor hem. Hij ziet haar echter niet staan.

Ik was benieuwd hoe Serge zou reageren als hij mij zag zitten.
Adrienne had mij zondag getelefoneerd. Ze wou weten waarom ze me nog niet had gezien in de kerk.
Ik heb haar wijsgemaakt dat ik problemen had met de bloeddruk en zo.
Het was niet wijs om ’s morgens met nuchtere maag naar de vroegmis te gaan.
Ze droeg nog altijd gips en wees erop dat Serge er niet goed uitzag.
Precies of hij serieus in de put zat. Madeleine was er zodanig vanonder de voeten,
dat het in haar darmen geslagen was. Serge liep erbij zoals een gedrogeerde beweerde ze.

De deur van de sacristie ging open en mijn onteerder in stijfgestreken witte albe liep sukkelachtig,
de handpalmen tegen elkaar en de ogen neerwaarts, naar het altaar.
Hij zag er echt slecht uit. Hij scheen te strompelen. Zijn gezicht was vaalgrijs.
Wallen onder de ogen. De zware hals verdwenen tussen zijn schouders.
Hij keek op. Zag mij. Maar hij was niet verrast, Heer. Hij glimlachte zelfs minzaam.
Zijn zware hals herrees meteen uit zijn schouders. Zijn ogen straalden.
Florence, die dag van dienst aan het altaar, was uit haar lood geslagen en vond haar tekst niet.
De heilige martelaren Vitus, Modestus en Crescentia kregen vanmorgen een pracht van een nagedachtenismis. 

Daarna kwam Serge mij onmiddellijk begroeten.
Hij vroeg of het beter ging. Ik knikte. Ik moest wel veinzen, Justine liep naast mij.
‘We mogen je vanavond toch verwachten, Gerda?’ vroeg ze.

Vooraleer ik een woord kon uitbrengen, was hij daar:
‘Natuurlijk komt zij vanavond. Je ziet er goed uitgerust uit Gerda! Je hebt geen enkel excuus meer.’

Hij vergezelde me ongevraagd tot in het portaal. Justine verplaatste hier en daar enkele stoelen.
Hij maakte van haar onoplettendheid gebruik om me toe te fluisteren dat hij me verwachtte
omstreeks kwart over zes. In verband met ons laatste telefoongesprek.

Ik heb niets geantwoord, Heer. In feite wil ik niet gaan.
Langs de andere kant, gesterkt door Uw hand, zou ik hem met plezier zijn vet willen geven.
Wat denkt gij, Heer? Ik ga nu een uurtje wieden. Straks komt Francis.
Als hij weg is, zal ik zien hoe mijn muts staat. Almachtige, denk Gij er ook eens over na, alstublieft?

Heb dank, O, Heer.

Mijn zoon is pas vertrokken. Ik vermoed dat er opnieuw een haar in de soep ligt daar in Keerbergen.
Het valt meer en meer voor de laatste weken. Ik merk het aan zijn manier van stappen en praten.
Als ik over iets begin, springt hij direct op wat anders.
Hij heeft me wel verteld dat ze dit jaar in augustus niet met vakantie gaan. Ze raken er niet aan uit.
Mijn zoon wil rust. Misschien enkele dagen ergens in het Zuiden van Frankrijk. In feite zou hij liever thuis blijven.
In september heeft hij immers een studiereis van een drietal weken naar China. Met een beperkt groepje dit keer.

Twee jaar geleden is hij in gezelschap van de prins en enkele ministers naar Korea geweest.
Fier dat ik toen was! Ik heb hem op TV met zijne Hoogheid zien praten.
Pat heeft dan drie weken geen woord tegen mijn zoon gezegd. Zo kwaad.
Gewoon omdat ze niet mee mocht. Ik kon mijn zoon geen ongelijk geven.
Heer, ziet Gij haar daar al lopen tussen dat chic en slim volk? 

Ze gaat dus niet mee naar Frankrijk. Zij wil naar Amerika, wil tussen het rijk volk zijn.
Meer dan twaalf uur vliegen om tussen de massa te lopen!
Heer, ze is dan toch beter af met Blankenberge? Madam wil dat niet.
Madam vindt Blankenberge te veel friet- en mayonaisevolk.
Weet Gij wat hun probleem is, Heer? Te veel geld en geen kinderen.
Wie ben ik echter om me daar mee te bemoeien. Ik heb al genoeg aan het hoofd!
Het is nu halfzes en, eerlijk gezegd, ik sta in beraad. Gaan of niet gaan.
Waarom hoor ik van U niets, Heer? Gij weet hoe onzeker ik ben.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ virtuoze dames

strijkkwartet maakt plezier

Muzikale clowns zonder grime of kostuum maar wel met vakkennis, souplesse en elegantie.

De dames heten samen Salut Salon Afbeeldingsresultaat voor salut salon en hun thuishaven is Hamburg

't Is eens iets anders en 't is magnifiek, een bravourestukje door vakvrouwen:
klank aanzetten
http://www.youtube.com/watch?v=BKezUd_xw20#t=21 
03min24 van uw tijd en elke seconde waard :o)

m  - met dank aan VG - EZW-05/2014 - bijgewerkt
Voor een overzicht van hun ander, het 'serieuze' werk is er ook ditte : https://www.youtube.com/watch?v=zz2ljLqQ4cE , een reportage over hun doen en kunnen, 42min25. 
In het Duits, niet ondertiteld, maar de beelden en de muziekfragmenten spreken voor zich. De reportage is minstens het overlopen waard. Vind ik.

Geschreven door maart om 02:00 Reageer op dit bericht

652. het is Tetris !

speelde Mendeljev Blokken/Tetris ?

"De Russische scheikundige Dmitri Mendelejev publiceerde in 1869 een periodieke tabel
waarin de elementen niet alleen op atoommassa maar ook op eigenschappen waren gerangschikt. 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dmitri_Mendelejev 

Mendelejev ging bij het samenstellen van de tabel ervan uit
dat wanneer de elementen volgens atoommassa worden gerangschikt,
de overeenkomst in eigenschappen verklaard kan worden.
Elementen met vergelijkbare eigenschappen zouden dan
ofwel bijna gelijke atoommassa's moeten hebben,
of periodiek in atoommassa moeten toenemen (zoals bij de triaden)."  Qué ?

Wanneer Wikipedia iets ingewikkelds zo eenvoudig voorstelt, in verstaanbare Nederlandse woorden,
en ik begrijp de tekst niet  -weer eens niet-  dan vind ik dat zo jammer voor Wikipedia.

Om het voor dummies zoals ik, bevattelijk te kunnen voorstellen
steken die mensen er hun tijd en hun Latijn in en voor mij blijft het Chinees.
Soms word ik daar nogal moedeloos van : waarom snap ik dat nu niet? Het staat er toch allemaal!

En dan ... is er plots iets dat het pad verlicht : zijn tabel is Tetris ! 

                   Afbeeldingsresultaat voor tetris is just science

m  – HiH-06/2015, bijgewerkt - https://nl.wikipedia.org/wiki/Tetris , http://static.fjcdn.com/pictures/Tetris+is+just+science_386836_5454686.jpg

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

651. --- afl. 081+082

afl. 081/121 ~ De heilige maagd zal op Gerda trekken

4 juni - Dag van de Heilige Franciscus Caracciolo, Belijder.

Heer, aanhoor toch mijn smeekbeden en tracht Serge te helpen. Op de Zavel hebben ze zijn aanbod geweigerd
omdat hij niet kon zeggen waar die antiek precies vandaan komt. Niemand weet dat!
Dat zijn bijna allemaal giften die mijn tantenonnekens ontvangen hebben
voor hun goede werken bij alleenstaande ouderen van dagen. Dat is jaren geleden. Er stond daar toen geen naam op. 

Op de Zavel zien ze ook dat hij een priester in nood is, want anders doet een mens zo’n mooie stukken niet van de hand.
Ze wilden wel iets arrangeren maar dan tegen minder dan de helft van de geschatte waarde. Dat gaat toch niet op, Heer.

Ik heb Serge daarom voorgesteld om samen te gaan. Als het moet ga ik alleen binnen, terwijl hij buiten wacht.
Het is waar wat Serge zegt. Het kleinste kind ziet dat ik een dame van stand ben.
Zo iemand doet alleen kostbare voorwerpen van de hand in uiterste gevallen van nood.
Die handelaars hebben dat meteen ook door. Serge wil me dit echter niet aandoen.
Een Gerda Vanbesien gaat niet op bedeltocht voor een parochiezaal, zegt hij.
Nee, nee, hij gaat, op hoop van zege, trachten ergens in de streek van Brasschaat kopers te vinden.
Inmiddels zal ik bidden en voor hem duimen. 

En, Heer, ik heb opnieuw woorden gehad met mijn zoon.
Het geld van Max betaalt hij uit in schijven en dat van mij blijft maar aanmodderen.
Serge zegt dat dit een schande is. Hij viel bijna achterover toen hij hoorde van de miljoenen van Max.
Hij is ervan overtuigd dat hij dit allemaal aan die vrouw zal geven.
Maar wat kan ik daartegen doen? Serge werd kwaad. Hij vindt dat ik voorrang heb op die Marianne. 

Hij heeft gelijk want ik ben de wettelijke vrouw en zij maar een minnares.
Maar ik durf aan Max geen geld te vragen. Dat was niet de afspraak. Elk het zijne.
Serge had nochtans een geweldig idee. Hij zou met dat geld zijn glasramen laten maken.
Hij kende in Aalst een hoogst artistieke kunstglazenier. Die heeft de glasramen in de kerk van Beveren-Waas ontworpen.
Als het past gaan wij daar een kijkje nemen. Het is wel naar de moderne kant maar ’t schijn iets enigs te zijn.
Die meneer heeft ook in kathedralen de antieke glazen hersteld en bijgewerkt. 

Serge was van plan hem te vragen mijn gezicht te laten afbeelden in de vijf Mariafiguren.
Niet volledig mijn gelaat, maar de grote trekken. Ik weende toen ik dat voorstel hoorde.
Als mijn zoon nog veel van zijn theater maakt, eis ik al mijn geld op, zoals Max.
Dan kan Serge het voor mij beheren en wij zullen er beiden goed gebruik van maken.
Niet zoals die duivelin van een Pat het wenst, maar zoals Gij, Almachtige, het wil.

Heer, mijn God, aanhoor mijn smeken en breng mijn zoon op andere gedachten,
zodat mijn nageslacht, als dat er ooit komt, mij kan aanschouwen in het huis waar ik altijd het liefste was: in Uw Kerk.

Heb dank, O, Heer.

afl. 082/121 ~ Boetedoening voor loze beloften

10 Juni- Dag van de Heilige Margarita, Koningin en Weduwe.

Heer, vergeef mij, dat ik vandaag niet naar de vroegmis ben geweest om U te ontvangen.
Ik heb gisterenavond nogal wat meegemaakt met Serge!
Ik ben er vast van overtuigd dat door de uitdrijving mijn demonen nu in hem zijn gevaren.
Hij verwijt mij dat ik lieg en ontrouw ben aan God.
Als mensen een gelofte aan God doen, moeten ze die nakomen, zegt hij streng.
Blijkbaar doe ik dat niet. Ik heb aan U niets beloofd, Heer, alleen aan Serge.
Gij kent hem nu ook al een beetje, Heer. 

Of het aan U is of aan hem, als het op geld aankomt, is dat één pot nat, zegt hij.
En als dat lolleken nog lang blijft duren, kunnen de hemel en alle heiligen voor zijn part vierkant naar de maan lopen.
Ik het eerst van al. Heer, dat is nu toch geen taal voor een priester? Om hem te kalmeren zei ik:
‘Toe, Serge, het komt allemaal in orde met de tijd!’ 

Hij antwoordde dat hij het schijt had aan de tijd.
Ik heb dan van mijn hart een steen gemaakt en de grote middelen ingezet.
‘Kom, Serge’ zei ik, ‘laat ons een kwartiertje boete doen in de sacristie.
Het zal je goed doen. Ik wil Marianne zijn. ’t Is nu toch al een tijdje geleden.
Jij mag Max zijn. Kom gauw mee, jongen!’ 

Hij lachte als vervaarlijk. Zijn lach ging me door merg en been en echode doorheen de lege kerk.
Ik hoorde als het ware satan lachen. Zijn onderste prothese viel bijna uit de mond.
Hij proestte het uit en het speeksel spoot in mijn gelaat. Ik rook zijn adem. Hij was dronken.
Dronken in de kerk! Niet te geloven, Heer! En dan zijn woorden! Heer ge gaat het niet geloven:

‘Jij, Marianne? Onnozele tuit. Marianne heeft borsten waar iedere man van kwijlt die van jou zijn knielappen.
Max, die smeerlap, die heeft pas alles. Die heeft de vrouw, van wie ik droom.
Een vrouw, die elke man verandert in een wandelende sproeikop.
Een vrouw die me gek maakt en die ik niet kan bezitten.
Een vrouw waarin in wil verdrinken, waaraan een man dood gaat.
En Max heeft ook geld. Veel, veel geld. Jij durft je te vergelijken met haar?
Jij ontpluimde karthuizer. Om jou te neuken, moet een man blind zijn of zoals ik de ogen dichtknijpen.
Telkens als ik die droge zuurpruim van jou beroerde, stelde ik mij een jackpot voor.
Maar die slak van jou is leeg. Daar rolt niets meer uit. Beloven, altijd maar beloven!
Ik heb dringend geld nodig. Heel dringend. Ik heb nog precies drie dagen om te betalen en dan …’ 

Ik wou weggaan, Serge trok mij bruusk tegen zich aan.
Zijn grove hand scheurde mijn blouse open en haalde een borst uit mijn soutien.
Het deed pijn. Serge ging mij doen boeten voor al die loze beloften.
Ik trachtte zijn aandacht af te leiden door te zeggen dat de kerkdeur niet op slot was en iedereen zo kon binnenkomen.

Er kwam geen kat overdag, dus wat zouden ze hier 's avonds komen zoeken, snauwde hij.
Zijn andere hand ging onder mijn rok. Hij trok mijn kousen en onderbroek met een ruk naar beneden.
Zijn zware hand gleed tussen mijn dijen. Ik wou dit niet meer. Dit was vies.
Dit was meer dan zonde. God ziet alles, dus Christus zag nu hoe Serge me bewerkte. 

Mijn geest verzette zich, mijn lichaam niet. Hij maakte met de vrije hand zijn gulp open. 

‘Haal er hem uit, Marianne, nu!’

Hij spuwde de woorden in mijn gezicht. Ik tastte maar vond niets. 

‘Meer naar links, Marianne.’

Ik vond daar ook niets. Hij bleef snauwen: ‘Naar links, teef, naar links, je bent rechts bezig, Links zeg ik!’

‘Ja, maar wat is het nu eigenlijk. Links voor jou of links voor mij?
Als jij links zegt is dat van mijn plaats toch rechts, onnozelaar.
Haal er hem zelf uit, als je hem nog vindt!’

Hij bleef aan zijn voorbroek friemelen.

‘Pak vast, Marianne!’

‘Waar?’ vroeg ik.

‘Hier!’

‘Waar hier?’

‘Speel je ermee of wat?’

Zijn stem galmde door de kerk.

‘Ik kan er niet mee spelen. Ik zie geen steek. ’t Is hier te donker!’

Hij nam mijn rechterhand en duwde die tegen zijn gulp. Nu voelde ik inderdaad warm vlees.
Een heel klein beetje vlees. Formaat van een vlezige dikke duim.

‘Ga je er nu eindelijk aan beginnen, Marianne, alsjeblief?’ prevelde hij.

‘Amai, mijn verlosser heeft op korte tijd serieus van zijn pluimen verloren!’ Serge hoorde me niet. Hij lalde, dronken als hij was.

‘Ik begeer je , Marianne, al maanden en maanden. Je maakt mij kapot. Ik wil je god zijn,
maar jij ziet me als een sater. Antwoord mij, Marianne, ben ik je god of je sater?'

