O'Connor zalft met reggae

Sinéad O’Connor reisde dit jaar af naar Kingston, Jamaica om daar in de legendarische Tuff Gong and Anchor studio’s een album op te nemen met alleen maar klassieke reggae nummers uit de jaren 70.

’Yeah, right’, bromt de Ierse met donkerbruine stem. „Voor mij is iedere song op Throw Down Your Arms net zo belangrijk als de Heilige Schrift en dan bedoel ik niet specifiek de bijbel, maar alle heilige geschriften van alle godsdiensten. Daar ga ik dus niet aanzitten.
In het verre verleden werd een vingertop afgehakt bij degene die een fout maakte in het overschrijven van religieuze teksten, begrijp je wat ik bedoel? Je gaat niet proberen dingen te verbeteren die van zichzelf al zó verschrikkelijk veel kracht hebben. Ik heb mij wat dat betreft heel erg laten beïnvloeden door een interview dat ik ooit heb gezien met Maria Callas.
Haar werd gevraagd waar ze de emoties vandaan haalde om haar liederen zo te zingen zoals zij dat deed. Callas antwoordde dat dat allemaal de verdienste van de componist was, dat zij niets anders deed dan zingen wat de componist had geschreven, dat elke ademtocht in de partituUR stond. Dat heeft mij geraakt.’’
De Ierse, die zich in 1999 te Lourdes tot priesteres liet wijden, zegt dat zij popliedjes als gebeden beschouwd, waarin zij haar rooms-katholieke geloof kan belijden. De spiritualiteit van het rastafarianisme, terug te vinden in de betere reggae song, heeft haar doen besluiten om een heel album aan de muziek van de rastabeweging te wijden.
Kan O’Connor uitleggen hoe zij in haar hart de paus aan Bob Marley weet te koppelen? „Het eerste wat je je moet realiseren,’’ antwoordt de zangeres, „is dat het rastafarianisme geen godsdienst, maar een beweging is. En ik ben wel katholiek, maar wel een katholiek die al jarenlang bezig is om God van de religie te redden. God vind je niet alleen in de rooms-katholieke kerk. ’Muziek is de Heilige Geest’, dát heeft de grote reggae producer Lee Perry ooit eens gezegd, en ik ben het met hem eens. In al de songs op mijn album hoor ik dat God bestaat, dat hij overal is, dat hij bij iederéén is of de mensen dat nou beseffen of niet. Ik heb in mijn leven wel eens getwijfeld aan Gods aanwezigheid, maar deze songs geven mij de zekerheid datGod er altijd is geweest.’’






























