Naar de inhoud

'een gans jaar maart?'

schrijfvloer 01 ~ afgerond, klaar
akke.beakke.be

Berichten van 1 juli 2018 tot 31 juli 2018

627. --- afl. 064/121

afl. 064/121 ~ Hongerende lippen

Wat ik ook zei, mijn argumenten hielpen niet. Dit stomme interview raakte Marianne nog dieper dan ze wou toegeven.
Het bleef eigenlijk ook wat in mij nazinderen, ondanks mijn luchtig afwimpelen.
Ik kende die rakkers door en door. Was er zelf ook eentje geweest!
Wat hing er de volgende dagen nog allemaal boven mijn hoofd?
Indien ze weet kregen van Marianne, dan was het hek van de dam en zou er pas gesmuld worden!
Ik betaalde de rekening. Marianne moest naar kantoor. We zwegen in de wagen.
Voor ons was zwijgen soms duidelijker dan spreken. Ik verdrong alle narigheden.

Ik wou me nog slechts vastklampen aan de gedachte, dat ik van nu af aan bij mijn vrouw kon zijn als heer des huizes.
Dat ik van vandaag en alle volgende dagen, weken, maanden en jaren altijd bij haar zou zijn.
Wij reden de parking van Darcy op. Ik had iets met die parking. Ik hield van het oerlelijke graffiti,
een prettig decor voor een bekend intermezzo. Ik hoefde er niet op te wachten. Het kwam er meteen:
Marianne in haar weelderigste overgave!

Haar zoveelste heruitgave van onze eerste kus. Heel teder, alsof onze lippen mekaar nauwelijks beroerden.
Seconden en seconden lang. Dan crescendo tempo. Tot die jubelende explosie van twee brandende monden,
twee hongerende tongen, die vochten, sneuvelden en herleefden.
Ons meesterschap bekroond met een voldane en wellustige onderdanigheid. Dankbaarheid. Liefde.

'Kun jij kussen!' zei ik zachtjes, bewonderend.

'Correctie! Kunnen wij kussen, lieverd!' verbeterde ze, verleidelijk monkelend, en overrompelde me opnieuw.

Dit wordt voor ons beslist nooit een gewoonte, hoe vaak ook, wist ik.
Een gewoonte laat immers niet elke keer dat zalig geluksgevoel na.
'Voor ik naar de villa rijd, ga ik eerst bij mijn ouders langs.
't Is al vijf dagen geleden dat ze me gezien hebben. Moeder maakt zich onmiddellijk zorgen.
Trouwens ik wil zelf vertellen wat er gebeurd is, stel dat ze een of andere krant onder ogen krijgen.'

'Vergeet niet aan de verantwoordelijke te vragen
de eerstvolgende dagen alle kranten en magazines ver van je ouders te houden.
Geen opgeklopte sensatie voor die oude sukkels. Weet je, lieverd, ik kijk er echt naar uit
om over enkele maanden met je ouders kennis te maken.
Denk je dat ze me zullen accepteren? Misschien nemen ze het me kwalijk dat …'

'Je kwalijk nemen dat ik van je hou? Jij, mijn bron van geluk! Kindje toch,
mijn moeder zal je zo dankbaar zijn. Bij elk afscheid vraagt ze naar jou.
Vader blijft in de kamer, maar moeder loopt met mij mee tot aan de wagen.
Dan wil ze alles weten. Waar we gegeten hebben. Welke jurken je draagt.
Welke bloemen ik je heb gestuurd. Je favoriete crèmekleurige handtas,
die heeft zij uitgekozen en de bijhorende zijden foulard. Ze was in alle staten.
Gans de Louisalaan hebben we gedaan. Haar benen mochten dan vierentachtig zijn,
haar ogen schittereden als van een twintiger.
Je had haar aan het werk moeten zien in die winkel! Zo kieskeurig!
Ik heb daar op z'n minst anderhalf uur op een stoeltje gezeten en zij maar ratelen
over de elegantie van haar knappe schoondochter, over de mode die zij soms zo ordinair vindt.
Mijn moeder heeft geen Röntgenogen, maar echografische ogen.
Elk deeltje van mij wordt telkens weer gescand, de kleinste storing gedetecteerd.
Mijn moeder is gewoon fantastisch, Marianne. Ik verlang er zo naar je te kunnen voorstellen.
Tot straks, lieveling, werk je niet te pletter. Morgen komt er nog een dag.'

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

626. opa als oppas

Op een rustige zonnige namiddag zitten een vijfjarige en haar klein broertje in de tuin te spelen.

- Ôpáa, klinkt het zangerig. 
- Ja Meisje? 
- Ik ben een meisje hé. 
- Ja Meisje. 
- Dan kom ik uit de buik van mama. 
- ? eh, ja … ja hoor -  dat weet ze toch al lang, dacht Opa lichtjes ongerust.
-
En Bertje is een jongen hé.

- Ja Meisje, broertjes zijn jongens. 
- Dan komt hij uit de buik van papa!

Dié gedachtegang bijsturen is iets voor de mama, besloot Opa.
Hij nam nog een slok en leunde achterover en het leven bleef eenvoudig want
kleinkinderen moet men niet zelf opvoeden.


m  – EZW-07/2014, HiH-07/2015 - met dank aan RD

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

625. --- afl. 063/121

afl. 063/121 ~ Allemaal kletskonten

Ik dronk het glas fruitsap leeg, wenkte de kelner. Inmiddels had Marianne de krant opengeslagen
en ik hoorde haar op fluistertoon, wat jachtig en boos lezen:

'Adrienne Uytterbroeck, buurvrouw en boezemvriendin van het slachtoffer, is zwaar geschokt door dit drama.
Ook zij begrijpt echt niet hoe een dergelijke laffe moord in de zo stille en rustige laan kon plaatsvinden!
Mevrouw Uytterbroeck, evenals andere bewoners, zijn ervan overtuigd dat deze daad verband houdt
met de golf van inbraken de voorbije drie maanden. De schrik zit er bij de omwonenden goed in.
Het slachtoffer stond bekend als een warme, fijngevoelige en vooral diepgelovige dame,
ten zeerste bekommerd om het lot van bejaarden en zieken in de parochie.
Max Cijnens, echtgenoot van het slachtoffer en hoofdredacteur van "Jool's",
was uitgerekend die avond blijven overnachten in een Brussels hotel. Omwille van een late vergadering op de krant.
Volgens onze bronnen werd de heer Cijnens echter
omstreeks middernacht nog gesignaleerd in een nachtclub aan de Adolphe Maxlaan.
Ook zou hij eergisteren bij aankomst aan zijn woning meteen door de federale recherche zijn opgeleid voor verder verhoor.
Bij het ter perse gaan werd de aanhouding van Max Cijnens niet bevestigd, noch ontkend.
Het onderzoek zal de eerstvolgende uren meer duidelijkheid moeten brengen.
Mevrouw Uytterbroeck verklaarde dat Max Cijnens in de omgeving bekend staat als
een hoffelijke, doch weinig spraakzame man, die uitsluitend leeft voor zijn werk.
Ze vermoedt dat de relatie tussen de echtgenoten daardoor zeer bekoeld was,
vooral de laatste jaren. Ze verklaarde ons o.m.:
Gerda dacht dat er iets anders aan de hand was. Enfin ze dacht dat niet, ze was er zeker van.
Ze had er de bewijzen voor, zei ze, en haar schoondochter ook.
Maar meer zeg ik daar niet over, meneer, ik weet wanneer ik moet zwijgen, God is mijn getuige.
Daarbij, het is al erg genoeg zo. Maar ik mag wel zeggen dat Gerda, niet wilde scheiden.
Haar man wou dat wel, maar Gerda zei altijd 'over mijn lijk'. Nu is het zover, hé, meneer.
Ze is nu een lijk. God hebbe haar ziel. Maar ik ben zo goed als zeker dat Max daar voor niets tussen zit.
Neen, zoiets, een moord, nee dat zie ik niet. Langs een andere kant, al ziet ge een mens,
ge kent hem niet en een woord te veel is vlug gevallen, nietwaar? Van het ene komt het andere.'

'Marianne, hou op, ik verdraag die prietpraat niet!'

Ik hoorde en zag Adrienne op de drempel van haar afbladderend huis "Groene Rust" staan.
Met borstel en stofdoek. Op eender welk uur van de dag stond Adrienne op uitkijk, te doen alsof met haar stofdoek.
Een voorbijganger, een auto, niets of niemand ontsnapte aan haar haviksogen.
Bij regenweer een schim achter de gordijnen. Adrienne zag en wist alles.
Haar parochiale ziekenzorg was een dekmantel om bij iedereen binnen te dringen.
Kwestie van de weetjes van de ene over te brengen als nieuws voor anderen. 

De weetjes van haar boezemvriendin stonden nu in de krant. Profijtig gekozen woorden, uitgesproken met haar
bijna onhoorbaar fluisterende kerkstem en er zorg voor dragend niks verkeerds te zeggen en toch alles te onthullen.
Gerda in duplicaat. Uitgerekend in dit sensatieblad!

Marianne was ontzettend verontwaardigd:
'Max, dit kan je niet zo laten. Je gaat daar toch iets tegen doen, hoop ik?'

'Maar kindje toch! Nog een drietal dagen en geen haan die er nog over kraait.
Dat is de tol die je man moet dragen door zijn functie.
Voor de concurrentie ben ik momenteel de beetje bekende, maar vooral beruchte Vlaming, een BV-er.
Ik sta nu volop in de belangstelling. De lezers willen meer en dat soort kranten zorgt ervoor
dat zij zo goed mogelijk ingewijd worden in de duistere kanten van mijn leven.
Wie interesseert er zich voor dat ik alle dagen mijn kippen voeder, mijn belastingen stipt betaal en geen zware voet heb?
Vandaag worden we bejubeld, morgen gevierendeeld en geradbraakt.
De mensen hebben blijkbaar zoiets nodig om zin te geven aan hun leven en hun gesprekken te kruiden.
Dus blijven ze die onzin kopen. 

Bij Gerda was zingeving religie, bij de andere bloemkolen kweken en bij die jongens hier en hun publiek
is dat mijn oersaai echtelijk leven uitspitten. Wachtkamers van huisdokters liggen vol met die prullaria.
Neem de gesprekken bij dameskappers en in de patisseries.
Denk je dat de wereldproblemen daar aan bod komen? Soudan? Kernafval?
Zelfs het hilarische Brussel-Halle-Vilvoorde, dat toch al ruim dertig jaar één grote politieke klucht is?
Nee, geen ideale digestief tussen roomsoezen en javanais.
Laat morgen een verzwegen kind van Boudewijn uit een of andere adellijke kast vallen.
Dagen nachtwerk geblazen bij ons en elders, geloof me.
Trouwens, Laken wordt opnieuw te kakken gezet, door de buitenechtelijke dochter van de koning.
Ze heeft verdorie gelijk dat ze het hypocriete gedoe aan de kaak stelt.
Albert heeft het lef niet om te zeggen "Et alors!". Het Hof zal zwijgen in alle talen.
Doen ze altijd als ze niets kunnen weerleggen.

Om en bij de dertig jaar geleden, in de periode van hun echtelijke moeilijkheden, werden door ons foto’s gepubliceerd.
Dolce Paola aan het dollen met haar vriendje, de zogenaamde compte de Mun.
Ik meen mij te herinneren dat het ergens op Sardinië was.
Een half miljoen oude franken hebben wij toen betaald voor die prinselijke tongkussen.
Twaalfduizendvijfhonderd euro! Laken heeft nooit gereageerd.

Toen ik correspondent van Bildzeitung was en
braafjes verslag uitbracht over overstromingen rond de streek van Ruisbroek,
waar Boudewijn en zijn gezelschap werden bekogeld met modder en aardkluiten,
zijn de poppen echter aan het dansen gegaan, ja!
Bildzeitung, ook sensatiegericht, veranderde de kluiten in stenen en blokletterde:
"Steine für den Belgischen König!". Resultaat: bericht onjuist, dus reactie van het Hof en ik kop van Jut.

Weet je, Marianne, de kletskont, de commère van weleer, haar domein was de straat.
Wel die goeie ouwe babbelkous is grotendeels vervangen door dit soort publicaties,
hun domein is de wereld en Vlaanderen in het bijzonder. Niets meer en niets minder!'

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ letter-kundige

Hij is letterkundige, gelijk welke taal of spelling. Boeken? Hij verslíndt boeken !

Italian Language, Beppe Giacobbe   BP-italian language 01 


voor meer van deze illustrator, Afbeeldingen van beppe giacobbe, 
bevreemdend, eigenaardig en tegelijk mooi wat hij doet. En raak.

m  - HiH-06/2015, lettergewijs bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

624. telefoneren

moéten we blij zijn met een telefoontje?

Deze tekst heb ik gevonden op 't Net en nu staat hij hieronder
omdat ik hem zo duidelijk vind en ook omdat ik me er helemaal mee kan verenigen. 
De blauwe tekst is van mij, niet van de auteur. Zij heet Pauline Bijster.

Een bekentenis : ik kan dus niet meer telefoneren. Ik houd ook niet van bellen
en neem mijn telefoon nooit op. En ik bel je ook niet terug, mocht je daarop wachten.

Ik zal je vertellen waarom, dan hoef je het ook niet meer te proberen.
Als de telefoon gaat, ben ik namelijk nét aan het werk, of in de supermarkt bij de kassa.
Of in een stiltecoupé van de trein of heel vaak achter het stuur.
Of ik sta met een pollepel in mijn ene hand en een hete pan in de andere,
of ik heb de kinderen net onder de douche gezet. Of één van hen huilt waardoor ik je toch niet zou verstaan.
Of ik ben in gesprek met iemand anders en dan is het niet beleefd tussendoor de telefoon op te nemen,
of mijn vriend heeft net de Deense serie aangezet waar we samen naar zouden kijken.
Of (meestal) een combinatie van deze dingen.
En in het uitzonderlijke geval dat je precies belt op het moment dat ik niets doe,
blijf ik graag nog even niets doen – dat komt al zo weinig voor.

Het is niet zo dat ik moeilijk te bereiken ben: ik kijk zo vaak naar mijn telefoon met daarop
de laatste sms, Whatsapp, mail, Facebook en nieuws dat het bijna ongezond is.
Alles wat je me stuurt, heb ik binnen een mum van tijd gelezen en meestal ook beantwoord.
Maar dan kan ik het in mijn eigen tijd doen, snap je?
Ook al is mijn eigen tijd misschien maar een minuut later dan het moment waarop jij wilde bellen,
het komt in mijn eigen tijd altijd beter uit.

Een telefoonconversatie gaat simultaan, een geschreven conversatie niet.
Bij mails kiest elk zijn/haar geschikt moment om te lezen en te schrijven.

Sms liever 

Hiernaast vind ik dat alles waarvoor je me eventueel belt, beter per geschreven woord uitgewisseld kan worden.

Via sms heb ik namelijk de mogelijkheid een moment na te denken
over de vraag die je me wilt stellen (of andersom: om de vraag te formuleren die ik jou wil stellen)
en tijd om de woorden beter te rangschikken, zodat er staat wat ik bedoel.

Een tijdje geleden las ik een stukje hierover (het spijt me dat ik de schrijver ervan ben vergeten).
Er stond dat sms'en en mailen op een bepaalde manier minder eerlijk is,
juist omdat je even de tijd hebt om het te formuleren.