'Geen van beiden, voor een sater zijt ge veel te klein en voor God veel te zat!’ 

‘Marianne, omnipotens sempiterne Deus, ik ben dronken, dronken van jou.
Maak mijn jongen sterk met je ma…magische vingers.
Ascendant ad te, Domine, moge tot U opstijgen, O Heer, mijn krachtige…’

Jij gaat niet opstijgen, schoft, Je blijft aan de grond en als het van mij afhangt voor altijd.
Ik heb je door en je pastoortrucs eveneens. Ik nam zijn vlezige duim en de twee bijhorende dikke radijzen goed beet.

‘Ja, Marianne. Verder doen. Zo is het goed’, zeverde hij, de ogen halfdicht. 

Ik kneep erin zoals je een druipnatte spons uitknijpt, zette mijn nagels goed in zijn vellen,
met volle kracht en dan een kwartdraai rechts. Serge greep pijnlijk kermend zijn kruis,
zeeg op de knieën en lag uitgeteld, zielig-versuft geëtaleerd voor de altaartrappen.

‘Dit is nog beter, nietwaar, Serge?’

Ik knoopte traagjes mijn jas dicht, nam mijn handtas van de stoel, knielde. Verliet op mijn gemak de kerk en ging naar huis.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ speel dan toch

gooi die stok, aub - AUB ?

Zou de hond écht het verschil niet zien of ruiken tussen
een mens en een beeld? Border Collies zijn toch de meest schrandere honden?

Ofwel wou hij de baasjes een filmpje voor You Tube bezorgen, zo schrander zijn die dieren.

klank aanzetten
http://www.youtube.com/watch?v=e9S6KyKrDKw 
00min43 

m – van HL- EZW-11/2013, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

650. het paradijs

Een schipbreukeling leefde al jaren op een onbewoond eiland.
Op een morgen werd hij wakker en hij geloofde zijn ogen niet : er lag een schip op anker !

Een kleiner vaartuig werd afgevierd en kwam zijn richting uit gevaren.

De sloep bereikte het strand en de bemanning trok ze op het droge. 
De 1ste stuurman, in full uniform, stapte aan wal en hij overhandigde de volleerde overlever een stapeltje kranten.

Hij zei : "Met de groeten van de captain en heel onze crew,
of u deze kranten eens zou willen doornemen op deze prachtige morgen op uw mooi eiland en
of u ons dan wil laten weten of u nog wel gered wil worden."

m  – HiH05/2015, en of er op het eiland nog plaats was … 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

649. --- afl. 079+080

afl. 079/121 ~ De blijde boodschap

De laatste bladzijden uit dit boekje, dat Gerda, om welke reden ook zorgvuldig had bijgehouden, waren de belangrijkste:

20 mei- Dag van de Heilige Bernardinus van Siënna, Belijder.

God, minnaar en bewaarder van vrede en liefde, geef aan mijn vijanden deze vrede en liefde.
Schenk ook aan hen vergiffenis voor al hun zonden en ontruk mij door Uw macht aan al hun hinderlagen!
Dit gebed en nog vele andere zeg ik thans elke morgen en avond ter verdrijving van slechte gedachten.
Ze zijn er wel niet meer zoals vroeger, maar voorkomen is altijd beter dan genezen.
Door Serge heb ik mijn evenwicht terug. De demonen vanbinnen zijn verjaagd.

Ik zei tegen Serge dat ik mijn boetekleed had afgelegd, dat mijn straf nu wel voorbij was.
Maar hij zag het anders: iedere medicijn geeft vlug de indruk dat de kwaal genezen is,
doch volledige genezing komt er pas wanneer de medicamenten helemaal het lichaam hebben doordrongen.
Zo had ik er nog niet over gedacht. Daarom spoorde Serge me aan het reinigingsritueel nog een tijdje voort te zetten.
Ik ging akkoord. Hij gebruikte mij altijd langs achteren. Het duurde nooit lang.
Ik had zefs geen pijn meer oen ik zijn verlosser ontving. 
Serge bracht altijd zijn gewijde olie mee. Eergisteren was hij dat vergeten
en toen heeft hij vaseline rond zijn verlosser gedaan. Dat ging ook. 

Zo een weldaad voor mijn lichaam en geest kan geen onkuisheid zijn.
Daarbij Serge zie me nooit van voren. Hij voerde zijn opdracht uit.
Als hij begon te hijgen en riep ‘Ja! Ja! Ja! Daar zie!’ dan was het gedaan.
Ik vond dat wel spijtig. Hij stond dan direct weer recht
en ik bleef nog een tijdje op mijn knieën zitten, al biddend. 

Na de vroegmis vanmorgen vroeg Serge mij om hem even te willen helpen in de sacristie.
Gewoonlijk is dat het werk van Adrienne, doch door haar verstuikte pols
zullen Justine, Florence en ik een tijdje haar taak overnemen.
Serge sloot de twee deuren van binnen af.
Hij nam mijn beide handen en sprak heel zachtjes:

‘De tijd is rijp, Gerda, voor iets uitzonderlijks.
Voor een praktijk die reeds in de Middeleeuwen door geestelijken werd toegepast,
doch alleen met uitzonderlijke boetelingen. Ik geloof, Gerda, dat jij zo iemand bent.
Jij hebt de innerlijke kracht om die taak te volbrengen. Jij en ik, wij gaan samen offers brengen
om de zonden van uw kwelgeesten te milderen in de ogen van God.’

Ik was hier echt niet goed van. Ik boete doen voor Max en zijn Trien? Hier in de kerk nog wel?
Serge schudde het hoofd afkeurend en sprak me stil doch vermanend toe: 

‘Gerda toch, die vrouw ontving bij het Heilig Doopsel een naam.
Die naam is niet Trien. Als je haar voornaam over de lippen krijgt, ben je al halverwege.
En ja, we gaan het hier en nu doen. Deze plaats is bedoeld voor niet openbare kerkelijke aangelegenheden.
Wij beminnen onze evennaaste toch? Dus gaan wij Max en Marianne helpen.
We moeten hen reinigen. Hun lichamen gaan overvloeien in de onze.
Wegebben op de golven van hun driften zullen we.
Verzuipen in de draaikolken van hun passie. Hun meest ultieme, intieme genot ervaren, Gerda.
Hun geest is reeds lang bij ons. Nu nog hun lichaam. Ontkleed je! Volledig!’

Ik gehoorzaamde zwijgend, Serge ontkleedde zich ook.
Ik stond met mijn rug naar hem toe. Hij zou me zeker toch niet verplichten hem aan te kijken!
De laatste naakte man, die ik gezien heb, was in feite mijn zoontje.
Hij was rap een grote jongen geworden en op z’n twaalfde mocht ik hem niet langer wassen.

Dit ging Serge me toch niet aandoen? Ik raakte danig over mijn toeren,
kreeg hartkloppingen en transpireerde hevig. Ik voelde mijn haar kletsnat worden.
Het zweet liep in straaltjes van mijn rug. 
'Wat krijgijg je nu, Gerda?’ vroeg hij.

“Vapeurs, Serge. Die komen ineens op. Vooral als ik me over iets opwind.
Dat zijn de jaren! Er bestaan daar pillen en inplantingen met hormonen voor.
Maar dat is tegen de schepping van de Heer.’ 

'Mooi, mooi, Marianne raakt ook opgewonden als Max naakt tegen haar ligt.
Je transpiratie ruikt lekker, Marianne. Weet je dat?’
Ik dacht dat Serge volledig een slag van de molen had. Hij verwisselde mijn naam ook al!
Ik dacht eraan me terug aan te kleden en weg te gaan. Doch ik stond als aan de grond genageld.
Ik kon echt niet bewegen en daarom zei ik hem dat het van die zwarte Spaanse zeep was. 
ht dat ik hem hoorde vloeken, zo tussen de tanden. Maar het zal wel mijn gedacht geweest zijn.

Priesters vloeken niet, zeker Serge niet. Hebt Gij hem al horen vloeken, Heer? Nee toch!

‘Wat is mijn naam, Marianne, spreek op. Hoe heet ik?’ 

Zijn stem klonk vreemd, nijdig. Zijn ademhaling werd kort. De warme adem raakte mijn oor. 

‘Serge, vaneigest’, zei ik. 

Plots zag ik zijn grote zware handen in mijn borsten knijpen. Door mijn vapeurs plakte hij tegen mij aan.
Ik dacht als ik nog meer zweet, geraken we niet meer van mekaar.
Hij liet een borst los en wreef met zijn hand rond mijn nagelbuik.
Toen begon hij in mijn schouder te bijten en mijn oor te likken.
Zijn hand ging verder naar beneden.

‘Ik ben Max, Marianne, je minnaar! Roep op mij, nu! Nu! Nu!’

Ik zei hem dat hij me veel mocht vragen, maar dat toch niet. En omdat hij me pijn deed aan mijn linkerborst,
heb ik dan rap twee keer op Max geroepen en Serge was content. Zijn hand was nu volledig aan mijn vrouwelijkheid
en hij graaide met zijn vingers in mijn haarstreek aldaar, alhoewel daar niet zoveel meer te graaien viel. 

Ik vroeg Serge wat dat heet geklop tegen mijn onderrug was.
Naar ’t schijnt was dat zijn liefdesnaald die naar mij, Marianne, verlangde en dra zou ontploffen.
Heer, Serge gebruikte daar ook andere, geleerde woorden voor.
Maar door de alteratie ken ik die niet meer. In het Latijn heeft hij ook een en ander gezegd.
Maar dat zullen de gebeden tot U, de Almachtige, geweest zijn. 

Ik moest met mijn achterste tegen zijn buik aanleunen. Maar ik kon mij niet bewegen omdat hij me zo vast omknelde.
Zo een kollossale grote man en ik weeg ocharme 64 kilo. En weet Gij wat, Heer? Mijn benen begonnen te beven.
Serge tilde mij bijna op. Met zijn vingers nog steeds aan mijn vrouwelijkheid wrijvend.

‘Marianne, we gaan het ons gemakkelijk maken’, beval hij. 
Hij trok de zware armstoel vlakbij, ging zitten en nam mij op zijn schoot.
Met mijn achterste op zijn zware buik. Ik moest mijn benen spreiden.
Ik hield mij goed vast aan de armleuningen. Ik kreeg pijn.
Mijn dikke teen stond zeker een centimeter van de andere af. Ik kreunde.

‘Wat is ’t nu weer?’ blafte Serge. Zijn manier van spreken stond mij bijlange niet aan.Een kramp! Gaat niet over!’

‘Waar?’

Ik tilde mijn voet op en Serge zag mijn stijve teen.
Ik moest van hem mijn tenen naar omhoogtrekken en ja de kramp ging eruit.
Maar mijn kuit deed nog vreselijk pijn. Serge had daar ook een goeie remedie tegen, beweerde hij.
Hij begon feller te wrijven. Ik kon niet geloven dat mijn kuit zou beteren langs mijn vrouwelijkheid.
Serge zei dat het allemaal met elkaar in verbinding stond. Hij had opnieuw gelijk.
Mijn hart bonsde tegen 200 per uur. Het was precies of er een elektrisch apparaat
binnenin aan het masseren was. Het voelde goed aan in mijn kuiten.
Feitelijk voelde het meer dan goed. Het was heerlijk. Overal. 

Je hebt een priester nodig om die goddelijke zaligheid eruit te halen.
Een gewone man vindt dat niet. Ik keek. Bukte mijn hoofd wat lager en zag de dikke rode kop van zijn naald
maar ik zag tevens dat de lederen zitting van de stoel donkerder kleurde. Ik dacht dat ik aan het plassen was.

Maar Serge vertelde dat juist die sappen alle verlossing brachten.
Hij stamelde iets over nu of nooit. Serge tilde me omhoog, draaide me om en wou
dat ik mijn benen tussen de armleuningen stak. Dat duurde wat lang en hij werd precies boos.

Toen ben ik of in slaap of flauw gevallen.
Rond halftien heeft Serge me met de wagen naar huis gebracht. Flanellen benen had ik.
Ik heb zijn raad opgevolgd en heb tot laat in de namiddag geslapen.
Voor het eerst in jaren en zonder slaappil.
Ik zou nu de hele avond nog kunnen voortschrijven, Heer, zo goed voel ik mij.

Een uur geleden kwam Max thuis en ik was aan het zingen in de eetkamer.
Hij scheen meer dan verbaasd, slenterde hoofdschuddend naar boven en ik ging door met zingen,
de liederen van de Blijde Boodschap.

Heb dank, O, Heer, duizendvoudig dank

afl. 080/121 ~ Koken kost geld

25 Mei – dag van de Heilige Gregorius VII, Paus en Belijder.

Het is vandaag een bijzonder heugelijk dag, Heer, voor de ganse parochie maar vooral voor U.
De plannen voor de vernieuwing van de parochiezaal zijn eindelijk na twee jaar af.
Serge gaat ze in de loop van deze week halen bij de aannemer.
Aan de gevel hebben wij alleen de ramen laten vervangen. 

Serge vindt dat we niet moeten beginnen met te breken, want
dan hebben wij een plan van de architect nodig en een vergunning van de gemeente.
Gij weet ook, Heer, als men op de gemeente moet wachten,
is onze zaal binnen vier jaar nog niet gereed. Komt daarbij, dat de burgemeester een liberaal is.
Serge vreest dat de blauwen zoiets zullen rekken tot in het oneindige. 

Maar de zaal zal mooi worden binnenin. Wij gaan daar veel kunnen organiseren
en wij willen tevens een bureel inrichten voor parochiaal dienstbetoon.
Serge heeft prachtige ideeën. Maar koken kost geld, dus is alle hulp welkom.
Vorige week heb ik een deel van het voorschot van de aannemer helpen mee betalen.
Ik had nog een kleine 3000 euro op mijn rekening staan en
de dertigste van elke maand krijg ik mijn leefgeld van Max. Daarvan kan ik ook nog 800 euro bijleggen. 
Ik heb niet zoveel nodig om te leven. Max blijft de poetsvrouw en de algemene kosten toch betalen.
Ik ben erg fier en voldaan, Heer, dat ik hieraan mag meewerken.

Heb dank, O, Heer. 

30 mei – Dag van de Heilige Felix I, Paus en Martelaar. 

Heden ten dage zijn de mensen toch dikke zelfzuchtigen nietwaar, Heer?
Serge is er het hart van in. Adrienne, Justine en ik ook.
De collecte op de gemeente om de kapotte glazen in de grote ramen te vervangen heeft bijna niks opgebracht.
De gemeente wil maar voor 1500 euro tussenbeide komen in onze parochiezaal.
Serge, de sukkelaar, wou de plannen opgeven. Maar wij hebben ons verzet. Wij gaan ermee door! 

Ik heb eergisteren woorden gehad met mijn zoon omdat ik
een deel van mijn geld terug wil en dat zou willen gebruiken, Heer.
Hij wou weten waarom ik dat nodig had. Ik heb hem gezegd dat het zijn zaken niet zijn.
Vijfduizend euro maar en dan nog voor goede werken. Precies of ik hem daarmee het vel afstroop!
Een uur geleden had ik zijn madam aan de telefoon. Die begon ook te razen.
Maar ik laat me niet meer doen en zeker niet door haar. Dat is verleden tijd. 

Weet Ge wat die snotneus mij voor de voeten wierp, Heer? Of ik er ook ene moest onderhouden zoals Max!
Ze vindt het schandalig dat wij zogezegd met hun vermogen willen gaan lopen.
Het geld van mijn ouders, van onze winkel waarin ik jarenlang heb moeten werken, haar vermogen?
Het spreekwoord zegt: kleine kinderen kleine kruisen, grote kinderen, grote!
Het spreekwoord zegt wel niets over schoondochters, maar die van mij, wel, dat is begot een hakenkruis.

God, Gij, die elke mens verlicht, wilt Gij het hart van die twee in Keerbergen dubbel verlichten?

