Naar de inhoud

De wereld van de dieren

dieren
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Aanpassingen van roofvogels.

Het is een natuurwet dat de anatomie aangepast wordt aan de leefwijze van de soort. Roofvogels lijken in principe op andere vogels, maar een leven gebaseerd op een voortdurende jacht op prooidieren vereis natuurlijk een aangepaste anatomie. Deze is van familie tot familie verschillend, want er zijn natuurlijk andere eigenschappen nodig voor de jacht op snelle zware eigenschappen nodig voor de jacht op snelle zwaluwen dan voor het vinden kadavers.

De verschillen die vergeleken met andere vogels onmiddellijk in het oog springen zijn de vorm van de snavel, de naakte huidpartijen, de ogen, de vleugels en de staart

Snavel

Alle roofvogels hebben een kromme en puntige snavel waarbij de bovensnavel langer is dan de ondersnavel. De precieze vorm van de snavel is afhankelijk van de prooi die gevangen wordt. Een soort als de buizerd heeft niet bijzonder zich gespecialiseerd wat betreft zijn voedsel. De snavel dient dan ook van het type ‘algemeen roofvogelgereedschap’ te zijn. Anders is het met de soorten die leven van grote prooidieren. Gieren, die de kadavers van de grote zoogdieren eten, en soorten als steenarend en zeearend, die ook aas eten. Er zijn behoorlijke krachten nodig om gaten in een dood schaap of rendier te scheuren. De Engelse ornitholoog Lesley Brown heeft in detail de zes soorten gieren van het Serengeti National Park in Tanzania bestudeerd en een exacte correlatie gedongen tussen de vorm van de snavel en het voedsel.

Wanneer men kijkt naar vogelvangende soorten als valken en sperwers kan men afleiden dat het een voordeel moet zijn om voor dat soort prooien over relatief korte snavel te beschikken. Valken hebben daarnaast echter een finesse ontwikkeld, een uitstulping in de bovensnavel, de valkentand genoemd. Die is zeer geschikt om een prooi mee te doden.

Vanuit deze algemene resultaten heeft men bij een aantal sperwersoorten getracht op basis van de snavelvorm vast te stellen welke prooi ze nemen, waarbij men ook rekening hield met de vorm van de voeten. Ook al is deze methode grof en kan deze tot fouten leiden, is het een interessante biologische gedachtegang die ongetwijfeld verder ontwikkeld zal kunnen worden.

Naakte huidpartijen.

De gieren tonen met hun naakte kop en hals een hoge mate van specialisatie. Enkele van de grotere soorten steken kop en hals diep in de kadavers waarvan ze leven. Een bekleding met veren zou doordrenkt raken met bloed, maagsap e.d. De vogels hebben zich zo ontwikkeld dat de betroffen delen naakt zijn of bekleed met korte, stijve borstels.

Op deze manier kunnen we bij de afzonderlijk soorten voorspellen in welke mate ze zich in het aas ‘wentelen’. De aasgier heeft bijvoorbeeld alleen rond zijn kop en naakte partij, terwijl de vale gier een met een dons beklede kop en hals heeft. Andere, niet Europese, soorten hebben een vrijwel naakte kop en hals, zodat ze zonder hygiënische problemen diep in de buikholte van zoogdieren kunnen rond woelen.

Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de naakte partijen een belangrijke rol spelen bij de regulering van de lichaamstemperatuur. Bij warm weer fungeren ze als koelelementen, terwijl de vogels bij koud weer genoodzaakt zijn de kop tussen de veren te steken om niet te veel warmte te verliezen.

Gezichtsvermogen

Vogels hebben in het algemeen een uitstekend gezichtsvermogen. Maar voor roofvogels is het van vitaal belang dat ze op dit gebied uitblinken. De prooi moet liefst op grote afstanden of onder moeilijke omstandigheden ontdekt kunnen worden en waarschijnlijk is bij enkele roofvogelsoorten het maximum bereikt van wat er optisch mogelijk is. Het aantal lichtgevoelige cellen is bij de buizerd circa achtmaal groter per vierkante mm dan hij de mens en dat duidt op een overeenkomstig beter gezichtsvermogen. Gieren kunnen vanaf een hoogte van enkele kilometers zelfs klein aas ontdekken en de slechtvalk begint zijn jacht op vogels die wij slechts met een verrekijker kunnen ontdekken.