Via een bericht kun je jezelf laten zien hoe je graag gezien wil worden in plaats van hoe je écht bent.
Daarbij vroeg ik me meteen af hoe erg dat is;
want op het moment dat ik heel geconcentreerd aan een verhaal bezig ben,
of juist met een hete pan en gillende kinderen om me heen in de keuken sta,
wil je echt niet weten hoe ik echt ben. (herkenning!:o)
Dan kun je beter wachten op de voor de buitenwereld geschikte versie van mij.
Niemand heeft iets aan een stotterend antwoord van iemand die met zijn hoofd bij andere dingen is. 

Telefoonetiquette 

Mijn vrienden nemen ook allang hun telefoon niet meer op.

Als ik toch bel, moet ik minstens vier keer bellen en dan zegt hij of zij:
"Hoi! Hoe gaat het? Vind je het goed als ik je zo even terugbel?!"

Ik denk dat de telefoonetiquette is veranderd.
Vroeger was het onbeleefd om iemand na een uur of acht, negen ’s avonds te bellen.
En op zondag: ik heb wel eens iemand aan de telefoon gehad die verstoord opmerkte dat het zondag was.  
Nu begint bellen überhaupt erg onbeleefd te worden. Hooguit je aller-allerbeste vrienden bel je nog,
zonder van ze te verwachten dat ze opnemen of daadwerkelijk tijd hebben voor een gesprek. 

De mensen met rust laten, het staat hier anders verwoord, maar het is wat ik bedoel.

Bel anders maar eens iemand met een werkverzoek of aanvraag of bestelling:
wedden dat degene aan de andere kant van de lijn zegt dat je het even op de mail moet zetten?

Ik denk dat bellen uitsterft. Dat zou fijn zijn,
dan hoef ik me ook niet meer schuldig te voelen als ik je weer eens niet heb teruggebeld.

m – EZW-2013, 07/2014 - Paulien Bijster, http://www.612telefoonservice.nl/nieuws/ik-bel-je-niet-meer-en-wel-hierom/  

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

623. --- afl. 062/121

afl. 062/121 ~ Herboren worden en toch...

Ik werd een ander man toen ik een halfuurtje later bij Marianne kwam.
Ik maakte mezelf wijs dat zij en ik ons als herboren waanden en we reden naar Les Arcades.
Marianne genoot van de moules Saint-Tropez, de lamsfilets en de geflambeerde flensjes.
We gekscheerden. Raakten licht beneveld. We wilden vergeten. Tomeloos opgaan in de roes.

Ook later in de hotelkamer, met de open ramen op de lawaaierige doorgang van de Koninginnegalerij.
Onze naakte drift uitschreeuwend en alle paradijzen veroverend
zoals die allereerste keer bij Céline, op mijn verjaardag.

We wilden echter te veel. De gewone spontaniteit ontbrak. Net alsof we het mariannen en maxen verleerd hadden!
Twee stuntelige debutanten waren we. Overdreven passioneel doend met het besef dat er dubbel bedrog werd gepleegd.
Om de smart en de angst te verbergen.

Marianne had haar werkuren geswitcht en we sliepen tot tien uur.
We voelden ons, ondanks alle wriemelende en verpestende beslommeringen, rustiger.
Vonden onze glimlach terug en gingen ontbijten op het terras van de Mokafé, verderop in de galerij.
Youssouf bracht ons de Nederlandstalige kranten.
Marianne's blik viel meteen op een loktitel van een populair sensatieblad.

'Potverdomme! Die hypocriete kaloten, moet je horen, Max!'

Ik had haar nog nooit zo verontwaardigd horen tieren.
Ze bonkte met de vuist op de zitbank en Moka, de grijsgestreepte, luie huiskater sprong blazend weg.
De stem van Marianne sneed als een gescherpt mes:

'Moord op mevrouw Cijnens blijft mysterie! Gaat echtgenoot-journalist wel vrij uit?
Lees het exclusief interview met boezemvriendin van slachtoffer op pagina drie!
Dat is straf! Waar halen ze het vandaan?'

'Och, die pulpkrant!'

Ik schokschouderde erom. Die jongens kende ik wel. Nieuws brengen in een opgejutte, ronkende en kleurrijke verpakking.
Sensatiebubbels. Zoveel mogelijk bedrukt papier verkopen om de laagste gevoelens te bevredigen.
Tja, de pot moest de ketel niets verwijten. Ik had er destijds met "De Klapper" ook vlijtig aan meegewerkt,
al was het mij meer te doen geweest om gossip uit film- en showwereld.

Dat de concurrenten van onze uitgeverij nu de hoofdredacteur van een blad,
dat hen jaren van jaloersheid had doen knarsetanden, met dankbare graagte op de korrel namen,
was zo logisch als wat. Met beleefde modder gooien, maar eerst de handschoenen aan.

'Ik wil dat flauw gezever niet horen, schat, kom we gaan door!'

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ drama & passie

Hautain en met een ijzige blik keek hij zijn rivaal aan.
“Achteruit gij snoodaard, sprak hij met verstikte stem, gij zult …” 

- Wat is dat van die verstikte stem? Wat zit ge nu weer te schrijven, vroeg LM.
- Een vurige soap op Vuurland, antwoordde ik, in de hoop dat hij efkes stil zou blijven.
- Er spelen geen soaps op Vuurland, zei hij, 't is daar nu te koud om onnozel te doen.
- Jawel, volop drama. En daar is nog ruimte voor pathos en duel. Kijk maar :

   Gerelateerde afbeelding
m
  – HiH-05/2015, herzien - http://nl.wikipedia.org/wiki/Vuurland , http://nl.wikipedia.org/wiki/Koningspingu%C3%AFn

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

622. succesverhaaltje

iets om de dag mee te beginnen

Arraial do Cabo (Brazil) om 08h00 op 05/03/2012.

Ongeveer 30 dolfijnen stranden en allemaal worden ze gered door vroege wandelaars. 
Het filmpje brengt dat in beeld, én het stranden én de redding. Een onwezenlijk zicht, dat stranden. 
Hoe meer ik het bekijk, hoe meer ik me afvraag wat daar gebeurt. Wat heeft hun sonarsysteem verstoord?

Eens de dolfijnen  terug voorbij de branding geholpen zijn, kunnen ze zelf verder naar zee.
Maar ze daar kríjgen, tot voorbij de branding, dat vraagt wel wat mankracht.

De eerste mannen die in gang schieten dragen alle drie een blauwe bermuda en
een oranje T-shirt met opschrift. Strandpersoneel? Personeel van het gebouw dat links soms in beeld komt? 
Ze weten in elk geval wat hen te doen staat :
de dieren bij hun staart grijpen & tot voorbij de branding terug in zee slepen.
En hoe dat moet gedaan worden : kordaat, met kracht en zonder aarzelen.

Dan komen de wandelaars in gang. Een beetje onwennig. Een beetje stuntelig.
't Is ook een grote beest hé, een dolfijn. Een grote bange beest dat met zijn staart slaat.

De voorlaatste dolfijn probeert precies met heel zijn/haar lijf te helpen,
-op 03min00, links in beeld, het dier wordt gesleept door een man in zwarte T-shirt-
maar zo werkt het eigenlijk tegen. Wanneer het dier eindelijk in voldoende diep water is,
wuift het drie keer met zijn staart, als om te bedanken.
-op 03min24, midden in beeld. 

Het geluid van de branding slaat zo van het scherm.
klank niet te luid zetten :
https://www.youtube.com/watch?v=ekmMD8oYtJ0 
03min45

Geen dure Greenpeace-operatie of spectaculaire Sea Sheppard-interventie.
Die zijn ook nodig natuurlijk. Maar hier waren het gewoon de mensen van ter plaatse,
zij gaven hun energie en tijd. En zij verdienen nu eeuwige roem op You Tube, zij het anoniem.

m   - EZW-07/2014, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

621. --- afl. 061/121

afl. 061/121 ~ Schatten rond de bedstee

'Wanneer zie ik je, venteke?'

'Mocht het alleen van mij afhangen, dan kwam ik meteen naar jou toe en ging nooit meer weg, schat.'

Ze reageerde niet, vroeg abrupt: 'Iets gevonden, Max?'

'Nee … Marianne, luister, ik ben doodop. Niks geslapen, nog niks gegeten. Ik zit onder stof en webben.
Ik voel me vies, vuil. Ik wil in bad en dan een stevig maal. Naar de Queen Anne ga ik niet meer.
Naar dat hotel aan de basiliek evenmin. In dit kot blijf ik evenmin, so what baby?'

Ik had het kort, wellicht wat te scherp-snijdend gevraagd. Ze weifelde even en zei dan zachtjes:

'Oké, ik heb het begrepen. Neem mee wat voorlopig nodig is. Ik verwacht je over een tweetal uurtjes.
De stevige maaltijd zal op tafel staan. Is mijn maatje eindelijk tevreden?'

'Zoetje, ik wil echt niet dat jij je nu uitslooft voor mij. Trek iets leuks aan. Ik kom je oppikken.
Zet mijn spullen af en dan we gaan uit eten. We hebben het beiden echt nodig eens onder normale mensen te zijn.
Ik wil menselijke warmte en gezelligheid. Ik bel nu meteen naar Les Arcades, in 't Beenhouwersstraatje.
Wees gerust geen toeristische plekpleister. Sylvia en Danny da's daar één brok hartelijkheid en de keuken valt meer dan mee.
Wordt het te laat, geen probleem. We kunnen er zeker blijven overnachten.
Hun hotelletje is er vlak naast en ik breng je 's morgens naar kantoor. Tot straks, je t'aime!'

Ik douchte haastig. Rende naar mijn kamer. Greep een en ander bijeen.
Kieperde alles in een reistas en sjokte naar beneden. De terrasdeur en keukendeur op nachtslot en weg.
Minute papillon! Wat wou denkduiveltje dit keer? Wie zijn we vergeten? vroeg hij.
Stan en Laurel! Vooruit, de tuin in, eieren rapen en beestjes voederen.
Bied je excuses aan, kippen hebben vriendschap nodig of ze leggen niet meer!

Regenmantel aan, revolver en kogels in de diepe zakken en de tuin in.
De eerste doffe tonen van de Brabançonne! Wie nu weer?
Marianne toch niet om te zeggen dat het feest uiteindelijk niet doorging!

'Saepe pax periculosior bello fuit!'
Serge! Die onnozelaar!
'Arme vriend, vaak was vrede gevaarlijker dan oorlog. Hoe gaat het met jou, Max? Heb je je evenwicht al wat teruggevonden?'

'Ik heb geen tijd en ik val om van vermoeidheid.'

'Ik ben reeds een hele dag in gedachten bij jou, mijn vriend. Ik kom pas terug van de politie.
Ik heb er Madeleine en Adrienne heen gereden. Ze zijn net als ik ondervraagd.'

'Serge, maak het kort. Ik moet weg …'

'Ja, Francis verwacht je. Hij heeft vernomen dat Gerda's stoffelijke resten maandag worden vrijgegeven.
Hij gaat je dus bellen over de plechtige teraardebestelling. Luister, waarde vriend, ik wil je nog iets zeggen …

'Kan het wat vlugger, ja?'

'Max, verbreek de verbinding niet. Scheep me ook niet af. Ik sprak met inspecteur Vloesberghe.'

'En jij hebt die man heel wat kunnen vertellen!' schampte ik boosaardig.

'Nuttige zaken, Max, echt nuttige zaken. Je kan me misschien niet lijden, maar ik ben geen charlatan en nog minder een schijnheilige.
Volgens wat Francis me zegde, zou het mogelijk zijn dat een en ander uit Gerda's kamer werd ontvreemd.'

'Kerkbazaar!'

'Vergis je niet, waarde vriend. Je beseft het misschien niet. In Gerda's kamer is een fortuin verzameld!'

De antieke bidstoelen, de kerkboeken uit de veertiende eeuw, de gouden en zilveren monstransen,
de wassen madonna’s onder stolp, de polychrome heiligenbeelden! Serge wist er verdorie meer van dan ik!

'De "kamerende" zielenherder, weer iets nieuws!'

'Spectemur agendo, Max, beoordeel ons naar onze daden. Die kamer was een bezinningsoord voor onze gebedsgroep.
Vooral Adrienne heeft aan de inspecteur een vrij behoorlijke beschrijving van de inboedel kunnen geven.
Niet alles, maar toch heel wat. Wij blijven er allen bij, dat een of andere bende de woning is binnengedrongen.
Ondanks mijn vele waarschuwingen bleef die brave Gerda geloven aan de innerlijke goedheid van elke mens …
Max, ik wil het in feite hebben over de teraardebestelling van Gerda, wij moeten …'

'Serge, wij moeten juist niets. Valt er iets te regelen, doe het dan met Francis. Oké? Salut.'

Eindelijk van die kwal verlost! Een fortuin aan kerkbazaar op haar kamer? Francis had daar beslist ook geen idee van.
Als iemand het kon weten, dan was het die pastoor en niemand anders.
Ik moest dringend de verzekeringsmakelaar contacteren, de raad van Vloesberghe opvolgen,
de troep van Gerda en andere waardevolle voorwerpen laten opslaan. Onbewoonde villa's nodigen uit tot inbraak.

Ben je gek, riep denkduiveltje. Die gasten van de belastingen weten je ook wonen, hoor!
Nooit gehoord van een aangifte nalatenschap! Het kan goed zijn dat die witte brigade
een gedetailleerde plaatsbeschrijving heeft opgesteld. Wat als de belastingen het in hun hoofd krijgen om te neuzen in die dossiers?
Overleg eerst met je zoon. Hij is gewiekst genoeg. Weet hij het niet, dat hij zijn netwerken optrommelt.
Morgen overleg met hem. En nu, hop, naar Marianne.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ de nieuwe man

mannen die zich wat meer blootgeven, wat houdt dat in?

Wat dat inhoudt? Yohann en Raphael, twee jongens uit Montreal,
zijn professionele jongleurs en zij zien het zo :  

klank aanzetten
https://www.youtube.com/watch?v=aSXZtYFdvsI 
04min16 

Nee, er valt geen handdoek, wat had ge gedacht, het zijn jongleurs! 

Le plus Grand Cabaret du Monde, met als presentator Patrick Sébastien, FR2.
Af en toe vraagt deze gastheer de artiest na het optreden bij hem aan tafel voor een gesprekje,
maar bij dit duo lag dat wat moeilijk, denk ik, de zaal in stappen met maar één handdoek voor hun tweeën.

m  - met dank aan FIV – EZW-09/2014, HiH-05/2015, herwerkt - http://www.lesbeauxfreres.com/

Geschreven door maart om 05:49 Reageer op dit bericht

620. verf

Wat er gebeurt wanneer men een kleuter en een open pot verf twee minuten alleen laat :  

https://www.youtube.com/watch?v=4DPYoe2XAxc   Caught white-handed! When Victoria Farmer went to check on her daughter Anistyn, she discovered her toddler had submerged herself in a bucket of white paint   foto van 't Net

Dat kindje zit onder de verf. Wat er met het interieur gebeurd is vind ik niet erg.
Bij een open pot verf en een ladder laat men een kleuter niet zonder toezicht.
Dat is om miserie vragen en miserie hebben ze dus onmiddellijk geserveerd gekregen.

Maar het kind zelf zit onder de verf. Zo te zien voor drie kwart. Of meer. En dat is gevaarlijk.
Nu hoop ik dat het een geënsceneerde foto is en dat al dat wit onschadelijke yoghurt is.
Maar ik vrees dat het verf is, aan de voetafdrukken te zien en de spatten bij de voetjes. 
En er schoot me iets te binnen van lang geleden.