Heb dank, O, Heer.

2 juni - Dag van de Heiligen Marcellinus, Petrus en Erasmus, Martelaren.

Heer, ik heb deze nacht Uw Engelen en Aartsengelen aangeroepen en hun gevraagd
om samen met mij en met de hemelse legerscharen het loflied van Uw heerlijkheid te zingen
zodat Gij ons kunt helpen. Want zelfs in mijn gebeden vind ik geen vertroosting meer.

 Mijn zoon wil de vijfduizend euro in schijven uitbetalen.
Elke maand duizend euro, zegt hij, en zijn plaaster wil mijn intresten laten kapitaliseren.
Serge rukte zich gisteren bijna de haren uit het hoofd. Ik begreep hem heel goed.
Ik had hem dat geld beloofd. Hij had het nodig als voorschot op de nieuwe toiletten en lavabo’s
en een stuk voor de nieuwe vloeren en faiencetegels.
Die commerçanten zijn echte profiteurs, hoor! Ze weten dat de kerk het moeilijk heeft.
Denkt Gij dat ze compassie hebben met Uw Huis?
Ze hebben Serge zelfs al wandelen gestuurd, wel beleefd maar toch.
Met kerkfabrieken moeten ze veel te lang op hun geld wachten zeggen ze.
Maar de kerkfabriek heeft niets te maken met onze zaal. In feite is dat privé. 

Ik heb, in afwachting van de stortingen door mijn zoon en mijn huishoudgeld,
de kleinste zilveren monstrans en een gebedenboek uit de 17de eeuw aan Serge gegeven.
Hij kent op de Zavel mensen die onder antiek doen. Doch hij weet niet of het voldoende zal opbrengen.
Hemelse Geesten, verenig U met mij in gebed om de God van alle Barmhartigheid te vereren,
opdat hij de mensen op de Zavel goed laat doen, zodat Serge zijn voorschotten kan betalen. 

Vooraleer ik het vergeet, Serge heeft mij verteld over de goddelijke ingeving,
die hij heeft ontvangen tijdens zijn brevieren.
Hoe kan ik U danken, O mijn Heer, voor deze grote eer door Uw weldaad.
Ik heb Serge beloofd dat ik een heel bijzondere koperen plaat zal laten maken.
Maar Serge heeft dit geweigerd. Hij wil daar zelf voor zorgen bij een Antwerpse graveur, die hij goed kent.
Het zal een grote plaat worden, heeft hij gezegd: Feestzaal Gerda Vanbesien, weldoenster van parochiale werken.

Heb dank, O, Heer om mij aldus te vereeuwigen voor mijn bescheiden bijdrage.


wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ de kleine coach

Leren kruipen is niet zo simpel, armen en benen willen verschillende richtingen uit …
Maar ! Er is een kleine slimme coach die weet dat het niet gemakkelijk is
en die bereidwillig voordoet hoe het moet.

klank voldoende luid zetten,
https://www.youtube.com/watch?v=Oql972Jht5k 
00min26

Zij kijkt alsof de kunde door die kwispelende wimpel komt en zelf heeft ze enkel een strik.

m  – EZW-06/2014, herzien

Geschreven door maart om 00:36 Reageer op dit bericht

648. een Smutske

LM heeft een nieuw lekker brood ontdekt in de bakkerij-afdeling van de plaatselijke supermarkt.
En ik wou dat hij dat brood nog eens meebracht. Ik schreef op het boodschappenpapiertje : smutske - 1x

Hij kwam een beetje ongelukkig de keuken in. Hij vind het heel vervelend wanneer hij iets niet snapt
dat er toch duidelijk leesbaar geschreven staat. Dan voelt hij zich ambetant.

- Wat is een smutske? deed hij zielig.
- Dat is toch dat brood, … ja sorry, 'k had er brood moeten bijzetten, da's juist. 
Want begin in zo'n supermarkt maar eens een smutske te zoeken als ge niet weet
in welke afdeling ge moet zijn hé. Dus ik schrijf,  smutske – 1x (brood)

- En dat hebben ze daar, dat brood?
- Ge hebt het al zelf meegebracht.
- Ikke?
- Maar ja!, een meergranenbrood : Pater Smutske. 

Zijn snuitewerk verhelderde helemaal en hij hield zich ineens veel rechter ook: 

- Het is niet een Pater Smutske, zei hij, het is een patersmutske!

eh, Pater Smutske zou toch een Scandinavische missionaris kunnen zijn, of een Zuid-Afrikaan, of zo …

m
  – EZW-07/2014, herzien - https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Christian_Smuts , en zijn kinderen zijn smutskes en die hadden een bakkerij. Nà!

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

647. --- afl. 077+078

afl. 077/121 ~ Uitdrijving met paterskoorden

Enkele bladzijden verder in het dagboek:

29 april -Vierde zondag na Pasen - dag van de Heilige Petrus, martelaar.

Ik heb de zondagsmis zoals gewoonlijk bijgewoond.
Dan ben ik met de dames van de Heilige Maagd naar de kapel van de Heilige Jacobus geweest,
voor een genezingsgebed. Daarop heb ik mijn Heiland thuis begroet. 

Ik begrijp Serge soms niet goed. Hij lijkt me afstandelijk en vreemd.
Gisteren toonde hij me een paar witte paterskoorden met dikke knopen.
Kijk, Gerda, zei hij, verdraag deze en je zal je lichaam lichter voelen.
Toen deed hij de deur van mijn kamer op slot en schoof de overgordijnen dicht.
Ik had het liever zo, in het halfduister. Ik wou niet dat de gezant van God mijn naaktheid zag.
Van voren bedoel ik. En zeker mijn vrouwelijkheid niet.

Ik knielde, boog voorover en werd direct de striemende koordslagen op mijn rug en achterste gewaar.
De pijn was verschrikkelijk maar ik beet op mijn tanden.
Dit was mijn eigen gevecht met satan. God wilde het. Ja, ik ben een zondares,
al denk ik nog altijd dat mijn fouten veel minder zijn dan die van de hoerenloper. 

Hij is vanmorgen met de auto vertrokken. Gelukkig is het zondag en was hij heel vroeg weg,
zodat de buren misschien niets hebben gemerkt. Ik vermoed dat zij zijn kleren nu kiest.
Precies een oude, rijke homo, de zot. Zo opgetut zag hij eruit.
Heer, vergeef mij, aanvaard mijn pijnen en spaar mij van deze gedachten.
Heer, ik ken Uw groot verdriet maar ook Uw genade. Ik zal boeten.

Ik zakte bijna door de knieën. Ik zei tegen Serge dat het nu toch wel genoeg was voor vandaag.
We krijgen er hem wel uit, Gerda, zei hij.
Ik zag dat hij enorm transpireerde en hoorde hem gesmoord nahijgen.
Hij had een vreemde, donkere blik in zijn ogen,
precies als was er een stuk van mijn bezetenheid naar hem overgeslagen. 

Hij zei dat dit zijn manier was om aan duivelsuitdrijving te doen.
Allemaal goed en wel, maar ik wil zo’n pijn niet meer gewaar worden.
Serge keek me hard en doordringend aan en snauwde dat er nog andere manieren waren.
We zullen tot het uiterste gaan, Gerda, tot het uiterste. 

Heb dank, O, Heer maar maak alstublieft Serge wijs dat hij het wat zachter de duivel uitdrijft.

afl. 078/121 ~ De hemelse prikkel

Haar geschrift op de volgende bladzijden werd jachtig, bijna onleesbaar:

4 Mei - Dag van de Heilige Monica, Weduwe.

Serge kwam vandaag kort na de middag. Hij heeft een kop koffie gedronken.
Ik vond hem heel zwijgzaam en zenuwachtig. Hij sprong opeens recht en zei: kom Gerda, we gaan eraan beginnen.

Wij gingen naar mijn kamer voor de boetedoening.
Serge bond de palmtakken en de paterskoorden rond drie stolpen van wassen Heilige Maagden.
Hij schoof de overgordijnen dicht en ik deed de deur op slot.
‘Luister nu goed, Gerda,’ zei hij zachtjes ‘ik heb je gezegd, de straf moet zwaarder want satan wijkt niet.
Kleed je uit, kind, en kniel zoals gewoonlijk, maar je achterste een weinig hoger, als dat gaat.
Sluit de ogen, Gerda. Beheers je. Gil niet en bid samen met mij: Heer ontferm U over ons. Christus ontferm U over ons.

Ik begon kalm: Christus hoor ons. Christus verhoor ons. God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.
God de Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons, God, Heilige Geest, verhoor ons….

Ik voelde eerst niets. Er was alleen mijn luide lofzang voor de Heer. Achter mij stond Serge,
die op zijn manier de demonen in mij bevocht met rituele gebaren en stille bezweringen.
Plots beroerden zijn klamme handen mijn lichaam. Onderaan.
Er was een korte, hevige pijn, niet aan mijn vrouwelijkheid, maar ’t ander.
Ik weet de christelijke naam voor mijn achterste niet, maar Gij verstaat wel waar. 

Heer, ik dacht dat ik ging openscheuren. Al biddend heb ik alle heiligen aangeroepen:
alle heilige engelen en aartsengelen, alle heilige koren der zalige geesten,
de heilige aartsvaders en profeten, bid voor kinderen, maagden en weduwen.
Bid voor mij. Wees genadig! Spaar mij, Heer, en verlos mij van alle zonden.
Van de geest van onkuisheid … van alle gesels … Vertrooster, zoon van God, kom mij ter hulp.

Ik wou het uitschreeuwen van de pijn,
maar liet de schreeuw van afschuw op mijn stukgebeten onderlip sterven.
Ik kromp ineen, maar bad koortsachtig verder.
Dit was de ware pijn die alle andere verdrong. Precies de pijn van een barende vrouw,
misschien niet zo erg, maar voor zover ik me nog kan herinneren ging dit er toch naar toe.
Ik riep om hulp uit de hemel, om verlossing want mijn achterste stond precies in brand.
Warm vocht liep van mijn billen, tot in de vouw van mijn knieën.
De gesel werd uit mijn lichaam gehaald. Ik kreunde en bad koortsig verder.
Ik wist zelfs niet meer of Serge nog in de kamer was.

Stilaan ging die vreselijke pijn over in iets anders, waarvoor ik de juiste woorden niet kan vinden.
Mijn onderlichaam tintelde. Hetgeen je gewaar wordt na een koude douche als het buiten snikheet is,
maar dan van binnen. Precies of er iemand met een fijn pluimpje overal over en weer wreef.

Na een tijdje ging het over en ik vond het spijtig. Dit moest de goddelijke prikkel zijn,
die ik nooit eerder doorheen mijn lichaam had gevoeld. Serge was er nog. Hij waste zijn bezweet gezicht.

Nadien dronken wij de rest van de koud geworden koffie. We hadden nog geen woord gezegd.
Ik stond op het punt hem te vertellen van die goddelijke prikkel. Op dat moment schraapte hij de keel.
‘Gerda, zei hij, wij zijn nu in een vlakte waar slechts geesten huizen.’

Zijn ogen lachten mij precies uit. Ik had schrik dat Serge met mij het zesde gebod had overtreden.
Ik had dit als kastijding aanvaard. Als het zo was, dan was zonde met zonde uitgewist.
Ik begon te beven als een riet. Ik vroeg snikkend aan Serge of dat nu wel echt nodig was
om mij zo te gebruiken en wat de Heer daar wel zou van denken.

‘Gerda’, zei hij eerder koel, ‘beheers je, de Heer heeft al jaren bezit genomen van je geest en je ziel.
Nu neemt hij bezit van je lichaam. Ik ben zijn instrument.
Blijf vertrouwen in mij hebben. Ik weet wat moet. Je zal voortaan meer rust ervaren.
Je gaat ontvankelijker worden. Je kwelgeesten zullen minder en minder vat op jou krijgen.’

Ik was door zijn woorden al een stuk gerustgesteld en hij had nog gelijk ook: ik voelde me beter.
Heer, ontvang mijn lichaam als mijn offer en blijf de weerbarstige demonen in mij doorboren met Uw genade.

Heb dank, O, Heer

14 mei - Dag van de Heiligen Matthias, apostel, en Bonifatius, IJsheilige 

Heer, mijn God, heb dank, heb duizendvoudig dank. Ik verjong met de dag. 
Uw  rust is in mijn geest. Ik denk dat de demonen het niet meer zien zitten.
Max is het gras aan het afrijden. Twee weken geleden zou ik nog gewenst hebben
dat de grasmaaier met hem een vaart reed zoals in de filmpjes van Tom en Jerry.
Geen haar op mijn hoofd dat daar nu aan denkt.
Serge heeft mij gisteren nog eens op het hart gedrukt, dat mijn boetedoening op deze manier goed werkt. 

‘Gerda, zei hij ‘je diepste en vroomste wens is verhoord.
Door de kruisvaarder van God werd je nu echt de bruid van God.’

O, God, door wie ik leef, verleen ons op mijn smeken toch een uur of drie schoon, helder weer overmorgen.
De laatste ijsheilige is bijna van de baan en ik moet mijn canna’s planten.
Maak ook dat de stormen wijken, want die van vorige week heeft
in mijn voorjaarsadonissen en paasbloemen lelijk huis gehouden, ook in mijn mariahartjes.
och die hebben nog tijd om op hun effen te komen.
Ik smeek U ook, Heer, dat Gij de overvloedige regenvlagen van de laatste dagen tegenhoudt.
Want de bloemen uit mijn tuin en die van Adrienne zijn de offeranden,
die wij voor onze zonden en deze van onze evennaasten aan Uw Heilige Naam ter heiliging opdragen.

Heb dank, O, Heer.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ mistake waltz

choreografie = dans- en bewegingscompositie, een aantal
lichamen volgens patronen gelijktijdig doen bewegen in ruimte en tijd

Voor de choreograaf was het waarschijnlijk heel interessant en ook plezierig
om een ontwerp te maken met individuele patronen die eerst slechts lichtjes van mekaar afwijken en
dan evolueren naar chaos, een optreden dat eindigt in een tuil van vergissingen, zonder dat het geheel clownesk wordt.
Mijn hoed af voor wie dit genre chaos weet te orkestreren.
Voor de danseressen moet het moeilijk geweest zijn om schijnbaar moeiteloos, zoveel vergissingen juist uit te voeren.

Het Mistake Waltz ballet (1966) bestaat uit drie delen,
de voorbereiding van de scène, wanneer de poppen-danseressen gebracht worden door de toneelknechten/dansers
de uitvoering door de danseressen … zijn zij defecte robot-poppen ?,
het haastig leegruimen van de scène wanneer het zogezegd vreemde optreden afgelopen is.

klank aanzetten
https://www.youtube.com/watch?v=wDP2c2FCHAM 
06min02 

Jerome Robbins (choreograaf West Side Story), https://nl.wikipedia.org/wiki/Jerome_Robbins

Geschreven door maart om 01:25 Reageer op dit bericht

646. connecties

Voor wie deze planeet wil verlaten :

1. Bel de NASA. Het telefoonnummer is +1 202-358-0001.
    Leg hen uit dat ge hier zo snel mogelijk weg wilt. 

2. Als ze daar niet willen meewerken, bel het Witte Huis
   +1 202-456-1111 en vraag iemand daar of die voor u
   een goed woordje kan doen bij de NASA.

3. Als ge geen connecties hebt binnen het Witte Huis,
   bel het Kremlin : +7 495 697-03-49
   Die hebben geen vrienden bij de NASA, niet echt,
   maar ze zouden nu wel een beetje invloed hebben in het Witte Huis,
   dus dat nummer is het proberen waard.

4. Als dat ook niet helpt, bel de Paus om raad.
   Zijn nummer is +39 0669881662
   en ik veronderstel dat het schakelbord ginds nog altijd onfeilbaar is.

