Bericht aan de reizigers.
Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
Dan vindt u in elke stad behoorlijk onderkomen.
Zit rustig en geduldig naast het open raam;
U zijd een reiziger en niemand kent uw naam.
Zoek in het verleden weer uw frisse kinderogen,
Kijk nonchalant en scherp, dromerig en opgetogen.
Al wat u groeien, ziet op het zwarte voorjaarsland,
Wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.
Laat handelsreizigers over de filmcensuur hun woordje zeggen:
God glimlacht en kiest zijn uur.
Groet minzaam de stationschefs achter hun groene hekken,
Want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.
En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
Van uwe lust en hoop en zuur betaalde centen.
Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
En u vindt dat nooit een enkel uur teloor gaat.
En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
Waarvan u in uw bestaan den naam nooit hebt gehoord,
Dan is het doel bereikt, dan leert u eerst wat reizen
Betekent voor de dolaards en de ware wijzen…
Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
Een doodgewone trein u voert naar het hart van Rome.
Uit het spoor 3/85



