014- Ezelspinguïn


Specifieke kenmerken: Ezelpinguïn zijn heel gemakkelijk herkenbaar door de brede witte streep die over de top van hun kop loopt. Grootste en meest verdelievende van de Pygoscelis soorten. Ze zijn het meest verbreid en tamelijk schuw. Ze hebben een oranje snavel en de lange, stijve veren van hun staart steken uit als ze lopen. de kuikens hebben een grijze rug met een witte buik
Ondersoorten: twee ondersoorten worden erkend: Pygocelis papua papua en de kleine pygocelis papua ellsworthi
Grotte:Volwassen ezelpinguïn bereiken een grotte van 75 tot 80cm

Gewicht: Mannetjes hebben hun maximum gewicht van ongeveer 8 kg vlak voor het ruien, en minimum van 5,5kg juist voor het paren. voor vrouwtjes bedraagt dit maximum 7,5 voor het ruien, maar hun minimun valt onder de 5 kg wanneer ze hun jongen verzorgen in het nest.
broedplaatsen: Ezelpinguïns broeden op vele sub Antarctische eilanden voornaamste kolonie zijn op de Falkland, Zuid Georgia en de Kerguelen ielanden. Kleinere groepen vind men op Maroquarie eiland, Heard Island South shetland Island en het Antartische Peninsula. De totale broedpopulatie wordt op meer dan 314.000 paren
Status: Gevoelig (kleine risico)
Broedgedrag: De nesten bestaan meestal uit een ruwe, cirkelvormige hoop stenen, en het kan tamelijk groot worden: 20cm hoog en 25cm in diameter. Er worden twee eieren gelegd van elk ongeveer 130gr. Beide ouders wisselen dagelijk al bij het uitbroeden. De kuikens komen uit na 34-36dagen. het jong blijft ongeveer 30 dagen in het nest alvorens er crèches gevormd worden. de kuiken ruien tot een "tiener" pluimage en trekken na 80 à100 dagen naar zee
Voeding: Ezelpinguïns leven bijna uitsluitend van kreefjes zoals het krill terwijls maar ongeveer 15% uitmakkt van hun dieet







Statu: stabiel







Pinguïns hebben een plomp lichaam met een korte staart. De korte, vlerige poten hebben zwemvliezen tussen de tenen en zijn zo ver van achteren geplaatst dat de dieren wel rechtop moeten staan. Bij het oversteken van sneeuw of ijsvelden willen ze wel sleetje rijden op hun buik en werken ze zich met vleugels en poten vooruit. Als ze zwemmen lijkt het wel of ze onder water vliegen met hun platte, flipperachtige vleugels, ze sturen dan met hun poten. Pinguïns bezitten maar liefst drie waterafstotende, aan de top geoliede veren, een licht die door het lichaam wordt opgewarmd. De meeste pinguïns zijn zwart of grijs vanboven en wit van onderen. Op de kop en hals zijn soms nog andere kleuren en versieringen te zien
De meeste pinguïns broeden in kolonies, die uit vele duizenden paren kunnen bestaan. Het nest wordt gemaakt van gras, veren of kiezezlstenen, het vrouwtje legt er 1-2 eieren in. Bij sommige soorten gaat het vrouwtje dadelijk na het leggen naar zee om te eten, terwijl het mannetje het ei staande bebroedt door het tussen een speciale buikplooi en zijn voeten warm te houden, hij kan zo , met zijn ei, zelf wel een beetje lopen. Deze eerste broedperiode kan weken of zelfs maanden duren, al die tijd eet het mannetje niets, maar teert, hij op zijn vetreserves. Daarna keert het vrouwtje terug en neemt het broeden op zich, zodat het mannetje naar zee kan om te eten





Ondanks alle vaderkijke zorgen slapen vooral goanna's er vaak nog in eieren te stelen, maar gemiddeld halen zo'n vier van de vijf kuikens het tot de volwassenheid. De kuikens zijn nestvlieders, ze zijn zo'n 25cm hoog, zijn bruin gestreep en vader leidt ze nog een half jaar rond om ze te beschermen en te leren hoe te overleven. Hij pikt daarbij vaak ook adoptiefkinderen op. De kuikens groeien snel, tot een kilo per week en na ruim een jaar zijn ze volwassen. In het wild leven emoes zo'n jaar of tien, maar in gevangenschap kunnen ze meer dan het dubbele daarvan bereiken. De Ratites of struisvogelachtigen waar emoes toe behoren zijn al erg oud. Emoes toe behoren zijn al erg oud. Emoes waren er waarschijnlijk al toen er nog dinosauriërs rondliepen, zo'n 80miljoen jaar geleden. Zij zijn goedaangepast aan het hete continent waar ze op leven. Hun veren zijn licht gekleur, behalve de punten. Deze absorberen het zonlicht, maar ze zijn door het lichtere deel van de huid geïsoleerd. Het verenpak laat maar zo'n 2% de zonnewarmte door. Zmoes leven meestal alleen en schijnen niet veel behoefte aan gezelligheid te hebben. Ze komen soms wel in hele troepen tezamen maar dat is meer omdat het vooradige voedsel ze bijeen brengt. De aboriginals hebben sinds langs de ecinimische waarder van de vogel ontdekt, mmar in de Westerse maatschappij in realisatie veel recenter. Ze zijn lang als plaag en concurent voor het vee gezien. In 1932 is hun zelfs de oorloog verklaard. Het besef begint nu door te dringen dat het houden van emoes vaak minder schade doet aan de meer marginale gronden van het land. Bovendien houden de vogels insectenplagen onder de duin. De eieren en het vlees zijn nu gewilde producten er zijn vele emoe fokkerijen in Australië en inmiddels ook op andere continenten.



Deze lang potige, niet vliegende vogel bewoont uitgestrekte graslanden en droge struwele. Het verenkleed van de Nandoes is overwegend grijs-bruin en wit, wat een goede camouflage oplever in land gras of tussen struiken. Bij het mannetje is in de Broedtijd een zwarte ring onder de hals te zien. Nandoes leven in groepen, hoewel broedende mannetjes zich een deel van het jaar afzonderen. In de paartijd roep het mannetjes luid om vrouwtjes te lokken, tijdens de balts probeert hij indruk te maken met veel vertoon van vleugels. Een enkel mannetje paart met wel 12 vrouwtjes. Hij graaf een nest kuil waarin tot 60 eieren worden gelegd. Het mannetje neemt het broeden en zorg voor de jongen geheel voor zijn rekening Nandoes zijn nog vrij algemeen, maar hebben veel te lijden van jacht en biotoopverlies





Ooit waren struisvogels wijd verspreid in Afrika en West Azië, maar thans zijn ze grotendeels beperkt tot het oosten en zuiden van Afrika, wel worden ze in andere delen van de wereld gekweekt. Wilde populaties leiden en zwervend bestaan en leggen grote afstanden af op zoek naar gras en ander plantaardig voedsel, ze lzven doorgaans in groepen van gemengd geslacht, men ziet ze zelden alleen. In het broedseizoen brengen mannetjes een luide, diepe roep voor en voeren ze een uitgebreid baltsritueel op. Een nest kan wel 30eieren bevatten, door verscheidene vrouwtjes gekegd. Beide geslachten breoden, de eieren, komen na 40 dagen uit en daarna worden de jongen door het Mannetje begeleid
