ARTIKEL NR 6
DUIVENDAGBOEK
Woensdag 28 april 2004
Artikel nr 6
In 1964 programmeerde het “noordoost “verscheidene dourdans op het vluchtschema
Vader nam daar ook aan deel en ook daar schitterde het witslag.Hij won echter geen eerste meer, maar hij trad dan ook tegen het kruim van de halve fondspelers, uit de kuststreek , in de arena. Niettemin won hij ook daar dikwijls in de eerste 10 !en een keer was het bijna raak, maar wegens het nemen van een extra “ereronde “ verloor hij de eerste prijs tegen Van Parys uit Moerkerke op een paar seconden !
“hij heeft dat nu nog nooit gedaan “ grolde vader en hij keek heel erg sip, want verliezen, daar kon hij niet goed tegen !
In de 2de helft van dat seizoen ging vader in de “nieuwe colibri “ te Brugge spelen .Hij keerde het Noordoost de rug toe, dit wegens een of andere onenigheid, de juiste toedracht ben ik vergeten, en daar had hij af te rekenen met de meest gerennomeerde vitesse spelers uit de streekIk wil jullie enkele namen niet onthouden :de gebroeders Meulebrouck, de Callants, Gerard en Julien dhoest ,René vd capelle,Andre en Raymond Jacobus, Adolf VD Kerckhove enz…….
Op de 1de vlucht vloog het witslag al de eerste en vader dacht al dat we terug vertrokken waren voor een nieuwe reeks overwinningen, maar tegen voornoemde mannen was het kwaad
kersen eten !
Het zou duren tot met de sluitingsvlucht vooraleer hij zijn 14de overwinning zou behalen !
In de winter van dat jaar zat vader iets uit te broeden.Hij had mij reeds dikwijls het verhaal verteld over zijn broer “menten “ nonkel Firmin, mijn peter, die reeds in de jaren 30, het toen verboden weduwschapspel beoefende.Zijn vrienden , de gebroeders Brackx, hadden dit systeem ontdekt ergens in de streek van Luik en het zou ook in Dudzele toegepast worden !
Mijn familie is er al altijd voor gekend geweest om vooruit te zijn in die zaken ……..!
Vissen, vogels vangen,(spreeuwen ) stropen en pensejagen (uit noodzaak wegens veel mondjes te vullen ) en mijn vader en zijn oudste broer hadden er het grootste plezier in iets te doen wat ze niet mochten doen, maw bijvoorbeeld de “garde-chasse “ om de tuin leiden !
En dat was met het verboden weduwschapspel niet anders.Er werden daar grondige controles op uitgevoerd en al wie uitblonk op de prijskampen kreeg dus bezoek !
Maar mijn peter had er iets op gevonden, een variante !
Tegen dat de controleurs kwamen zat de duiver in kwestie met een groot jong !Niets aan de hand.Menten beoefende het toegelaten nestspel, maar eigenlijk was het “weduwschap “ met een groot jong, en het werd nog wat gerokken door het jong in kwestie regelmatig te verkleinen .Je moet er maar op komen !!!
En daarop zat vader, naast onze leuvense stoof, die bewuste winter te broeden !
Men moet weten dat bijna iedereen in die tijd pas met lichtmis koppelde, wegens het accent op het spel met de oude duiven !
De eerste jonge duivenvluchten stonden pas rond half juni op het programma.
En toen zijn plannen vaste gestalte gekregen hadden (zijn besluit stond reeds vast ) ging hij eens “tinten “ bij vriend Gerard Gardin om te horen wat die er van dacht .
Wat was de bedoeling ?
Vroege jongen kweken en er weduwschap mee spelen !
“ allez jong , zijde zot ? “ vroeg Gerard aan vader “ vroege jongen, ge zijt daar niets mee, als ge een harde winter treft zult ge er meer dan de helft mogen van weggooien, die niet willen opgroeien en met de rest zult ge de broek van uw gat spelen .Ge zult het wel zien ! Zeg dat Gardin het gezegd heeft ! “
Gerard was dus tegen, dat was duidelijk en juist dat was voor vader de stimulans om er toch mee door te gaan, want hij was een echte “driekop “ (stijfkop ) zoals ze in Brugge zeggen .
En dus togen wij opnieuw aan de slag met hamer en zaag !
Er zou een eind verder in de hof een nieuw (? ) hok opgetrokken worden en vader
“ schooide “ links en rechts materiaal voor dat hok.Van zijn baas kreeg hij een ganse remorque oude ramen en deuren, persoonlijk door camieltje thuis gebracht , en hij moet nog ergens aan oude treinbils geraakt zijn ook .
en met dat materiaal werd een hok opgetrokken van ongeveer 5 meter lang, verdeeld in 2/3 & 1/3, en die ene derde zou dienen voor het experiment !
Eronder werd zelfs een voliere voorzien voor de weduwduivinnen, Wat een luxe !
Rond die tijd liet vader mij meer en meer vrij spel op het duivenhok.Ik wilde wel wat meer doen, dan het “vuile werk “ en ondertussen was ik al goed “ belezen “ ook ! En soms sloeg ik mijne “snabbel “ in de conversatie ( ? ) in het duivenlokaal maar ik werd uit gelachen om de nieuwe theorien die ik verkondigde en toen zei ik stilletjes in mijn eigen “ wacht maar mannekens……. “
Vader had een broertje dood aan lezen, hij was een man van de praktijk, en het gebeurde vaak dat hij mij vroeg om iets voor te lezen want dat was veel minder vermoeiend !!In elk geval was ik baas op het kweekhok. Ik herinner mij nog dat hij eens thuiskwam van zijn werk en sprak van de kwekers te koppelen dat ik zei “ die zijn al lang gekoppeld ! “ ik volgde toen vakschool en de woensdagnamiddag was ik vrij en ik kon aan de drang niet weerstaan !
Er was wel wat gekibbel over de samenstelling van de koppels, maar het viel nogal mee, ik denk dat hij besefte dat ik niet eeuwig de rol van knecht op mij zou nemen, ik was immers de zoon van mijn vader, en voor ingewijden wil dat heel wat zeggen !!
En sinds die dag was ik dus baas op t kweekkot, maar alleen daar hé !
En het was voor mij telkens een ongelofelijk genoegen om die nieuwe koppels samen te stellen met een herte vol verwachtingen en dat heb ik nog altijd.Het heeft iets van een kermis, ontwaken uit een winterslaap, een vers duivenseizoen die wenkt in de verte…. En als het koud is hoort daar een “druppel “ bij en als het niet koud is vinden we wel iets uit ( bvb zeer in je tanden….. )
Ik moet hier alleszins vermelden, en het is van belang dat te doen , dat wij in die winter ook een fameus (nou ja ) cadeau kregen van vriend Gerard Gardin .DE BONTEN VAN 54 ! die dat jaar nog op 10-jarige leeftijd een eerste prijs gewonnen had op Breteuil !
De Bonten van Gardin, de Impanis van mijn peter, en het witslag van 61, zijn ongetwijfeld de drie beste duiven die ooit in ons dorp vlogen !
De bonten heette oorspronkelijk de “Eernegem “ hij was bij Gerard als jong binnen gelopen afkomstig van een liefhebber uit Eernegem, vandaar …… maar omdat hij een zwart bonte was zei iedereen “ de bonten van Gardin “
Ik herinner mij nog heel goed dat wij samen met de Bonten een gele briefkaart kregen van die Eernegemse liefhebber afkomstig waarop verklaard werd dat Gerard die duif mocht houden en het eigendomsbewijs werd nooit bekomen……
Ik was in mijn nopjes met die oude rakker ,die tussen haakjes ,nog nooit een treffelijk jong op de wereld gebracht had !
Ondanks het gepruttel van va der heb ik hem ondergebracht in een voliere voor hem alleen, onder het weduwnaarshok, het vroegere kippenhok, dat overgebracht werd naar achter in de hof .
Onthou goed dat ik hem gekoppeld heb aan de nestzuster van het witslag 61 ondanks het protest van vader, die het zonde vond ,om die schone duivin aan dat “scharminkel “ te koppelen
Onthou ook dat ik toen reeds met vage plannen rond liep om mijn eigen baas te zijn (op duivengebied –wel te verstaan )
In mijn hart was ik het min of meer eens met Gerard over die kwestie van die vroege jongen,
Ik had er over gelezen en wat volgens mij (toen al ) vast stond, was ,dat dergelijke jongen, zo intens en geforceerd gespeeld niets meer waard zouden zijn als oude duif !
Men moet weten dat toen nog het accent op het spel met de oude werd gelegd, De eerste schuchtere vluchten voor jonge duiven, vonden pas plaats midden juni !!
En onder het timmeren door probeerde ik dat aan vader zijn verstand te brengen, maar er was geen zalf aan te strijken !
“ ge moet gij achter Gardin niet luisteren, hij peinst dat hij alles weet, maar ik ga het eens bewijzen, ge zult het wel zien ! “
Ondertussen hadden we nog maar één bruikbare duiver uit het witslag 61 gekweekt “de Sproete “ een heel mooie duif, maar hij had bijlange niet de capaciteiten van zijn vader ,zo ongeveer het verschil tussen Eddy & Axel Merkx.
Nu , in elk geval, toen het surieus begon te winteren was het buitenwerk van het nieuwe hok zo goed als gedaan en wij waren naarstig bezig aan het kweken van de aanstaande bewoners
En de bonten , mijn lievelingsduif, kweekte in de voliere, terwijl het vroor dat het kraakte , 2 prachtige jongen op.
Een blauwe en een donkere met één witte pen, de laatste.(10 de)
Toen de gespeende jongen enkele dagen op hun nieuw hok vertoefden moest Gardin toch eens komen kijken naar de jongen uit zijn bonten.
Ik was er bij en ik zei “ die donkere zal de beste zijn ! “
De 2 oude belgen schudden meewarig het hoofd bij zoveel onkunde en het moet gezegd : de donkere had eigenlijk niet veel om fier op te zijn, behalve een prachtige vleugel, en voor de rest, slappe spieren, een flauwe rug (eigenlijk had hij geen rug ! ) en een fijne duivinnekop !
Maar hij had iets wat ik alleen zag, en dat was …… PERSOONLIJKHEID
Ik had ze elke dag verzorgd en zien opgroeien en bestudeerd en ik was er van overtuigd dat die donkere witpen een heel goede zou worden
Om dit artikel af te sluiten een unieke foto!
U ziet mijn vader met mijn jongste broer patrick ,en patrick draagt in zijn armen “de bonten van 54 “
Op de achtergrond ziet u ons schamel huisje en de schamele duivenzolder.Wat u niet kunt zien is het weduwnaarskot dat zich rechts naast de foto bevond
Bemerk de lachende gezichten waarvan het geluk afstraalt. Het was een mooie tijd…….
casier roger




