Sleutel
De ijskoude decemberlucht kust de ramen, plassen lantarenlicht weerkaatsen op het bevroren kanaal twee verdiepingen lager, geven de slapende eenden harde, zwarte contouren. Winterfakkels boorden de smalle Middeleeuwse straatjes van avondlijk Söderkoping
Ze duwt Casper ongeduldig weg en tekent geconcentreerd verder, opgevouwen in een warm hoopje op het tapijt.
“Komt hij echt, écht, vanavond?” Ze controleert met grote, fjordblauwe ogen mijn gezicht, op zoek naar de definitieve bevestiging.
Ik knik langzaam, plechtig . Vannacht, om halfdrie. Of drie uur. Ten laatste. Heeft hij me zelf gezegd.
Ze draait zich gerustgesteld weer om naar haar blad waarop Casper zich opnieuw genesteld heeft, op zoek naar aandacht.
Met een krullerige handtekening naast Casper’s poten is haar projectje klaar, helemaal klaar voor de bezoeker die vannacht opduikt om halfdrie.
Drie uur ten laatste.
Ze klimt op mijn buik en duwt de brief onder mijn neus, veel te dicht voor mijn bijziende ogen. “Ik heb de sleutel ook getekend, pap!”
Ik drentel over de hanepotige brief, vol verwachtingen en hoop. Een step, een nieuwe kat (voor als Casper doodgaat), een prinsessenjurk.
Meisjesdingetjes.
Ik tracht haar zo lang mogelijk zo te houden. Hoe lang nog?
Wanneer zullen haar dromen over kroontjes en poezen vervagen en vervangen worden door iPads, Facebook en vriendjes?
Ik ben nog steeds almachtig, alomtegenwoordig. Een ijkpunt waartegen ze haar realiteit afzet. Hoe lang nog?
Ze toont me met een roze nageltje trots de omlijnde sleutel, product van een halfuur tekenen, gummen en opnieuw beginnen.
“Als hij binnenkomt moet hij zijn sleutel hiernaast tekenen, pap. Het bewijs dat hij het echt is, en niemand anders!”
Ze glimlacht samenzweerderig, vol van haar sluwe plan. Haar eerste, voorzichtige aarzelingen over Sinterklaas zullen zo de kop ingedrukt worden, een diepe traditie veiliggesteld.
Sinterklaas, you better draw the key tonight.
Hoe lang nog ?