Ach ja, ik was toen jong, en dan wil het een & ander al eens lukken hé.
Nu, indien al deze pogingen tot niets leiden, wuif de eerstvolgende vliegende schotel naar beneden en
leg uit dat het van levensbelang is hier weg te raken vóór de volgende telefoonfactuur in de bus valt.

m - met dank aan RD - EZW-07/2013 en google zegt dat de telefoonnummers kloppen

Geschreven door maart om 01:23 Reageer op dit bericht

645. --- afl. 075+076

afl. 075/121 ~ Een vaart rijden met het Scheppingswerk

6 Maart- Dag van de Heiligen Perpetua en Felicitas, martelaressen en tweede Zondag van de Vasten.

Halleluja, Heer, ik ben eruit! Ja, God moet mij straffen. Serge is zijn afgezant en ik zal hem gehoorzamen.
Ik weet nu dat ik mijn straf verdien. Ik weet ook dat ik nog vele malen boete zal moeten doen.
Want telkens als ik Max bekijk, zie ik hem bezig met haar. 
Heer, Gij kunt U niet voorstellen wat een marteling dat voor mij is.
Het is nu zondag, Heer. Weet Gij wat mijn kwelgeest in de keuken staat te doen?
Rozijnenbrood bakken. Jawel! En dat middenin de Vasten!
Op de dag des Heren brood bakken, dat is royaal de spot drijven met Uw scheppingswerk nietwaar?
Neen, Heer, ik ga niet naar beneden. Ik vrees dat de demonen mij zouden dwingen om dat deeg naar zijn hoofd te gooien.

Zie mij voor U, Heer, opnieuw vol schaamte en berouw bij deze woorden, bij deze zware fouten.
Ik verafschuw ze uit heel mijn hart omdat ik de zo goede en beminnenswaardige God hiermee beledigd heb.
Is dit mijn dank voor Uw liefde, die Gij mij zo spontaan gegeven hebt?
Ik heb mijn ondankbaarheid, mijn egoïsme en haat veel te ver doorgedreven.
Ik onderwerp mij aan uw oordeel. Aanvaard, O Heer, mijn boete.

Heb dank, O, mijn Heer 

9 maart - Dag van de heilige Francisca Romana, weduwe.

Heer, mag ik U alstublieft vragen Zijne Heiligheid onze Paus bij te staan.
Ik heb er eerlijk waar geen goed oog in en hij sukkelt al jaren.
Heer, ik smeek U, maak er toch geen martelaar van. Dat verdient hij niet.
De wereld heeft hem nodig, als Gij ziet wat er overal allemaal gebeurt. 

Heer, Ge moogt geen tv opzetten en gazet openslaan of de kogels vliegen rond een mens zijn oren.
Op de duur wordt iedereen daaraan gewoon.
Voor twee doodgeschoten jongens draait zelfs het journaal zijn hand niet meer om.
Ik zou eens willen weten hoeveel moeders in Amerika alle dagen hun hart vasthouden.
Ik zou ze geen eten willen geven, Almachtige.
Dan nog hoor je vrouwen op tv vertellen dat ze fier zijn omdat hun jongen naar Irak moet.
Weet Gij wat ik daarover denk, Heer? Ofwel zijn ze zot ofwel omgekocht door de tv.
Als er een land is waar ze U, Heer, op handen dragen, dan is het Amerika toch! 

Ik heb U niet te bevelen, Heer, maar ik vind dat Gij aan onze Heilige Vader of zijn secretaris gerust moogt zeggen
dat ze meer haar op hun tanden moeten hebben.
Die president vraagt U elke keer om zijn land te zegenen en ondertussen
eist hij miljoenen belastinggeld om die oorlog te kunnen betalen.
Hoe durft hij Uw naam vernoemen! Gij, Heer, die altijd vrede op aarde wenst.
Nee, Heer, mij moeten ze niet wijsmaken dat die president en zijn mannen mensen van goede wil zijn.
Schijnheiligen zijn het, die siroop aan Uw baard smeren.

Nog iets. Ik heb gisteren de biecht gesproken bij Serge. Zijn penitentie is tamelijk hard, Heer.
Hij spreekt nu van de duivel uit mijn lichaam te drijven.
Alleen kastijding zal mij zuiveren, zegt hij. Ik ben daar niet zo voor te vinden.
Maar, allez, alle baten helpen.
Hij heeft ook gevraagd om mij daarop van nu af aan geestelijk voor te bereiden.
Ik bid U om mij hierin te steunen.

Heb dank, O, Heer. 

afl. 076/121 ~ Te voet naar Canossa

23 maart- Dag van de Heilige Gabriël, Aartsengel.

Heer, wat moeten wij doen? Madeleine en Adrienne vinden dat wij niet mogen opgeven en
dat wij nog meer moeten bidden voor onze Heilige Vader.
Adrienne is er zeker van, dat de kracht van ons gebed zijn asem op gang zal brengen.
Ik vind van niet. Ik denk, Heer, dat hij echt een vogel voor de kat is en op zijn laatste benen loopt. 

Daarom smeek ik U, Heer, met geweldig veel zeer in mijn hart, laat Uw grote, oneindige Goedheid en Genade over hem komen.
Open uw Huis voor hem, mijn Heer, en neem hem op in Uw midden.
Laat hem verwelkomen door Uw engelen en vooral door ons Heilig Bernadetje, die hij zo lief heeft gehad.
Aanhoor mijn gebed, O, mijn Heer. 

Het is bijna Pasen en de Vasten is ver gedaan. Ik bid meer dan ooit. Ik ben bereid. Serge gaat juist buiten.

Hij heeft me nog een bundel lange, groene palmtakken gebracht, niet zoals die korte van zondag, maar speciale.
Hij praat rustig en zalvend . Het is voor mij zo een weldaad om door zijn stem, die mij de stem van U, mijn Heer,
lijkt te worden getroost. Ik doe wat hij zegt: duw de kousen naar beneden, kniel op de blote knieën en steun op de ellebogen.

Dan slaat hij met de palmtakken op mijn rug en gebiedt op luide toon de hymne van de tweede vesperpsalm zingend te bidden:
Gegroet, o, martelaarbloei, die zwicht ten drempel van uw jonge bestaan door ’t moordenaarsmes op God gericht,
verscheurd als prille rozenblaan. Hij slaat mij harder. De twijgen zijn te mals, ik voel niks. Toch weet ik dat ik pijn moet lijden.
Ik heb daarom aan Serge gevraagd even te wachten en zich om te keren omdat ik mijn rok moet uitdoen. 

Ik kniel opnieuw en Serge zweept harder. Hij blijft kijvend en bezwerend slaan.
Gerda, zegt hij, de twijgen worden nu heet gloeiende staven, die je rug bloederig scheuren.
Dat is wel niet waar, maar ik stel mij dat voor, omdat het zo zou moeten zijn.
Serge commandeert grofweg: duw nu de onderbroek naar beneden en trek die blouse ook maar uit.
Blijf biddend zingen, zegt hij. Lach, ervaar bevrijding. Wees dankbaar.

Mijn blouse, mijn thermogeen onderhemd, mijn onderbroek en mijn soutien liggen naast mij.
Ik kniel, buig voorover en steun op mijn ellebogen, mijn achterste naar Serge gericht.
Ik moet wachten op mijn bevrijding door de slagen die blijven komen. Maar al bij al geeft dat toch niet de verwachte, noodzakelijke pijn. 

Heer, op dat moment wist ik dat de demonen weerstand bieden. Dat zij zich niet zo gemakkelijk uit mij laten drijven.
Ik zeg tegen Serge: het doet niets uit, ze willen niet Ik hoor de goddelijke stem van Serge:
moge dit offer dat wij U voor alle zonden opdragen, Heer, voor U een welgevallen offergave zijn
en laat het aldus levenden en doden tot heil strekken.

Ik mompel de woorden met hem mee. Ik moet boeten, nietwaar, en dankbaar alle straf ondergaan.
De demonen hebben mij overladen met de schuld van haat en wraak. Ze moeten tot zwijgen gebracht worden.
Serge weet goed genoeg wat hij daarvoor moet doen. Ik ben een kind van God. Ik wil terug onder Zijn liefhebbende hoede.

Als Serge ophoudt, kleed ik me snel aan. Ik ben onder de indruk van gedachten en gevoelens die ik echt niet kan beschrijven.
Serge zal me blijven helpen. God laat geen enkel schaap verloren gaan, zegt hij, maar daarvoor moet het schaap eerst naar Canossa gaan.
Ik vroeg hem of ik daar te voet naar toe moest en hoe ver dat was. Serge zei dat die stad overal lag en bij mij bovenaan de trap. 

Hij kan soms van die zaken vertellen, waar ik kop noch staart aan krijg.
Dat zal het verschil zijn tussen een gewone sterveling en een priester, denk ik. 

Heb dank, O, Heer.

over canossa : https://onzetaal.nl/taaladvies/naar-canossa-gaan/ 
wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 01:21 Reageer op dit bericht

------ allen te paard !

Wie nog niet groot is moet slim zijn.
En ja, het paardje is geen Lippizaner maar het is toch al wit.
Dat is een begin.

klank aanzetten
http://www.youtube.com/watch?v=ZXPKQG4o60g 
00min20
m - met dank aan MMB, EZW-07/2014, herwerkt - https://nl.wikipedia.org/wiki/Lipizzaner

Geschreven door maart om 01:05 1 reactie Reageer op dit bericht

644. een schreeuwertje

nog wat vlieg-perikelen

"ik heb al meerdere vluchten meegemaakt, wij zitten steeds achteraan daar we geen maaltijd nemen aan boord
en de klein kinderen ook waarschijnlijk want als we opstijgen begint er een kind te krijsen tot we terug op grond zijn,
zenuwslopend is dat als je 4u30 in een vliegtuig zit, ook eens op een nachtvlucht, we dachten lekker een dutje te doen
maar er was weer zo'n krijser bij tot in Zaventem toen hield hij op en begon zijn zus te brullen." van BE

Wanneer er een schreeuwertje begint is het mentaal dekking zoeken, ja. Gij hebt het over 4 à 5 uren vliegen.
Hoe houdt men het vol op een intercontinentale vlucht van meer dan 12 uren?
Ik probeer dan te verdwijnen in een soortement on-bewustzijn,
een soort half-comateus bewustzijn, ik weet niet hoe het heet, maar ik verdwijn in een soort gelatenheid.

Ik accepteer het geluid niet hoor, dat lukt me niet. Maar ik onderga of negeer het op een of andere manier.
Wanneer het geluid dan stopt, of wanneer moeder & kind bij de tussenlanding het vliegtuig verlaten
en we het niet meer horen, dan komt er een hoofdpijn opzetten die me vertelt dat ik qua negeren nog veel te leren heb. 
Hoe langer die hoofdpijn blijft duren, hoe beter ik besef dat ik moet leren negeren zónder me te verzetten.
Ik heb nog een hele weg te gaan hé. Maar LM & ik vliegen niet meer. Dat helpt voor een deel.

m
 – EZW-07/2014, herwerkt

Geschreven door maart om 01:04 Reageer op dit bericht

643. --- afl. 073+074

afl. 073 /121 ~ Nederig verzoek aan het Eerwaardig Vat

11 oktober- Moederschap van de Heilige Maagd Maria

Wees gegroet, O Heilige Moeder, die als maagd de Koning ter wereld bracht.
Vandaag eer ik Uw moederschap. Aanhoor mijn gebed, maar eerst mijn verzoek. 

Moeder Maria, Eerwaardig Vat, het botert niet tussen mijn zoon en zijn vrouw.
Van in het begin heb ik geweten dat die twee niet door onze Heer voor elkaar zijn voorbestemd.
Jawel, zeer Kuise Moeder, zijn Pat is geen gemakkelijke hoor!
De Vrucht van uw Lichaam is gekruisigd, maar die van mij draagt alle dagen zijn kruis.
Maar ik zwijg uit liefde voor mijn zoon. 

Ik denk, Hoogverheven Moeder, dat het tijd wordt, dat er in dat gezin een kindje komt.
Ik vraag mij af of Gij, die tot de verbazing van de natuur de Heilige Schepper ter wereld bracht,
of Gij aan dat koppel geen duwtje kunt geven?
Ik zou toch zo gaarne een kleinkind hebben. Het zou mijn aards bestaan opnieuw zin geven. 

Gij weet, roemwaardigste Maria, hoe triestig mijn leven hier is.
Uw Josef ging niet op een ander, de mijne wel.
Na het baren, O Heerlijk vat van Godsvrucht, zijt gij ongeschonden gebleven.
Ik was echter gescheurd langs alle kanten. Pat weet dat, Heilige moeder.
Bij de stam van de Cijnensen zijn het allemaal zware borelingen.
Ook is ze bang om haar slanke lijn te verliezen.
Moest het aan mijn zoon zijn zaad liggen, dan kruip ik op mijn knieën naar Lourdes heen en terug. 

Waarom ik U dat nu pas vraag? Wel, Mystieke Roos, omdat zij het altijd heeft over
de vriendschap die een mens van dieren krijgt, veel meer dan van mensen zegt ze.
Haar vriendin heeft een hondenkwekerij en hondenhotel overgenomen
en Pat zit daar ganse dagen aan een stuk.
Ik zie het aankomen, Heilige Moeder, en daarom heb ik het achtste gebod overtreden.
Ja, Spiegel van Gerechtigheid, Uw dienares heeft gelogen.
Ik heb haar verteld dat mijn Francis tegen geen hondenhaar kan.
Dat ik met hem vreselijk gesukkeld heb toen hij een klein manneke was.
’t Was eruit voordat ik het wist.

O, Zetel van Wijsheid, klap alstublieft die hond uit haar hoofd.
O Heer, ik bid U, verleen mij te mogen ondervinden dat de Heilige Maagd mijn voorspraak is,
omdat wij door Haar mochten ontvangen de Gever van het Leven
en probeer daar in Keerbergen iets te forceren.

Heb dank, O, Heer

afl. 074/121 ~ Waar de muren van Jericho al goed voor zijn!

3 december - Dag van de Heilige Franciscus-Xaverius, Belijder.
De stem van de Almachtige is boos. Hij zegt: Gij, Gerda verkettert God en verzoekt de duivel.
Uw gebeden zijn schijnheilig. Uw lijden is begeerte naar wraak. Serge heeft gelijk dat hij mij dat zo vlakaf zegt.
Zelfs zondaars moet men beminnen zoals zijn evennaasten. 

Maar ik vind dat de Almachtige gemakkelijk kan spreken. Hij zit niet met een overspelige echtgenoot!
Tegen Serge heb ik ook gezegd dat het geen lachen is iemand te moeten beminnen,
die mij en mijn zoon tot schaamte, schande en smaad veroordeelt. 

Alstublieft, Almachtige, Eeuwige God, die mij zowel door kastijding geneest als door vergeving bewaart,
aanhoor Uw nederige smekelinge en dienares.
Maak dat ik mij verheug over de rust van de verlangde vertroosting en steeds
de gave van Uw Vaderlijke Goedheid moge genieten.

Heb dank, O, mijn Heer.

21 Januari- Dag van de heilige Agnes, Maagd en Martelares.
Heer, mijn God, eerst en vooral wil ik U vragen onze gebeden in de kapel  ’s morgens te willen verhoren
en dan speciaal die van mij voor onze Heilige Vader. Ik vind dat hij nu serieus achteruitgaat.
Heer, Gij hadt hem moeten zien van de week op tv. Mijn hart kromp ineen.
Ik verstond van hem geen gebenedijd woord.
Heer, ik smeek U nederig op mijn blote knieën, laat al die goddelozen zien wat Gij kunt
en geef onze Heilige Vader een beetje meer stem.
Dan kan ik hem verstaan en door hem spreekt Gij, mijn Heer, ook tot mij. 

Heer, mijn God, wat staat er mij te doen? 
Denkt Gij dat de demonen nu ook in mij zijn gevaren omdat ik wens
dat Max en zijn hoer zouden bezwijken onder de muren van Jericho,
dat zij zouden creperen en wentelen in de gruwelijkste pijnen? 