Tijdens de geschiedenisles wou de lerares ons duidelijk maken wat de aanloop geweest was
naar de Franse Revolutie. Over de uitspattingen van de rijken en de Lodewijken.
Eén van de voorbeelden ging over banket. 
Een sensationeel banket moest afgesloten worden met een spectaculair banketgebak.
Dat sluitstuk moest een vertoon van praal zijn, zowel qua afmetingen als qua afwerking.
Het gevaarte werd binnen gerold en bovenop troonden al eens levende cupidootjes,
dat waren in zilver of in goud geverfde kleuters.

De verf was geen onschadelijke body-verf natuurlijk. Het was de verf van toen, de niet-wateroplosbare soort.
Door de giftige pigmenten stierven de kleintjes achteraf.
Ze stikten omdat de huid niet meer kon ademen. Maar dat werd dan als zijdelingse schade afgedaan.
De kinderen waren waarschijnlijk ook op voorhand 'gekalmeerd' om te blijven liggen of zitten.

Over de levende geverfde cupido's heb ik geen documentatie gevonden, maar wel iets over chemicaliën op de huid.

"Stoffen die door de huid worden opgenomen zijn chemicaliën waaronder landbouwgif.
en waaronder ook verf
Deze stoffen veroorzaken een verlamming van de spieren.
Hierdoor kunnen ernstige ademhalingsproblemen ontstaan.

De behandeling van deze slachtoffers is :

- Verwijder kleding en spoel tenminste 30 minuten het geraakte lichaamsdeel
- Zorg dat het slachtoffer zo snel mogelijk in het ziekenhuis komt "

En nu vraag ik mij af hoe het verder gegaan is met dat kindje op de foto. 
30 minuten douchen en dan naar Spoed, of moest de fotograaf eerst nog de foto posten?
Of de schade opkuisen terwijl het kind 'op straf' stond. En onderwijl droogt de verf op dat klein lijfje … 
Wat er ook van weze, ik vind het een akelige foto.

---

Alles oké met de kleine.

Gisteren voormiddag werd ik over en weer gestuurd van Failblog naar Pinterest en terug,
maar ik vond nergens geschreven of gesproken info over het verfmeisje.
'k Gebruikte de verkeerde zoekwoorden merk ik nu, want het hele verhaal
staat op de site van het AD. Met dank aan JDB voor het doorsturen.

Wanneer deze kleine later gaat solliciteren, wordt het een job in de verfsector waarschijnlijk,
én ze kan aantonen dat ze van zeer jong al in de materie geïnteresseerd is.

Anistyn Farmer  Afbeeldingsresultaat voor Anistyn Farmer   foto van ’t Net 

https://www.ad.nl/bizar/anistyn-2-neemt-bad-in-emmer-witte-latexverf~a10ce84a/ 
m  – HiH-07/2015, toen bijgewerkt dank zij JdB , https://nl.wikipedia.org/wiki/Verf#Milieu_en_gezondheid

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

619. --- afl. 060/121

afl. 060/121 ~ De zoektocht

Het huis stond er zoals ik het nooit tevoren had willen zien. Beeld uit een mistig grijze waternevel.
Zo op het eerst zicht al jaren onbewoond. Koud. Ongezellig. Afstotend. Potdicht. Stilte alom.
Niet eens een verre nieuwgierige burenblik. Een spookhuis. Nooit het mijne geweest. Een graf van een huis.
Ik ging onzeker naar binnen. Als kwam ik niet in een bekende ommuurde veiligheid, maar op vijandig gebied.
Met hier en daar loerende flikken. Er was natuurlijk niemand. Mijn ogen gingen direct naar de trap. Daar had ze gelegen.
Waren er nog bloedsporen, andere sporen?
Hadden ze een krijttekening van het corpus aangebracht, zoals in een film steeds ziet?

Trek het je verdomme niet aan, suggereerde denkduiveltje. Ik hoop dat je tenminste weet waarvoor je gekomen bent!
Vooruit eerst naar boven! Kledij en ondergoed, sokken niet vergeten,
scheergerief, tandenborstel, aftershave en je shampoo tegen schilfers. Je kleerborstel!
Nee, Marianne heeft dat niet. Jonge vrouwen gebruiken meestal zo’n kleefspullen
en jij gaat je daar blauw aan ergeren. Komaan, automatische piloot inschakelen en dan wegwezen.
Nee, stop, vriend, eerst zoeken. Goed zoeken! 

Ik trok mijn klamme overjas uit en daalde meteen af naar de kelder, de rommelkelder.
Daar, in de uiterste webbenhoek, tussen een drietal oude tuinstoelen, een manke tafel
en een kleurloos versleten zonnescherm stond vaders gereedschapskist. Een ruime, houten, logge bak.
Proppensvol met allerhande oud en nutteloos alaam. Ik wist zelfs niet of er iets uit verdwenen was.
Nerveus maakte ik de kist leeg. De browning FN lag er nog, helemaal onderaan.
Eerst zorgvuldig verpakt in grauw papier en daarna in een beschermende vilten doek, het doosje met kogels erbij.
Dát had de politie dus over het hoofd gezien! Ik nam de browning en de kogels mee.
Gooide de kist daarop weer vol en startte nauwgezet mijn verder kelderonderzoek.
Vastbesloten het huis van onder tot boven onder de loep te nemen.
Gerda's schriftjes moesten ergens liggen. Die zekerheid had ik voor honderd procent. Maar waar?
Ik zag twee grote ijzeren reiskoffers, die nooit voor enige vakantie hadden gediend.
Ze waren nog door Francis gevuld met tekenboeken, stripverhalen, schoolagenda's,
cursussen, stapels statistieken, fotoalbums van de Vanbesiens, schoolrapporten en eindwerken.

Heel die bestofte rimram doornemen vergde ruim twee volle uren en bracht niets op.
Het deed me wel mijmeren over een tijd dat ik hoopte mijn zoon, op wie ik destijds zo trots was geweest,
nog eens te kunnen waarderen als mijn evenbeeld. Ik was hem stilaan kwijtgeraakt.
Voornamelijk door Gerda's toedoen. Nu bleef Pat tussen hem en mij.
Pat, met al haar heimelijke gifpijlen naar mij, de schuld en de boete die ze me blijvend wou opleggen.
Ik kreeg het opnieuw moeilijk, doorzocht niettemin de drie overige kleinere kelderruimten,
vond niets en klom vermoeid de trap op, onder het stof en de spinnendraden.

Genoeg voor vandaag. Dit huis was immers nog altijd het mijne.
Ik kon morgen en overmorgen verder rustig de tijd nemen om voort te zoeken.
Ik had een fles St. Estèphe meegenomen. Ontkurkte ze, nam een stevig glas en belde Marianne.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ ontvangen v MPC

Die was niet binnen voor de regen !  MPC

shakin’ the blues off   Afbeeldingsresultaat voor shakin’ the blues off  iris scott Iris Scott

Op een dag was het te warm om verder te werken en Iris Scott ging haar penselen uitwassen.
Terwijl ze daarmee bezig was vroeg ze zich af of ze die penselen echt nodig had.
Dat was een gelukkige gedachte, nu heeft ze meer voeling met verf en doek.
En nu wast ze rubber handschoenen ipv penselen.

Hoe dit werk tot stand kwam : klankvolume laag houden, https://vimeo.com/112581761 , 01min50
Wat Scott nu doet, 03/2018 : klankvolume laag houden, https://vimeo.com/257120304 , 04min10

Scott met haar model  Afbeeldingsresultaat voor shakin’ the blues off  iris scott
MPC&m
– 06/2014, bijgewerkt

Geschreven door maart om 09:59 Reageer op dit bericht

618. zitbanken

zitbanken langs de straatweg

Gisterenmorgen ging ik naar het dorp en ergens onderweg stop ik al eens,
om efkes te rusten, om uit te blazen. Gewoon een minuutje blijven stilstaan.

Vroeger, toen ik jong genoeg was om te weten hoe het leven in mekaar zit,
vond ik de groene zitbanken langs de weg en bij plantsoenen iets voor peekes en meekes.
Die keken wat wij deden en gaven daar onderling commentaar op. Wij vonden hen moeiallen.
Sociale controle klinkt zinniger, maar die term moest toen nog uitgevonden worden.

Nu ik zelf op meekes-leeftijd begin te komen / gekomen ben en af en toe zo'n groen bankje zou willen zien staan,
nu staan er geen meer. Weg. Weggehaald vanwege de hangjongeren en de duiven. 
In het park staan er nog, maar daar moet ik niet door. 'k Moet er enkel langs. 
Om uit te blazen blijf ik dus al eens staan.
Op een muurtje gaan zitten kan ook niet, de voortuinen hebben geen muurtjes meer.
Hoe kan dat nu zo plots? Toen ik kind was hadden álle voortuinen muurtjes om op te zitten.

De muurtjes en de voortuinen zijn weg omdat de auto moet binnen kunnen.
En als er nog ergens een tuinmuurtje staat is het te hoog om op te zitten
of het heeft een afwerking die zitten onmogelijk maakt.
Daar is aan gedacht bij het ontwerp, daar is op gestudeerd: geen hang-ouderen op de muurtjes.

Uitblazen gebeurt nu staande. Maar niet gelijk waar! Staan uitblazen bij een kruispunt doet automobilisten stoppen.
Uit eerlijke schaamte steek ik dan de straat over, terwijl ik eigenlijk niet aan de overkant moet zijn.
Dan ga ik daar wat staan uitblazen.
Na een paar tellen komt diezelfde automobilist weer langs (hij was de baby gaan afzetten)
en doet weer hoffelijk teken dat ik mag oversteken.
Dat doe ik dan braafjes. Men stoot hoffelijke automobilisten niet voor het hoofd.
Goed. Ik sta terug op de juiste stoep. Maar nu ongeveer buiten adem door dat beleefd over- en weer- gedoe.

Zitbanken hier en daar zouden welkom zijn. Het mogen zelfs groene zijn.

m   – HiH-07/2015, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

617. --- afl. 059/121

afl. 059/121 ~ Blijvende angst, mijn angst

Ik hield halt bij een taveerne. Sanitaire stop eerder en gulzige dorst naar schuimend abdijbier. Ik wou tevens Francis bellen.
Hij was de vorige avond laat ontboden. Pat had er vanmorgen om negen uur moeten zijn. Hij grijnsde dat zijn vrouw panikeerde tot en met.
Net een bange wezel. Kalmeerpillen moeten slikken. Gedaan grote mond! Ze dacht dat Vloesberghe ook haar zou verdenken.
Zij bezat immers een sleutel en er was geen slot geforceerd. Dus …! Helemaal over haar toeren.

'Ondanks al de miserie deed het deugd haar zo te zien, pa.'

Tiens, zijn vrouw totaal van de kaart en Francis had binnenpretjes! Kalmer en ernstiger ging hij verder:

'Pa, je weet die magistraat, enfin een clubgenoot van mij, uiteraard mag niets lekken uit het onderzoek, maar omdat het om mijn moeder gaat …
Wel ze denken aan iemand uit de directe omgeving. Vloesberghe sluit echt niemand uit. Ook familie niet,
terwijl onze alibi’s nochtans kloppen als een bus, denk ik toch!'

Het moordwapen was nog niet gevonden, ging hij verder, wel hadden ze een en ander meegenomen.
Ik hield mijn hart vast en wou weten wat ze precies hadden meegenomen.
Francis wist het niet:
'Ze zijn nog steeds bezig met buurtbewoners en vriendinnen van ma te ondervragen. Tot de melkboer en de postbode toe. Ik moet stoppen, pa.
Ik hoor geroffel boven. Pat ligt al een paar uur in bed met barstende hoofdpijn. De naweeën van de ondervraging.
Ik heb haar vanmorgen nochtans duidelijk gezegd: wees kalm, antwoord kort en precies op al de vragen. Zeg niets méér!'

Dat "niets meer" bleef hangen. Werd even een drukkende hand rond mijn hals. Wat bedoelde Francis?
Mocht ik het beschouwen als een van zijn onderduims dubbelzinnige vingerwijzingen?
Me doen inzien dat hij wél op de hoogte was van de dagboeken, maar Pat op het hart had gedrukt haar mond te houden?
Wou hij me schrik aanjagen?
Nee, ik stelde me alleen wat voor. Domme inbeelding, natuurlijk. Misschien geloofde Pat niet eens aan het bestaan van die dagboeken.
Had ze die nooit gezien en veronderstelde dat Gerda, in een wrekende driftbui, het haar zomaar op de mouw had gespeld.

Ik vroeg, gespeeld koel: 'Zou er wat gestolen zijn?'

'Vloesberghe is met mij vannacht naar de villa gereden. De mensen van het labo waren er nog.
Ik denk niet dat er iets verdwenen is, maar ja, er staat zo waanzinnig veel in de kamer van ma.
Een of twee stukken minder, geen mens die het merkt. Ik heb hem verwezen naar Madeleine en vooral Adrienne.
Ze zaten daar soms uren samen te bidden of whatever. Er was wel wanorde in de kamer. Enkele laden opengetrokken.
De kleerkast open en wat papieren op het parket. Kan zowel door de belager als door ma gedaan zijn.'

'Ik blijf erbij dat het die bende moet zijn geweest, Francis.
Een of ander smoesje en Gerda zal die gasten binnen gelaten hebben, goedgelovig als ze was.'

Francis wou weten of ik die namiddag nog naar de redactie ging. Als er iets was dat me nu hartgrondig tegenstond,
dan was het wel de redactie. Maar hoe dan ook, morgen of begin volgende week, moest ik erheen.
Ik wou met de raad van bestuur gaan praten en met Gerard van personeelszaken: pensioen aanvragen en
al mijn verlofdagen opnemen (en dat waren er een heel pak!). Vooral trachten een minnelijke schikking te bekomen.
Simonne zou dit nu misschien met veel plezier in overweging nemen. En dan salut en de kost! Max de hoofdredacteur was verleden tijd.

Ik, eens de stoere, steeds zelfverzekerde criticaster en betweter; nu een bange zwalper, verpest door vragen met klemmende antwoorden.
Schuldig zonder echt schuldig te zijn, gekweld door zelflast.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ computer-fitness

teveel computerspelletjes, te weinig lichaamsbeweging ?

In Japan hebben ze de oplossing gevonden.
Is er nog plaats voor zo’n toestel, in uw logeerkamer?

klank zachtjes houden:
http://www.youtube.com/watch?v=DNCVSiDbRBY
02min17 

m  - EZW-04/2013, bijgewerkt en buiten adem

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

616. telefoonboek

veel geduld en een beetje lijm, meer moet dat niet zijn

                   handleiding.jpg             

Een telefoonboek gebruiken we niet meer. Alle nummers zijn te vinden op het Net.
En alle toestellen hebben een geheugen.
Het is flink wat jaren geleden dat ik nog een telefoongids in handen gehad heb.
Er is al jeugd die er nog nooit een gezién hebben.

Voor ons was een oud telefoonboek onmisbaar om bloempjes en bladeren in te drogen.
Het nieuw telefoonboek werd gebruikt om Laura's zitje te verhogen, zodat ze mee aan tafel kon.
Haar kinderstoel was ze ontgroeid en voor een gewone stoel was ze nog wat klein.
Het tussenmodel -dat met de biezen zitting- vond mijn ma niet stabiel genoeg.
"Zo’n stoel staat niet stevig, die kiept om. Met zusje en al."

