ARTIKEL NR 14
ARTIKEL NR 14
Eigenlijk ben ik een beetje afgedwaald van hetgeen ik wilde vertellen Ik wilde eigenlijk vertellen hoe een ganse familie van crackduiven verloren is gegaan door een verkeerde kweekpolitiek. Mea culpa!
Moest de kans zich opnieuw voordoen, ik zou het anders aanpakken .Pas veel later heb ik beseft welke goudmijn wij verkwanseld hebben
Nu, jaren later, zelfs als ik nog maar een vermoeden heb, dat ik in het bezit ben van een getalenteerde familie kampioenen, probeer ik de kwaliteiten reeds vast te leggen door dichte familiekweek zoals bvb vader x dochter- moeder x zoon
Zo heb ik verleden
jaar een nieuw kweekkoppel ontdekt die mij 2 jonge cracks geschonken hebben die niets dan kopprijzen vlogen en
gegarandeerd gaat deze zomer de duivin van dat koppel tegen haar eigen zoon
gezet worden.De produkten daarvan zullen , indien ze mij aanstaan het kweekhok
vervoegen.
Het is de enige goede weg en zelfs dan nog moet je ongelooflijk veel geluk
hebben om op hetzelfde niveau te blijven !
En dat ,beste vrienden, moest ik op het einde van de sixties ook gedaan hebben, maar door allerlei omstandigheden is het er niet van gekomen ! JAMMER !
Maar ik ga verder met mijn verhaal en ik ga terug naar 1966 .
Het “witslag van 61” werd definitief naar het kweekhok verwezen en de resultaten op het vlieghok van mijn vader gingen sowieso naar beneden
Op mijn bescheiden hokje ging het integendeel crescendo. Mijn “schurk” van 1965 vloog sterk en verbeterde zelfs nog
Vader had er iets op gevonden om de leemte in de successen op te vullen, nl zoals ik reeds schreef ,het weduwschap met jonge duiven.En specialist van het motiveren zoals hij was, compenseerden de capriolen van zijn jonge duiven ruimschoots, de mindere prestaties op het vlieghok van de oude duiven !
Niets aan de hand ! maar …….
In de winter van ’67 ging ik op zoek naar een duivin om bij mijn “schurk” te steken en ik belandde op een koele winterdag in Wenduine voor de totale verkoop van wijlen Henri Decoster, broer van onze vriend Cyriel.
De duiven gingen nogal veel geld , tenminste toch voor de magere beurs van uw dienaar,maar ik kon uiteindelijk toch een jaarlingduivin op de kop tikken afkomstig van Henri Devos uit Roksem, een naam die toen klonk als een klok !
Na een paar vruchteloze pogingen van mijnentwege, had de roeper van dienst,uit kompassie , waarschijnlijk in de mot gekregen dat ik slecht bij kas zat , nogal vlug “afgeslegen “ en ik kon opgetogen huiswaarts trekken met mijn nieuwe aanwinst !
En tussendoor, wat totale verkopingen betreft, wil ik toch wel volgende tip kwijt : In elke verkoping heb je wel een moment dat de zaak “in een zak valt “
Als iedereen geconcentreerd aan het bieden is, tegen elkaar op , om het beste te bemachtigen, dan is er geen houden aan en worden er gekke prijzen betaald !
Maar op een bepaald moment verslapt de aandacht, er is geroezemoes in de zaal, de roeper roept iedereen tot de orde en het duurt wel eventjes voor de rust hersteld is !
Zo’ n moment doet zich meestal voor na de verkoop van een of andere crack, de blikvanger van de verkoop, of de “sterkweker, de stamvader “ van het spel. Dan is het ogenblik gekomen om uw slag te slaan !
Van dergelijke moment van verslapte aandacht, zowel in de zaal ,als van de roeper heb ik meermaals kunnen profiteren, En eigenlijk heb ik dat geleerd van mijn vader die altijd een” lepe” geweest is !
Het is wel noodzakelijk dat ge goed gedokumenteerd zijt over wat er aangeboden word ! dat is nogal evident !