Echt waar, Heer, ik ben niet slecht. Ik vraag alleen gerechtigheid. En toch bezweert Serge me dat ik moet boeten.
Eerlijk gezegd, ik vraag mij toch af waarom ik zou moeten boeten. Maar Serge is door Uw hand gewijd.
Hij is priester. Hij zal het dus wel beter weten.
Ik bid U, help mij bij mijn tweestrijd. 

Heb dank, O, mijn Heer.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ hulde aan Greeley

Andrew M. Greeley

05/02/1928 - 29/05/2013 A proponent of reform within the Catholic Church, the outspoken Fr Andrew M Greeley wrote more than 100 works of non-fiction. Photograph: Lee Balterman//Time Life Pictures/Getty Images

Er is op het InterNet heel veel te vinden over Greeley, overtuigd katholiek priester, professor sociologie, journalist en succes-auteur.
Ik denk dat hij de novelle van TiTi met plezier zou gelezen hebben.

Wie tijd en zin heeft om een beetje opzoekwerk te doen, lees op google wat ge over deze man te pakken kunt krijgen.
We gaan hem nog nodig hebben tussen dit en het einde van de novelle.

Afbeeldingen van andrew greeley - https://en.wikipedia.org/wiki/Andrew_Greeley - https://fr.wikipedia.org/wiki/Andrew_Greeley 

Geschreven door maart om 03:46 1 reactie Reageer op dit bericht

642. kritiek

Een tijd geleden las ik in 'Opmerkelijk', een kleine rubriek op de frontpagina van SenNet:

De meeste mensen vinden kritiek helemaal niet erg, zolang iemand anders het mikpunt is.


De meeste mensen vinden kritiek helemaal niet erg, -dat kan kloppen, dacht ik-
zolang iemand anders het mikpunt is -daar stond ik perplex.
Die tweede lijn had ik helemaal niet verwacht.

De meeste mensen vinden kritiek niet erg,

zolang de criteria kloppen …
zolang de kritiek gegrond is …
zolang de kritiek aarde aan de dijk brengt …
zolang die kritiek ondersteunt, iets bijbrengt …

Maar ik had me zeker niet verwacht aan het woord mikpunt.
Een mikpunt is een doelwit. Hebben we het dan nog wel over kritiek?
Gaat het dan niet eerder over hekelen, spotten, schimpen en schelden?

Kritiek is volgens mij het hanteren van criteria, van maatstaven. Het opmaken van een balans.
Er komt geen mikpunt of doelwit aan te pas. Wel een serie maatstaven en een onderwerp.

'k Vond de uitspraak tamelijk onvolwassen, voor een seniorennet.
Dit moest me efkes van het hart. Ziezo, dat is bij deze dan gebeurd. Dankuwel.

m  – HiH-07/2015, bijgewerkt

Geschreven door maart om 03:32 Reageer op dit bericht

641. --- afl. 072a+b

Wegens ooit een vergissing in de nummering bestaat aflevering 072 twee maal maar ik bewaar en volg de oorspronkelijke nummering
omdat anders de verwijzingen / de linken naar de bron niet meer kloppen. Vandaar 072a & 072b.
Want bronvermelding is ongeveer heilig niewaar. m 

afl. 072a/121 ~ Onreine gedachten uitwisselen met het Ark van Verbond

Eén tranigere litanie over Marianne en mij. Hoe ze ons verafschuwde en dood wenste.
De panische angsten die ze uitstond voor de verantwoording, die ze ooit in het hiernamaals aan haar Heer zou moeten geven.

Haar gedachten waren onrein, door en door bevlekt. Bladzijden en bladzijden lang bleef ze erover zeuren.

Ik schudde er onbegrijpend het hoofd bij. En dat voor zo’n devote, naar buiten uit zo minzame en medevoelende vrouw!
Ze wist al zolang dat ze van mij niets meer te verwachten had! Zo stupide was ze ook niet!
Of was het juist door die absurde godsdienstwaanzin, dat Gerda op zo’n manier redeneerde?

Toen begon ik aan het derde dagboek, het roze. Het moeilijkst leesbare.

Het is noodzakelijk bepaalde passages uit dit schrift in hun geheel over te nemen.
Woordelijk getrouw zonder er een punt of komma aan te wijzigen -spelfouten heb ik uiteraard wel verbeterd-
omdat ze ten slotte het juiste beeld ophangen en de ware toedracht van Gerda's dood belichten.

Toch wordt de morbide sluier af en toe opgekleurd met een vleugje kinderlijke, naïeve humor.
Resultaat van zestig jaar dagelijkse bijbel- en missaallectuur. Van oogkleppen dragen en eenrichtingsverkeer.
Van vroom leven. Ook die passages wou ik aan u kwijt, waarde lezer.

Het begin:

15 augustus - De Heilige Maagd Maria wordt ten Hemel opgenomen.

Allerheiligste Moeder, Gouden Hemelpoort, op mijn almanak van de Druivelaar staat O.L.V. Hemelvaart.
Ik heb iets tegen dat woord Hemelvaart. Van als ze naar de maan gegaan zijn.
Adrienne en Florence horen ook liever dat Gij ten Hemel zijt opgenomen.

Roemrijke afstammelinge van David, Gij hadt Serge moeten bezig horen in Uw Heilige Mis.
Ge zoudt meer dan content geweest zijn. Met zijn zachte stem vertelde hij zijn parochianen opnieuw
hoe een groot teken zichtbaar werd aan de hemel en een vrouw, die omkleedt met de zon en de maan onder haar,
op haar hoofd een kroon van twaalf sterren droeg. Iedereen hing aan zijn lippen, Heilige Moeder.
Men kon een muiske horen lopen in de kerk. 

Wel, Koningin van de Heilige Rozenkrans, vroeger vóórdat die hoer in Max zijn leven verscheen,
was deze dag voor mij een bijzonder heuglijke dag, een van de schoonste dagen van het jaar.
Vandaag moest ik al mijn moed bijeenrapen om U te gaan vieren. Eens in de kerk, gaat het beter hoor, maar thuis!
Gij hadt in uw huishouden geen weelde, maar Gij hadt een doodbrave man.
Bij mij is het andersom. Vroeger had hij soms nog tijd om af en toe met mij naar de Delhaize te rijden.
Maar de laatste maanden moet ik maar mijn plan trekken. Een geluk dat ik mijn zoon heb.
Verleden zaterdag en zondag heeft Max met zijn miejef 624 kilometer afgelegd en ik ben nog geen halve liter naft waard. 

Ik heb in zijn bureau een afrekening van de Visa gevonden. Op één maand drie gepeperde rekeningen van restaurants.
En Gij nu, Ongeschonden Maagd! Tot tegen de Franse grens rijden ze. Om te gaan eten!
Op het Rouppeplein heeft hij 354 euro betaald voor twee personen! Toen ik dat onder de ogen kreeg! Ik ben er nog niet goed van!

Adrienne, dat schaap, kreeg precies een slag van de hamer. Zij moet rondkomen met een pensioentje van 961 euro.
Serge vindt zulks hemeltergend. Er zijn zoveel werken van naastenliefde en barmhartigheid nodig, zei hij. En gelijk heeft hij.
Allez, Ark van Verbond, hoe Gij het draait of keert 354 euro! Het gaat er vanboven in en het komt er toch vanonder uit! 

Mijn zoon vindt dat allemaal normaal! Het is het duurste restaurant van België, zegt hij.
Het schijnt dat de koningen daar gaan eten.
Ik denk niet dat Boudewijn, onze koning zaliger en Koningin Fabiola daar ooit een voet hebben binnengezet.
Dat waren zeer godvruchtige mensen, die leefden sober. Van een goed en schoon koppel gesproken, Morgenster!
Zo’n mensen worden uiteengerukt. Mijn zot blijft hier maar rondlopen.
Allerheiligste Maagd, denk alstublieft niet dat ik hem in zijn graf wens,
ik ben niet zo verdorven, hoor! Maar ik zou er geen traan om laten. 

Gezegend zijt Gij, o dochter door de Heer, want door U hebben wij de vrucht van het leven ontvangen.
In de geur van uw welriekende zalven lopen wij, de maagden die u bovenmatig liefhebben.
Verheven zijt Gij, Heilige Moeder, boven alle vrouwen.

Heb dank, o, Heer.

afl. 072b/121 ~ Smeekbede voor autopech

29 augustus -Onthoofding van de Heilige Johannes de Doper, Gedachtenis van de Heilige Sabina, martelares.

Mijn God, ik aanbid U in alle ootmoed. Ik bemin U uit geheel mijn hart en bemin mijn evennaaste gelijk mezelf uit liefde voor U.
Is mijn schoondochter ook een gewone evennaaste, Heer? Als dat zo is zit ik met een probleem.
Hoe kan ik iemand beminnen, die voor mijn bloedeigen zoon niet doet wat een normale vrouw zou moeten doen?

Koken kan ze amper. Dat weet Gij allang, Heer. Strijken ook niet. Al de was en strijk gaan buiten.
Eerlijk gezegd, ’t is een lui vel. Rotbedorven door haar brave en simpele ouders.
Die mensen hebben veel te veel geërfd in één keer. Die kunnen daar niet mee omgaan.
Wees matig, zelfs met de matigheid. Dat was de regel in mijn ouderlijk huis.
Gegoede burgers van huize uit zijn gewend met geld om te gaan. Nieuwe rijken niet.
Wel volgende week gaat zij tennissen in Frankrijk, met haar club.
Onze Francis heeft mij dat verteld en ik denk niet dat het hem aanstaat.
Maar hij moet zo dikwijls zwijgen. Daarom, Heer, heb ik voor hem
ajuinsoep, stoverij met patersbier en vogelen zonder kop klaargemaakt en ingevroren.
Nu moet Gij luisteren, Heer. Ik wou haar dat deze namiddag meegeven en weet Gij wat ze zei?
Dat zij die bazaar niet meenam, zij moest gaan turnen en als Francis honger had, dat hij naar het restaurant kon gaan. 

Jawel, Heer, ik heb mijn boosheid voor de toeren van mijn man wel zeer ver doorgedreven.
Met Uw genade, wil ik mijn plichten vervullen, maar ge ziet, Heer, hoe een moeder dan uitspeelt.
Heer, Mijn God, verdrijf uit mijn ziel de duisternis. Ik smeek U, aanhoor mijn gebed.

Heb dank, O, Heer!

18 september- Dag van de Heilige Joseph van Cupertino, Belijder.

Heer, uw dochter lijdt. Het was gisteren terug schandalig laat toen hij naar huis is gekomen
en het was geen woensdag. Heer, Almachtige God van mij, verhoor toch mijn gebed.
Mag ik U smeken als zij in zijn auto zit, hem een platte band te doen krijgen.
Geen accident, Heer, gewoon een platte band. Ergens waar er geen garage is.
Hij kan geen band steken. Zijn handen staan averecht voor zoiets. Daarmee zal zij inzien wat voor vlees zij in haar kuip heeft.
Heer, ik weet dat dit een onwaardige bede is van uw dienares, maar alleen Gij kunt mij vertroosting brengen.
Heer, als Gij mij aanhoort, zal mijn boetedoening groot zijn. Maar van een andere kant mijn plezier ook.

Heb dank, O, Heer!

wordt morgen vervolgd - bovenstaande teksten zijn geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ contrast

ontvangen van mpc

Wat zijn die jaren voorbijgevlogen !
Rennen, dat is volkomen verleden tijd, ik ben al blij dat ik nog kan stappen. mpc

Andre Deymonaz , French, °1946   Andre Deymonaz

Een schilderij over rennen, over het plezier van rennen.

Haar oude ik heeft ze achter zich gelaten. Want het is haar oude ik die daar loopt,
ze is doorzichtig. Toen had ze nog iele beentjes. En ze liep gebukt onder iets.
Nu rent ze de komende dag tegemoet en de enige die moe wordt is de hond.

Deymonaz weet licht te vangen : Afbeeldingen van Andre Deymonaz 
mpc & m  - 07/2015, tekst bijgewerkt - http://bertc.com/subsix/g247/deymonaz.htm

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

640. ontbijt ~ oelala

Voor het ontbijt heb ik graag dat de tafel al gedekt is van de avond tevoren,
zodat we de dag niet moeten beginnen met het gekletter van tafelgerei. 
LM kan namelijk niet in stilte werken. En die geluiden halen mij uit mijn ochtendlijke halfslaap.
Dan ben ik vroeger wakker dan nodig en dat vind ik erg.
Lang geleden vond ik dat niet erg, nu wel: ik kan elk minuutje slaap gebruiken, dus maak-mij-niet-wakker-AUB!

Wanneer ík 's morgens de tafel dek heeft hij daar absoluut geen last van, hij slaapt daar los door.

Omdat ik heb leren werken in stilte. Ooit. Lang geleden. 

De oplossing : de tafel wordt de dag tevoren gedekt. 
De koffietassen staan ondersteboven, dat vind ik belangrijk.
En de waterglazen moeten er staan. Ook ondersteboven. 
In de keuken staat het koffieapparaat klaar met water in het reservoir en
met een filter in de filterhouder. Het blik met koffie wordt er naast gezet. 
Tot zover de mise en place, alles stand by.
Laat de volgende dag maar komen, we zijn er klaar voor.

Wie het eerst wakker wordt doet vier schepjes koffie in de filter en duwt op de knop.
Dat is gewoonlijk rond 07h. Niet vergeten filter naar binnen te zwaaien, of er start niks.
Maar eigenlijk kunnen wij koffie maken al slaapwandelend.   
Om 08h ontbijt. 
Vanmorgen was het koude kippeblokjes met een appel en curry. 
Een kipcurry, maar dan huisgemaakt, met slechts 1 lepel mayo voor 2 x 2 porties van 200ml. 
LM vond het fris en lekker. 
Morgen een brado/kipper, een gerookte haring. Opgewarmd in de microwave.
Zelf krijg ik dat niet naar binnen maar voor LM is zo'n beest een feest.

'k Probeer het ontbijt gevarieerd en interessant te houden omdat
het voor de suikerbalans enorm belangrijk is dat er 's morgens
voldoende en gevarieerd gegeten wordt na een ganse nacht niksni. 
Hij mag er zich niet van af maken met een boterhammeke met choco.
Oelala-néé!

m  – EZW-07/2014, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

639. --- afl. 071/121

afl. 071/121 ~ Levenslange onderwerping

Ik had haar doen verlangen naar een geestelijk, innig en blijvend samengaan.
Ze had zich als jong meisje een bruid van God gewaand en wou dezelfde bruid zijn voor mij.
Maar die vleselijke gemeenschap was er te veel aan.
Ze hield van haar man, schreef ze, maar niet van dat vies ding tussen zijn benen.
Ze had geen keuze. Dat ding moest, want ze wou moeder worden.
De enige reden waarom zij niet was toegetreden tot een kloosterorde.

In feite hadden haar ouders haar hoofd gek gemaakt over dat moederschap.
Kwestie van de eigendommen van de familie te kunnen doorgeven.
Ze konden die toch niet aan de Staat nalaten? En Gerda was altijd een gehoorzaam kind geweest.
Haar kinderwens was dus gehoorzaamheid aan het ouderlijk gezag.

Ja, ze had mij uitgekozen omdat ik haar beviel. Ze vond mij een schone man.
Ik was verzorgd, proper gekleed en kon het vooral mooi uitleggen.
Bovendien zou vader Vanbesien zorgen voor een andere, beter betaalde job voor mij en Gerda kreeg so wie so later de winkel.
Eerst moest er een kind komen. Ten hoogste twee. Maar niet meer!
Kroostrijke gezinnen dat was voor de sukkelaars. Die hadden toch niets te verdelen.
In sommige gevallen moest een mens de woorden vanop de kansel niet al te nauw nemen. Zeker niet als er te erven viel.

Daarom was een beginnend journalist meer dan welkom. Die waren toch altijd de baan op.
De speleman zou daar niet dikwijls op het dak zitten. Haar moeke had haar dit op het hart gedrukt.
Gerda gehoorzaamde. Altijd. Ook aan mij, haar man. Eerst een keer per maand.
Na de geboorte van Francis alleen op hoog- en feestdagen!

Inderdaad eens Francis er was, veranderde het spel van de hormonen Gerda in één grote kuisheidsgordel.
Zij had schrik dat de coïtus haar melkstuwing zou hinderen. Ze speende hem daarom met plezier zeven maanden lang.

Tiens, Adrienne kwam ook ter sprake. Uitgebreid! Een vriendelijke, hulpvaardige en devote buurvrouw.
Steeds bereid om Gerda bij te staan. Vooral wanneer zij vroeger ’s avonds alleen was met haar zoontje.
Adrienne wist alles over kindjes en kindjes krijgen. Kinderloze vrouwen zijn vaak experten op dit gebied.
Bovendien was Adrienne ongehuwd, maar ze kende het echtelijk leven van A tot Z, door haar parochiale werken!

Uit 'ervaring' wist Adrienne dat een vrouw na een zwaar kraambed, (Francis woog 5 kg bij de geboorte),
zeker nog twee jaar nodig had om haar lichaam in orde te krijgen en vooral haar … binnenwerk!
Gerda gehoorzaamde opnieuw. En met geestdrift. Afzonderlijke slaapkamers werden definitief een feit. 

Waarom, Heer, ben ik dan zo van streek en belust op haat? Gerda stelde dergelijke vragen aan haar God,
kreeg blijkbaar geen afdoende antwoorden en formuleerde ze dan maar zelf:
Is het omdat hij zich afgeeft met een del? Een vrouw die ongemanierde dingen met om het even welke man doet?
Omdat zij zich dik laat betalen en er niet op let of zijn onderlijf al dan niet gewassen is?

Haar Heer zweeg echter in alle talen.
Daardoor kreeg Gerda de indruk, dat de hele omgeving haar uitlachte en met de vinger wees.
Alleen haar vriendinnen toonden medeleven en Gerda klampte zich aan hen vast.
Ook aan de sterkte van het gebed en de zo dankbare steun van pastoor Serge.
De priester, die niet alleen als afgezant van haar Heer maar vooral als mens zoveel voor haar betekende.

O wee, als ik dan terugkeerde van mijn eerloze duivelin,
haar misselijk parfum meebracht en Gerda mijn glazige ogen zag.
In die ogenblikken had zij huilend van schaamte in de grond willen zinken.
Alles in Gerda brandde op van pijn. Van woede, ontzetting en onmacht.
Ze riep samen met haar vriendinnen alle kwalen uit over haar twee kwelgeesten.
Gevierendeeld moesten wij. Niet tot as veroordeeld in de hel.
Wel daar voor eeuwig en altijd branden: ik aan de ene kant en Marianne aan de andere kant.

Zo gingen die dagboeken door.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ 'n boom schieten

Een kemel schieten = iets zeggen of doen dat niet al te slim is. 
Een boom schieten = … ? 

Het antwoord van een paar bosbewoners is duidelijk :
hoongelach Mouse LaughingenAfbeeldingsresultaat voor chip and dale laughing leedvermaak.
Want diep in het bos verscholen
leven wezentjes die nu nog altijd
dit verhaal doorgeven
en dan rollen zij over de grond van het lachen.

klank aanzetten voor de sukkel die een boom schiet :
https://www.youtube.com/watch?v=rR4qDg0QGik
00min19

m  – EZW-04/2014, bijgewerkt 

Geschreven door maart om 05:38 Reageer op dit bericht

638. les gens du nord

Het heeft gisteren voormiddag een beetje gemiezerd hier,
en ik hoop dat er nog regen komt. Mei en juni zijn te droog geweest.
Hier staan bomen die nu al hun bladeren laten vallen en het is nog maar juli.
Straks hebben de herfstwinden niks meer om mee te zottebollen.

Regen moeten we hebben. Maar gedoseerd, zodat de grond het kan slikken.
Anders verdwijnt dat kostbaar water toch maar in de riool.
De miezer spoelt ook de lucht schoon en dat is letterlijk een verademing.

Niet iedereen kan tegen dit soort weer. 't Is grijs.
Maar … 't is geen wintergrijs, 't is zomergrijs. 
Die gedachte helpt ook niet altijd.

In de klas van Toppié zat iemand die in het tweede jaar opgegeven heeft
omdat hij geen tweede keer onze herfst, winter en trage lente aankon.
Hij is definitief naar huis gegaan, ergens in de buurt van Nice.

Hij werkt nu als technieker en moet veel op verplaatsing.
Toen ze in zijn curriculum lazen dat hij twee (2?) jaar in Brussel gewoond had
en dat hij anderhalf woord Nederlands sprak, werd hij mee ingezet voor –ô ironie!-
de Noordelijke sector. Terwijl hij liefst zo zuidelijk mogelijk zou werken. 

Wanneer hij dan toch eens een opdracht kreeg voor een installatie in Marokko,
kreeg hij daar prompt een voedselvergiftiging.
Zo erg dat ze hem moeten repatriëren hebben voor verder herstel.
Sindsdien krijgt hij wegens 'zwak gestel' enkel nog 'veilige' sites toegewezen,
daar waar het drinkwater is wat het belooft te zijn : drinkbaar. 

We lachen er soms nog mee, dat hij nu zo vaak in deze contreien is.
Maar na elke opdracht kan hij naar huis hé, naar zijn plek in de zon.
Hij heeft ons ondertussen wel gelijk gegeven.
Toen hij in '98 of in '99 met tranen in de ogen kwam vertellen dat hij terug naar huis ging,
hebben we geprobeerd hem om te praten. Dat warmte niet hoeft afhankelijk te zijn van zonlicht.
We hebben er toen zelfs dit lied bijgesleept,
een stille ode aan het Noorden, gezongen met een Zuiders accent:

klank voldoende luid zetten, de weergave is niet fameus,

https://www.youtube.com/watch?v=nv8d5wHVWM8 
03min12   


Les gens du Nord ont dans leurs yeux le bleu qui manque à leur décor.
Les gens du Nord ont dans le cœur le soleil qu'ils n'ont pas dehors.

Les gens du Nord ouvrent toujours leurs portes à ceux qui ont souffert.
Les gens du Nord n'oublient pas qu'ils ont vécu des années d'enfer.

Si leurs maisons sont alignées, c'est par souci d'égalité
Et les péniches, pauvres ou riches, portent le fruit de leurs efforts.

Les gens du Nord courbent le dos lorsque le vent souffle très fort.
Les gens du Nord se lèvent tôt, car de là dépend tout leur sort.

À l'horizon de leur campagne, c'est le charbon qui est montagne
Les rues des villes dorment tranquilles, la pluie tombant sur les pavés.

L'accordéon les fait danser et puis la bière les fait chanter
Et quand la fête tourne les têtes, on en voit deux se marier.

Les gens du Nord ont dans les yeux le bleu qui manque à leur décor.
Les gens du Nord ont dans le cœur le soleil qu'ils n'ont pas dehors.

(Jean Claudric/Jacques Demarny/Enrico Macias-1967) http://lyrics.wikia.com/Enrico_Macias:Les_Gens_Du_Nord

Het heeft niet mogen baten, hij kon niet tegen grijs weer.
Hij werd daar te vaak neerslachtig van en de sombere buien duurden alsmaar langer.
Dus ging hij terug naar de zon. 

Ondertussen weet hij al wel dat het waar is wat Enrico Macias zingt.

Als het grijs weer wat lang duurt naar mijn zin, ook al is het zomergrijs,
dan denk ik aan het liedje van Macias.
Als een Zuiderling het zo mooi verwoord krijgt, dan zal het wel waar zijn zeker? 

m – HiH-07/2015, bijgewerkt - https://en.wikipedia.org/wiki/Enrico_Macias

Geschreven door maart om 05:37 Reageer op dit bericht

637. --- afl. 070/121

afl. 070/121 ~ De lectuur vangt aan

Maar onderaan al die oude jaargangen van Knack, Trends en Elsevier.
Koord rond, knopen en buiten. Komaan, de eerste jaargang. Neen, een halve was al voldoende zwaar.
Ik tilde het pak uit de kast en zag opeens tegen de muurwand, rechtopstaand drie dunne schriftjes.
Drie volledige tafels van vermenigvuldiging op twee groene en een vuil roze kaft.
Ik jubelde het uit. Dat waren ze, haar dagboeken! Ik herkende ze meteen.
Ik had er Gerda een paar keer mee betrapt in de keuken. Niet te geloven. Ik had ze gevonden.
Mijn slapeloze nachten, mijn nachtmerries, haar judaspenningen.
Mijn Vloesberghe-fobie! Gerda's gezwets. Kermits Sisyphustales.
Ze stonden daar. Mijn wettelijke onschuld, daar gewoon tegen de muurwand. Mijn handen trilden.

Verbranden ga ik jullie, bij Marianne in de tuin. In de verste hoek van de tuin.
Ik had ze. Eindelijk! Ze stonden daar voor het grijpen!
Jongens, jongens, zelden had ik me zo opgelucht gevoeld en voldaan geweten.

Ik belde meteen Marianne. Ze slaakte gedempte juichkreetjes:
'Vanavond beginnen wij met champagne … in bad! En de rest, on verra!'

Ik zweefde al even ongeremd als zij. Ik deed de voordeur op slot.
Installeerde me in het salon en begon te bladeren. Dag en datum stonden zorgvuldig genoteerd.
Zelfs de naam van de heilige van die dag had ze niet vergeten. Benieuwd wat me nu zou geopenbaard worden.
Devote saus over een schotel overspel. Goddelijke banbliksem over wellust.

En ik las. Het ging in het begin inderdaad uitsluitend over mij en haar. Over mij en mijn hoer.
Sporadisch over Francis en Pat.
Met zijnoten over Serge en haar kerkvriendinnen. Over hun parochiale werken en intense godsvrucht.

Nooit of nooit, zo schreef ze, zou ze het mij kunnen vergeven dat ik een minnares had.
Dat ik me dag na dag dieper in de hellegloed waagde en mijn lichaamsdelen bevuilde aan dat schepsel.
Mijn dood en het levend verbranden van die heks mocht zij niet wensen.
Doch ze deed het en met volle graagte. Vroeg dan de Heer duizendvoudig om vergiffenis.
Ze wou zelfs weten of ze even smerig, bevlekt was als ik, omdat zij zo’n slechte gedachten koesterde.
Ze zou haar biecht gaan spreken bij Serge en zien wat hij ervan dacht!

Ze begreep niet dat God haar urenlange smeekbeden niet aanhoorde en mij niet op het juiste pad terugbracht.
God had al meer zondaars op de goeie weg gezet.
Maar of er daar hoerenlopers bij waren, dat had Serge niet verteld. Ze zou het hem vragen.

Ik las hoe Gerda ooit toch echt verliefd op mij was geweest. Hoe ik haar lichaam had doen zinderen van verlangen!
Niet te geloven! Ik? Haar verlangens opgewekt? Ik zou niet weten wanneer, maar nu kwam de kat op de koord!

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ de selfie

Portretten die door professionelen gemaakt worden
zijn natuurlijk veel gesofistikeerder dan wat we er zelf van bakken.
En kijk eens wat we krijgen wanneer beroepsmensen zich met selfies bezighouden.
Radiologen bvb, de x-ray selfie:  


   Xray selfie  Afbeeldingsresultaat voor xray selfie  Afbeeldingsresultaat voor xray selfie
m – HiH-07/2015, herwerkt

Geschreven door maart om 01:10 Reageer op dit bericht

636. kast & kast

De echtgenoot is op het werk en zijn vrouw neemt haar minnaar mee naar huis. 
De zoon van dertien komt vroeger thuis van de training,
hoort iets en verbergt zich in de inloopkast van de ouderlijke slaapkamer. (foei!) 
Iets later rijdt de echtgenoot de oprit op -veel vroeger dan verwacht-
en de vrouw jaagt haar minnaar de kast in. 
Daar krijgt die man bijna een hartstilstand wanneer hij een stem hoort:

- 't Is hier donker hé…
- Ja, heel donker, fluistert de man met een droge keel.
- Ik heb hier een baseball.
- Dat is tof voor u, piept de man
- Wilt ge hem kopen?
- Nee, niet echt, perst hij uit zijn keel.
- Mijn Pa staat buiten …
- Oké. Hoeveel? zucht de man verslagen.
- 50 euro .
- Verkocht, zegt de man kleintjes.

Een paar weken later gebeurt het opnieuw dat de minnaar en de jongen samen in de kast staan.

- 't Is hier donker hé …
- Jáá, zucht de man.
- Ik heb hier een baseballhandschoen.
- Hoeveel? zucht de man gelaten.
- 100 euro.
- Verkocht, zegt de man heel kleintjes.

Een paar dagen later zegt de Pa tegen de zoon :

- Neem uw baseballspullen, we gaan wat oefenen.
- Kan niet, zegt de zoon, ik heb mijn spullen verkocht.
- Voor hoeveel, vraagt de Pa fronsend.
- Voor 150 euro, antwoordt zoonlief heel fier.

De Pa staat eerst verstomd, windt zich op en dan dondert hij :

- Maar dat is veel te veel! Véél te veel!
  Dat is niet schoon van u jongeman, geld uit de zakken van de mensen kloppen!
  Dat soort zaken leren wij u toch niet? Zo brengen uw Moeder en ik u niet toch groot?
  Weet ge wat, gij gaat nú met mij mee. Naar de kerk. Biechten. Onmiddellijk. 

En de jongeman moest op staande voet mee. Naar de kerk. Biechten. Onmiddellijk. 
Toen hij aan de beurt was stapte hij een beetje onwennig en ook beverig de biechtstoel in: 

- Da's hier donker, zei hij met een schor kuchje.
-  ... stilte ... 
- Dat het hier donker is, piepte hij.
- Hou maar al op vent, zei de stem aan de andere kant van het rooster, we zitten nu in MIJN kast.

-.-   EZW-2013, -07/2014 – nog altijd een goeike vind ik

Geschreven door maart om 01:07 1 reactie Reageer op dit bericht

635. --- afl. 069/121

afl. 069/121 ~ De confrontatie

Het regende nog steeds. De week voordien hadden we een bakhete zondag met 28 graden Celcius gehad.
Nu was het kil. Onaangenaam, grijs en nat. Het bleef maar druppelen. En daarna, onze typische drache nationale!

Ik besloot tot een laatste zoektocht in de villa. Ik moést de dagboeken vinden.
Ze waren er. Dat stond voor mij als een paal boven water. Maar waar, waar?
Lukte het niet, dan zou ik de achterbank en de koffer van de wagen volladen
met de meest dringende rest van mijn persoonlijke zaken. Mijn pc en Epson, mijn fototoestellen.
Enkele van mijn dierbare klassiekers, die ik nu en dan graag herlas.
Mijn collectie cd's, de gereedschapskist van vader (puur jeugdsentiment), mijn broodvormen en de twee zakken bloem!
Natuurlijk enkele foto's van Francis, zeker die met mijn ouders.
Nog enkele kistjes Medoc, enkele flessen Graves, de resterende vijf flessen uitzonderlijke Sauternes.
De verhuis van Stan en Laurel wou ik eerst met Marianne bespreken.
For every problem there is a solution, ook voor mijn kippen. 

First things first: mijn tenen. De sok plakte aan de nagels door het gestold bloed.
Ik kon beide tenen vrij goed bewegen. Het viel in feite nog mee. Overwegend dank zij de kwaliteit van Church.
Even verzorgen en misschien morgen bij de dokter langs. Ik besloot eerst naar Marianne's woning te rijden.
Ze had me een huissleutel gegeven. Fijn, veilig gevoel. Ik had nu eindelijk een echte thuis.
Ik drukte het nummer van Darcy in en gaf haar een kort relaas van de uitvaartparty.
Haar collega was ziek gemeld. Het zou vanavond wat later worden, verontschuldigde ze zich.