De ogen van roofvogels zijn zo geplaatst dat ze een binoculair zich naar voren hebben in een hoek van 35-50 graden. Monoculair dekt ieder oog een hoek van circa 150graden. Over blijft een gebied van circa 20 graden recht achteruit waar de vogel niet kunnen zien zonder hun kop te bewegen. Het oog heeft als bijzonder twee gebieden op het netvlies waar het beeld gevormd wordt –één dat hoofdzakelijk gebruikt wordt als de vogels binoculair zien en één voor monoculair zicht. Het oog is verhoudingsgewijs groot en wordt gedeeltelijk beschermd door het ooglid en bij een aantal soorten door de iets verhangende wenkbrauw

Reuk

Bij roofvogels zijn de neusgaten in de vaak gele washuid (waarvan de functie overigens niet duidelijk is) in de basis van de bovensnavel geplaatst. Het reukvermogen heeft men tot nu toe bij de vogels in het algemeen en dus ook bij de roofvogels als weinig ontwikkeld beschouwd. Maar nieuwe onderzoeken hebben aangetoond dat de reuk een belangrijk grotere rol kan spelen dan men tot nu toe dacht. Dat is onder meer geconstateerd bij de gieren van de Nieuwe Wereld, die via hun reuk aas kunnen vinden.

Hoe vind je dit bericht? 74 stemmen
Geschreven door minouke om 10:54 Reageer op dit bericht

Roofvogel
Inleiding

Hoewel de roofvogels vaag in één orde (Falconiformes) worden ingedeeld. De list of recent ‘Holarctic bird species’(1977) in 3 ordes: Cathartiformes (gieren van de Nieuwe Wereld), Falconiformes (valken en caracara’s) en Accipitriformes (overige soorten). De 3 ordes omvatten ca. 290soorten, verspreid over alle werelddelen met uitzondering van Antarctica. Dat het aantal niet precies kan worden opgegeven, komt omdat men het in een aantal gevallen niet eens is of een populatie de status moet hebben van soort of slechts die van ondersoort.

De verdeling van de soorten over de wereld is niet evenredig. De leefomstandigheden in de verschillende klimaatzones zijn daarvoor te uiteenlopend. De tropen herbergen de meeste, met een min of meer gelijk verdeling tussen de savannen en de regenwouden. Hier worden, zowel broedend als overwinterend, respectievelijk circa 130 en 125 soorten, en in totaal circa 210 regelmatig broedende soorten aangetroffen. Dit getal komt overeen met circa 72% van het totaal aantal soorten. Hiertegenover staat de arctische toendra met slechts vier werkelijk aangepaste soorten en daarnaast vier andere regelmatig broedende soorten die niet bijzonder aangepast zijn aan het leven in deze koude gebieden. Dit is slechts 1.5% of nauwelijks 3% van het totaal aantal soorten als we de laatstgenoemde vier soorten meerekenen. Dit is een duidelijke weerspiegeling van het verschil in de aantallen prooidieren die deze twee gebieden te bieden hebben.

Kijken we naar de verdeling van soorten over verschillende continenten, dan blijkt er verbazingwekkende uniformiteit voor de drie grootste; Amerika, Eurazië en Afrika. In de twee eerstgenoemde broeden circa 100soorten, in Afrika bijna 90. het is lagere aantal is waarschijnlijk slechts bestaat uit tropische en subtropische klimaatzones. Het iets kleinere Australische gebied herberg minder soorten –in totaal bijna 50.

Een aantal soorten broedt in meer dan een van de genoemde geografische gebieden. De meeste roofvogels zijn uitstekende vliegers, die zonder problemen grote afstanden kunnen overbruggen. Bovendien bestaan er tussen enkele continenten landbruggen, waardoor het voor de vogels mogelijk is van het ene naar het andere te trekken.