Dat klonk onheilspellend. Dat was een akelige gedachte. Nee, zo'n stoel wilden Tina en ik niet voor Laura.

Daarom legde Ma een telefoonboek op een gewone stoel, daarop kwam een kussentje en daarop troonde Laura.
Of ze dan gemakkelijk zat weet ik niet, maar ze kon tenminste zien wat er in haar bord lag.
Gewoon wat met vindingrijkheid.

En onthouden waar het telefoonboek lag natuurlijk. Maar dat viel mee.
Bij ons thuis verliep de chaos tamelijk vlot, ttz, voor ons, de vrouwelijke afdeling, zat er een lijn in het systeem.
Voor mijn pa veel minder. Die liep verloren in de specificiteiten van zijn eigen gezin.
Tegen dat hij eindelijk onthouden had waar het telefoonboek bewaard werd,
was Laura het verhoogje ontgroeid en lag het boek weer op zijn plaats.

Wie had toen kunnen denken dat het telefoonboek ooit overbodig zou worden.
Weer iets om nostalgisch over te doen.

m  – HiH-07/2015, herzien - https://lookofpaws.files.wordpress.com/2012/11/handleiding.jpg 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

615. --- afl. 058/121

afl. 058/121 ~ Tweede ondervraging

Ik reed weg om elf uur. Het motregende. Een motregen die dra overging in een bestendige, kille neerslag.
Ondanks het telefoontje van mijn vrouw daalde mijn stemming onder nul toen ik bij het politiegebouw parkeerde.
Een huid van leer was ik, een in boeien geslagen geest, die allesbehalve normaal functioneerde.
De mokerslagen kwamen evenwel terug: de dagboeken, de revolver, de uitspraken van Pat. Van haar hing zoveel af … en van Francis!
Wat als Vloesberghe merkte -en dat merkte zo'n ervaren man zeker- dat ik een kwelnacht achter de rug had?
Dat ik misschien iets te verbergen had? Dat ik opeens ontzettend nerveus, bang, paniekerig geworden was?

Inspecteur Vloesberghe ontving me zeker niet koel, eerder minzaam, correct.

'Dag, meneer Cijnens, gaat u toch zitten. Niet zo’n beste nacht gehad, zo te zien? U mag uw huis betreden, onze mensen zijn klaar.
Wat het vrijgeven van het lichaam van uw echtgenote betreft, daar heb ik nog geen uitsluitsel over. Ik vermoed begin volgende week.'

Ik vroeg benepen, trachtte kalm te spreken: 'Inspecteur, zijn uw mensen … hebben uw mensen al enig spoor gevonden?'

'Het onderzoek is pas gestart, meneer Cijnens, u moet geduld hebben.'

'Het wapen, inspecteur, … mag ik alstublieft weten wat er precies met Gerda is gebeurd?'

'Schedelfractuur, aangebracht door een stomp, zwaar voorwerp en een tweede fractuur aan de schedel.
Doordat het slachtoffer vermoedelijk van de trap is geduwd of gevallen.
Afgaande op de rigor mortis hebben de feiten zich voorgedaan tussen acht en twaalf uur.
Vertel eens, meneer Cijnens, hebt u dinsdagochtend vóór uw vertrek naar kantoor, een woordenwisseling gehad met uw echtgenote?'

'Ik zag haar ’s morgens vrijwel nooit. We ontbeten nooit samen. Gerda ging altijd naar de vroegmis. Vóór zij terugkwam,
was ik al weg naar de redactie. In de weekends trok ze zich terug in haar kapel. Wij liepen elkaar zo weinig mogelijk voor de voeten.'

'Haar kapel? U bedoelt haar kamer, meneer Cijnens?'

'U hebt die toch gezien? Bij mij is het op z’n minst al vijftien jaar geleden. Na haar galblaasoperatie. Die kamer stond toen al overvol.
Je kon er amper in bewegen. Heiligen beelden, zelfs onder haar bed. Bidbanken, kerkstoelen, wassen beelden onder stolpen.
Allemaal onverkochte exemplaren uit de winkel van haar ouders en veel legaten van haar familie.
Niemand mocht in die kamer. Niet eens de poetsvrouw. Alleen haar bidgenoten en mijn zoon uiteraard.'

'Beschikt u over foto’s van de kunstvoorwerpen in die kamer?'

'Geen idee, nee. Tenware dat Francis … Nee, ik denk het niet.'

'Hoe is de verhouding met uw zoon, meneer Cijnens?'

'Goed. Bijzonder goed zou ik zeggen.'

'En met uw schoondochter?'

Plots was ik op mijn hoede. Kwamen nu de strikvragen? Zou hij de schriftjes te berde brengen? Werd ik binnen het kwartier naar een cel gebracht?
Ik slikte moeizaam, bracht niettemin toch een perfect gelukte, ontspannen glimlach rond de mond en gaf eerlijk toe: 

'Met Pat heb ik nooit goed kunnen opschieten, meneer Vloesberghe. Geen makkie en natuurlijk schandalig ontzet over
mijn relatie met een veel jongere vrouw. Pat is ervan overtuigd dat mijn vriendin alleen mijn geld op het oog heeft.'

'Ik heb met haar al gesproken. Zo, het kan dat we u nog nodig hebben. Ik weet u wel te bereiken. U kan beschikken, meneer Cijnens.'

'Inspecteur, voor de goede gang van zaken, dit nog: na de begrafenis zal ik bij mevrouw Dries, mijn vriendin, intrekken.
Mijn huis is … ik moet overleg plegen met mijn zoon, maar dat huis, neen, ik kan daar niet langer wonen.'

Vloesberghe knikte en noteerde iets op de documenten. Ik liep naar de deur.

'Meneer Cijnens, momentje nog …' 

Daar gaan wij! Columbo in Wemmel, altijd op het allerlaatste ogenblik de allerlaatste maar beslissende vraag.
Ik verstijfde maar denkduiveltje kalmeerde me: doe niet onnozel, vriend.
Een type van zo'n kaliber vergelijken met een Amerikaanse tv-kierewiet!

'… ik raad u echt aan om een en ander van de inboedel in bewaring te geven vooraleer u bij mevrouw Dries intrekt.
En absoluut de kunstvoorwerpen laten fotograferen en zeer duidelijk omschrijven. Uw makelaar kan u daarbij adviseren.'

God, mijn Heer, heb dank, heb duizendmaal dank, zou Gerda zeggen. Ik hoorde het haar roepen vanuit haar hemel bij een bord rijstpap.
Dat was dan opgelost! Geen dagboeken gevonden, geen revolver! Voorlopig blijkbaar niets bezwarends tegen mij ontdekt! Wat zouden ze ook!
Er was niets tegen mij te vinden. Ik had nergens enige schuld aan. Ik moest alleen Pat vóór zijn.
Ik belde Marianne. Deed het relaas van het verhoor. Ze slaakte keer op keer een zucht van opluchting. 

'God zij dank, sorry voor die uitdrukking, Max', zei ze 'maar er valt me een zware steen van het hart.
De dagboeken en die revolver … Jongen, jongen, hadden ze die gevonden!'

'En ze zijn er nog, dat weet ik zeker. Ik moet ze vinden lieveke. Ik ben onderweg naar het huis. Ik bel je straks nog. Daag! Kusje.'

'En nu naar de villa', zei ik resoluut tegen mezelf, 'mijn zoekactie start!'

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur: https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ ijsbellen

en als een illusie helpt ?

Buiten is het 29°C, binnen 24°C. Vijf graden verschil.
'k Moet er wel bij vertellen dat wij hier actief proberen de hitte buiten te houden,
ramen en deuren open, gordijnen toe, luifel naar beneden. 
En ook heb ik ijsblokjes in mijn oren gehangen. Dat helpt om het hoofd koel te houden.
IJsbellen kan ik iedereen aanraden hoor! 

                                           Afbeeldingsresultaat voor ice cube earrings 
m  - EZW-06/2014, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

614. straatnieuws

straatmussenplezier

In de rustige straat hierachter zijn tot het begin van de grote vakantie de mensen van
de stoep-opbrekende bedrijven aan de gang geweest.
Die mensen hebben eind juni alles dichtgegooid, misschien omdat de werken voltooid waren,
misschien omdat ze zelf vakantie wouwe houwe, in elk geval, 't ligt dicht.   
Dus de kindjes kunnen deze zomer op de stoepen rolschaatsen of leren fietsen of
op andere wijze zichzelf in gevaar brengen en mij een hartstilstand bezorgen.
Van die zijde is alles zoals vorige zomers. 

Niet zo voor de ouders & de grootouders, want : er ligt nog zand.
Tussen de voegen van de stoeptegels, tussen de kasseien, in de goot ...
En 't is geen gewoon zand. 't Is ambetant zand. 
Vooral voor de grootouders die kinderopvang-van-dienst zijn.
Buikige opa's en zorgelijke oma's: 

- Ziet hé Medam, da’s allemaal zand.
- Eh, ja, tja ... zand.
- Van hier tot ginder hé ! Tot gínder hé !!
Dat bekijk ik dan gedwee - ja, streepjes zand hier &  daar. En ginder ook. 

- Dat waait wel weg, probeerde ik.

- Medam! dat waait maar tot in de goot.
- Allee, da's al iets, dan loopt ge dat zand niet tot binnen in huis ...
- Medam! Kijk goed! 

Ik keek eens goed. Ik zag streepjes zand. Geel zand. Heel fijn zand.
Het deed me aan iets denken, aan iets van lang geleden.   
Het was geen wit zand zoals aan het strand.
Het was geen geel zand zoals in de bouw gebruikt wordt. 
Het was beige. En heel fijn van korrel. Mul, pulverig en rul. Bijna talk, zo fijn. Leem? 
Zoals in de Zandweg?
Toen ik nog de straten en wegen rond het ouderlijk huis
onveilig maakte met  mijn trottinette was daar een zandweg.
Dé Zandweg. Daar deed ik stof opwaaien. In mijn eentje.
Nuja, met mijn trottinette natuurlijk. En dan achterom kijken naar die stofwolk. De prairie!   

Ik nam een paar vingers zand uit de goot en wist dat het leem was.
Op slag werd ik blij. En hoe komt die leem hier?

- En ge moest es weten wat een vuil dat geeft wanneer de mannen spuiten … 

Ter verduidelijking : in de namiddag brengen een paar Opa's van de schaduwzijde van de straat
hun tuinslang naar buiten en vernevelen water over de stoeptegels en een stukje gevel.
Het is zalig om dan door die koelte te lopen. 
De Opa's doen dat natuurlijk niet voor medammekes met een boodschappentas,
zij doen dat voor de kroost van hun kroost. Voor het nageslacht.

Daarna sproeien ze omhoog en dan mogen alle kinderen van de straat efkes door die waternevel lopen.
De nevel is een zeer zacht stortbad van heel kleine fijne druppels.
De eerste kinderen joelen de anderen naar buiten. Direct groot feest.   
En 't is daar regelmatig kinderfeest, geen subsidies nodig. Toffe Opa's en Oma's hierachter hé. 

Edoch. Water + Leem = Modder. 

Ze ontzeggen de kroost van hun kroost de verkoeling en de waterpret niet, maar nadien hebben ze
extra-werk door de moddervoetjes in de gang en in huis. Omdat er dit jaar leem op de stoepen ligt.
'k Luisterde met gepaste ernst en gepast ontzag. Inderdaad ambetant dat extra-werk door modderzand.

En in de tuin kunnen ze niet spuiten want daar staat de zon nog op het gras te branden.
Daarbij, 't gebeurt al jaren aan de straatkant en … en zo nog wat gesakker. De kinderen trekken er zich niks van aan. 

Nóg een soort schepsels dat er zich niks van aantrekt, deze zitten aan de zonnekant van de straat in dat mulle zand in de goot
uitgebreid stofbadjes te nemen, met gespreide vleugels en spitse pennen, de straatmussen. 

                                               House Sparrow taking a dust bath (photo by Vishnevskiy Vasily via Shutterstock)

Daar wordt enorm druk, vinnig & uitgebreid gestofbaad. In tegenstelling tot kinderen nemen mussen hun badje in stilte. 

https://www.youtube.com/watch?v=QGCn37RXNeg – 00min52

m - EZW-07/2010, HiH-07/2015, herwerkt - https://www.birdsoutsidemywindow.org/2009/08/26/why-do-birds-take-dust-baths/

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

613. --- afl. 057/121

afl. 057/121 ~ De droom

Zij stond voor mij, in de opening van de terrasdeur.
De vleermuismouwen van haar zwarte lange jurk wapperend in de wind.
De felrood gelakte wijsvinger van haar knokige hand bezwerend in de hoogte:

'De sloor is tweemaal vermoord. De eerste keer was voor haar de ergste keer.
Ik wist het van die dagboeken. Ma had het mij verteld.
Als er iets me mij gebeurt, zei ze, zorg dat ze nadien in de juiste handen komen.
Jij zwijn, je hebt haar leven meer dan kapot gemaakt. Daar ga je voor boeten.
Ik zweer het op haar hoofd. Francis kan me niet tegenhouden. Iedereen, hoor je, iedereen zal het weten.
En overal waar je je poten nog zet, zal ik zorgen dat ze je met de vinger wijzen.
Ploert, misdadiger, 't is te hopen dat de ogen van haar dáár tijdig opengaan.'

Marianne zat stijf-deftig in mijn chesterfieldzetel. Deemoedig met gebogen hoofd.

'Het kan je eveneens overkomen, meisje. Nog enkele jaren, als het nieuwe eraf is, volgt jouw beurt.
Hij kan dan eentje zoeken van achttien, vijftien of nog jonger. Een kind verkrachten komt zeker nog op zijn palmares!'
Pat had er jaren op gewacht, nu triomfeerde ze. Ze was duidelijk buiten zichzelf van woede.

Francis liep er bij als een witte geestesverschijning. Zijn ogen staalhard. Vol afschuw en dan weer intriest.
Hij zei telkens opnieuw, verdrietig en gesmoord: 'Pa, dit moeten meemaken! Ik wil het niet aannemen.
Maar het staat zwart op wit. Ik weet niet hoe het met ons verder moet.'

Marianne met een blik vol misprijzen, betraand, helemaal van streek:
'Ik kan me niet voorstellen, Max, dat uitgerekend iemand zoals jij dit heeft gedaan!'

Ze herhaalde die woorden keer op keer. Zweeg plots. Hoofdschuddend, de rest van haar gedachten begravend.
Keek weg van mij als wou ze mijn beeld voor immer verdringen.

'Niet doen, mijn alles, niet doen. Iedereen maar jij niet … jij nooit', huilde ik rauw, opbrandend van ellende.

De telefoon op het nachttafeltje rinkelde onophoudend:
'Goede morgen, meneer Cijnens. Het is half negen. Ontbijt wordt geserveerd in de Felicien Rops-zaal, eerste verdieping.'
Ontbijt? Half negen? Ik was klam van het zweet. Beukende hoofdpijn en maagzuur.

De brabançonne op mijn gsm: 'Heeft mijn venteke wat kunnen rusten?'
Die heerlijke, warme, bedwelmende stem van mijn Marianne.
Mijn geweldige vrouw, mijn godenkind, mijn beste medicijn.
Alleen haar stem en alle ballast, alle vragen, alle zorgen vielen van mij af.
Vooral de bittere herinnering aan die afschuwelijke nachtmerrie.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ 'witte rook'

vandaag kookt opa eens een keer

De nieuwslezeres vraagt ivm een topbespreking aan de correspondent ter plaatse:
"Ja Jan, verwacht je dat er vanavond al witte rook zal zijn?"

