Nederlandse BB loopt uit de hand

Tanja (links op de foto), de ongehuwde moeder die in het Nederlandse Big Brother-huis wil bevallen en de naam van haar baby middels betaalde sms-jes door het Nederlandse volk wil laten bepalen, blijft de gemoederen bezighouden terwijl zo'n 1,5 miljoen kijkers de start van deze soap, vorige zondag, meemaakten. Nadat minister De Geus al de Arbeidsinspektie aan het werk zette om te onderzoeken of de baby na de geboorte, de wet op de kinderarbeid niet overtreedt, mengen nu de artsen Mark Hoeter en Peter Leusink zich in de strijd. Zij menen - zo schrijven zij in De Volkskrant - dat Big Brother zowel Tanja als de baby gebruikt voor het eigenbelang...Het betoog van de artsen!"Er is publieksvermaak op televisie te zien waarbij een pasgeboren kind in een kooi met cameratoezicht (vader, grootouders en vrienden worden de toegang door de moeder ontzegd), weliswaar met een overdaad aan zorg en aandacht, zijn kunstjes zal vertonen.
Ter bescherming van dieren bestaan allerlei wettelijke bepalingen. Maar de mens behoort niet tot een beschermde diersoort. Daarom kan het bestaan dat momenteel geen enkele organisatie in Nederland in beweging kan worden gezet om een halt toe te roepen aan dit verwerpelijke fenomeen.
We hebben het over de gevorderde zwangerschap van een bewoonster van het Big Brotherhuis, sinds zondagavond op televisie. De vrouw is door Talpa uitgenodigd, opdat in dat huis een bevalling kan plaatsvinden.
Kennelijk bestaan er onuitgesproken wetten die maken dat soms wel en soms niet zaken in onze maatschappij worden toegestaan. Beschermde dieren zijn binnen de boot gevallen, mensen met pathologisch gedrag echter mogen gebruikt en geëxploiteerd worden. Na de Tokkies en de achterstandsbuurten die door SBS6 werden gefilmd, was het kennelijk nog niet genoeg.
Maar hoe werken die onzichtbare wetten dan? Waarom geen dansende beer meer op het dorpsplein maar wel een kwetsbare vrouw op televisie? Een antwoord kan zijn dat, in tegenstelling tot een dier, de mens voor zichzelf kan beslissen en dat je dat moet respecteren (sommigen zeggen: dat je je daarmee niet moet bemoeien).
Het paradoxale is dat omdat een dier niet voor zichzelf kan spreken het niet geëxploiteerd mag worden, en omdat een mens wel voor zichzelf kan spreken het wel geëxploiteerd mag worden. Had je maar nee moeten zeggen!
Als professionele hulpverleners met veel ervaring in misbruiksituaties waarbij derden te lang draalden om in te grijpen in gebeurtenissen die nu eenmaal niet kunnen, hebben we onze bemoeizorg voorgelegd aan een aantal instanties. Vanuit ons beroepsperspectief stelden we hen en onszelf twee vragen.
De eerste is of hier sprake is van kindermishandeling. Er is een aanstaande moeder in nood (ze wist niet meer of ze überhaupt met de vader verder wilde en hem bij de bevalling wilde toelaten) die zichzelf en haar kind in een situatie brengt waarvan de gevolgen niet te voorzien zijn. Vroegtijdige bevalling en/of complicaties tijdens de bevalling zijn hierbij zeer wel mogelijk.
De kans is aanwezig dat ze toch in een ziekenhuis moet bevallen. Zij heeft geen steun van emotioneel belangrijke anderen rondom de bevalling, kan zij dat aan? Hoe zal de binding tussen vader en kind zich ontwikkelen als hij pas na weken het kind mag vasthouden? Wat is de impact op moeder en kind van het feit dat ze bekende Nederlander worden?
De tweede vraag die wij ons stelden, is de beroepsethiek van onze collega's. Deze vrouw heeft een huisarts en ze heeft ooit een verloskundige bezocht. Zijn deze op de hoogte? Zo niet, dan is er minstens een verloskundige tijdens het programma bij betrokken, waarschijnlijk ook een psycholoog en het zou niet verbazen als er al een gynaecoloog is benaderd.
Vanuit welke beroepsethiek werken deze hulpverleners? Is hen geen slecht hulpverlenerschap te verwijten doordat ze deze situatie mee helpen in stand te houden? Zijn er termen aanwezig hen tuchtrechtelijk te veroordelen?
Een korte samenvatting van de reacties van de door ons benaderde organisaties: het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK) ziet momenteel geen directe schade voor het kind en heeft te weinig gegevens om de casus aan te nemen. Bureau Jeugdzorg heeft grotendeels dezelfde reactie en vraagt te wachten totdat een calamiteit wordt gesignaleerd. De Raad voor Kinderbescherming wacht op signalen van AMK of Bureau Jeugdzorg. De Hoofdinspecteur van Gezondheidszorg vindt het iets voor een regionale Inspecteur en deze ziet geen mogelijkheden in te grijpen, al voelt hij mee met de verontwaardiging. De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen heeft nog geen standpunt en wil haar leden niet oproepen deelname aan het programma te weigeren.
Wij stellen met spijt vast dat het niet mogelijk is maatschappelijk draagvlak te vinden om gedrag te stoppen waarvan elk weldenkend mens zegt: dat doe je niet. De vrijblijvendheid van onze morele verontwaardiging voelt niet goed. Het frustreert om als professional te moeten toekijken en te wachten totdat straks ooit een van onze collega's de put moet dempen.
Ondertussen lijkt er uitspraak te zijn en dient de baby 8 dagen na de bevalling uit het huis te zijn.
In elk geval deze situatie roept heel wat vragen op waarover het laatste woord nog niet gezegd en geschreven is.
