'In dat geval blijf ik hier nog wat verder zoeken, lieveke.'

'Wanneer ga je daar nu eindelijk mee stoppen, Max?
Je hebt je al suf gezocht en het levert niets op.
Rond halfzeven ben ik thuis. Wat krijgt venteke straks?'

Haar stem kreeg weer dat heterig zwoele, die bedwelmende hypnose.
Als een drug van geraffineerde sensualiteit. Met speelse tederheid en vol belofte:
'Aspergeroomsoepje met enkele grijze garnalen,
lamskroon met flageolets en gepersileerde krieltjes, een flesje Margaux of een Bourgogne.
Nadien, als hij nog zin heeft, huisbereide kiwisorbet. Een nadien, nadien, al de rest. Je t'aime, mon trésor.
Ik verlang naar jou, lieverd, naar onze dagen, onze nachten samen. Amote!'

Wat kon me dat rotweer schelen! Wat die moord, Vloesberghe, Pat en de dagboeken!
Marianne was er en bleef er voortaan voor mij. Iedere minuut van ons leven.
Wij waren samen. Tot het einde. Tot onze laatste zucht.

Héla, vriend, ontnuchterde denkduiveltje. Flippen is voor vanavond. Ga liever zoeken!
Kermit gaat beslist nog deze week op pad om een deel van de inboedel hier te verkopen.
Ze is loops, ze heeft geld geroken!

Natuurlijk moest ik de realiteit onder ogen zien en ja,
Pat zou Francis wel weten te bewerken, om zo snel mogelijk het een en ander te liquideren.
Op de stoepen van mijn buren stonden dozen en samengebonden pakken papier.
Hoogstwaarschijnlijk morgen ophaling. Ik had stapels liggen en besloot die methodisch weg te werken.
Eerst in de hal. Te beginnen met de grote muurkast.
Speciaal ingebouwd met legplanken en bovenaan een ruimte voor koffers en reistassen.
Massa's knipsels lagen er. Ooit had ik ze beslist belangrijk gevonden, doch nooit meer naar omgekeken.
De buitenlandse bladen waarin ik de voorbije jaren een bijdrage had kunnen plaatsen.
Al die Sterns, Spiegels en Vrij Nederlanden.
Ik kon het echt niet over mijn hart krijgen ze zomaar weg te doen, ijdeltuit die ik was.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ de locatie

het belang van de locatie

Wanneer men een eigen zaak heeft is de ligging allerbelangrijkst natuurlijk.

Leest men dit best van links naar rechts  BANKROET - ECHTSCHEIDING - DRANK
of is het omgekeerd, van rechts naar links  DRANK - ECHTSCHEIDING – BANKROET
                    Afbeeldingsresultaat voor bankruptcy divorce liquor

Misschien heeft het geen belang, misschien zijn de drie vestigingen van eenzelfde familie.
En uiteindelijk, uiteindelijk is de volgorde niet relevant, het resultaat blijft hetzelfde.

m  - EZW-04/2014, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

634. wraak

van hetzelfde laken een broek

Wraak zoek ik niet, ik wacht af. Afwachten is het eigenlijk niet,
er is zelfs geen geduld mee gemoeid. Ik heb gewoon geen haast, ik heb tijd.
Vroeg of laat biedt zich een gelegenheid aan en meestal moet ik dan geeneens iets doen.
'k Moet niet zelf in gang schieten. 
Gewoon zwijgen wanneer iets moet bevestigd worden kan al volstaan.
Of eens vaag glimlachen wanneer gevraagd wordt naar de geloofwaardigheid of de integriteit van ene XYZ.
Of in stilte zeer zachtjes nee schudden wanneer iets gehoopt wordt over iemand.

En wanneer men zich daar dan het resultaat van voorstelt, de twijfel bij de betrokkenen
en de vertragingen in de besluitvorming die dat veroorzaakt, dat kan zoet zijn, ja.
Maar soms is zelfs dát niet nodig.

Soms verneemt men hoe het iemand vergaan is, natuurlijk in een gelijkaardige context,
en dan denk ik : zou dat loontje-boontje dan tóch bestaan.

Het is natuurlijk absoluut noodzakelijk dat het 'malheur'
zich in een gelijkaardige context afspeelt, anders is er geen genoegdoening.

Laten we veronderstellen dat ik ben opgelicht voor flink wat geld.
Een paar jaren later verneem ik dat de oplichter berooid achterblijft omdat
het lief er vandoor is met alles. Dan denk ik 'just-goe'.
Moest hij een been gebroken hebben bij het wintersporten, of zelfs twee benen + een paar oorschelpen,
dat zou me qua voldoening niet helpen. Het moet van hetzelfde laken een broek zijn.

Stel u niet teveel voor bij mijn voldoening. Zij leidt niet tot uitbundige kreten of wilde feesten.
Het blijft bij de vredige innerlijke 'just-goe'-gedachte. In stilte. Dat is al zoet.

m  – EZW-07/2011, herwerkt 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

633. --- afl. 068/121

afl. 068/121 ~ De pens afdraaien en bedrog

Pat veerde recht. Ik wou haar doorlaten en … auw! Ik hoorde mijn uitroep van pijn.
Kon net een vloek bedwingen. Het koor zweeg enkele ogenblikken.
Ik zag eventjes niets meer. Alleen witte en zwarte stipjes. De pijn was scherp.
De teef had met haar naaldhak de neus van mijn schoen bijna doorboord.
Als dit geen teenfractuur was!
Ze keerde terug, nam haar plaats in en fluisterde gniffelend: 'Troost je. Dit is maar het begin!'

De zwarte karavaan trok in drie rijen langzaam voorbij.
Keerde terug van het altaar en trachtte een glimp van die brullende idioot vooraan op te vangen.

Niet mee inzitten, vriend, fluisterde denkduiveltje. Je hebt een valabel excuus om er meteen als de bliksem vandoor te gaan.
Maar zie jij wat ik zie. Die zes rieten mandjes propvol biljetten.
Begrijp je nu die schone cadeau van Serge met zijn gratis dienst! 't Is hier vollen bak!
Het tienvoudige heeft hij verdiend ! Een pastoor en gratis? Dat kan in Columbia of in de Marollen. Maar hier niet!

Mijn tenen bleven kloppen, doch de grote pijn verdween langzaam.
Bij het verlaten van de kerk alweer prijs: een witte stamp tegen het middenrif.
Kermit : 'Je was beter niet gekomen.'

'Ik doe wat ik moét doen.'

'Je gaat toch niet mee naar het kerkhof? Doe mij dat niet aan! Heb je de mensen al zien staren?
Je moet geen schriftgeleerde zijn om te weten wat ze denken!'

'Ik betaal, dus ik bepaal. Bek dicht, jij!'

'Ssstt!' mompelde Francis.

Eindelijk, eindelijk was de ceremonie van de teraardebestelling voorbij.
Eefje, Fred en Karel zochten mij op. Eefje was, zoals altijd, overbezorgd.
De baas zou beter meteen naar die voet laten uitkijken. Karel had via via mijn pensioenaanvraag vernomen.
Iedereen op de redactie, de oude garde toch, was er het hart van in.
Ook in de drukkerij was er enige commotie ontstaan. Ze hadden allen begrip voor mijn situatie.
Maar het kwam te onverwacht en te hard aan.
Fredje nam mijn beide handen. Zijn eerlijke ogen werden vochtig.
Ik wist dat zijn hersenen koortsachtig de juiste woorden zochten:

'Chef, we gaan u missen. Maar ge moet u dat niet zo aantrekken. Wij slaan er ons door. Voor u is het allemaal veel erger.
Sedert die … dag zijt ge geen minuut uit ons hoofd geweest. Dju toch, dat iemand zoals gij zoiets moet tegenkomen!
Een mens zou van veel minder zot worden. Chef, nog iets, hadden wij geweten dat wij bloemen mochten meebrengen,
we zouden het gedaan hebben. Eefje is rond geweest, wij hebben dat geld gestort, hoor!' 

Ik had geen flauw idee waar hij het over had. Eefje begreep mijn verbazing niet en verduidelijkte:
'Meneer Cijnens, op de rouwbrief stond toch duidelijk vermeld: noch bloemen, noch kronen.
U, enfin, de familie wou liever een storting voor de sociale werken van de stichting van mevrouw.'

Wat had Pat opnieuw bekokstoofd? Waarom had niemand, ook Francis niet, mij hierover ingelicht?

'Een kleine vijfhonderd euro hebben wij rond gehaald.
Iedereen heeft gegeven voor u, chef, en ons Eefje heeft dat allemaal gearrangeerd, nietwaar, kind?'

Hoe fier Fredje ook was, dit zinde me echt niet. Dit stonk naar geldklopperij.
Terug in de wagen, eiste Francis uitleg.

'Wat is hier gaande, Patricia?' vroeg hij sec.

De berispende toon en het gebruik van haar volledige voornaam – ze had er een afschuw aan- ontketende een witte woede:

'Merci, ik zal me nog eens inzetten voor jullie familie!
Jij te lui om je poten uit te steken en hij daar te laks om zijn smoel open te doen.
Ik heb de benen vanonder mijn lijf gelopen voor je moeder, de schaamte van mijn leven opgelopen.
Serge, Adrienne en ik, we hebben ons pens afgedraaid en nu stank voor dank.
Loop alle twee naar de duivel! De pot op, verdomme!'

Francis richtte zich heel kalm tot de chauffeur en bood zijn excuses aan voor het gedrag van zijn echtgenote.
De jongeman kende blijkbaar het klappen van de zweep. Knipoogde naar mij en concentreerde zich verder op het verkeer.

Pat had gelijk. Ze had inderdaad haar pens afgedraaid!
In het restaurant zo'n zeventig, mogelijk tachtig personen. Zeven kelners.
Aperitief naar keuze, van champagne tot frisdranken.
Ik kon mezelf om de oren slaan dat ik mijn schoondochter carte blanche had gegeven.

Pat had stoom afgelaten en haar make-up in orde gebracht. Ze acteerde geweldig als leading lady van deze rouwparty:
een en al bescheiden drukte, een verhaaltje hier, een teder gebaar daar.
Ze introduceerde haar priester, Adrienne en Madeleine aan iedereen.
Serge imponeerde met zijn Latijnse uitspraken. Kermit genoot, dit was lifestyle op z’n best.

Ik ging aan tafel naast Francis zitten. Hij zag er even afwezig-verveeld uit als ik.
Vanavond zou er in Keerbergen hartig gepraat worden over de stichting van Gerda.
Dat wist ik. Mijn zoon zat met haar fonds in zijn maag, ik met haar dagboeken.

Na het voorgerecht stapte ik op. Koel groetend.
Zonder handjes te drukken of blabla. Het was me allemaal te veel.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

632. in werking!

molen, slag van de - 

Hij mocht een molen in werking gaan bezoeken. 
Ze hadden hem gezegd dat hij op de gaanderij moest uitkijken voor de wieken.
En dat een molen vier wieken heeft. 
Achteraf in het ziekenhuis vertelde hij :Windmolen biotoop

"… en voor ik me op die gaanderij waag tel ik dus hé,
de eerste wiek komt met geweld langs gezwaaid,
de tweede, wat een geraas … de derde, wat een kracht …
én de vierde! Oké, denk ik, klaar! En ik stap buiten.
Komt me daar toch wéér een wiek langs gezwaaid zeker!"

van 't Net - EZW-04-2014, en ik vraag me nog altijd af wat het beroep van die man zou kunnen geweest zijn - http://www.spawnp.nl/ruimte/omgevingsaspecten/windmolen-biotoop/ 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

631. --- afl. 066-067

afl. 065/121

Wegens ooit een vergissing in de nummering bestaat deze aflevering niet maar ik bewaar en volg de oorspronkelijke nummering wel
omdat anders de verwijzingen /de linken naar de bron niet meer kloppen. En bronvermelding is ongeveer heilig niewaar. m. 

afl. 066/121 ~ De uitvaart

Mijn zoektocht staakte toen de stoffelijke resten van Gerda werden vrijgegeven.
Mijn lege woning werd omgebouwd tot rouwhuis. Bedrijvencentrum voor de organisatie van begrafenissen.
Hoofdkwartier van de organisatoren van een méér dan plechtige uitvaartceremonie.
Alle rolluiken naar beneden en vanonder tot boven lichten aan. Kermit kikkerde ervan op.
Zij, Adrienne, Madeleine en Serge namen de touwtjes in handen. Francis en ik lieten begaan.

De redacteur van de vierhonderd aankondigingen, driehonderd prentjes en misblaadjes was Serge.
Madeleine en Adrienne, ceremoniemeesteressen en bloemendecoratrices.

De rest van hun club verdeelden de taken: stoelenzetsters, altaarversiersters en familiekelderoppoetsters.

Pat trommelde telefonisch haar tennisclubleden, fitnessdametjes en vermoedelijk de helft van Keerbergen op.
Schreef en herschreef haar deelnemerslijsten. Besprak alle details met een fotograaf.
Stond in voor de catering. Regelde vervoer met zwarte Mercedessen.
Zocht samen met Serge koor en muziek uit. Wou per se dat Francis en ik een speciaal en identiek pak huurden.
Mijn 'dat zie je van hier' ontketende de zoveelste golf van verwijten en ik trok mij terug in mijn werkkamer.
Gerda werd niet zomaar begraven. Je zou haast denken dat ze als bruid aan haar god werd geschonken.

Toen ik vernam dat Pat een kist ter waarde van 2485 euro had besteld, heb ik de geldkraan dichtgedraaid.
Deze absurde schone schijn zou me anders een fortuin kosten! Ik wou bij Marianne zijn.
Weg van deze comedia dell'arte en ik kon verdomme geen kant uit. Stel dat iemand toevallig iets zou vinden.
De 'bevelhebbers' snuffelden natuurlijk niet in mijn kasten en laden, maar zowel Pat als Adrienne waren meesterlijk in hun rol en
commandeerden voortdurend Ingrid, onze poetsvrouw, en haar opruimingspatrouille.

Serge was geflankeerd door twee collega’s. De organist speelde heel zachtjes Bach.
Een zevenkoppig koor stond perfect uitgedost in gelid.
Serge deed zijn apostel inderdaad de ontroerendste eer aan.
Dit had ik van hem niet verwacht. Of toch?

Zijn dames hadden hun beste beentje voorgezet. Hun allerbeste. Het kleine kerkje blonk.
Het zilverwerk schitterde en het koper glansde. De tapijten gestofzuigd.
De witte fresia's verspreidden hun heerlijke geur. Gerda's neus zou krullen, haar ogen stralen, moest het nog kunnen.

Maar ze lag daar koninklijk opgebaard in haar gesculpteerde voleiken kist van 2485 euro, midden een zee van bloemen:
"Aan onze diepbetreurde moeder", "Van uw rouwende vriendin Adrienne",
"Aan de engel der Zieken", "Voor onze zuster in geloof".
Bloemen van Darcy en ook van de uitgeverij. Zelfs van het gemeentebestuur.
Van het personeel van Francis. Ook van enkelen van zijn klanten.

Ik stond voor de kist. Gerda lag erin en ze stond er eveneens naast.
Ze droeg een te grote zwarte hoed, die scheef zat op haar hoofd.
Ik zag een stukje benige neus en een bevroren grimas boven de te kleine ingetrokken kin.
De foto was een vergroting, volledig gedisproportioneerd.
Genomen op de trouwdag van Francis, bij het verlaten van de kerk.
En ik was eruit weggewerkt. Een grotesk beeld. Gelukt als flauwe grap, doch vandaag totaal ongepast.

Adrienne plaatste ons zoals het hoorde. Francis, Pat en mij rechts van de kist.
Zij en de clubgenoten links. De klok luidde en de rampentoeristen en kijklustigen schuifelden binnen.
Het handjes schudden begon en de ogen spraken boekdelen.