De Kleine vraagt vanuit de sofa
- Opa, 'witte rook', wat wil dat zeggen? 

Opa antwoordt verstrooid, hij volgt het nieuws van bij de keukendeur want
hij heeft potten op het vuur staan:
- Dat zeggen ze wanneer iets goed afloopt. 

Waarop Oma ook vanuit de sofa, laconiek :
- Behalve wanneer die witte rook uit de keuken komt hé man.

m  - EZW-07/2014, goed voor 1 glimlachje

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

612. Ray Franky

De naam Ray Franky deed een solide bel rinkelen en gisteren heb ik over hem het een en ander gevonden op 't Net.
De tekst van het nummer, om te beginnen. En de levensloop van de man.
Dat was interessant, het jaar '73 en later liep ik elke dag rond in zijn wijk en ik wist van niks.
'k Kende toen enkel nog vaagweg dat liedje. 

klank aanzetten,
https://www.youtube.com/watch?v=Sz44xbzrgGA 
03min02

Ray Franky - wat je naam was, dat ben ik vergeten 

Wat je naam was dat ben ik vergeten
Maar je kussen vergeet ik nooit meer
Van jouw liefde wou ik toen niets weten
Maar in dromen zie ik je nu weer

Want geen ander is er daarna nog geweest voor mij
Toen ik afscheid nam van jou ging het geluk voorbij
Wat jouw naam was dat ben ik vergeten
Maar jouw kussen vergeet ik nooit meer
't Was in een kleine badplaats
De zee was er blauw
Daar danste ik die avond
Een tango met jou
Wat je naam was dat ben ik vergeten
Maar je kussen vergeet ik nooit meer
Van jouw liefde wou ik toen niets weten
Maar in dromen zie ik je nu weer
Want geen ander is er daarna nog geweest voor mij
Toen ik afscheid nam van jou ging het geluk voorbij
Wat jouw naam was dat ben ik vergeten
Maar je kussen vergeet ik nooit meer
We zijn daarna nog even
Het strand langs gegaan
De zee lag als een sprookje
In 't licht van de maan
Wat je naam w as dat ben ik vergeten, Maar je kussen vergeet ik nooit meer
Van jouw liefde wou ik toen niets weten
Maar in dromen zie ik je nu weer, Maar in dromen zie ik je nu weer

1954, Tekst : Gerondal / Nelly Byl -  Muziek : Storch 
Een vertaling van Nellie Byl begot! Een successchrijfster/vertaalster.

Ray Franky (1917 - 2002) geboren als François-Victor De Paepe,
was een Vlaams charmezanger die zijn grootste successen in de jaren vijftig behaalde.
Hij was vooral bekend als zanger van de evergreen Oh Heideroosje.

Levensloop

De Paepe werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk geboren. Zijn ouders verbleven er in
het Normandische Bois-Guillaume na hun vlucht vanuit België. Na de oorlog keerde het gezin terug
en ging in Mechelen wonen. De Paepe was er tijdens zijn jeugd kerkzanger. 
Na de Tweede Wereldoorlog begon hij samen met de Mechelse accordeonist Pol Loos te zingen in diens café.
In 1949 startte zijn zangcarrière en De Paepe nam de artiestennaam Ray Franky aan.  
In dat jaar volgde zijn eerste plaatopname: de song Domino die in Parijs werd opgenomen.
Hij begon te toeren en kon van het zingen zijn beroep maken. 

Zijn eerste grote succes volgde in 1953 met Zing signorita.
Zijn allergrootste succes kwam er een jaar later met Oh, Heideroosje,
een Vlaamse vertaling van Oh, Heideröslein van de Duitse componist Gerhard Winkler
die Ray Franky samen met Jetty Gitari zong. Hierdoor werd hij ook in Nederland populair.

Ray Franky  Rayfranky.jpg     R-8789534-1468800899-3574.jpeg.jpg  Jetty Gitari

Ray Franky bracht vanaf dan een dagelijkse uitzending op Radio Luxemburg waar hij presentator bleef tot in 1959.
Zijn populariteit bleef groeien en zijn fanclub telde op het toppunt van zijn populariteit ruim 6000 leden. 
Ray Franky bleef aan de lopende band platen opnemen en hij kreeg in 1959
als eerste Vlaamse artiest een gouden plaat voor zijn 10-jarige carrière.

In het begin van de jaren zestig opende Ray Franky een café aan het Brusselse Zuidstation,
waardoor hij gedwongen werd om zijn optredens te beperken en zijn plaatopnames te stoppen.
Hij bleef wel voor zijn fans optreden in zijn café. In 1973 verkocht hij het café en begon opnieuw op te treden.
Ray Franky behaalde echter nooit meer de successen van weleer.
In 1975 ging hij dan ook noodgedwongen in het postsorteercentrum Brussel X werken tot aan zijn pensioen in 1982.
Er kwam een nieuwe comeback en hij bleef zingen en nieuwe plaatopnames maken tot einde 1989,
toen hij zijn 40-jarige carrière vierde. Kort daarna werd bij hem de ziekte van Parkinson vastgesteld
waardoor Ray Franky gedwongen werd zijn carrière te beëindigen. http://nl.wikipedia.org/wiki/Ray_Franky  

Ray Franky (1954) Hoe Je Naam Was Dat Ben Ik Vergeten
Eddy Christiani (1954) Hoe Je Heette Dat Ben Ik Vergeten
Camillo Felgen (1954) met Barbara Kist
Bob Benny (1976) Wat Je Naam Was Dat Ben Ik Vergeten
Corry Konings (1978) Hoe Je Heette Dat Ben Ik Vergeten

Kussen of ogen?

Bij Eddie Christiani & Corry Konings: Hoe je heette dat ben ik vergeten, maar je ogen vergeet ik niet meer,
wat preutser klinkt dan het Duitse origineel: Deine Name den hab' ich vergessen, deine Küssen vergesse ich nicht.

Toen we kind waren kon mijn zus
Tina het nummer enorm goed nazingen. Of toch het refrein.
Met de nodige uithalen, die tango werd een smartlap en het woord 'kussen' kweelden wij mee tot onze adem op was of
tot we niet meer konden van het lachen.

Afbeeldingen van ray franky :
Toen ik onderstaande foto zag, vroeg ik me af wie eerst was met dit kapsel. Eddy Wally of Ray Franky?

Deze foto zou dateren van '85.RAYFRANKY-web.jpg Een charmezanger zal hij alleszins geweest zijn.

m  – EZW-06/2014, herwerkt - http://users.skynet.be/berckmans2/media.htm57.htm
http://muzikum.eu/nl/123-111-10091/jo-vally/wat-je-naam-was,-ben-ik-vergeten-songtekst.html#ixzz33jjuesqP , http://www.ultratop.be/nl/song/66af3/Ray-Franky-Wat-je-naam-was-dat-ben-ik-vergeten

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

611. --- afl. 056/121

afl. 056/121 ~ Obsessies

Haar maatje kon de slaap niet vatten.

Die dagboeken, altijd maar die dagboeken. Het werd echt een obsessie!
Morgenvroeg eerst Francis opbellen. Hij had voldoende contacten bij de magistratuur.
Een ervaren raadsman aanduiden kon bijgevolg geen probleem zijn.
Hij zal willen weten waarom! Op die vraag zou ik het antwoord uiteraard schuldig moeten blijven.
Want wat als Francis hoorde van de dagboeken? Via Pat of Vloesberghe!
Via zijn clubvriend-magistraat! De raad van Marianne opvolgen moest ik.
Voet bij stek houden dat het een vuige leugen van Gerda was.
Liegen om mijn eigen vel te redden, vooral om mijn zoon niet te verliezen?

Definitief misschien! Ik was altijd open en oprecht tegenover hem geweest.
Als er iemand is, die weet dat zijn vader geen leugenaar is, dan toch Francis zeker!
Er was zijn moeder door mijn zogezegd toedoen destijds helemaal niets overkomen.
Ze kon daarover vertellen en schrijven wat ze wou. Basta! Gerda overdreef altijd en in alle toonaarden,
fenomenaal zelfs en met één welbepaald doel: mij pesten.
Maar liegen deed Gerda nooit opzettelijk. Ook dat wist Francis.
Anderzijds, het regende hevig die avond en die schoft van een pastoor
had er een handje van weg om zijn oude, versteende zielenpoten alles en nog wat wijs te maken.

Niemand wist precies wat er in zijn kerk 's avonds gebeurde.
Denkduiveltje had het me die bewuste avond eveneens gesuggereerd:
't zou hem niks verbazen dat die kwezels daar voodoo-popjes naaien.
Spelden prikken in mijn hoofd en teelballen en in Marianne's borsten en snoezepoezeke.
Als het in Haïti en op de Caraïben werkt, waarom hier dan niet?
Onder ons gezegd, vriend, je hebt de voorbije weken al enkele keren geslapjanust!
Met dat volk weet je maar nooit en met zo’n weer rijd je liever wat trager.
Gas terugnemen. Nu! Let op met je gemanoeuvreer.

Natuurlijk is het zo gebeurd: ik plots in de war, de aandacht verslapt en een verkeerde stuurbeweging, slechts één.
Ach, ik moest mezelf niets wijsmaken. In een vlaag van domheid, verzopen van afkeer en wilde haat,
had ik Gerda die bewuste avond werkelijk willen doodrijden.

Zomaar een demonische flits was het geweest. Dezelfde flits, die juridisch omschreven wordt als
"zinsverbijstering of psychisch emotioneel totaal ontredderd,
zodat de dader zich in die minuten geen rekenschap geeft van wat hij doet".
Diezelfde flits, die reeds duizenden mannen vóór mij, verstandige zelfs rustige mensen, jaren in de cel had doen belanden.

Had ik niet op het allerlaatste moment het stuur omgegooid, Gerda was niet te ontwijken geweest.
Misschien niet gedood, maar toch zwaar gewond. Gehandicapt voor het leven.
De bedoeling was er geweest. Ik verscheen daarom hoe dan ook voor mijn rechters.

Dat zou erger zijn dan een cel. Vrij in een ontwijkende, zwijgende, beschuldigende kleine wereld.
De wereld van Francis, Pat en mezelf. En ja, ook van Marianne.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ toenik aarriep

proefondervindelijk

Zozjuist Wetsensschappelijk Vazzgessteld : Azmen alkool innet bloed eeft,
ennen mug bijt, danniz de mug daarna véélse tammer.

Deezse kwam zellefs toenik aarriep! En patzs. So bestrijddik de somermugge. 
Effiziënt. Met alkool. Zseg asdakkik et gezegd ep.

*  EZW-07/2014, herzzsien en nogaltijd hoké !

Geschreven door maart om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

610. elk een nikè

elk een stoet van Nikès !

Eergisteren zat ik op Olympisch niveau in het Oude Griekenland en het is er goed toeven want men is daar
in machtig en prachtig gezelschap. Soap op hoog niveau. 2917m. In Wikipedia stond iets dat me opviel,
iets dat direct bruikbaar leek. Het zou over vandaag kunnen gaan ipv over de Antieke Oudheid:

“Men ziet de Nikè ook als een niet-vermenselijkte godin, waar de andere goden van de Grieken
sterk op mensen van vlees en bloed leken. Er zijn weinig legenden rond de Nikè en
afbeeldingen waarin een triomferende krijgsman wordt vergezeld van een stoet van Nikès
herinneren aan de gedachte dat iedere overwinning een eigen Nikè heeft.
Nikè is niet alleen de godin van de overwinning in de strijd, maar van élke zege in een wedstrijd behaald,
ook van het welslagen van een onderneming met moeite en inspanning ten einde gebracht.”

 nikè van samothrace   http://kunstgeschiedenis.jouwweb.nl/beeldhouwkunst/grieken

'iedere overwinning heeft een eigen Nikè' en van
'het welslagen van een onderneming met moeite en inspanning ten einde gebracht'.

Dan mogen wij allemaal op deze seniorenleeftijd al wat Nikès in de kast hebben staan.
Misschien geen stoet, maar toch wel een paar. Een huwelijk, een loopbaan, een gezin,
met de hoogtes enmet de laagtes en met alle moeite en inspanningen die laagtes gekost hebben en kosten.

Als ik een verwerkingsproces als een onderneming bekijk, dan is
het ogenblik dat ik vrede kan nemen met de situatie -het ogenblik dat ik kan zeggen 'het is wat het is'-
dat is het moment dat Nikè mijn hand mag loslaten. Dan mag ze in de kast bij de andere.

En er zijn genoeg Nikès voor iedereen, want elke kleine zege heeft een eigen Nikè.
Dat vond ik gisteren zo'n mooie gedachte. En vandaag ook nog.

m  – naar een gegeven van JF - HiH-07/2015, bijgewerkt - https://nl.wikipedia.org/wiki/Nik%C3%A8

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

609. --- afl. 055/121

afl. 055/121 ~ Hersenspinsels in moeilijke uren

De dagboeken van Gerda! Merde! Merde! Merde! Ze waren er, ik wist het.
Enkele jaren geleden, toen ze weet had van mijn verhouding, was zij er ijverig aan begonnen.
In ongebruikte schriftjes van Francis, de tijd van zijn basisschool. Gerda hield alles van haar zoon bij.
Zorgvuldig in kartonnen dozen en gedateerd. Onbenullige dingen als vergeelde herinneringen aan hem.

Enkele keren had ik haar in de keuken naarstig zien pennen, jachtig het schriftje dichtklappend of wegbrengend,
zo gauw ik naderbij kwam. Een paar keer had ik haar zelfs verrast bij haar vlijtig gedoe.
Toen ik, toch even over haar schouder gluurde en een hulde bracht aan haar kalligrafie,
was ze kregelig uit haar krammen geschoten:

'Welja, ik houd dagboeken bij. En dan? Heeft meneer daar problemen mee?
Iedereen doet wat hij graag doet. De ene gebruikt zijn lijf en de andere een pen!'

Dus de vermeende aanrijding had zij hoogstwaarschijnlijk ook in geuren en kleuren opgetekend.
Verkeerd opgeschroefd. In dat venijnig, katholiek taaltje van haar.
Ze zal zich beslist beschreven hebben als bebloed in de greppel liggend,
huisdokter erbij en een week bed houden.

Ik wist waartoe zij in staat was … was geweest. Aangenomen dat ze in haar schriften
eerlijk en zonder enige overdrijving had weergegeven wat er die avond gebeurd was,
dan nog zou ik er nog bekakt vanaf komen.
Die Vloesberghe zou me geenszins het voordeel van twijfel gunnen.
Het werd haar woord tegen het mijne. En vooral haar opgetekend relaas.

Francis, ik moet straks Francis bellen. Alleen zijn stem horen, dat was voldoende.
Niet doen, vriend, niet doen. In het beste geval slaapt hij nu
en in het slechtste geval is het wapengekletter in Keerbergen.
Als zij verneemt dat jij aan de telefoon bent, is het Rozenoorlog.
Temporiseren, vriend, de gemoederen bedaren. Jaag haar niet op stang, ze weet te veel.
Denk aan de dagboeken, gesteld dat die nog niet gevonden zijn! Denkduiveltje had gelijk.

