Mijmeringen over mijn geboorte.
Kort na mijn geboorte werd Rotterdam gebombardeerd en belandde ik in het weeshuis.
Ik heb dan maar onderstaand verhaaltje gefantaseerd en omdat ik nou eenmaal niet altijd over Antwerpen, over mijn hond Chiara en mijn seniorenwereldje wil leuteren, laat ik U hieronder mijn geboorteverhaal lezen, in de hoop dat het U bevalt en een prettig leesmoment bezorgt.
Op mijn geboorte-acte staat geschreven in een sierlijk handschrift dat ik in Rotterdam geboren ben. Er staat zelfs een datum en uur op. Iemand moet dus ooit naar de burgelijke stand gegaan zijn om dit min of meer heuglijke feit te melden. Ik weet niet welke grappenmaker hiervoor verantwoordelijk is, want ik ben helemaal niet in Rotterdam geboren!
Ik ben zoals de nederlandse dichter Jacques Perk schreef "geboren uit zonnegloren en een ziedende zee".
Plotseling was ik er. Op het schuim van de zee dreef mijn schelp van parelmoer mij naar het strand waar de Grieken en de Romeinen mij stonden op te wachten. Zij spraken verschillende talen, maar eensgezind roemden ze mijn schoonheid. De Grieken noemden mij Aphrodite en de Romeinen noemden mij Venus. Hun begerige ogen gleden over mijn lichaam dat gelukkig grotendeels bedekt werd door mijn lange haren. Maar af en toe speelde er een licht briesje door mijn haar waardoor mijn vormen werden onthuld. Vormen die verriedden dat vruchtbaarheid en zinnelijkheid mij niet onbekend waren. Mijn vader, de Italiaanse schilder Sandro Botticelli ontfermde zich over mij en bedekte mij met zijn mantel der liefde. Sindsdien noemen ze mij "de godin van de liefde".
Eigenlijk ben ik al veel vroeger geboren, een andere schilder, Michelangelo, was daar getuige van. U kunt deze geboorte bewonderen in de Sixtijnse Kapel in Rome. Daar op de zoldering van die prachtige kapel ziet U hoe God met een lichte aanraking van Zijn wijsvinger Adam tot leven brengt. Een Adam met armen en benen, met een hoofd, een borst, met een....; enfin, met alle attributen die een man nodig heeft...
Mij ziet U nog niet, ik ben nog verborgen. Maar niet lang daarna, toen Adam zich in het Paradijs begon te vervelen, schiep Hij mij uit één van Adams ribben; uit een rib dicht bij zijn hart....
Hij gaf mij de naam Eva, maar soms noemen ze mij ook Sneeuwwitje, Doornroosje of Assepoester. In de meer moderne sprookjes noemen ze mij Lady Di, Prinses Mathilde of Prinses Maxima, maar ook Madonna, Pamela Anderson, Dolly Parton of Evita Peron.
Ontelbare malen ben ik al geboren. Soms lag ik ineens in het vondelingenluikje van de kleine Kapel op de Handschoenmarkt van Antwerpen; soms bracht een ooievaar mij in een koninklijk paleis en soms vond een boerin mij in een rode of groene kool. Eén keer zelfs dreef ik op de bladeren van een Lotusbloem. Over heel de wereld vindt men mijn beeltenis. In Kopenhagen kijk ik uit over de Oostzee; daar noemt men mij "de zeemeermin". In New York licht ik ieder schip dat binnenvaart bij met mijn lichtende fakkel; daar noemen ze mij "Het Vrijheidsbeeld". In Parijs, in het Louvre, ben ik te bewonderen als "De Venus van Milo" en in Antwerpen kijk ik uit over de Schelde onder de naam van "Minerva".
Voor Beethoven was ik "Elise"; ik was Wagners "Brünhilde" en "Norma" van Bellini; "Gretchen" voor Faust en "Josephine de Berauharnais" voor Napoleon.
Van mijn talloze geboorten vindt U geen geboortekaartje. De muzen dragen mij naar het hart van een verlangende man; de schikgodinnen fluisteren mijn naam in zijn oor en de wind vertelt deze naam aan wie het maar wil horen - mijn naam is vrouw....