Ogen als laserstralen. Spottende ogen. Triomfantelijke ogen. Nederige ogen. Niet-goed-wetende-waarheen-te-kijken ogen.
Ogen vol warmte en medeleven van Eefje, Fredje en Karel. Ogen vol minachting.
Ogen met begeerte, want weduwnaar met villa, poen en dik pensioen. Wufte, zwaar opgemaakte ogen.
Verveelde ogen. Lensogen. Bespiedende ogen. Hautain blikkende ogen. Vermoeide ogen. Bierogen.
Bijziende ogen, serpentenogen en troostende ogen.
De ijzige ogen van Simonne en de spleetogen van haar wormvormig aanhangsel.
De bon vivant-ogen van Gerard.

De komst van Serge maakte een einde aan de parade. Een priester die mij verloste in de ware zin van het woord!
Bedankt Serge. Adrienne commandeerde met handgebaren. Tot mijn verwondering begreep ik alles.
De kleine kerk zag, letterlijk en figuurlijk, zwart van het volk. Hier en daar een stipje grijs en bruin.

Met één uitzondering: Pat in koninklijk wit. Zeer modieus. Heel zelfverzekerd.
Witte kousen, witte schoenen, witte handschoenen. Solarium gebruind, zwaar opgemaakt gezicht.
Felrode lippen, hoog opgestoken donker haar. Daarover een hoofddoek in ragfijn wit kantwerk,
kunstig gedrapeerd over de schouders. Evita van Brabant.

Ze plaatste zich tussen Francis en mij en stak onmiddellijk sissend van wal:
'Je moest door de grond zinken van schaamte, schoft. Nog geen bloem voor ma.
Je mocht zeker niet van madam Dries. Francis is er het hart van in.
Je gaat het een en ander meemaken vandaag en morgen. Wacht maar.'

Ik hield me zo afstandelijk mogelijk. Ik stond naast een kist met daarin een hol lichaam,
dat in feite nooit enig warm contact met mij had gehad. Het enige bindmiddel was Francis geweest.
Toen hoorde ik de zacht-zalvende stem van Serge:

'We zijn hier allen om een diepbedroefde familie bij te staan.
Doch vooral om een laatste en passende hulde te brengen
aan de ons zeer dierbare Gerarda, Maria, Martha Vanbesien.
Een vrouw, veel te goed en te braaf voor deze duistere wereld, die met de dag
meer en meer geregeerd wordt door duivelse machtswellustigen.
Een vrouw die leefde naar Gods woord. Een vrouw die uitverkoren was. Een kind van god.
Ze heeft me ooit toevertrouwd dat ze in haar jeugd één grote droom had:
de bruid van de Heer te mogen worden.
Tussen droom en daad staat de uiteindelijke bestemming, dierbare parochianen.
En God had Gerda voorbestemd om een liefhebbende en trouwe echtgenote te worden.
Vooral een voorbeeldige moeder. Een moeder die de christelijke waarden aan haar zoon wist door te geven.
Haar andere roeping beleefde zij hier in dit Huis van God, samen met haar vriendinnen.
Samen beoefenden ze hier de deugden van zelfverloochening, naastenliefde en vertrouwen in de goedheid van elke mens.
Ook vergiffenis schenken aan die medemens.
Verdraagzaamheid tonen en begrip opbrengen voor het anders-zijn van elkeen.
Het zou kunnen dat juist dit begrip en haar gekende hulpvaardigheid Gerda noodlottig werden.
Ik vrees dat we de ware toedracht misschien nooit gaan kennen.
Maar in elk gebed zullen wij, haar vriendinnen en ik, steeds onze geliefde zuster gedenken.
Mag ik u daarom allen, beminde parochianen, vrienden en kennissen,
uitnodigen om samen met het koor zingend te bidden, de tekst op pagina drie, De Poorten gaan open, een Ziel wordt verwacht.'

Ik zag Francis voorzichtig in een broekzak tastten.
Hij vouwde een biljet van 100 euro zo klein mogelijk op.
Pat had twee briefjes van 50 heel demonstratief in de hand.
Wat kregen we nu! Die mis hier was toch gratis had Serge gezegd.

Een lijkdrager, getraind in bedroefd kijken, kwam naast mij staan en stak discreet zijn rechterhand uit richting voet altaar,
waar Serge en zijn collega’s hun opwachting maakten.
Ik had geen flauw idee wat hij bedoelde.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=80

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ weinig kruimels

"Wat weinig kruimels op tafel vandaag." mpc 

Na de spectaculaire bliksems van de dag tevoren en de deugddoende verkoeling van regen en wind
zag de wereld er die morgen weer fris en leefbaar uit. Alleen ... ja, wat weinig kruimels hé.

Maria Pavlova  

Hoe die iriserende taskes zijn weergegeven, for-mi-da-bel.
En als ergens een uitleg bestaat over 'de kleuren van de schaduw', dan is dit een prachtige illustratie.
Hoeveel kleuren zitten er in deze schaduwen volgens u? 

Voor ander werk van Pavlova : Afbeeldingen van maria pavlova painter 
Volgens mij heeft zij op haar palet het licht zelve.

mpc & m  – 06/2015, bijgewerkt - http://amolife.com/image/art/maria-pavlova-paintings.html

Geschreven door maart om 01:58 Reageer op dit bericht

630. complimenten

Met complimenten heb ik ooit een vervelende situatie meegemaakt.

LM en ik zaten samen met Laura en D mee aan tafel tijdens een tamelijk formeel etentje bij kennissen van hen.
Er waren tien of twaalf gasten, onder wie enkele zeer kleurrijke vogels. 
De gastvrouw is in dezelfde kookclub als D, dus dit was ongeveer een pronk-etentje.
Ze had terloops vermeld dat ze de kroketten en de bijbehorende friteuse
van de traiteur laten komen had. Een traiteur die ze vol-ko-men betrouwde.
Alle aanwezigen knikten, LM & ik ook, kroketten voor twaalf gasten laat men brengen.
Met de grote friteuse erbij. En iemand erbij om dat toestel te bedienen, want er liep een witte hulp rond in de keuken.

Tijdens de maaltijd complimenteerde ik de gastvrouw met een van de sauzen.
Die was wonderlijk. Zacht en tegelijk pittig. Zus en tegelijk zo …

Toen ik na twee zinnen opkeek van mijn bord zat Laura me aan te staren en
D zond me alarmerende blikken. Ik had duidelijk iets verkeerds gezegd.
Geblunderd, aan Laura & D te zien. Dus slikte ik de rest van mijn loflied in en at verder in stilte.

Achteraf stuurden ze me bij. Die ene saus, de saus waarmee ik de gastvrouw gecomplimenteerd had,
kwam óók van bij de traiteur. Alle clubleden bestelden die saus bij hem.
Het was een gewoon een basis vleessaus met een paar eigen ditjes en datjes. Lekker, maar niet uitzonderlijk.

De dingen waar ik wél had moeten op letten in de samenstelling van het diner,
de garing, de keuzes, de combinaties, de andere sauzen, waren me compleet ontgaan.
Ik had die staalkaart van kunde en kennis beleefd naar binnen gewerkt en
meest banale saus -een saus waarmee de gastvrouwen van de club zich niet eens zelf bezig houden-
juist die met die saus had ik haar gecomplimenteerd. Als ik er aan terug denk vind ik het nog altijd erg.
Niet voor mezelf of voor mijn dierbare, maar voor Laura en D.
Zij zaten daar na mijn miskleun-compliment zo wat met rode kaken.


Zij hadden ons puur uit de goedheid van hun hart meegevraagd.
Zij vonden dat LM & ik na zoveel maanden scheepskeuken
eens iets écht lekkers mochten meemaken en als 'welkom thuis'
namen zij ons mee naar zo’n gerechten-parade bij iemand van de kookclub.

Maar … LM & ik kwamen pas van 't schip hé, en wij aten gedwee wat geserveerd werd.
Wij aten braafjes ons bord leeg, zoals dat gebruikelijk is aan boord.

We waren toen die dag al wel afgemonsterd en aanwezig in België, maar we waren nog niet in wal-modus.
We waren nog efkes gedisciplineerde zeelieden … Bij ons duurde het ongeveer een week eer we 'aan land' waren.

Vandaar dat die gewone saus zo fantastisch smaakte, na maanden Filipijnse scheepskeuken.
In onze eerste week aan de wal overstegen gesofistikeerde sauzen, de sauzen van de gastvrouw zelf,
absoluut ons bevattingsvermogen. 

m  – HiH-07/2015, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

629. --- afl. 065/121

afl. 065/121 ~ Zoektocht tussen demonen

Die late namiddag, na mijn uitzonderlijk lang bezoek aan mijn ouders,
toefde ik alweer tot valavond in de villa. Dat zonderling geworden grafhuis vol spoken.
Ze waarden er rond, die flemende, aanbiddende, zingende, zalvende, lovende en kruiperige dwaasspoken.
Ze zaten verscholen in de muf-bestofte hoeken, waar schapulieren, paternosters, snoeren en bedevaartsouvenirs bengelden.
Ze giechelden me toe vanop de bidbanken, doorheen de glazen stolpen,
tussen de zware, vergulde bijbels, waarvoor binnenkort misschien antiquairs zouden vechten.
Ze fluisterden gedempt met bidlippen uit missalen en relikwieën allerhande.
Ze kropen uit de kelken. Klommen op monstransen.

Ze waren een wereld op zichzelf. Bedreigend en belachelijk terzelfdertijd.
Ik bleef er verstomd naar staren. Saters, een Jeroen Bosch waardig.
Dat Francis hier nooit op gereageerd had?
Dat hij zijn moeder had toegelaten er dagelijks in te leven!

Hij had Gerda destijds een hysterica genoemd. Een veel te klein woord voor die extreme fobie.
Deze kamer getuigde van waanzin, van pure krankzinnigheid.
Jaren geleden had ik de inrichting ervan reeds zo bespottelijk stom en pijnlijk belachelijk gevonden.
Zelfs als normaal aanvaard dat Gerda slaapmiddelen moest gebruiken.
Om rust te vinden tussen die sinistere decoratie had een mens inderdaad meer dan een sterk roesmiddel nodig.

Het deed me kokhalzen. Vooral dat bed. Nooit eerder gezien.
Kwam dat ook uit haar ouderlijke woning? Een echt nonnenbed.
Smal, hoog, totaal versleten beddengoed erop. Eronder een geaderde stenen nachtpot.
De sponde versierd - nou ja, versierd!- met lange palmtakken en witte geknoopte koorden.
Ik stikte. De ramen moesten open.

Buiten donderde het. Gerda had me blijkbaar vanuit haar hemel gezien.
Ik had haar gebedsoord onteerd. Ze protesteerde.
Ik begon systematisch haar kapel te doorzoeken.
De politie had dit vóór mij natuurlijk zorgvuldiger gedaan.
Ik echter wist wat er precies moest gezocht worden. Ik kamde alles uit.
Zangboeken, gebedenboeken. Keek tussen de bijbels. Doorzocht laden van linnen- en kleerkast, nachtkastjes.
Keerde zelfs het versleten matras om. Het stonk, was vol met bruinige kringen.
Gerda, zo kieskeurig, zo overdreven hygiënisch in keuken en badkamer,
sliep op een oud, doorgelegen matras bevlekt met nonnenzeik, miljaar! 

Ik keek aandachtig in elke doos. In schoenendozen.
In oude hoedendozen, niets. Geen schriftjes, Helemaal niets.

Ik zag in een waas mijn schoondochter. Themis met puitenogen. IJzig en vulgair.
Wrekend en vonnissend uit het niets te voorschijn tredend. Hoorde haar sissen:
'Je zal ze niet vinden, jij, al weet je dat ze bestaan, die dagboeken!
Want ik heb ze! Gerda gaf ze mij als bewijs na die aanrijding. Ja, ik breng jou voor het gerecht, Max Cijnens,
welke schande dit voor je zoon en vooral voor mezelf ook inhoudt. Hangen zal je, moordenaar!'

Hoorde ik een schelle, echoënde spotlach? Sloeg mijn verbeelding helemaal op hol?
Ik vermande me. Kermit verdween. De kamer werd opnieuw een sombere kapel.
Zonder demonen en zonder enig geheim prijs te geven.

Als ik morgen opnieuw kwam zoeken? In de kamer die Francis vroeger had betrokken?
In de logeerkamer, op de twee zolders, in de keuken? Maar wat als ik terug met lege handen dit huis verliet.
Wat als de schriftjes werkelijk verdwenen waren? Wat als ze in het bezit van Pat bleken?
Er keerde iets om in mijn binnenste. 

Natuurlijk zou ik zwijgen tegenover Marianne. Ik mocht haar niet met mijn onrust besmetten.
Ik moest doorbijten. Hardnekkig en geduldig blijven zoeken. Dag na dag.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ kantoor-test

bij het Ministerie van Leute & Jolijt

Proefondervindelijk testen, aldaar is dat een gewone kantoordag.

klank mag luid, voor wie tegen gillend/schetterend gelach kan:
https://www.youtube.com/watch?v=FskA3m4tcTA 
01min21 

m  - met dank aan VG – EZW-07/2014, herzien

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

628. Mr Poubelle

een man met een visie, 1884

“De prefect van Parijs, genaamd de ‘Préfet de la Seine’,
had zeer veel invloed in die tijd omdat het ambt van burgemeester weinig betekenis had.
De prefect was belast met de dagelijkse administratie.
De verordening van Poubelle van 7 maart 1884 verplichtte de eigenaars van gebouwen
om bakken voor gemeenschappelijk gebruik ter beschikking van hun huurders te stellen.

Deze bakken dienden van een deksel te zijn voorzien
en dienden voldoende ruim te zijn om het huishoudelijk afval te bevatten.
Grootte en inhoud van deze bakken werd voorzien op 40 tot 120 liter.
De verordening verplichtte de sortering van afval in bakken.  toen al

Drie stuks waren verplicht:
één voor bederfbaar afval,   onze GFT
één voor papier en vodden   recyclage ~ via pulp naar …?
en
een laatste voor glas, aardewerk en oesterschelpen.    geen idee ~ vermalen tot bouwmateriaal?

Dit voorschrift verbeterde verregaand de zindelijkheid voor de huishoudens van de hoofdstad.
Het hoge aantal inwoners - bijna twee miljoen – en
de talrijke mede-eigendommen maakten regelmatige huisvuilophaling onontbeerlijk. 

De Parijzenaars duidden de vuilnisbakken met de naam van de prefect. En die heette Mr Poubelle
Het nieuwe reglement werd slechts gedeeltelijk gerespecteerd.
Het werd op vijandigheid onthaald door de bevolking van Parijs.
De huiseigenaars zagen een bedreiging voor hun broodwinning in een aanwas van nieuwe lasten,
van huisbewaarders, van bijkomende taken en voddenrapers.

De versleten bakken werden niet vervangen en oude gebruiken hielden plaatselijk stand. 

De essentie van de beslissingen van de prefect heeft het gehaald.
Vuilnis werd een besloten zaak enhet voorbeeld van Parijs werd gevolgd door de andere steden.
Het heeft evenwel tot het einde van WO II geduurd
voor vuilnisbakken een algemeen gebruik werden.
De ophaling van vuilnis wordt sedertdien op regelmatige basis georganiseerd door de gemeenten.”

Stel u voor, als jong meisje, is er een galante jongeman die werk van u maakt.
En die jongeman heet Poubelle (achterkleinzoon van -)
Gaat men in op zijn avances en wordt men verliefd en dan later Madame Poubelle?
Of liever niet?

Ooit heb ik (16j) de boot afgehouden omdat de jongen De Nul heette. Wist ik toen veel.   

m  – EZW-12/2013, HiH-07/2015- https://nl.wikipedia.org/wiki/Eug%C3%A8ne_Poubelle

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een gans jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten