Hoe maak je eigenlijk een risotto
Risotto begint natuurlijk met rijst.Voor de Europese stoofgerechten met rijst gebruikt men meestal rijst met ronde korrels. De allerbeste rijst om risotto te maken is zo’n rijstsoort, die in principe afkomstig is uit de Noord-Italiaanse Po-vlakte. Het is de fameuze arboriorijst.
Zowel arborio als Europese rondkorrelige smeuïge rijst zijn nu zowat overal verkrijgbaar.
Wie gerechten wil klaarmaken in het stoofgamma, laat eerst de rijst opbakken in vetstof (waar al dan niet sjalot in zat) tot de korrels glazig zijn. Dat geldt zowel voor risotto als voor paëlla. Dan zal de rijst niet tot pap koken. Pas na het bakken van de rijst komen de wijn, het water en de blanke bouillon van pas. Respecteer de klassieke hoeveelheid : één deel rijst, twee delen vloeistof.
De klassieke verhouding is twee delen vloeistof voor een deel rijst.
De klassieke manier om de vloeistof toe te voegen is om dat beetje bij beetje te doen. En altijd maar blijven roeren. Niet nodig! Zwier de bouillon in één keer bij de glazig gebakken rijst. Roer en breng samen aan de kook.
Laat de rijst gedurende een minuutje de vloeistof opnemen. Zet dan het deksel op de pot en laat 16 minuten op een zacht vuurtje garen. In een andere pan maken we ondertussen onze garnituur. In principe laten we daarvoor altijd een beetje sjalot en wat knoflook aanstoven in wat olijfolie. En dan kunnen er groenten of vis of zeevruchten aan te pas komen. Groenten worden in makkelijke stukjes gesneden. Groene asperges bijvoorbeeld. Snij de stelen, niet de punten, in fijne schijfjes. Laat even opbakken en voeg een klein beetje bouillon, van kip bijvoorbeeld, toe.
Paddestoelen mogen even hard opbakken in de olie met sjalot en dan voegen we ook, op het einde een heel klein beetje bouillon toe.
Zeevruchten laten we op dezelfde manier hard opbakken.
Voeg dan een tomaat toe. De bedoeling is dat we een smeuïge, vochtige ragoût krijgen.
Na 18 minuten rijst koken, doen we deze ragoût bij de rijst. We mengen alles goed en voorzichtig. De bedoeling is dat de hele zaak vochtig blijft. We halen de risotto van het vuur en binden de hele zaak met wat boter of een flinke scheut olijfolie.
Bij groentenrisotto voegen we nog wat geraspte parmezaan toe.
Bij risotto met vis of zeevruchten doen we dat zeker niet. Want voor Italianen gaan de zee en kaas niet samen.