Nu zat ik op de wc-pot te trillen. Kotsziek.
Wat als zij haar dreiging uitvoerde en de politie inlichtte over de schriftjes?
Vloesberghe zou de ganse inboedel uitkammen. Hij zou ze vinden!
En ik zou hangen. Zeker en vast voor de raadkamer moeten verschijnen
en op z’n minst een maand voorarrest doen, zoniet langer, tot de zaak opgelost was.

Ik moet een advocaat hebben, misschien morgen al, indien de dagboeken vannacht gevonden worden.
Een pleiter à la Vermassen of genre Van Eeckhoudt.
Het was drie uur in de ochtend toen ik ging douchen. Daarna belde ik Marianne. Ze nam onmiddellijk op:

'Je kan zeker ook niet slapen, venteke?'

Ik vertelde haar van de dagboeken, mijn angsten voor Pats verklaringen.
Het bracht haar van de wijs. Ze kon niet meteen gevat reageren.
Wie wel, als je zo-even verneemt dat je minnaar, uit liefde voor jou, tot zo’n daden in staat zou zijn?
Ze stamelde hakkelend:

'Max, het is toch niet omdat het in dat boekje zou staan … allez, dat kan toch van a tot z verzonnen zijn.
Gerda haatte je nog meer dan jij haar. Vrouwen zijn dan tot waanzinnige dingen in staat.
De politie weet dat. Die is ook niet van gisteren!'

'Het kan een bewijsstuk vormen, zolang de zaak niet is opgelost en wie weet wanneer!
Marianne, ik kan gearresteerd worden! Lieveke, hou daar rekening mee.
Ik ken iets van wetgeving en deze zaak stinkt langs alle kanten.
Marianne, godverdomme, Marianne, de revolver! Ook dat nog!'

'Welke revolver, Max? Je hebt toch geen wapens in huis!' riep ze hoog verschrikt uit.

'De revolver van mijn vader. In zijn gereedschapskist in één van de kelders.
Die revolver moet daar nog in liggen samen met de kogels. Ik ben er zeker van.
Ik kon het niet over mijn hart krijgen ervan te scheiden. Dus heb ik …'

'Van die revolver?'

'Maar neen, lieveke, van die kist, de gereedschapskist. Van mijn vader.
Het huis werd volledig leeggemaakt door een opkoper.
Maar de foto’s en nog wat andere dingen heb ik behouden als herinnering.
Zeker die kist. Het is een museumstuk voor mij.
Vader heeft die kist zelf gemaakt en ik mocht helpen.
Die zit volgepropt met ouwe troep, nagels, verfborstels, tuingerief,
een kleine handzaag en allerhande ander alaam. De revolver ligt onderin.
Vader was ontroerd toen ik hem vertelde dat ik zijn gereedschap had meegenomen.
Alles schiet me nu te binnen.
Er zitten zeker en vast ook oude hamers in de kist en Gerda is met een zwaar voorwerp …
Ze vinden dat, Marianne, ze vinden alles!'

'Venteke, stop! Ten eerste, Gerda is niet neergeschoten, dus die revolver speelt geen rol.
Ten tweede, hoelang is het geleden dat jij die kist hebt opengemaakt. Vijf, zes, zeven jaar? Ja!
Die speurders zien dat meteen. Enfin, Max, jij als journalist, zo’n klinkklare onzin.
Jij kruipt nu onder de wol. Je hebt nog enkele moeilijke uren.
Geloof me, morgen zie je alles vanuit een duidelijker perspectief. Slaap nu, maatje van mij.'

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ oog voor detail

In mijn kinderjaren krioelde het van de huiszwaluwen achter het huis :
het moment van de trek kon ik uren hun gedoe gadeslaan, hoe ze verzamelden
en wisselden van plaats op de hoge elektriekdraden in de velden hierachter.

Triest dat men nu naar plaatjes moet kijken, om zwaluwen te kunnen zien !  mpc

                  

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Bruno_Liljefors_-_Common_Swifts_1886.jpg, KLIK op de afbeelding om te vergroten, een zoomfunctie is daar beschikbaar
Een wereldje op zich : Afbeeldingen van bruno liljefors painter
http://www.thegreatcat.org/the-cat-in-art-and-photos-2/cats-in-19th-century-art/bruno-andreas-liljefors-1860-1939-swedish/ 

mpc & m - 07/2014 - https://en.wikipedia.org/wiki/Bruno_Liljefors

Geschreven door maart om 03:51 Reageer op dit bericht

608. vlieg-etiquette

de plaats in het vliegtuig

Op een keer zaten we aan de nooduitgang en dat beviel LM wel, wat meer beenruimte.
De volgende keer zouden we vragen om aan de nooduitgang te kunnen zitten.

Maar iedereen kent dat plekje denk ik, want het is ons nadien niet meer gelukt daar een seat te krijgen.
Ofwel was het omdat we met zeemansticketten vlogen, dat kan ook. Op kosten van de rederij dus.
Misschien werd die seatkeuze gelaten aan de individueel betalende passagiers.

De tweede beste keuze voor LM is het gaanpad, ivm de beenruimte.
En ik zit dan in het midden. Geen van ons twee wil aan de patrijspoort.
Ik wil er 's nachts uitkunnen om naar het twalet te gaan.
Daarvoor klim ik dan op de armsteunen en teen zo naar het gaanpad.
In 2009 kon ik dan nog hé. Nu wou ik wel over een slapende LM klimmen,
maar niet over een onbekende. Er zijn grenzen aan mijn bereidheid.
Daarom, LM bij het gaanpad en ik daar vlak naast.

Op een keer zat er iemand aan het daglicht te prutsen, de store moest al naar beneden
en het was nog klaarlichte dag. Wat zeg ik, we stonden nog aan de grond. 
Gaat zij nu al slapen? vroeg ik me af. Wat bleek, ze had vliegangst.
En hoogtevrees. En een fascinatie voor dieptes. En claustrofobie.
Maar daar bestonden pillekes voor. Alleen moest dat storeke efkes naar beneden. Tot na het opstijgen. 
Toen we opgestegen waren lag de jongedame in slaap. Of lag ze voor pampus, dat kan ook.
Wat ze ingenomen had zal wel wat sterker geweest zijn dan een dramaminneke.

Ze lag met haar hoofd tegen de store. Zodoende kreeg ik die niet omhoog.
Tja, dan zaten wij maar wat te lezen met dat pierelampke aan hé.
Een mens moet al eens iets overhebben met de medemens.
Tot er iets te bekijken viel op het scherm, dan mocht het pierelampke boven ons hoofd uit. 
'k Was in elk geval blij dat de jongedame niet aan het gaanpad zat. 

Uren later, toen iedereen sliep of toch iets in die aard probeerde, was haar medicament uitgewerkt
en was ze zelfs uitgeslapen. Tja, als ge daar zo soepel hangt van de medicijnen
dan zijn de spieren ontspannen waarschijnlijk. En een kater had ze er blijkbaar niet aan overgehouden.

Ze ging actief zitten orde maken in het netje vóór haar, en in haar handtas en toen dat alles
naar haar goesting gereorganiseerd was, moest haar haar geborsteld worden en haar neus gesnoten.
En toen viel haar cent dat ze honger had. Ha ja, ze had de avondmaaltijd gemist.
Toen wou ze eruit, om te gaan kijken of er in de pantry iets te knabbelen viel.
Maar madame teende niet over de armsteunen natuurlijk.
Ah nee, wij moesten er uit om haar te laten passeren.
Ze was nochtans veel jonger en dus veel soepeler dan wij.

Ik sliep niet, maar LM wel. Dat LM toen wakker gemaakt werd vond het mens maar normaal. 
LM moest 's anderendaags bij aankomst aan boord onmiddellijk beginnen werken,
intercontinentale nachtvlucht of niet.  LM had elk minuutje slaap broodnodig, want
de volgende dag zou meedogenloos zijn. Zowel qua klimaat als qua werkdruk. 
Dat LM toen wakker gemaakt werd, was voor mij ongeveer hei-lig-schen-nis.

Toen ze voor de tweede keer teken deed dat ze eruit wou, schudde ik met de vinger op de lippen NO.
Dat ze naar de WC moest, probeerde ze. Dat ze juist geweest was, zei ik.
'k Had haar zien buitenkomen. En het bleef NO. Hier waak ík.

Tot LM wakker werd, een paar uren later. Dan pas mocht ze genadiglijk weer passeren. 
Er bestaat zoiets als vlieg-etiquette, mevrouw. Vooral op intercontinentale nachtvluchten.

m  – EZW-07/2014, HiH-11/2016, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

607. --- afl. 054/121

afl. 054/121 ~ De dagboeken

Ik nam een hotelkamer in de buurt van de basiliek. Thuis? Was er nog een thuis? Verdomme nee! Nee!
Dat woord "thuis" kwam me opeens zo dwaas voor. Mijn villaatje was nimmer een thuis geweest.
Mijn enige ware thuis was bij Marianne. Bij haar. In haar. Overal en altijd met haar.

Voor ik naar mijn kamer liftte, dronk ik een dubbele cognac aan de bar.
Nog steeds wou het er bij mij niet in dat Gerda dood was. Vermoord! Waarom? Door wie?
Die twee priemende vragen kwamen steeds bonkend terug.
Waarom waren Francis en ik reeds zo doortastend aan de tand gevoeld?
Misschien was dit de normale gang van zaken? Wat dacht, wat vermoedde die inspecteur?
Dat ik schuldig was of nog erger: mijn zoon?! Te absurd om maar één ogenblik serieus te nemen.

Ze hadden Madeleine en Adrienne ook al ondervraagd.
Adrienne, de flamboyante kroniek van de parochie en trouwste hartsvriendin van Gerda!
Als die babbelmolen tegenover de politie herhaalde wat Gerda, in huilerige buien,
de voorbije jaren allemaal over mij uitgekraamd had!

Mijn onbeschaamde goddeloosheid, mijn hemelschreeuwend overspel, onze haatspuwende ruzies,
misschien de vermeende aanrijding en wat nog allemaal meer!
Goeie genade, ik mocht er niet aan denken! Adrienne zou het met bravoure en plezier driedubbel uitwrijven
en er, samen met Madeleine en dat handvol versufte bidsters, de gewenste glans op poetsen.

En Serge, die lijkbidder! Zijn ondervraging?
Op zich niet zo erg, tenware … Nee, hij zou dat verzonnen (of echt verhaal?) over Marianne niet oprakelen.
Gebonden door het biechtgeheim. Maar moest die verdomde klootzak het wél doen,
al was het maar om mij in de problemen te brengen, ik zou hem eigenhandig villen.
Nee, vriend, dat doet die priester nooit.
Daarvoor is hij te intelligent, daar was denkduiveltje weer met zijn boerenlogica.
De reden? De aanleiding is er niet meer. Die ligt nu in het mortuarium. Morgen of overmorgen reeds ingevroren.

Gerda, Gerda! Hoe dom, beklagenswaardig, naïef en hatelijk ik je ook vond, wat is er toch met jou gebeurd?
Ze hebben je de schedel ingeslagen? En waarom? Voor wat? Voor wie?

Ik ging op het bed liggen. Verborg het hoofd in de handen.
Als schaamde ik me diep om de man, die nu sarrend te voorschijn kwam.
Ik hoefde me niet beter voor te doen dan ik was, hypocriet!

De meppen die we elkaar hadden toegediend!
Weken geleden, in een ijle flits weliswaar, mijn manoeuvre om haar de weg af te rijden!
Was dat geen moordpoging met voorbedachte rade geweest?
Moest Vloesberghe dit te weten komen, dan lag ik er. Dan werd ik zonder pardon meteen opgesloten.

Ja, vriend, bromde denkduiveltje verpletterend, je zit in lelijke papieren.
Hoe siste Kermit dat ook weer: als er met ma iets gebeurt, zal ik zorgen
dat haar dagboeken in de juiste handen komen. Gerda heeft blijkbaar alles genoteerd over mijn fameuze ijle flits,
dus … voorzien is de boodschap en serieus opletten de daad. Als er nog tijd overblijft!

Ik moest een noodlottige aanval van kolieken onderdrukken. Rende naar de badkamer.
Zat in dor gekreun te hijgen en te drukken. De grote pijn bleef weg.
Maar ik bleef zitten, klein-verslagen op de pot. Zwetend en beroerd. Leeg opgesloten in mezelf.

De dagboeken van Gerda! Merde! Merde! Merde!

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ gesloten

zelfs de wachtzaal was nog dicht

03h55 - Voor een gesloten deur staan kan vervelend zijn. Heel vervelend. 
Maar als die deur verontschuldigend glimlacht is het wat minder erg.  

                Smiling-doors
m  – HiH-06/2015

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

606. lottodag

Lang geleden, in de tijd dat we nog Belgisch geld gebruikten droomde ik eens dat ik 42 miljoen kreeg.
Geërfd of gewonnen of gebankroofd, dat werd er niet bij gedroomd.
Er was gewoon ineens 42 miljoen. Voor mij. 
Wat ik daar toen mee zou doen weet ik niet meer maar het getal 42 is me altijd bijgebleven.
Áls er ooit geld binnenvalt, zal het iets met 42 zijn. 42€, dat kan ook, of 42 cent.

Lotto spelen doe ik niet. LM wel. Hij heeft daar ingewikkelde geheime systeemconstructies voor.
Welke constructies dat zijn weet ik niet, want ze zijn geheim.
Hoeveel geld hij daaraan besteedt weet ik ook niet, want het is zíjn geld.

Er was een tijd dat hij me al eens wat getallen vroeg, om in te vullen.
Maar sinds zijn geheime formule is dat niet meer nodig. Dat vind ik ook beter.
Want het was een verpletterende verantwoordelijkheid.
Door mijn argeloze keuzes gingen hier elke week miljoenen verloren.
Sinds zijn Systeem gaat deze kelk aan mij voorbij.

Ooit heb ik wel lotto gespeeld. Op zaterdag was dat toen te doen.
Het was met een caféclubje en we speelden 100 BF per week, per persoon.
De koopvaardij werkte toen nog met contracten van zes maanden. Ik werd opgeroepen,
betaalde bij het clubje mijn twee weken vooropzeg en vertrok naar andere horizonten. 
Zes maanden later en terug thuis, vernam ik dat het clubje 60.000 BF per persoon gewonnen had,
drie weken na mijn vertrek. Tja, dat zijn zo van die dingen hé.
Maar ik was er heel gerust in, want het was geen 42.000 BF. Mijn beurt zou dus nog komen. Ooit.

We zijn nu meer dan 30 jaar verder en ik heb niet meer gespeeld sindsdien. Het is er gewoon niet meer van gekomen. 
30 jaar x 52 weken x 100 BF = 156.000 BF, minstens.
Dat is iets van een 3.850€ die ik niet heb uitgegeven. Goed hé! Alleen weet ik niet waar ik dat geld gelegd heb.

m  - EZW-06/2014, HiH-04/2015, herwerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

605. --- afl. 053/121

afl. 053/121 ~ De zalfpot

Marianne! Ik moest naar haar toe. Ik had haar meer dan ooit nodig.
Op het ogenblik dat de motor van mijn Audi aansloeg, zong mijn mobieltje: Bieke, eindelijk … 

'Tempore lenitum est vulnus meum. Max, de tijd heeft mijn wonden geheeld …
Vriend, mijn arme vriend, dit is verschrikkelijk.'

Serge, of all people! Ik wou mijn lief en kreeg een pastoor!

Zijn slome, zo zalvende stem lispelde voort: 'De wijkagent is bij mij geweest.
Adrienne en ik waren aan het bidden voor het zielenheil van je vrouw. Die door en door brave, godvruchtige Gerda,
en jij, mijn vriend, wat jij nu toch moet meemaken! Ik kom meteen naar jou toe.'

'Blijf weg. Ik wil niemand zien', blafte ik terug.

'Max, ik ben er voor jou. Gerda zou het gewild hebben. Je hebt alle steun nodig. Neen, niet als priester, dat weet ik.
Ik kom als vriend mijn wanhopige broeder helpen. Ik kán je helpen, Max. Leun op mijn sterkte.
Ik ben er meer dan ooit voor jou. Salus ubi multa consilia. Ja, men gaat veilig als men steunt op veler raad.'

'Serge, laat mij godverdomme met rust. Blijf in je kot. Ik ben kapot en ik moet dringend weg.'

'O, tempora, o mores! O tijden, o zeden! Het gaat niet goed met jou,
Max, in hemelsnaam, man, weiger toch geen hulp. Zeker de mijne niet.
Heb je al enig nieuws van de politie? Is er een inbraak geweest en Gerda … wat hebben ze met haar …'

Ik schakelde mijn mobieltje uit en riep onmiddellijk Marianne op.

'Max, venteke, hoe…'

'Lieveke, ze hebben haar vermoord. Ze is dood,' steunde ik schor. 'Verschrikkelijk, Marianne! Onderaan de trap lag ze …
Neen, ik heb alleen haar voet gezien. Francis heeft haar gevonden. Hij is er erg aan toe.'

'Wie, Max, wie?'

'Ik ... niemand weet het. Ze onderzoeken thuis alles. Van kelder tot zolder. Ze zijn nog bezig …
ik heb de inspecteur ook maar over ons verteld. Schrik dus niet als ze morgenvroeg bij jou aanbellen.
Francis en ik moeten in de voormiddag terug naar Wemmel voor verdere ondervraging.'

Marianne reageerde niet.

Ook haar wereld stortte in. Pijn en ontzetting. Het niet begrijpen en niet kunnen aanvaarden verlamden ons.
Ik voelde het vooral in haar ontdaan stilzwijgen. Ik begreep dat schuldgevoel.
Vooral ten overstaan van mijn zoon. Een wassende realiteit was het voor ons alletwee.

'Bieke, ik weet niet waarheen. Ik mag voorlopig niet in mijn huis. Ik wil daar trouwens niet meer blijven.
Kan ik naar jou toe? Eén enkele nacht maar. Ik wil bij jou zijn, Marianne. Ik heb je nodig. Alsjeblief!'

'Venteke, mijn maatje toch. Ik heb ook zo'n behoefte aan jou. Maar nu bij mij komen? Dat is niet verstandig.
Je zoon, Max, wat indien hij het verneemt? Zijn moeder pas … dood en jij nu al naar mij!
Ik vind dat niet kunnen, lieverd. Weinig respectvol tegenover Francis. Akkoord?'

'Marianne, laat me niet in steek. Alsjeblief.'

'Lieverd, ik laat je niet in steek. Wees toch redelijk, Max.
Het enige wat je nu nodig hebt, is rust en nog eens rust. Morgen heb je een bijzonder zware dag voor de boeg.'

'Ik ga niet naar de Queen Anne. De flikken zullen daar ook iedereen ondervragen.
En daarbij, de redactie is er vlak tegenover. De moord staat morgenvroeg in alle bladen.
De collega’s, de vrienden … Nee, Marianne, ik kan niet terug.'

'Luister, schat. Zelfs indien dat politiegedoe nog een poos doorgaat, is er geen probleem.
Na Gerda’s begrafenis trek je onmiddellijk bij mij in. Voorgoed, baby, voor altijd. A deal?'

'In orde', zuchtte ik gelaten.

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

604. goed nieuws

De Joppe is in vier maanden tijd al op vijf verschillende plaatsen weggestuurd na de proefperiode.
Op deze job, de zesde, werd hij dinsdag aan het werk gezet in het magazijn.
Vorige vrijdag verloor hij de controle over de vorklift en ze donderde de laadkade af.

De baas werd erbij gehaald en hij bekeek de schade.
Hij schudde het hoofd en zei dat de reparaties op kosten van Joppe zullen gebeuren,
elke maand zal er meer dan 10% van zijn loon ingehouden worden.

"Hoeveel zal dat kosten" vroeg Joppe voorzichtig.
"Meer dan 5000€" zuchtte de baas.
Stilletjes zei Joppe, met ronde ogen van ongeloof: "Dan … dan heb ik vast werk … ?"

-.- HiH-07/2015 // 2018, misschien moet ik nog eens naar Joppe bellen om te vragen hoe het nu met hem gaat

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

603. --- afl. 052/121

afl. 052/121 ~ De kikker in de tuin

Bij mijn huis stonden nog verschillende auto's, ook de lichte vrachtwagen van de labodiensten.
Zou het moordwapen al gevonden zijn? Waren er sporen, belangrijke sporen?
Bij elke inbraak vindt men toch iets tastbaars? Voor mijn part mochten ze gerust de hele nacht doorwerken.
Ik mocht niet binnen, maar wou ook niet binnen.

In de laan stond de Honda van Pat. Ik zag haar bij Francis in de wagen. Het raampje open. Lichtje binnenin brandde.
Er werd, zo te zien en te horen, nogal gediscussieerd. Ze bemerkten mij niet. Maar ik hoorde haar stem schetteren:

'Je bent niet goed wijs zeker. Als ik neen zeg, is het neen en daarmee amen en uit.
Je ma draait zich om in haar … zak. Een soort zak, ja, Adrienne heeft haar zien buitendragen.
Eerst vermoord en dan uit je eigen huis gedragen worden in een zak!
Adrienne zal het niet verder vertellen. Maar stel, dat iemand die ons kent, dat gezien heeft al is het donker.
Reeds drie uur zit ik bij de buren op jou te wachten. Plezant is anders.
Al mijn afspraken, ook voor volgende week, alles afgezegd.
Heb je er al aan gedacht wat je gaat vertellen op kantoor en aan je zakenrelaties?
Wanneer kunnen we die begrafenis arrangeren? Ook dat valt op mijn nek.'

'… als Gerda’s stoffelijke resten worden vrijgegeven. Niet eerder. Gaat het, jongen?'

Ik negeerde mijn schoondochter. Francis kwam uit de auto. Hij zag er beroerd uit.
Leek op enkele uren tijd tien jaar ouder. Hij legde de armen op het dak van de wagen.
Huilde en kreunde. Voorzichtig nam ik zijn bril weg, droogde zijn gezicht met mijn zakdoek en veegde zijn neus schoon.

Mijn zoon leed en ik met hem, door hem. Het deed me goed thans voor hem te kunnen zorgen.
Gerda, de politie, iedereen zelfs Marianne, alles moest wijken. Mijn jongen had mij nodig.

Hij draaide zich om en liet zijn groot lichaam onbewust langs het koetswerk glijden.
Ging op de kiezelstenen zitten. Ik nam plaats naast hem. Zijn handen waren ijskoud.
Ik wreef ze warm. Bracht zijn bloedcirculatie op gang. Hij liet begaan. Net zoals vijfendertig jaar geleden.
In de tuin van dit huis. Zijn handjes verkleumd door de sneeuw. Hij snikte gesmoord:

'Pa, ik zie ma overal en altijd liggen. Ik kan haar beeld niet verdringen, pa.
Daar onderaan de trap. Ik kon haar niet helpen. Ik kon niet bewegen, pa.
Ik heb niets kunnen doen. Ik stond daar maar.
De politie, die man, die wou alles weten. Maar ik wist niks, pa. Niets meer.'

'Rustig, jongen, rustig. Pa is bij jou, rustig'.

'Het schijnt dat ik de dokter heb gebeld. Ook dat weet ik niet meer. Plots waren die agenten er.
Dat kan ik mij herinneren. En koffie in de keuken. Daarna heb ik ma niet meer gezien. Ze namen me mee …
En jij, pa, heb jij haar nog gezien?'

Zijn stem klonk zo wanhopig.

'Nee, jongen, ik ook niet, je pa ook niet', fluisterde ik.

Had ik Gerda maar gevonden! Mijn namiddag met Marianne, mijn wild gestoei moest mijn zoon duur betalen.
Zijn moeder dood aantreffen is verschrikkelijk. Zijn moeder vermoord, met bloedende schedel,
da's een trauma voor heel het leven. Nooit meer goed te maken en zeker niet door mij.

Het portier van de wagen werd geopend. Haastige stappen op krassend kiezel.

'Zeg, duurt het hier nog lang? Ik wil naar huis. 't Is koud. Ik moet dringend naar toilet en mag niet binnen.
Heb je dat al ooit geweten, ons huis en ik kan daar niet naar de wc! Francis, wat zijn dat voor toeren? Sta op, zeg ik!
Op die vuile stenen met je nieuwste Boss-kostuum. Weeral droogkuis! Wat ik met die familie beleef, het heeft geen naam!'

Ik hielp mijn zoon overeind. Wreef in het donker over zijn rug en zitvlak.
Kermit was in alle staten en mijn zoon een wrak. Dat die sukkel opgescheept zat met zo’n rotwijf!

'Pa, blijf bij ons logeren, vannacht toch. Morgen zien we wel verder.
En jij, Pat, als je moet plassen vooraleer we doorgaan, in de tuin.
En bespaar ons verder je commentaar. Begrepen!'

Dat is gesproken! Hij komt er door, je zoon, maar nog altijd veel te braaf.
Benieuwd hoe het spook van de opera hierop zal reageren, lispelde denkduiveltje.

Pat sprong tussen ons beiden. Haar handen tegen de buik van Francis.

'Ah, neen. Ik onder één dak met die … met die daar! Geen sprake van!
Wil jij bij hem blijven, doe wat je niet laten kan, maar niet in mijn huis.
Niet in mijn kamers en niet aan mijn tafel! Nu niet, nooit niet. Begrepen!
Dat hij gaat waar hij zijn geld deponeert. Ons geld. Dat zij hem binnenpakt.
Ik ben weg, ik blijf hier geen minuut langer. Wat is het? Mee met mij of met hem?'

Mijn handen jeukten om Pat een pandoering van jewelste te geven.
Francis hoefde niet te beslissen. Ik hakte de knoop door:

'Ga naar huis, jongen. Maak je geen zorgen om mij. Ik zie je morgenvroeg wel.'

Hij aarzelde.

'Zeg, is ’t nog voor vandaag of wat?'

De snauwende stem van Pat bracht mijn zoon in een ongekende staat van vertwijfeling en verlegenheid.
Besefte dat kreng wel hoe haar man, hoe mijn zoon, eraan toe was?

'Ga door, baas, maak het niet erger. Ik red me wel. Rij voorzichtig! Beloofd?'

Ik huiverde bij de gedachte dat hij juist deze nacht met zo'n serpent moest doorbrengen.
Nog jaren met haar moest verder leven. Wat een calvarieberg!

Zevenendertig jaar had mijn miserabel huwelijksleven geduurd en het eindigde nu op een wijze, die elke verbeelding tart.
Mensonterend. Gruwelijk. Weerzinwekkend! De schoften! Zelfs Gerda verdiende dat niet. Niemand trouwens.
En weten dat mijn zoon dit beeld voor altijd meedraagt, wellicht nooit zal vergeten!
En ik evenmin: de hartverscheurende, klagende pijn in zijn ogen, daareven bij de wagen.

Ik speelde met de gedachte hem over een kwartiertje toch nog eens te bellen, zijn fysieke ontreddering,
gekoppeld aan het gemekker van dat oliedom, arrogant en irritant wijf, verontrustte mij.
Jawel, vriend, hij is in hetzelfde bedje ziek als jij, toen.
Op een andere manier, maar 't komt op 't zelfde neer, liet denkduiveltje opmerken.
Heeft hij geen ballen, we zullen er hem een paar aannaaien! Mijn specialiteit. Remember?
Wat Francis nodig heeft, is een tweede Marianne en die ligt niet voor het rapen, nietwaar?

wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ fiets

beginselverklaring

Volgens mij is het veiliger voor de buren,
en voor de passanten in onze straat,
en bij uitbreiding voor elke medemens op de openbare weg,
dus voor alle Belgen op heel ons Belgisch wegennet,
is het beter en veiliger
dat ik niet met de fiets rij.

Ik wacht wel tot ik een seniorenscooter kan gebruiken.

m – EZW-06/2014, nog steeds niet herzien

Geschreven door maart om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

602. teken een kat

wat opa's en oma's allemaal moeten kunnen !

Zelf hebben LM en ik geen kleinkinderen (geen kinderen ookni) en misschien daardoor
heb ik een mateloze bewondering voor wat oma's en opa's allemaal moeten kunnen.

Zou het kloppen dat kleinkinderen het herexamen zijn
voor wat men met de eigen lading kinderen verprutst heeft ?
Goed, begin dan maar al te studeren voor dat herexamen.

'k Heb gisteren iets geoefend en op ruitjespapier gaat het makkelijker.
Ruitjespapier biedt door de horizontale en de verticale lijntjes iet of wat houvast voor
de verhoudingen tussen de verschillende delen van de kattepoes. 

hoe tekent men een kat   poes tekenen met kleuters  zo tekent men een kat

Bij mij stond het mondje er eerder, vanaf fase 5 al, nog voor ze een lijfje had.
Ik liet het wat meer naar boven krullen ook, dan lacht de kattepoes een beetje. 
Van zodra ze een mondje heeft kan de kat praten, zolang men aan het tekenen is.
Toen de tekening klaar was, was ook de kattepraat-inspiratie op.

Achteraf kreeg ze een tekstballonnetje en zei ze wat er die dag gezegd werd of moest worden,
bvb : 'tomaten zijn soms wel lekker hoor'
En in een tweede ballonnetje zei de kat wat de oudste daarvan dacht : 'maar soms ook niet'.
In een derde ballonnetje stond wat de mama zei : 'van tomaten wordt ge sterk'. 
Gelukkig was mijn blad groot genoeg om alle tekstballonnetjes er op te krijgen,
want de twee kleinen bleven enthousiast tekstjes produceren.

De kat kleuren deed de jongste zelf. Dat deed ze met meer ijver dan ik. Mijn ijver was opgebruikt bij de staart. 

De staart tekenen was voor mij het moeilijkste. Gom of geen gom, er zaten twee kinderen op te kijken
en de staart was nooit goed. Daarom : eerst een dag op voorhand oefenen.
Wanneer het klein comité er dan is, schudt men de kat zó uit het potlood. Met staart en al. 

Voor volgende keer willen ze een giraffe en een koerscoureur want
zondag gaan ze ergens naar renners kijken. Nu ga ik oefenen. Vooral de giraffe.

m  – HiH-07/2015, herzien

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

601. --- afl. 051/121

afl. 051/121 - De ondervraging

Ik stond tegenover de inspecteur van de recherche. Hij stelde zich voor als Vloesberghe.
Een gezapige vijftiger; klassieke outfit, fijn metalen brilletje en eerder aangename stem.
'Zo, meneer Cijnens, gaat u zitten. Zal ik koffie laten brengen?'
'Neen. Wat wil u precies weten?' vroeg ik, me kil voelend als een zombie.
'U weet dat uw echtgenote overleden is in verdachte omstandigheden. Ik heb hier …'

Hij bladerde door wat papieren, vervolgde zonder op te kijken:
'Vermoedelijk overleden tussen zeven en elf uur vanmorgen. Het onderzoek is nog volop bezig.
De eerste gegevens wijzen in de richting van een zware schedelfractuur
door een slag met een zwaar, stomp voorwerp'.