Gezien deze omstandigheden is het wellicht nog het meest opvallend dat slechts circa 40 van de 290 soorten op meer dan één continent voorkomen en dat slechts zeer weinige –in totaal 4- erin geslaagd zijn er 3 in te nemen. Slecht 2 soorten, visarend en slechtvalk, zijn kosmopolitisch en broeden in alle vier de geografische gebieden.

De overlap in aantal soorten is het grootst tussen Afrika en Eurazië met circa 20 soorten en tussen Eurazië en Australië met ruim 10 soorten. Opmerkelijk is dat 8 soorten in zowel de Oude als de Nieuwe Wereld broeden. Naast de twee al genoemde kosmopolieten gaat het om voor ons zeer bekende soorten als havik, ruigpootbuizerd, steenarend, zeearend (groenland), blauw kiekendief, smelleken en giervalk waarvan de meeste hoog in het noorden broeden, waar de afstand tussen de twee continenten het kleinst is.

In de West –Palearctis broeden in totaal 46 roofvogelsoorten (twee echter onregelmatig), waarvan 34 uit de orde Accipitriformes en 12 uit de Falconiformes. Van de 46 soorten komen er slechts 3 uitsluitend in de West Palearctis voor: rode wouw, Balkansperwer en Eleonora’s valk. De andere hebben een grotere verspreiding.

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door minouke om 10:50 Reageer op dit bericht

016- Schlegel (Royal) pinguin

016- Schlegel (Royal) pinguin (Edyptes Schlegeli)
Specifieke ken merken: Schlegelpinguins kan men enkel verewarren met macaroni pinguins. Ze zijn de twee grootste soorten van de kuifpinguïns en hebben beide een oranje gele kuif die elkaar raakt boven de bek, en over de ogen verder loopt naar achter toe. Schlegelpinguïn hebben echter een witte keel en witte wangen, terwijl die van macaronis zwart is. Sommige beschouwen ze dan ook als van de macaronipinguïn.
royal-penguins.jpg
Grootte: Schlegelpinguïn zijn ongeveer 60m groot
Gewicht: Hun gewicht gedurende het jaar van 4 tot 5,5kilo. De vrouwtjes zijn meestal iets kleiner dan de mannetje
Broedplaatsten: Schlegelpinguïns komen enkel voor op Marcquarise Island. De totale populatie wordt op 850.000 paren geschat
Broedgedrag: Hun nesten zijn ondiepe uithollingen in zand of gras, waaromheen ze stenen en twijgjes opbouwen. Meestal worden twee eieren gelegd, maar enkel het tweede (na zes dagen gelegde). grotere komt uit en dit kuiken wordt grootgebracht. Het uitbroeden duurt ongeveer 35dagen en gebeurt door beide ouders afwisselend in lange 'shifts' van plusminus 12dagen. Daarna behoeden de mannetje gedurende de eerste 10-20dagen het kuiken terwijl de vrouwtjes voedsel aanbrengen. nadien worden de kuikens alleen of in kleine crèches achtegelaten en om de twee à drie dagen gevoed, tot ze na ongeveer 65dagen oud genoeg zijn om uit te zwemen naar zee
roypengbh.jpg
Voedsel: Schlegelpinguïns hebben een gevarieerd dieet met ongeveer 50% krill, 48% vis en 2% inktvissen
KevSch_royal.jpg
Hoe vind je dit bericht? 41 stemmen
Geschreven door minouke om 10:31 Reageer op dit bericht

