Nederlanders handelen wel in vis, maar eten het nauwelijks. En dat is onverstandig, want vis is heel...

Zalmkwekerij van Nutreco, grootste kweker van zalm ter wereld. Foto Chris de Bode ...gezond - zeker kweekvis.
Raar maar waar: de Nederlander is geen viseter. We rijden weliswaar vrachtwagens vol vis naar de warme binnenlanden van Spanje, Belgen houden van onze mosselen, Duitsers willen onze haring en Italiaanse kinderen zijn dol op onze schol. Maar in dit land staat vooral vlees op tafel.
Toegegeven, we kopen sinds enkele jaren meer vis, maar vergeleken bij Europa is Nederland een soort ontwikkelingsland. Sommige jongeren weten al bijna niet meer dat de vis een kop en een staart heeft. De meeste viswinkels laten alleen een flets stukje filet zien.
Toch zou het waterwezentje een à twee keer per week op uw menu moeten staan, vindt het Voedingscentrum. Wie dat doet, leeft gezond. Vis verkleint de kans op hart- en vaatziekten. Bepaalde vetten van de vis hebben een gunstige werking op het cholesterolgehalte van ons bloed. Zo'n visje is eiwitrijk, zit vol vitamines en mineralen.
Maar wat doet die Nederlander? Die eet gemiddeld een keer per drie weken vis.
Zijn waterbewoners echt zo gezond? Rond 2000 werd Nederland opgeschrikt door het overheidsadvies om geen wilde paling te eten. De beesten zaten vol giftige dioxines en pcb's. Paling afkomstig uit het IJsselmeer mocht nog wel gegeten worden, maar dan hoogstens één keer per week. Paling uit de rivier werd op de zwarte lijst geplaatst. Nu was dat niet een probleem; de meeste Nederlanders aten gemiddeld een keer per jaar paling. Toch ging de waarschuwing de deur uit, want vooral sportvissers verslonden massa's paling. Daardoor zouden er op termijn te veel giftige stoffen in het lichaam rondzwemmen.
Ook nu nog staat het advies overeind, zo blijkt na overleg met voedselcontroleur Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA). In 2004 bleek volgens een onderzoek van de EFSA, de Europese broer van VWA, dat zwaardvis en tonijn vaak verontreinigd zijn met kwik.
Zwangere vrouwen en jonge kinderen moesten die soorten niet eten. Gelukkig aten Nederlanders deze exotische vissen bijna nooit. Sommige vissen uit de Oostzee zaten ook al vol met chemie, zo waarschuwde het Wereld Natuur Fonds begin dit jaar. Vis uit de Noordzee daarentegen - de VWA onderzoekt de kwaliteit van vis een keer in de vijf jaar op cadmium, lood en kwik - blijkt gelukkig op enkele uitzonderingen na van een veel betere kwaliteit te zijn.
Op naar de kweekvis dan maar? De verwachting is dat binnenkort de helft van alle in de winkel verkochte vis uit de kwekerij komt. Volgens de branche hebben de visboeren geleerd. Ze zijn terughoudend geworden met het gebruik van diergeneesmiddelen; het water in de kwekerijen wordt regelmatig gezuiverd.
De onderzoekers van VWA lijken de kwekers gelijk te geven. Enkele jaren geleden werden in kweekvis regelmatig sporen van illegale diergeneesmiddelen gevonden. In 2004 werd het onderzoek herhaald. En wat bleek? Nederlandse kwekers gebruikten minder geneesmiddelen dan voorheen bij het behandelen van hun forel, meerval en paling. Er is dus vooruitgang.