Aanpassingen van roofvogels.
Het is een natuurwet dat de anatomie aangepast wordt aan de leefwijze van de soort. Roofvogels lijken in principe op andere vogels, maar een leven gebaseerd op een voortdurende jacht op prooidieren vereis natuurlijk een aangepaste anatomie. Deze is van familie tot familie verschillend, want er zijn natuurlijk andere eigenschappen nodig voor de jacht op snelle zware eigenschappen nodig voor de jacht op snelle zwaluwen dan voor het vinden kadavers.
De verschillen die vergeleken met andere vogels onmiddellijk in het oog springen zijn de vorm van de snavel, de naakte huidpartijen, de ogen, de vleugels en de staart
Snavel
Alle roofvogels hebben een kromme en puntige snavel waarbij de bovensnavel langer is dan de ondersnavel. De precieze vorm van de snavel is afhankelijk van de prooi die gevangen wordt. Een soort als de buizerd heeft niet bijzonder zich gespecialiseerd wat betreft zijn voedsel. De snavel dient dan ook van het type ‘algemeen roofvogelgereedschap’ te zijn. Anders is het met de soorten die leven van grote prooidieren. Gieren, die de kadavers van de grote zoogdieren eten, en soorten als steenarend en zeearend, die ook aas eten. Er zijn behoorlijke krachten nodig om gaten in een dood schaap of rendier te scheuren. De Engelse ornitholoog Lesley Brown heeft in detail de zes soorten gieren van het Serengeti National Park in Tanzania bestudeerd en een exacte correlatie gedongen tussen de vorm van de snavel en het voedsel.
Wanneer men kijkt naar vogelvangende soorten als valken en sperwers kan men afleiden dat het een voordeel moet zijn om voor dat soort prooien over relatief korte snavel te beschikken. Valken hebben daarnaast echter een finesse ontwikkeld, een uitstulping in de bovensnavel, de valkentand genoemd. Die is zeer geschikt om een prooi mee te doden.
Vanuit deze algemene resultaten heeft men bij een aantal sperwersoorten getracht op basis van de snavelvorm vast te stellen welke prooi ze nemen, waarbij men ook rekening hield met de vorm van de voeten. Ook al is deze methode grof en kan deze tot fouten leiden, is het een interessante biologische gedachtegang die ongetwijfeld verder ontwikkeld zal kunnen worden.
Naakte huidpartijen.
De gieren tonen met hun naakte kop en hals een hoge mate van specialisatie. Enkele van de grotere soorten steken kop en hals diep in de kadavers waarvan ze leven. Een bekleding met veren zou doordrenkt raken met bloed, maagsap e.d. De vogels hebben zich zo ontwikkeld dat de betroffen delen naakt zijn of bekleed met korte, stijve borstels.
Op deze manier kunnen we bij de afzonderlijk soorten voorspellen in welke mate ze zich in het aas ‘wentelen’. De aasgier heeft bijvoorbeeld alleen rond zijn kop en naakte partij, terwijl de vale gier een met een dons beklede kop en hals heeft. Andere, niet Europese, soorten hebben een vrijwel naakte kop en hals, zodat ze zonder hygiënische problemen diep in de buikholte van zoogdieren kunnen rond woelen.
Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de naakte partijen een belangrijke rol spelen bij de regulering van de lichaamstemperatuur. Bij warm weer fungeren ze als koelelementen, terwijl de vogels bij koud weer genoodzaakt zijn de kop tussen de veren te steken om niet te veel warmte te verliezen.
Gezichtsvermogen
Vogels hebben in het algemeen een uitstekend gezichtsvermogen. Maar voor roofvogels is het van vitaal belang dat ze op dit gebied uitblinken. De prooi moet liefst op grote afstanden of onder moeilijke omstandigheden ontdekt kunnen worden en waarschijnlijk is bij enkele roofvogelsoorten het maximum bereikt van wat er optisch mogelijk is. Het aantal lichtgevoelige cellen is bij de buizerd circa achtmaal groter per vierkante mm dan hij de mens en dat duidt op een overeenkomstig beter gezichtsvermogen. Gieren kunnen vanaf een hoogte van enkele kilometers zelfs klein aas ontdekken en de slechtvalk begint zijn jacht op vogels die wij slechts met een verrekijker kunnen ontdekken.
De ogen van roofvogels zijn zo geplaatst dat ze een binoculair zich naar voren hebben in een hoek van 35-50 graden. Monoculair dekt ieder oog een hoek van circa 150graden. Over blijft een gebied van circa 20 graden recht achteruit waar de vogel niet kunnen zien zonder hun kop te bewegen. Het oog heeft als bijzonder twee gebieden op het netvlies waar het beeld gevormd wordt –één dat hoofdzakelijk gebruikt wordt als de vogels binoculair zien en één voor monoculair zicht. Het oog is verhoudingsgewijs groot en wordt gedeeltelijk beschermd door het ooglid en bij een aantal soorten door de iets verhangende wenkbrauw
Reuk
Bij roofvogels zijn de neusgaten in de vaak gele washuid (waarvan de functie overigens niet duidelijk is) in de basis van de bovensnavel geplaatst. Het reukvermogen heeft men tot nu toe bij de vogels in het algemeen en dus ook bij de roofvogels als weinig ontwikkeld beschouwd. Maar nieuwe onderzoeken hebben aangetoond dat de reuk een belangrijk grotere rol kan spelen dan men tot nu toe dacht. Dat is onder meer geconstateerd bij de gieren van de Nieuwe Wereld, die via hun reuk aas kunnen vinden.
