015- Macaroni of Goudkuifpinguïn

015- Macaroni of Goudkuifpinguïn- (Eudyptes chrysolophus)
macaroni-penguin.jpg
Speciefieke kenmerken: Marcaroni of Goudkuifpinguïn kan men enkel verwarren met schlegel pinguïn. Macaroni en schlegelpinguïns zijn de grootste van de kuifpinguïns. ze hebben beide een oranje gele kuif, die elkaar raakt boven op de kop Schlegelpinguïns hebben een witte keel, terwijl marcaronis een zwarte keel hebben.
Grootte: Macaronipinguïns zijn 60 tot 70cm groot. Vrouwtjes zijn gewoonlijk iets kleiner dan de mannetjes.
Gewicht: Hun gewicht varieert gedurende het jaar tussen 4 en 5,5 kg.
Broedplaatsen: Macaronispinguïns broeden op de Sub Antarctische eilanden ten zuiden van Amerika en Afrika. Grote kolonies worden aangetroffen op South Georiga, Crozet Island, Kerguelen Island en Mac Donald Island. De totale broedpopulatie wordt op 12.000.000paren geschat.
status: Kwestbaar omdat de populatie sterk dalend is.
Eudyptes%20chrysolophus.jpg
Broedgedraag: Macaronispinguïns nestelen in eenvoudig, in modder of zachte bodem uitgegraven kolen tussen de rotsen. Op zee leven de paren gescheiden, ze zijn enkel tijden de broedperiode samen. Er worden 2 eieren gelegd, waarvan slechts één wordt uitgebroed. Broetijd wordt gedeeld door beide ouders in lange, afwisselende "shiften". De eieren komen na 33 tot 37 dagen uit. de eerste 23 tot 25 dagen wordt het jong behoed dooer de vader, terwijl het vrouwtje dagelijks voor eten zorgt. Daarna vormen de jongen kleine crèches, ze worden alle 1à2 dagen gevoed tot ze uiteindelijk na 60 tot 70dagen klaar zijn om uit te "vliegen" naar zee. Ze broeden voor het eerst na ongeveer 6 jaar
Voeding: Ze leven bijna uitsluitend van krill, voor 5% aangevuld met inktvisjes
Pingüino de Penacho Anaranjado (Eudyptes chrysolophus)
Hoe vind je dit bericht? 33 stemmen
Geschreven door minouke om 12:57 Reageer op dit bericht

014- Ezelspinguïn

014-Ezelspinguïn (Pygocelis Papua)
Gentoo-Penguin-0067.jpg
Specifieke kenmerken: Ezelpinguïn zijn heel gemakkelijk herkenbaar door de brede witte streep die over de top van hun kop loopt. Grootste en meest verdelievende van de Pygoscelis soorten. Ze zijn het meest verbreid en tamelijk schuw. Ze hebben een oranje snavel en de lange, stijve veren van hun staart steken uit als ze lopen. de kuikens hebben een grijze rug met een witte buik
Ondersoorten: twee ondersoorten worden erkend: Pygocelis papua papua en de kleine pygocelis papua ellsworthi
Grotte:Volwassen ezelpinguïn bereiken een grotte van 75 tot 80cm
gentoo3.jpg adelie2.jpg
Gewicht: Mannetjes hebben hun maximum gewicht van ongeveer 8 kg vlak voor het ruien, en minimum van 5,5kg juist voor het paren. voor vrouwtjes bedraagt dit maximum 7,5 voor het ruien, maar hun minimun valt onder de 5 kg wanneer ze hun jongen verzorgen in het nest.
broedplaatsen: Ezelpinguïns broeden op vele sub Antarctische eilanden voornaamste kolonie zijn op de Falkland, Zuid Georgia en de Kerguelen ielanden. Kleinere groepen vind men op Maroquarie eiland, Heard Island South shetland Island en het Antartische Peninsula. De totale broedpopulatie wordt op meer dan 314.000 paren
Status:  Gevoelig (kleine risico)
Broedgedrag: De nesten bestaan meestal uit een ruwe, cirkelvormige hoop stenen, en het kan tamelijk groot worden: 20cm hoog en 25cm in diameter. Er worden twee eieren gelegd van elk ongeveer 130gr. Beide ouders wisselen dagelijk al bij het uitbroeden. De kuikens komen uit na 34-36dagen. het jong blijft ongeveer 30 dagen in het nest alvorens er crèches gevormd worden. de kuiken ruien tot een "tiener" pluimage en trekken na 80 à100 dagen naar zee
Voeding: Ezelpinguïns leven bijna uitsluitend van kreefjes zoals het krill terwijls maar ongeveer 15% uitmakkt van hun dieet
gentoo.jpg


 

Hoe vind je dit bericht? 67 stemmen
Geschreven door minouke om 12:36 Reageer op dit bericht

013- Kinband, keelband of strombandpinguïn

013- Kindband, keelba,d of strombandpinguïn (Pygoscelis Antarctica)
chinstrap1.jpg
Specifieke kenmerken:  Kindbandpinguïns zijn vooraan wit met een witte keel en de rug is zwart. Ze zijn duidelijk herkenbaar door de smalle zwarte band over heel de keel breedte -de fameuze keelband. Ze zijn heel agressief en luidruchtig. Kuikens hebben een grijze rug en een witte buik.
Alternatief namen: Kindbandpinguïns worden ook keelband of stormbandpinguïn en volgens de engels benaming soms ook steenkrakers genoemd door hun schrille kreten.
Grootte;  Volwassen Kinbandpinguïn zijn 70-75cm groot
Gewicht: Hun gewicht varieert gedurende het jaar, zijn de grootst voor het ruien en het leegst bij het grootbrengen van de kuikens. Typisch gewicht is 3.5 tot 5kg
Pingüino de Barbijo (Pygoscelis antarctica) haciéndose al mar.
Broedplaatsen of Rookerie: Kinbandpinguïns broeden op sub -Antarctische eilanden en op het Antarctische peninsuela. Ze broeden in zeer grote kolonies. Er is een kolonie op de South Sandwich Islaands die meer dan 10.000 vogels omvat. De totale broedpopulatie wordt op meer dan 7.500.000 paren geschat.
Status: stabiel
Broedgedrag: Kinbandpinguïn bouwen ronde "steennesten", ongeveer 40cm diameter en 15 cm hoog in het centrum. Ze leggen meestal 2 eieren die beide worden uitgebroed, in "shiften" van 5 à 10dagen door beide ouders. De eieren komen uit na 33 tot 35 dagen en de jongen blijven 20à30 dagen in nest, vooraleer ze naar de crèches gaan. De jongen ruien en gaan naar zee na 50 à60dagen
Voedsel; ze eten voornamelijk krill, aangevul met ongeveer 5% vis
Alimentando al pichón.
Hoe vind je dit bericht? 19 stemmen
Geschreven door minouke om 11:41 Reageer op dit bericht

012- Adéliepinguïn

012- Adéliepinguïn (Pygoscelis Adeliae)
Specifieke kenmerken: Adélies zijn het stereotie voorbeeld voor een man in smoking ze hebben een witte buik en een zwarte rug. Ze hebben ook een witte ring rond de ogen die het meest geprononceerd is tijdens de broedperiode. Jonge dieren kan men herkennen aan hun witte kin. Kuiken hebben een uniform grijs verenkleed. Bek is kort, roodachtige met zwarte tip
adelie_penguin4a.jpg
Grootte: Volwassen Adélis zijn ongeveer 73cm
Gewicht: Het gewicht varieert gedurende het jaar. Mannetjes wegen tussen 4.4 en 5.4 kg. Terwijl vrouwtjes lichter zijn tussen 3.9 en 4.8kg
Broedplaatsen: Adélies broeden op roetsen overal rondom het Antarctische continent. De totale broedende populatie bedraagt meer dan 2.5 miljoen paren
adelie_penguin5.jpg Statu: stabiel
Broedgedrag: Adélis bouwen ruwe nesten van stenen. Ze leggen 2 eieren, die afwisselend door beide ouders worden uitgebroed gedurende 32 tot 34 dagen (in shift van max 12 dagen) De kuiken blijven 22dagen in het nest tot ze naar de crèche verhuizen. Ze ruien en gaan voor het eerst naar zee na 50à60dagen. Ze zijn "trouw voor het leven"
voedsel Adélis eten bijna uitsluitend krill (99% van hun dieet)
adelie_penguin6.jpg
Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door minouke om 11:04 Reageer op dit bericht

011- Koningspinguïns

011- Koningspinguïn (Aptenodytes Patagonicus)
pengbabs.jpg
Specifieke kenmerken: Dat is de tweede grootste soort. Ze hebben een veel kleurrijker (meer oranje) gesloten vlek in de hals en één op de wang. Ze hebben een iets langere, dunne gebogen bek dan de keizerspinguïns. Ze hebben een zilvergrijze rug en een zwart bruin kop. Kuiken kunnen groter worden dan hun ouders en zijn meestal egaal bruin van kleur, af en toe zijn ze zilvergrijs. Vroeger ontdekker dachten soms dat de jongen een aparte soort waren.
Grootte: Volwassen vogels zijn 90cm groot, en de kuikens ongeveer 80cm
Gewicht: Beide geslachten wegen 15-16kg bij het begin van de paartijd, maar vrouwtjes verliezen meer gewicht zodat op het einde de mannetjes 13kg en de vrouwtjes ongeveer 11kg wegen
Broedplaatsen: Koningspinguïns broeden in grote kolonies op verscheidene sub-Antarctische eilanden. Vermeldenswaard zijn de kolonies op Crozet Island, Prince Edward Island, Kerguelen Island, South Georgia en Marcquarie, Island. De totale broedpopulatie bedraagt meerd an 1.00.000paren
Pingüino Rey (Aptenodytes patagonicus) incubando.
Status: Stabiel
Broedgedrag: Koningspinguïns hebben een uniek broedcyclus. Het neemt 14tot16 maanden in beslag om een ei te leggen en een jong groot te brengen. Daarom brengen de meeste paren maximaal twee keer een jong ghroot in drie jaar tijd. De broedcyclus begin bij het aan land komen van de volwassen vogels om te ruien en dan terug in zee rewerves opdoen gedurende 20 dagen. De vrouwtjes leggen één ei, dat gedurende 54 dagen afwisselend door beide ouders in de huidplooi word uitgebroed. De kuiken blijven 30 to 40 dagen bij de ouders tot ze groot genoeg zijn voor de crèches, terwijl beide ouders naar de zee trekken om voedsel voor de jongen te vergaren. Tijdens de lange winterperiode krijgen de kuikens in de crèches maar 1 tot driemaal eten. Enkel de sterkste kunnen deze periode dan ook overleven. De kuiken ruien uitendelijk en trekken naar zee op een leeftijd van 10 tot 13 maanden
voedsel: Koningspinguïn eten bijna uitsluitend vis, met raar of zelden een inktvisje of kreefje
Manchot%20royal08.jpg
Hoe vind je dit bericht? 28 stemmen
Geschreven door minouke om 11:27 1 reactie Reageer op dit bericht

010- Keizerspinguin

10- Keizerspinguïns (Aptenodytes fostery)
407JUN001.jpg 
Specifieke kenmerke:
Grootste soort van de pinguïns, kan enkel verward worden met de koningspinguïn, maar wegens plaats van herkomst bina niet mogelijk. Keizerpinguïns komen enkel voor op en rond het Antarctische continent. Koningspinguïns vindt men daarentegen noordelijker. Onderscheid bestaat in de open (borst -en keelvlek lopen in elkaar over) oranje, eerder lichtgele vlekken in de hals. Lange, dunne gebogen snavel. Blauwgrijze rug en zwart blauw kop. De kuikens zijn zilvergrijs met zwarte kop en wat gezicht. Ze kunnen tot 18 min onder water blijven
Grootte: Volwassen Keizerspinguins zijn tot 1.2 groot. Kuiken zijn opvallend kleiner met hun 90cm aan 1 m
Gewicht: Ze wegen tussen de 30 en 40kilo, sterk variërend naargelang de tijd van het jaar. Mannetjes kunnen tot de helft van hun gewicht verliezen tijdens het uitbroeden van het ei.
image4.jpg
Broedplaatsen: Keizerpinguïns broeden op het vaste ijsvlak op Antarctica. De totale populatie wordt op 195.000 paren geschat.
Status: Stabiel
Broedgedrag: Vrouwtje leggen 1 ei in de huidplooi op hun poten en geven het dan direct door aan het mannetje, die het tijdens de Antarctische winter (julie -augustus en -70°C) gedurende ongeveer 64 dagen uibroeden
Voedsel: Ze eten verscheidene vissoorten evenals kreefjes zoals krilled

Hoe vind je dit bericht? 37 stemmen
Geschreven door minouke om 10:53 Reageer op dit bericht

Meer van De wereld van de dieren

↑ Terug naar de berichten