Zo kon ik ooit op een bepaalde verkoop( Gerard Vanneste Gullegem 30 oktober 1988 ) de dochter van de “Vooruit” met zijn 7 overwinningen ,op de kop tikken voor 5000 oude franken .Haar vader werd verkocht voor meer dan 20000 frank ! ( en dat kon mijn beurs niet aan ! Het is bijna 20 jaar geleden )
Dus de duivin in kwestie ging mee naar Dudzele om te kweken met mijn schurk.Ik moet zeggen dat het allerminst een schoonheid was, ze was nogal hoekig en lomp gebouwd, maar ze had een ronkende afstamming en ze had niet veel gekost ( ik weet het niet juist meer ,maar meer dan 500 fr zal het niet geweest zijn ! )
En er kwamen twee prachtige jongen in de schotel;Een duiver en een duivin . De duiver was nogal ferm uit de kluiten gewassen en eigenlijk was ik daar niet zo opgetogen mee en ik vroeg het advies van onze vriend Gerard Gardin
Die vond het overgewicht niet zo erg omdat de duif in kwestie “er vlerke naar had “
Ik heb nooit niet anders geleerd van die ervaren melkers Met de term “hij heeft er vlerke naar “ werd bedoeld dat de lange en sterke vleugel het overgewicht compenseerde
Owee als dat niet het geval was ! dan kreeg de duif in kwestie nooit de kans om de binnenkant van de reismand te zien!
Maar goed, dat kregen de mijne dus wel, maar het ging niet zo goed in 1968 ! Ik
was nogal driest gestart in dat seizoen, denkend dat het niet meer mis kon
gaan, en had een paar keer het deksel op de neus gekregen, ook later met de
jonge duiven vlotte het niet zo best
Men moet weten dat ik met de duiven speelde van mijn drinkgeld en dat ik mij niet meer kon permitteren dan een zestal oude vliegduiven en een jongske of tien !
Dus, zo rond half juli, zag ik de bodem van mijn kas en ik begon te panikeren
Ten lange laatste zou ik moeder om een lening vragen en dat was een soort wanhoopsdaad
Ik was van plan om met 4 jonge duiven naar een grote Dourdan te Brugge te trekken om zo een scheve situatie recht te trekken
Dus met de centen van ons moe trok ik met een klein hartje ,richting Brugge met 4 jonge duifjes achter op de fiets !
Het koppel uit de “schurk “ was met elkaar gepaard en broedde ongeveer 14 dagen en ik moet zeggen dat ze schoon zaten !
De zondagnamiddag, met uitgestelde lossing, werd Dourdan een regelrechte rampvlucht en ik dacht “ dat is het einde van het seizoen 1968 “
Ik tekende weliswaar mijn 2 eerst getekende in de goede volgorde doch met 20 minuten tussen 1& 2 !!
Groot was mijn verwondering, toen ik in het lokaal aan kwam en de tegenstrevers tegen mij zeiden dat dit waarschijnlijk zou goed zijn voor al de eerste serie’s!
Ik kon dit bijna niet geloven ,maar naar mate de avond vorderde werd duidelijk dat de buit binnen was !!!
Mijn seizoen was gered. Ik had een ferme winst en kon zelfs de lening van moeder terugbetalen en de vreugde kon helemaal niet meer op toen ze zei dat dit niet hoefde !
Sindsdien heb ik wel geleerd van alleen geld te “zetten “ als de duiven goed beginnen te komen !Sommigen denken het misschien ,maar duivensport is zeker geen kansspel !
In elk geval kwam er toen een kentering en werd 1968 alsnog een geslaagd seizoen !
Ik wist toen ook al dat mijn schurk kweek zou geven ! en ik had links en rechts iets gelezen over inteelt en ik zou proberen om nog iets van vader los te peuteren om “in familie “ tegen mijn schurk te zetten !
En mijn oog viel op een late duivin uit de “sproete” de enige zoon uit het witslag op het vlieghok
En de “dochter sproete “ verhuisde naar mijn hok.Haar moeder was de dochter van de “Angoulème “ van Gerard Gardin en eigenlijk was ze ook al verwant aan de “sproete “ wegens eveneens afstammend uit de “ poele 100 “ de vader van het witslag !!
Dat was dus mijn eerste schuchtere poging om de kwaliteiten vast te leggen door middel van familiekweek.
Ondertussen was er ook nog iets anders gebeurd .En nu moet ik onwillekeurig denken aan het prachtig lied van Wim Sonneveld over de hoge bomen langs het tuinpad van zijn vader ….”Ik was een kind en wist niet beter dan dat het nooit voorbij zou gaan…… “ Ik weet nu wel beter, och melancholie….. !
Ons dorp… In de kerkstraat woonde en werkte de middenstand, de burgerij, de notaris , de onderwijzer, de dokter….
In de zijstraatjes woonde het werkvolk en in die tijd was er wel een zekere afstand tussen die twee werelden
En het groot winkelpand op de hoek van ons straatje kwam vrij en er kwam een schilder wonen uit Aalst en die lapte die afstand aan zijn laars en ging nogal familiair om met het “werkvolk “
En in de zomer van 66 kwam zijn zusje op vakantie.Zij was 17……
En ze draaide rond mij en ik had er eerst geen erg in.Maar goed, ik ga er geen roman over schrijven en zoals het meestal gaat IK WERD VERLIEFD
Mensen lief…. Heel mijn wereld stond in kleur. Ik was 19 en zij 17.Ik verkeerde in een toestand om eerste prijzen te vliegen….In de dullen hoek zei men al lachend dat ik op “stekken “ zat !
En mijn ouders waren er tegen en dat was alleen maar olie op het (liefde) vuur
En ik pendelde,eens we surieus vrijden, om de 14 dagen naar Aalst.Een echte lijdensweg,Met de bus van Dudzele naar Brugge en dan op de trein , overstappen in Gent st pieters en met een boemeltreintje naar Aalst via Melle, Wetteren, Schellebelle, Kwatrecht, Lede en ’s avonds omgekeerd en dat allemaal om een paar uur bij mijn lief te zijn!
Kwam de zomer van 67 en de duiven waren later los en ik belde naar mijn lief dat ik later ging komen en misschien wel helemaal niet en zij begreep dat niet…
Het was een van die miezerige zondagen, met veel twijfels maar uiteindelijk werden ze nog redelijk vroeg gelost en kon ik alsnog de trein op ….. van plan om mijn schat te verrassen die dacht dacht dat ik niet meer zou komen
In Aalst wachtte mij een ziedende furie ( temperament had ze genoeg !! ) op en de vonken vlogen er af ….
Het was zij of die duiven ! Het is nooit meer echt goed gekomen en het zijn die duiven geworden
Anderhalf jaar heeft het geduurd.Ik heb haar nooit meer terug gezien en ik zou haar waarschijnlijk niet meer herkennen. Maar ze was mooi.Als ik Laura Lynn zie moet ik altijd aan haar denken, wegens de spreekwoordelijke druppels water. Ze was alleen iets kleiner en fijner . En geef toe ,beste lezer, Laura mag best gezien zijn hé !
Je hebt me duizend maal belogen …….
Wat ik mij vooral herinner is de kleur van haar ogen. Zeegroen……. En ze heette Gerardine
En ik heb afgezien toen het gedaan was. Mijn eerste duivinneke…..
Het is allemaal zo lang geleden, en de pijn van toen is vervaagd, opgelost in de sluiers van het verleden, maar als de duiven na de middag vliegen en ik in de verte sta te turen dan denk ik wel eens terug aan die hoge bomen en mijn eerste lief …..
En …. Nee , oude snoepers, ik heb geen foto meer van haar,
wel nog iets gevonden van Gerard Gardin met zijn twee zonen Jaques en
Jean-Pierre. We waren onafscheidelijk en we hebben onze buurt behoorlijk op
stelten gezet .
Ik denk nog vaak aan kleine ( Jaques) Sjaak, groot in ’t kattekwaad…. Hij is
enkele jaren geleden verongelukt en bijgezet in het graf van zijn vader en op
dat graf ligt nu een heel grote witte kiezelsteen met zijn naam er in
gebeiteld. Hij was ontembaar….
En rond deze tijd is er altijd die weemoed. Ze komen dan in stoet aan mijn ogen voorbij . De vrienden van weleer . Als ik in mijn veranda in de nacht zit te turen……. Ik huiver, ik sta op en trek naar het kweekkot en daar liggen mijn duifjes in de schotels, voldaan, elkaar te liefkozen. Hoop doet leven. De foto is meer dan 50 jaar oud ….
Dag vrienden !
Roger Casier