Statu: stabiel







Pinguïns hebben een plomp lichaam met een korte staart. De korte, vlerige poten hebben zwemvliezen tussen de tenen en zijn zo ver van achteren geplaatst dat de dieren wel rechtop moeten staan. Bij het oversteken van sneeuw of ijsvelden willen ze wel sleetje rijden op hun buik en werken ze zich met vleugels en poten vooruit. Als ze zwemmen lijkt het wel of ze onder water vliegen met hun platte, flipperachtige vleugels, ze sturen dan met hun poten. Pinguïns bezitten maar liefst drie waterafstotende, aan de top geoliede veren, een licht die door het lichaam wordt opgewarmd. De meeste pinguïns zijn zwart of grijs vanboven en wit van onderen. Op de kop en hals zijn soms nog andere kleuren en versieringen te zien
De meeste pinguïns broeden in kolonies, die uit vele duizenden paren kunnen bestaan. Het nest wordt gemaakt van gras, veren of kiezezlstenen, het vrouwtje legt er 1-2 eieren in. Bij sommige soorten gaat het vrouwtje dadelijk na het leggen naar zee om te eten, terwijl het mannetje het ei staande bebroedt door het tussen een speciale buikplooi en zijn voeten warm te houden, hij kan zo , met zijn ei, zelf wel een beetje lopen. Deze eerste broedperiode kan weken of zelfs maanden duren, al die tijd eet het mannetje niets, maar teert, hij op zijn vetreserves. Daarna keert het vrouwtje terug en neemt het broeden op zich, zodat het mannetje naar zee kan om te eten





Ondanks alle vaderkijke zorgen slapen vooral goanna's er vaak nog in eieren te stelen, maar gemiddeld halen zo'n vier van de vijf kuikens het tot de volwassenheid. De kuikens zijn nestvlieders, ze zijn zo'n 25cm hoog, zijn bruin gestreep en vader leidt ze nog een half jaar rond om ze te beschermen en te leren hoe te overleven. Hij pikt daarbij vaak ook adoptiefkinderen op. De kuikens groeien snel, tot een kilo per week en na ruim een jaar zijn ze volwassen. In het wild leven emoes zo'n jaar of tien, maar in gevangenschap kunnen ze meer dan het dubbele daarvan bereiken. De Ratites of struisvogelachtigen waar emoes toe behoren zijn al erg oud. Emoes toe behoren zijn al erg oud. Emoes waren er waarschijnlijk al toen er nog dinosauriërs rondliepen, zo'n 80miljoen jaar geleden. Zij zijn goedaangepast aan het hete continent waar ze op leven. Hun veren zijn licht gekleur, behalve de punten. Deze absorberen het zonlicht, maar ze zijn door het lichtere deel van de huid geïsoleerd. Het verenpak laat maar zo'n 2% de zonnewarmte door. Zmoes leven meestal alleen en schijnen niet veel behoefte aan gezelligheid te hebben. Ze komen soms wel in hele troepen tezamen maar dat is meer omdat het vooradige voedsel ze bijeen brengt. De aboriginals hebben sinds langs de ecinimische waarder van de vogel ontdekt, mmar in de Westerse maatschappij in realisatie veel recenter. Ze zijn lang als plaag en concurent voor het vee gezien. In 1932 is hun zelfs de oorloog verklaard. Het besef begint nu door te dringen dat het houden van emoes vaak minder schade doet aan de meer marginale gronden van het land. Bovendien houden de vogels insectenplagen onder de duin. De eieren en het vlees zijn nu gewilde producten er zijn vele emoe fokkerijen in Australië en inmiddels ook op andere continenten.