Ik onderdrukte een huivering. Vloesberghe merkte het. Fronste lichtjes de wenkbrauwen en vroeg losjes:
'U was vannacht niet thuis, meneer?'

Ik beet terug, stom-hulpeloos als was daar opeens de ijskoude adem van een levenslange veroordeling.
Belachelijk. Maar toch een bange vorm van verdediging:

'Ik heb Gerda niet omgebracht. Ik ben geen moordenaar. Gisteren werd het te laat en ik was te moe.
In zo'n geval verblijf ik soms in het hotel tegenover de redactie.'

'Naam van het hotel, meneer Cijnens?'

'De Queen Anne. Ik heb me laten inchecken omstreeks middernacht. Vakbondsvergadering en nadien
met de mannen nog wat nagepraat en enkele biertjes gedronken in de pizzeria, enfin dat café op de hoek.'

'En uw wagen?'

'Mijn wagen? Op de parking achter het hotel. De krant huurt daar parkeerruimte.
Mijn wagen staat er altijd. U kunt dat natrekken, hoor!'

'Vanochtend bent u meteen naar kantoor gegaan?'

'Ik denk omstreeks halfnegen. Misschien negen uur. Ik ben vrij laat ontwaakt. De wekelijkse redactievergadering
begint om tien uur stipt. Ik heb geen ontbijt genomen in het hotel. Doe ik nooit. Iedereen in het hotel kan dit bevestigen.
Vraag het aan Renzo en het kamermeisje, een kleine mollige halfbloed. Renzo is de portier.
Renzo kan u precies vertellen hoe laat het was. Zoiets noteren ze toch? Ik onderteken alleen een formulier en
ze sturen de rekeningen door naar de krant, einde maand.'

'Goed, meneer Cijnens, goed. Dat gebeurt. U bent dinsdagmorgen alleen naar uw kantoor gereden?'

'Ik rijd 's morgens altijd alleen van huis weg! Ik zou niet weten wie ik …'

Bon, open en bloot nu. Ik haalde diep adem.
Kreeg mijn jagende zenuwen ietwat onder controle en voegde er zo beheerst mogelijk aan toe:

'Meneer Vloesberghe, ik heb met deze hele afschuwelijk zaak niets te maken.
U moet uw job doen, weet ik. U moet dus mijn levenswijze, tijdsgebruik en weet ik veel nagaan.
Laat me daarom meteen zeggen wat ik te zeggen heb … U komt het vandaag of morgen toch te weten …'

Vloesberghe bleef me bedaard, bijna goedmoedig-vaderlijk aankijken:

'Mijn huwelijk is … was allesbehalve schitterend. Mijn relatie met Gerda kan moeilijk normaal genoemd worden.
Ik ben atheïst, zij is … was religieus geobsedeerd. Sinds vier jaar heb ik een vaste vriendin.
Hier is haar adreskaartje. Ik wou scheiden, Gerda niet.
Ruzies waren in ons huis schering en inslag. Al jaren. Lang voor ik Marianne ontmoette.
Iedereen weet het, mijn zoon, zijn vrouw, Serge Dafflon, haar pastoor en huisvriend.
Van Gerda bedoel ik. Zeker niet van mij. Beslist ook enkele van haar kerkvriendinnen zijn op de hoogte.
Wat wilt u nog meer weten? Financiële problemen zijn er niet. Ik stort elke maand zestienhonderd euro op Gerda’s rekening.
De algemene vaste kosten, verwarming, verzekeringen, allemaal te mijnen laste.
Ze mocht voor mijn part het huis met alles erop en eraan behouden.
Ik was zelfs bereid een afstandsverklaring af te leggen, een en ander te regelen bij de notaris.
Wat wenst u nog? Namen van collega’s, van die vakbondsverantwoordelijken misschien?
U vraagt die aan de personeelsdienst, ik ken die heren niet zo goed. Kom, vraag maar!'

'Er is volstrekt geen reden om u op te winden, meneer Cijnens.'

'Dit wil ik eerst en vooral nog kwijt: de voorbije maanden zijn er in onze buurt enkele inbraken geweest.
Vermoedelijk een bende. U hebt daar toch weet van, hoop ik? Stel dat die terug zijn?
En Gerda heeft hen op heterdaad betrapt? Is er veel gestolen in mijn huis? Zijn er sporen van inbraak?'

'Dat moeten we allemaal uitmaken. Wees gerust, we houden u op de hoogte.
In de loop van morgenvoormiddag ontvang ik alle uitgebreide verslagen en nemen wij contact met de onderzoeksrechter.
We zien dan wel. Ik verwacht u morgenvoormiddag hier terug, halftwaalf. Een agent brengt u thans weg.
U weet dat u de woning niet mag betreden. Hoogstwaarschijnlijk kunnen wij morgen hiervoor fiat geven. Tot dan, meneer Cijnens.'

Vloesberghe stond op. De zakelijk, maar innemende voorkomendheid van een heer van stand.
Zijn handdruk voelde echt troostend aan of stelde ik me dat voor? 

wo
rdt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ geen tuin

Parijzenaars en caféterrassen :
ze hebben geen tuin, daarom zijn ze te vinden op de terrasjes

want daar kunnen ze in de zon zitten. Ook al is het er duurder dan binnen !  MPC                 

Café de Flore, Gerald Hennesy   Cafe de Flore, Paris Oil on Canvas Painting at Marin-Price Galleries by artist Geral Hennesy
voor andere : Afbeeldingen van cafe de flore paris painting

"Het is onbegonnen werk om de Parijse café’s los te denken van de Parijse cultuur.
Café de Flore op boulevard Saint Germain is een instituut.
Geopend in 1870 en sindsdien een tweede thuis voor schrijvers, artiesten en intellectuelen zoals
Apollinaire, Camus, Sartre en Simone de Beauvoir, Hemingway en zelfs Truman Capote.
In de jaren 1920 en ’30 was de Flore was de ontmoetingsplaats voor Rechts, na WO II voor Links. 
Een punt in de driehoek met het beroemd maar toeristisch Deux Magots (vandaag taboe voor de Parijs intelligentia) 
en de Brasserie Lipp aan de overkant, is de geschiedenis van de Flore vergroeid met Parijs, cultuur en politieke ideeën."
 
                         main-qimg-a745bd5a7dc1e35862f83822f7057068-c

zie het jong boompje main-qimg-bbd8b133924238c7575bfc1cff62b79d-c

 nu staan er platanen Afbeeldingsresultaat voor Afbeeldingen van cafe de flore paris  

mpc & m – 06/2014, bijgewerkt,
http://www.greanvillepost.com/2013/06/29/something-grand-happened-at-the-cafe-de-flore/, https://www.quora.com/What-is-a-famous-cafe-in-Paris, Afbeeldingen van cafe de flore paris,
http://hennesy-art.com/About_Gerald.html

Geschreven door maart om 02:38 Reageer op dit bericht

600. dertien zijn

Voor het ogenblik heeft hij het voor oudere vrouwen.
Dat praat makkelijker en dat zijn tenminste geen meisjes, want :

- Het is moeilijk hoor, om met meisjes te praten, zei hij met moedeloze schouders. 

Hij hield een stilte en dus ik ook, want dit was een moment van oprechtheid.

- Ik bekijk ze als gewone mensen, ging hij verder.

Met gewone mensen bedoelt hij waarschijnlijk jongens van dertien.
Ik zweeg want dit was een zeer broos moment. Niks zeggen, dacht ik bij mezelf.
En ik dacht ook : Vriend, dertienjarigen zijn geen gewone mensen. De meisjes niet en de jongens niet.

- Ik bekijk ze als gewone mensen, maar … zuchtte hij.

- Maar ?

- Maar ze lijken nog altijd op méisjes ! klonk het wanhopig.

Ja. Het wordt een lange zomer. Gelukkig duurt puberen maar zes jaar.


m  – HiH-07/2015, herzien - en hij heeft nog wat gepuber te gaan

Geschreven door maart om 02:36 Reageer op dit bericht

599. --- afl. 050/121

afl. 050/121 ~ Het onderzoek start

Beste lezer,
begrijp dan ook mijn verslagenheid, geloof me, zelfs mijn ongeveinsde ontzetting toen ik,
uitgerekend op de eerste verjaardag van Walters overlijden, door de politie werd gebeld
en wat later vernam dat Gerda thuis was vermoord. Ik was er kapot van.
Over moorden lees je in de krant, op tv vallen de lijken haast iedere avond bij bosjes.
Maar als je er persoonlijk wordt mee geconfronteerd, word je meer dan behoorlijk dooreengeschud.

De aanblik van dat politiegedoe bij mijn huis. Al die zwijgende drukte van naarstige mensen in uniform of in burger.
De witte labowerkers, de zachte nerveuze gesprekken, mijn ogen, die hulpeloos Francis zochten
-niet wetend dat de lokale politie hem reeds voor ondervraging naar het commissariaat had afgevoerd-,
mijn opvang door die sociale assistent. Zijn voorzichtige en toch keiharde mededeling over Gerda …

Weet u hoe dat aanvoelt? Als een figurant in een crimi. Alles om me heen was fictie.
Onwezenlijk. Wel feilloos geënsceneerd. Maar niettemin goedkope fake tot en met.

Je vergist je, vriend, grimde denkduiveltje boosaardig. Het is allemaal cool-realisme en jij
bent het centrale punt. Het gaat écht om jou. Om Gerda’s dood. Ze willen nu van jou horen wat jij ermee te maken hebt.
O, o stil, je hebt er natuurlijk niks mee te zien. Maar ik denk dat ze jou verdachte nummer één vinden.
Je weet toch dat 85 percent van de moorden gebeuren door familie of vrienden of door daders, die rechtstreeks contact hebben
met de omgeving van het slachtoffer! Je zoon zit in hetzelfde schuitje, vergeet het niet. Hij heeft haar ontdekt!

Ik kreeg het heel benauwd. Keek zoekend rond. De slachtofferhulpman, die moet ik hebben.
Waar hangt die uit ? Ik heb hem nodig. Al die vraagtekens. Een agent kwam naar mij toe:
‘Meneer Cijnens, wil me alstubieft volgen? Een inspecteur van de federale recherche zal u in onze burelen ondervragen.
Dat is de normale procedure, hoor. Ik breng u wel terug.’

Ik volgde hem. Voelde me nog steeds in bevreemdende trance.
Trachtte me kloek, zelfs een beetje hautain-onverschillig te houden. Het lukte niet.
We reden weg. Een paar villa’s verder merkte ik Adrienne op. Gerda’s clubgenote, vriendin en notoire kletskous,
omringd, in haar verwilderde tuin, door een handvol vrouwen. Stil, nieuwsgierig. Hand voor de mond.

Verdomme, Gerda vermoord! Ik kon me er niets bij voorstellen.
Dit was te absurd. Neergestoken? Gewurgd? Vergiftigd. Toch niet neergeschoten?

Twee maanden eerder waren er inbraken geweest in de omgeving.
Bij de Dufours en mevrouw De Pril. Bejaarde mensen. Geen geweldpleging toen.
Nu wel. Moord zelfs.

Waarom was Gerda zo stom geweest om naar beneden te gaan? Ze had telefoon in haar kapel.
Eén toets indrukken en ze had Francis gealarmeerd. Maar ja, die zou haar misschien niet geloofd hebben.
Hij zou haar gesust hebben. Francis, altijd rationeel nooit emotioneel.
Ze kon toch … het alarm! Iemand moet toch het alarm gehoord hebben?
Een mens betaalt zich blauw aan zo’n ding en dan! Neen, het alarm was niet ingesteld.
Dat was mijn werk, elke avond. En ja, ook ik had het de laatste weken diverse keren vergeten.
Gerda onthield trouwens geen codes. Zij had ze nochtans meteen bij de hand,
op de bodem van het handschoenenvakje in de hal of op de onderzijde van de waterverwarmer, in onuitwisbare stift.

u ze zwaar mishandeld zijn? Verkracht en voor dood achtergelaten? Leegbloedend?
Ik moet die man straks vertellen van de inbraken. Niet vergeten, Max, absoluut niet vergeten.
Die bende was terug en natuurlijk had Gerda zich verzet. Gerda vreesde niets en niemand, behalve haar god.
Propere god! Zie je nu, onnozel schaap, hoe goed hij je beschermd heeft.
Je mag hem proficiat wensen! Je bent dood, vermoord!

De vragen werden in mijn hoofd afgevuurd aan een tempo dat niet bij te houden was
De agent-chauffeur gaf steeds hetzelfde antwoord:
‘Het onderzoek is pas gestart, meneer. De wetsdokter en het laboteam zijn nog bezig.’

Waarom was ik ’s avonds niet direct naar huis gegaan, vroeg ik me verder af.
Waarom blijven praten met de gasten van de vakbond? Om de gemoederen van die mannen te bedaren?
Er gingen toch koppen vallen. In mijn huis hoefden verdomme geen koppen meer te vallen.
Daar lag een lijk. Gerda!

Marianne, ik moet Marianne bellen! Mijn gsm, waar is mijn gsm? Vergeten in de kamer. Shit, shit.
Moderato, vriend, moderato, kalmeerde denkduiveltje. Je mobieltje ligt veilig in je wagen.
Je mag haar trouwens niet bellen. Procedure. Geen contacten.
Wat zou je haar vertellen? Dat je in een auto zit en nog niks weet? 
Eerst horen wat die man van de recherche te vertellen en te vragen heeft.
Als je straks thuis bent, kan je Marianne … Neen, dat gaat niet.
Die flikken zitten beslist nog uren in je kot bezig. Die geven het huis niet meteen vrij.
Naar Keerbergen? Bij Kermit de Kikker? Ze zal je met plezier zien komen!
Denkduiveltje had opnieuw gelijk.

Straks bel ik Marianne. Ik heb haar nodig. Bij haar kan ik tot rust komen. Rust!
Nooit vermoed dat dit woord voor mij zo belangrijk-kostbaar zou zijn. Rust!
Zal ik je ondertussen wat bezighouden, vroeg denkduiveltje?
Akkoord, het is een grote rotzooi en de volgende weken zal het voor jou niet van de poes zijn.
Maar … je bent er vanaf! Ervan verlost! Oké, het is smerig van mij en het is niet bepaald passend het te zeggen.
Maar weg is weg en opgeruimd staat netjes! De weg is vrij. Had je vorige week niet gedacht, hé,
toen je haar naar de keel wou vliegen? Had ik of wie ook je toen verteld dat ze dood zou zijn,
je had niet alleen jezelf op champagne getrakteerd, een tournée générale zat erin.
Neen, je moet kalm blijven. Je zal al je verstand en energie nog bikkelhard nodig hebben.
Maar aan één woord denken: VRIJ!
Die mannen in ’t blauw lossen het allemaal op. Geloof me, die van de gerechtelijke zijn geen uilen.
De onderzoekrechters van Brussel, die hebben al andere waters doorzwommen dan jouw vijvertje.
Een paar weken geleden heb je er een artikel aan gewijd.
Over die gangster, die bullebak, en zijn brigade vetbetaalde advocaten.
Ze hebben meer dan bakzeil gehaald bij die doortastende onderzoeksrechter.
Voilà, je bent er.
wordt morgen vervolgd - bovenstaande tekst is geplaatst met toestemming van de auteur : https://blog.seniorennet.be/titipoes3/archief.php?startaantal=100

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een gans jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten